>
Werk in uitvoering,
zie Toelichting
top
banner
Naar de Verenigingssite Naar Binnenvaarttaal
Aanvullingen en correcties zijn welkom.



SCHUTTEN.


Termen (Soorten, onderdelen, diverse).
Afbeeldingen 1.
Afbeeldingen 2.
Foto's onderdelen.
Foto's stuwen.
Foto's sluis Ketelhaven.
Reportage waaiersluis Gouda.
Sluizen en deuren.
Waterverbruik.
Spaarsluizen.**
Verkeersregeling.**
Verschillende vormen.**

**=in voorbereiding


ALGEMENE GANG VAN ZAKEN BIJ HET SCHUTTEN



sl01
In bovenstaand voorbeeld noemt men de rechts de hoge kant of de bovenkant. Links is de lage kant of de benedenkant. De 'lage of benedendeuren' zijn echter niet lager dan 'hoge of bovendeuren'. De deuren zijn bruin weergegeven. Het verschil in hoogte tussen het waterpeil aan de hoge en de lage kant noemt men het verval. De hier getekende sluis heeft een groot verval. Het verval in verreweg de meeste sluizen is veel minder. Er zijn echter ook sluizen met een veel groter verval.
De ruimte tussen de benedendeuren en de bovendeuren is de sluiskolk. Het in- en uitvaart en het gedeelte waar de deuren zich bevinden noemt men de sluishoofden. De uitsparing in de sluiswanden waarin de geopende deuren wegvallen noemt men de deurkassen.
In de meeste gevallen zijn in de sluisdeuren afsluitbare openingen aangebracht.
De schuiven, waarmee men deze nivelleeropeningen afsluit, worden in het algemeen rinketten genoemd. Door deze openingen kan men wanneer de deuren gesloten zijn, water in of uit de sluiskolk laten stromen. Sommige sluisdeuren hebben deze openingen niet. De sluis heeft dan afsluitbare omlopen of riolen zoals rechts in het getekende voorbeeld.
Zoals te zien is, staan de deuren onder een hoek tegen elkaar; men noemt ze daarom puntdeuren. De punt die door de deuren gevormd wordt, wijst altijd in de richting met de hoogste waterstand. De waterdruk zorgt er voor dat de deuren stevig gesloten blijven.
De getekende situatie is voor sluizen met houten deuren de ruststand. In deze stand hebben de benedendeuren het minste last van uitdroging en kromtrekken.

sl03
Wanneer er nu een schip vanaf de lage kant nadert zal men eerst het waterpeil in de sluiskolk moeten verlagen voordat men de benedendeuren kan openen. Men opent de riolen of rinketten zodat het water uit de sluis kan weg vloeien. Deze handeling noemt men omschutten of afschutten. Omschutten omdat eerst de deuren aan de bovenzijde, en na het omschutten, de deuren aan de benedenzijde geopend kunnen worden.
Men noemt het afschutten omdat eventuele schepen in de sluis naar een lager niveau gebracht worden.
In het geval er geen schepen in de sluis liggen, zoals op de tekening, spreekt men ook wel van een lege schutting.

sl05
Pas als het niveau aan weerszijden van de deur gelijk is, kan de deur geopend worden. Het nivelleren van de laatste centimeters verloopt voor veel mensen tergend langzaam. Men probeert daarom weleens de deuren voortijdig te open. Het eerder openen van de deur is echter door de waterdruk vrijwel onmogelijk. Pas als het verschil gering wordt kan men door veel kracht uit te oefenen de deuren op een kiertje krijgen.
Vooral hoge deuren kunnen daarbij echter vervormd worden. Ook treed daarbij meer slijtage van de afdichtingen en scharnierpunten op.
Voor het openen en sluiten van de deuren heeft men diverse mechanieken verzonnen. Een aantal daarvan zijn in de foto's elders op de site (zie menu) te zien. Sommige, meestal kleinere, deuren hebben geen mechaniek.

sl06
Na het openen van de deuren kunnen de vaartuigen de sluis binnen varen. Mochten vaartuigen mee afgeschut zijn dan moeten die natuurlijk eerst uitvaren, voordat de anderen in mogen varen. Het in- en uitvaren wordt tegenwoordig geregeld met de sluislichten; een soort verkeerslichten. Het invaren of uitvaren van de sluis voordat de sluisdeur geheel in de deurkas is, is (meestal) verboden. Er bestaat namelijk een kans dat de deur door een object onder water niet in de deurkas kan komen. Wordt de deur in een dergelijk geval geraakt dan kan de deur, de afdichting of één der scharnieren beschadigd raken. Zelfs als er geen beletselen zijn, dan nog kunnen golfslag en zuiging van het varende schip de bewegingen van de deur der mate beïnvloeden dat er schade of onnodige slijtage optreed.

sl07
Wanneer het schip of de schepen in de sluis afgemeerd liggen, kunnen de deuren gesloten worden en kan men aan het opschutten beginnen.  Het is allemaal makkelijk neer te schrijven maar er zijn genoeg, vooral beginnende, schippers die er moeite mee hebben. Voor al bij grote sluizen waar men met veel schepen tegelijk kan moeten schutten, kan het invaren, afmeren en uitvaren een hectische aangelegenheid zijn.
Daarbij komt dan nog dat de sluismeester meestal vooraf bepaald heeft welk schip op welke plaats in de sluis moet liggen.
Vooral de combinatie grote vrachtschepen en kleine pleziervaart geeft veel aanleiding tot veel geklaag en gemopper. Vandaar dat men die tegenwoordig, door het invoeren van zogenaamde jachtenschuttingen, steeds meer van elkaar gescheiden tracht te houden.

sl08
Zodra het riool geopent wordt, zal het water in de sluis stijgen. Daarmee gaan dan ook de schepen omhoog. Vervelende bijkomstigheid daarbij is dat de bolders of sluispotten waaraan men het vaartuig vast gemaakt heeft, bij de meeste sluizen niet mee omhoog gaat. Men moet de touwen dus bijtijds vieren en zo nodig verzetten.
Vooral in grote sluizen hebben kleine lichte vaartuigen daarbij veel last van de stromingen en kolkingen van het binnenstromend water. Zij moeten bij het verzetten van de trossen eerst de nieuwe vastzetten en pas daarna de bestaande loshalen. Ook dit is makkelijker gezegd dan gedaan.

sl09
Is de sluis op het hoogste niveau aangekomen dan kunnen de deuren geopend en de riolen gesloten worden. Al het water dat er voor nodig is om de sluiskolk te vullen moet uit het bovenste water, het bovenpand, komen.
De benodigde hoeveelheid water is gelijk aan de oppervlakte van de sluisKOLK maal het heersende verval. Het maakt daarbij niet uit of er veel of weinig schepen in de sluis liggen. Daarover in een de toekomst meer.

sl10
Na het opendraaien van de sluizen, kunnen de vaartuigen de sluiskolk verlaten. Meestal laat men daarna de deuren open staan tot dat zich aan de ene of de andere zijde weer vaartuigen, die willen schutten, aandienen.
Aan het eind van de bedieningsperiode draait men alle deuren dicht.

Naar boven.


© 1997-heden; Vereniging 'De Binnenvaart', Dordrecht. Redactie: Pieter Klein, Ede.
De rechthebbenden kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van het gebruik van deze site,
noch voor de gevolgen van het gebruik van de in deze site opgenomen links!
Deze site gebruikt cookies!
Zonder toestemming vooraf, is gehele of gedeeltelijke overname van enig deel uit 'Binnenvaarttaal' verboden! Kopie├źn naar Facebook, Pinterest, en andere doorgeefluiken zijn niet toegestaan!
Over het algemeen zullen de inzenders van het materiaal een verzoek
tot het gebruik van het getoonde materiaal inwilligen. (meer informatie)

Deze site is geoptimaliseerd voor een resolutie van 1024x768 px.,

U wordt verzocht eventuele gebreken te melden!  (meer informatie)

Mijn dank gaat uit naar ALLEN, die mij met deze site helpen of geholpen hebben.

Pieter Klein:
Redacteur, auteur, ontwerper en webmaster.



Statistieken