2003 – Vereniging de Binnenvaart in ‘vreemd’ vaarwater

Zaterdag 27 september jongstleden vond weer de jaarlijkse excursie van vereniging De Binnenvaart plaats. Dit maritieme uitstapje werd voor de elfde maal gehouden en deze keer beperkte de route zich niet tot louter binnenvaartvaarwegen, maar werd ook het vaarwater van de zeescheepvaart doorkruist, zoals uit navolgend verslag zal blijken. 


Het mps IJSSELSTROOM, ons vaste cruiseschip voor de jaarlijkse excursie. Hier vaart de IJSSELSTROOM ter hoogte van de IJsselkop richting haar thuishaven Arnhem.

Wie regelmatig verslag doet van de jaarlijkse vaartochten – één van de hoogtepunten van het verenigingsleven van De Binnenvaart – heeft vaste aanknopingspunten, waaraan hij zijn verhaal kan ‘ophangen’.

Immers, de organisatoren van deze maritieme excursies hebben in de loop van de jaren een concept ontwikkeld waar zij, gezien het succes terecht, aan vasthouden.
Ook dit jaar weer werd gekozen voor de laatste zaterdag in september en traditioneel waren wij weer te gast bij Rederij Scheers uit Deventer die hun passagiersschip IJSSELSTROOM tijdig op de vaste plek aan de Maasboulevard in Rotterdam hadden afgemeerd om de gasten van De Binnenvaart te kunnen ontvangen.

Het was dan ook weer als vanouds, velen die reeds vroeg wilden inschepen om vrienden en bekenden te begroeten, of gewoon om een mooi plaatsje aan een van de panoramaramen van de IJSSELSTROOM te bemachtigen. Twee kleine details weken af van voorgaande jaren. De excursie was voor het eerst niet helemaal ‘uitverkocht’, maar met 265 deelnemers aan boord kan de organisatie toch heel tevreden zijn. En dit maal kon niet iedereen op tijd aanwezig zijn. Onze kapitein wachtte echter keurig op de laatkomers en om 10.15 uur was iedereen aan boord en werd het vertreksein gegeven.

Tijdens het wachten konden de reeds aanwezigen van een heerlijk kopje koffie met gebak genieten, terwijl zij tegelijkertijd het scheepsverkeer op de Nieuwe Maas konden gadeslaan. Hier werd meteen duidelijk dat de binnenvaart geen vijfdaags ‘negen tot vijf’-bestaan is. Op deze zaterdagochtend voor tienen passeerde al het ene schip na het andere en vooral de containerschepen waren goed vertegenwoordigd. Schip na schip beladen met stapels containers kwam langs en een flink aantal van hen zouden wij later op de dag een of meerdere malen terugzien, want dit uitstapje kwam toch wel in het teken van de containervaart te staan. Om in het containerjargon te blijven zou je kunnen zeggen dat het ‘een dag van de dozen’ zou worden.

Maar er waren ook andere schepen onderweg, een aantal koppelverbanden nam de bocht ‘naar boven’ en ook de passagiervaart was vertegenwoordigd met het passagiersschip CALYPSO, terwijl de Havendienst met de PORT OF ROTTERDAM 10 acte de présence gaf.

Als mooi tussenspel tussen al dit scheepsgeweld scheerde een vlucht witte zwanen langs die ons met hun vleugels als het ware uitzwaaiden.


Een waterig zonnetje en een redelijke temperatuur lokten velen naar buiten. De geanimeerde gesprekken, die al vroeg werden ingezet, werden bovendeks zonder mankeren voortgezet.

Het vertrek bracht enige verwarring onder de deelnemers. Zij hadden immers de Maasvlakte op het programma staan en verwachtten dat de kapitein gelijk zou rondgaan om onder de Maasbruggen door richting Hoek van Holland te varen. Hij zette echter koers op de Van Brienenoordbrug, enerzijds vanwege het tij, anderzijds omdat voor later op de dag een stremming van de Oude Maas was aangekondigd. Zo voeren wij weer dezelfde route als de jaren ervoor, richting Dordrecht. Een route langs Nieuwe Maas en Noord, die altijd werd gekenmerkt door de scheepsbouw.

De moeilijke tijden die deze sector doormaakt waren dan ook bij menigeen onderwerp van gesprek en met name de reusachtige constructiehal van Van der Giessen-De Noord in de Stormpolder herinnerde ons aan de sluitingen die her en der de scheepswerven treffen, een lot dat ook deze traditierijke werf ten deel valt. Maar er was ook moois uit het verleden te zien. Zo kwam ons het gerestaureerde zeilschip ZELDENRUST tegemoet, dat tegenwoordig door de gemeente Krimpen aan den IJssel voor representatieve doeleinden wordt gebruikt. Ook het sleepschip VASCO DA GAMA, een juweel in zijn tijd, lag nog steeds keurig onderhouden bij Schram aan de werf.

En wie zoals uw verslaggever bij kmr. 990 ook eens achterom keek, kreeg een schitterend uitzicht op de nieuwe ‘skyline’ van het alsmaar verder bouwende Rotterdam voorgeschoteld.

Wij richtten daarna onze blik echter weer naar voren en varend door de Noord zagen wij tegen twaalven in de verte Dordrecht opdoemen. Daar kwamen wij de Fast Ferry PIET HEIN weer tegen, die ons bij de Brienenoord al had opgelopen en nu alweer op zijn volgende terugreis naar Rotterdam was. Bij Dordt kwam ook de zon door, die nog meer passagiers naar het bovendek lokte. Toen wij stuurboord uit de Oude Maas op draaiden konden wij volop genieten van het uitzicht op Dordrecht en Zwijndrecht. Zo konden wij ook duidelijk het contrast waarnemen, dat in de afgelopen jaren tussen beide steden is ontstaan. Aan de ene kant de oude stad Dordrecht, waar de toren van de Grote Kerk nog steeds het stadsbeeld domineert. Aan de andere oever de moderne nieuwbouw aan de Maasboulevard in Zwijndrecht. Een ding hebben beide steden nog steeds met elkaar gemeen: De binnenvaart met haar toeleveringsbedrijven is aan beide oevers zeer actief, waarbij vooral het aantal bunkerstations in het oog springt.


Het motortankschip VOLHARDING 11 (2205890 – ex. MADONNA) van Koole in Zaandam is speciaal ingericht voor het transport van vloeibare levensmiddelen.

Wij voeren onder de Zwijndrechtse brug door en vervolgden onze tocht over de Oude Maas langs de Verkeerspost en Zeehaven Dordrecht en de monding van de Dordtsche Kil, die wij, anders dan vorig jaar, nu aan bakboord lieten liggen. Intussen had de heer Scheers, onze gastheer ons naar beneden gevraagd om traditiegetrouw te gaan genieten van een uitgebreide middagmaaltijd. Terwijl de gasten genoten van een lekker soepje en voorgerecht passeerden wij de CSM suikerfabrieken in Puttershoek.Aan het aantal met bieten geladen schepen dat op lossing lag te wachten was duidelijk te zien dat de bietencampagne was begonnen.

De oevers van de Oude Maas werden allengs groener hetgeen ons naast een mooi uitzicht ook de gelegenheid gaf om in alle rust van het welvoorziene warme buffet te proeven.

Ondertussen gaf bestuurslid Jan Timmer van Vereniging De Binnenvaart  uitleg over het die middag bij Heinenoord in te varen caisson dat onderdeel uitmaakt van de Hoge Snelheids Lijn (HSL). Wij passeerden ook het bouwdok bij de Heinenoordtunnel, waar de in totaal veertien elementen reeds klaarliggen.

Iedere zaterdag wordt één element ingevaren, waarvoor de Oude Maas korte tijd wordt gestremd. De scheepvaart heeft dus nog het gehele najaar met deze stremmingen te maken. De elementen hebben een afmeting van 150 x 17 x 10 meter en hebben een massa van 25.000 ton, aldus Timmer.


Zoals al jaren het geval is was de maaltijd ook dit jaar weer keurig verzorgd en liet men zich de lekkernijen goed smaken.

De Oude Maas werd die zaterdag overigens druk bevaren door schepen van allerlei ‘pluimage’. Zo werden wij opgelopen door de tanker VOLHARDING 11 van de firma Koole in Zaandam, speciaal uitgerust voor het transport van vloeibare levensmiddelen. De ons tegemoet komende kruiplijncoaster OSIRIS en de fel rood geschilderde Noorse tankers BERGSTRAUM en VIKSTRAUM maakten ons bewust dat de binnenvaart niet het alleenrecht op deze rivier heeft. Integendeel, de Oude Maas is immers de toegangsvaarweg voor zeeschepen met bestemming Zeehaven Dordrecht of (via de Dordtsche Kil) naar de havens van Moerdijk. Daarnaast wordt deze vaarweg ook intensief door de duwvaart gebruikt, getuige de reeks van duwcombinaties die ons passeerden. Daarbij bleek, dat de oud-EWT-ers  onder de passagiers goed waren vertegenwoordigd, want het voorbijvaren van de EWT 108 CORNELIS DE HOUTMAN met vier bakken bracht vele enthousiaste reacties teweeg. Dit herhaalde zich toen even later de LEHNKERING 20 voorbij voer, want de kenners (en dat zijn er altijd velen bij een excursie van De Binnenvaart) herkenden direct de ex EWT 106, weliswaar nog steeds in de kleuren blauw/wit, doch nu niet meer onder de vlag van EWT, maar onder die van Lehnkering, de aloude concurrent uit Duisburg. Hier ook hadden wij nog een ontmoeting met een PIET HEIN: Ditmaal echter niet met de reeds genoemde Fast Ferry, maar met het nog steeds statige witte schip waarin velen gelijk het voormalige koninklijke jacht herkenden, dat ooit in 1937 het nationale huwelijksgeschenk voor Prinses Juliana en Prins Bernhard vormde.

Daar waar de nieuwbouwtorens van de Maaswijk in Spijkenisse aan ons voorbijgleden kwamen wij de vier slepers SMIT IERLAND, SMIT ITALIE, SMIT PORTUGAL en THAMESBANK tegen die ‘met de baard voor de kop’ in konvooi richting Heinenoord opstoomden om het karwei met de HSL-caisson te gaan klaren.

De IJSSELSTROOM ging na de Spijkenisserbrug bakboord uit het Hartelkanaal in, terug in het domein van de binnenvaart; de zeevaart maakt immers gebruik van de Nieuwe Waterweg en het Calandkanaal.


Het fraai gelijnde jacht PIET HEIN maakt hier met een select groepje passagiers een rondvaart door de Rotterdamse havens en is hier gefotografeerd op de Waterweg, ter hoogte de Botlek.

Terwijl wij van een heerlijk dessert snoepten, passeerden aan stuurboord de industrieterreinen van het Botlekgebied, dat in de vijftiger jaren de eerste uitbreiding van de Rotterdamse haven naar het Westen betekende, waarna in de loop van de jaren zestig het Europoortcomplex ontstond. Wij voeren onder meer langs het recent gebouwde Distripark Botlek Op het Hartelkanaal maakten wij wederom kennis met de veelzijdigheid van de binnenvaart als transportmedium toen wij werden ingehaald door de TERRA, een schip speciaal ingericht voor het transport van massa’s auto’s en busjes.

Ook hier werd het merendeel van de vaart weer gevormd door containerschepen op weg van of naar de Maasvlakte, onder andere de dit jaar in de vaart gekomen SIRIUS, met zijn 135 meter lengte en 15 meter breedte één van de giganten van de containervaart. Dat ook binnenvaartondernemers steeds meer gevoel voor commercie krijgen bewees de langsvarende VIGILIA uit Oberwesel, die zijn denneboom van voor naar achter  had volgehangen met reclameborden. Een bewijs te meer voor de stelling ‘Met de binnenvaart komt uw boodschap in heel Europa aan!’

Het Hartelkanaal gaf ons andermaal een scherpe tegenstelling te zien. De noordoever wordt beheerst door een eindeloze rij van opslagtanks, petrochemische industrie, ‘eeuwige’ vlammen en rokende schoorstenen. De zuidwal daarentegen is de groene rand van het uitgestrekte recreatiegebied van het Brielse Meer. Aan het einde van het kanaal liet de kapitein het Beergat rechts liggen en loodste ons langs de strekdam naar de Hartelhaven. Wij werden geattendeerd op het terrein van het RISC Maritiem Trainings Centrum, waar de bovenbouw van de motorsleepboot TRITON thans als kantoorschip dienst doet. Aan deze TRITON is onlangs in BINNENVAART 2003/6 een artikel gewijd.

In de Hartelhaven zagen wij een aantal containerschepen weer terug, die ons ’s ochtends aan de Maasboulevard waren gepasseerd en die nu een plekje hadden gevonden voor het weekeinde. Via de Mississippihaven, waar bij de EMO een viertal grote bulkcarriers lag te lossen, kwamen wij echt in diep water in het Beerkanaal, het hart van de Maasvlakte.


De bulkcarier BERGE NORD (300.000 ton) kwam op 30 augustus jongstleden voor een kleine reparatie door naar Verolme Botlek. De havensleepboot SMIT IERLAND assisteert en lijkt bijna overvaren te worden door het reusachtige schip

Het containerschip AZOLLA (2323362) was op de dag van de excursie druk bezig haar containervracht bij elkaar te scharrelen en kruiste het pad van de IJSSELSTROOM maar liefst vier keer.

Wij kregen een uitgebreide rondvaart door dit havengebied, door eerst de Amazonehaven en daarna de Europahaven in te varen. Zodoende kregen wij van drie kanten een goede kijk op de ECT Delta Terminal met zijn hypermoderne containeroverslaginstallaties.

De IJSSELSTROOM voer daarna door het ruime water van het Beerkanaal richting Breediep. De speaker attendeerde ons op de bij de EECV gelegen Noorse bulkcarrier BERGE NORD die net als haar zusterschip BERGE STAHL – het grootste vrachtschip ter wereld – iedere 32 dagen 300.000 ton ijzererts vanuit Brazilië naar Rotterdam brengt. Vanwege de op elkaar botsende stromingen voeren wij schommelend door het Breediep om zo de Nieuwe Waterweg te bereiken, juist op het moment dat de catamaran HSS STENA DISCOVERY uit Hoek van Holland vertrok voor de tweemaal daagse snelle oversteek naar Harwich. Na de ‘Hoek’ met het Traffic Center wachtte ons met de Maaslandkering nog een bezienswaardigheid waarover wij interessante uitleg kregen.

We bevonden ons inmiddels op de route die al vele honderdduizenden zeeschepen sinds de opening van de Nieuwe Waterweg in 1872 hebben afgelegd om Rotterdam te bereiken. Wij voeren langs het bekende rijtje Maassluis – Vlaardingen – Schiedam, maar veel van de aanwezigen hadden minder aandacht voor het waterfront van deze oude steden dan voor elkaar. Maar dat is ook ieder jaar weer het mooie van de excursie. Velen grijpen dit uitstapje niet alleen aan om bezienswaardigheden te bekijken, maar vooral ook om oude bekenden weer te zien en bij te praten. Zo ontstaat al gauw een gezellige sfeer in de ruime salon van de IJSSELSTROOM en heeft het soms ook iets weg van een reünie.

Onze kapitein had kennelijk geen haast om thuis te komen, maar trakteerde ons nog op een rondvaart door het Eemhavengebied. Ook hier is het een en al container wat je ziet, met vooral de ECT Home Terminal als belangrijkste overslagplaats. Naast een aantal met vele stapels en rijen containers volgepropte zeeschepen voor de intercontinentale vaart en de kleinere zogenaamde ‘feeder’-schepen voor de korte afstanden, was ook de binnenvaart ruimschoots aanwezig. Dat de containerschepen voor hun lading vaak diverse stations in het Rotterdamse havengebied moeten aandoen bewees de AZOLLA, die wij op onze tocht inmiddels voor de vierde keer tegenkwamen. Het groeiende aantal containers was voor het Gemeentelijk Havenbedrijf aanleiding om de Prinses Margriethaven aan het einde van de Eemhaven te dempen en het gewonnen land voor opslag van nog meer containers te gebruiken, zo werd ons verteld.

Maar nu genoeg over containers oftewel ‘dozen’, ons schip zette koers richting Maasbruggen. Toen wij voor de stad voeren wachtte ons nog het gebruikelijke kopje koffie met een broodje ten afscheid. Penningmeester Wim Nuy greep namens vereniging De Binnenvaart de gelegenheid aan om een ieder te danken voor diens aanwezigheid en speciaal de bemanning van de IJSSELSTROOM te bedanken voor de voortreffelijke verzorging gedurende de dag.
Na een mooie tocht van negen uur varen meerden wij om 19.15 weer af aan de Maasboulevard, andermaal terugblikkend op een geslaagd uitstapje van vereniging De Binnenvaart.