Zoeklicht


Zoeklicht

september 2016

SMURF

Wie wordt de nieuwe eigenaar van De Smurf??

De Smurf is een boltjalk die al enige jaren bij de Museumwerf Vreeswijk voor de wal ligt.

Jaren geleden heeft de Museumwerf De Smurf geschonken gekregen vanuit Utrecht, waar het schip jaren als woonscheepje heeft gelegen.

De bedoeling van de schenking was dat het schip zou worden behouden en gerestaureerd.

Helaas ontbreekt het de Museumwerf aan geld, ruimte en mankracht om dit in gang te zetten en er een bestemming aan te geven. De sloophamer dreigt.

En daarom zoeken we, namens de Museumwerf, een nieuwe eigenaar voor dit toch wel bijzondere scheepje.

De Smurf heet eigenlijk De Twee Gebroeders en werd in 1920 gebouwd in Veendam bij L. Wolthuis. Het schip is 21,13 m. lang en 4.05 m. breed en had een laadvermogen van 65 ton. Opdrachtgever was H. Bos uit ’t Zandt.

Ergens tussen 1942 en 1953 verwisselde het schip van eigenaar. Schipper Geert Hoekstra uit Augustinusga voer ermee tot vermoedelijk halverwege de jaren zestig, waarna De Twee Gebroeders als woonschip in Amsterdam terechtkwam. Een paar jaar later werden de destijds bekende keramist Han Knaap en zijn vrouw eigenaar. Zij noemden de tjalk De Smurf en trokken ermee rond totdat Knaap door een ongeval overleed. Zijn weduwe streek neer in Utrecht waar zij op het schip bleef wonen. Door omstandigheden kon zij het schip op een gegeven moment niet langer meer onderhouden waarna schenking aan de Museumwerf volgde.

Han Knaap (1913-1973)

Knaap speelde een interessante rol in de keramische vormgeving van de jaren ’50 in Nederland. Met zijn porseleinfabriek St. Maarten Porcelein en korte verbintenis aan het befaamde bedrijf De Porceleynen Fles, liet hij een uniek en indrukwekkend oeuvre na van hoogwaardig serviesgoed en gebruiksaardewerk. Zijn werk wordt nog steeds gewaardeerd en verzameld.

Toekomst

We verwachten en hopen dat de nieuwe eigenaar het scheepje zal restaureren, hetzij als zeilend vrachtschip of in de hoedanigheid zoals het schip er nu uit ziet, een gemotoriseerde vracht-boltjalk met een mooi stuurhutje.

Als de nieuwe eigenaar besluit om de restauratie bij de Museumwerf te laten uitvoeren , zal de aankoopprijs van € 1500 in mindering worden gebracht op de kosten van de restauratie.

Bij restauratie in Vreeswijk krijgt de nieuwe eigenaar een jaar de tijd om er een varend schip van te maken.

Vindt de restauratie elders plaats dan is de prijs van het schip € 1500 plus de kosten bij notaris en kadaster.

De Museumwerf wil graag in oktober zicht hebben of er zich een nieuwe eigenaar aandient.

 

Informatie kunt u opvragen bij ons:

 

Cisca de Ruiter           :  cisca@museumwerf.nl

Johan Sloots               :  johanmonique.sloots@gmail.com

 

Augustus 2016

Louw Eijben (0168-482813) e-mail louw.eijben@outlook.com doet de volgende oproep:
Zoektocht naar de paviljoentjalk DE ADELAAR
Naar aanleiding van mijn medewerking aan de maritieme expositie “Scheepvaart toen en nu” te Lage Zwaluwe,
is mijn interesse voor het maritieme verleden van mijn familie weer opgebloeid.
Mijn opa Dirk Eijben is begonnen als schippersknecht en heeft in 1906 samen met een compagnon Willem
Adrianus Weteling de paviljoentjalk “De Adelaar” van de Fa Vof. “H. de Boer Jbz” gekocht. De ijzeren
paviljoentjalk “De Adelaar” is gebouwd in 1893 als “De Jonge Anton” bij de Ned. Grofsmederij in Leiden voor
H. de Boer uit Koog a/d Zaan. De tjalk had een lengte van 19,30 meter en breedte van 4,02 meter het tonnage
bedroeg 73,172 ton. Ze is gebrand 1893 te Amsterdam 3440. Ze werd bij aankoop overgeschreven in het
schepenregister te Amsterdam op 30 juni 1906 deel 26 nummer 4282.
Op 13 december 1901 wordt de paviljoentjalk opgemeten en krijgt als meetnummer A1031N.
Op 1 februari 1918 neemt mijn opa Dirk Eijben het deel van Willem Adrianus Weteling over en is dan vanaf dat
moment de enige eigenaar van het ijzeren paviljoenjacht genaamd “De Adelaar”. Op 1 februari 1918 wordt ze
overgeschreven in het schepenregister te Amsterdam, deel 31 nummer 5872.
Op 21 oktober 1930 wordt de Fa. Vof. D. Eijben en Zn opgericht, mijn vader Hendrik is vanaf dat moment mede
eigenaar van de paviljoentjalk “De Adelaar”. Mijn opa Dirk, op dat moment 62 jaar, gaat het dan wat rustiger
aan doen. In overleg met zijn vader (mijn opa) laat Hendrik in april 1931 de paviljoentjalk met ca 6 meter
verlengen en een gloeikopmotor inbouwen. De werkzaamheden worden op de werf van Tijs Teer aan de Jan
Bestevearstraat te Koog aan de Zaan uitgevoerd. De tjalk meet dan 100,567 ton, lengte 25,21 meter en breed
4,02 meter.
Op 28 april 1931 wordt de verlengde paviljoentjalk opnieuw opgemeten en krijgt als meetnummer A7410N. Het
brandmerk wordt 1775 B Amst 1931.
Op 10 maart 1937 neemt mijn vader het deel in de vennootschap van mijn opa over. Beide verklaren dat tot de
vennootschap alleen de motortjalk “De Adelaar”, groot volgens de meetbrief100,167 ton met inventaris en
toebehoren behoren. In de akte wordt bepaald dat Hendrik het recht heeft zijn firma de naam “D. Eijben en
Zoon” te blijven voeren.
Mijn vader blijft met “De Adelaar” varen tot juli 1946. In het najaar van 1944 heeft hij de tjalk verstopt in het
Westzijderveld om te voorkomen dat deze zou worden gevorderd door de bezetter.
De Adelaar is rond 6 juli 1946 verkocht aan Jacob Hukema, Nieuwstraat 22 te Groningen. De verkoopacte is niet
in mijn bezit. De naam van de paviljoentjalk werd gewijzigd in Jodie. De liggers van de meetdienst welke op 5
januari 1955 te ’s-Hertogenbosch bepaald zijn, geven afwijkende maten aan. Volgens kenners is dat niet
ongebruikelijk.
Voorgaande geeft in het kort het maritieme verleden van mijn familie en tjalk weer. Ik ben nu op zoek naar de
verdere levensloop van de in het artikel genoemde paviljoentjalk.
Graag zou ik daarom in contact komen met personen die mij verder kunnen helpen.

Jan v/d Stelt (0651-369486) e-mail jvdst58@hetnet.nl doet de volgende oproep: Ik ben bestuurslid van de stichting DD 13. DD 13 staat voor DORDRECHT 13, een prachtig scheepje waar we heel erg trots op zijn. Ik hoop dat u de moeite wilt nemen om te kijken op onze site www.dd13.nl . Zoals u op onze site kunt lezen, zijn we niet alleen trots op ons scheepje maar ook op de geïnstalleerde Kromhout Gardner motor met de daaraan gekoppelde keerkoppeling Brevo CF 1327. Nu hebben wij een probleem met deze koppeling. Ik heb op internet gekeken naar Brevo koppeling en kom dan al snel op “De Binnenvaart” terecht. Wie kan ons helpen aan namen/adressen/bedrijven die ons zouden kunnen helpen met ons koppelingsprobleem.


Peter de Groot e-mail deblommenfamilie@gmail.com doet de volgende oproep: Ik ben op zoek naar de vaarroutes die mijn familie met hun zeilschepen gebruikten in de vaart van Herwijnen naar Amsterdam in de 19e eeuw. Ik heb een foto van één van hun schepen liggend in de Prinsengracht in Amsterdam. Dat was dus kort nadat het IJ afgesloten was (Oranjesluizen), Noordzeekanaal aangelegd en het treinstation gebouwd. Maar ze hebben jaren daarvoor ook al gevaren. Tevens probeer ik te achterhalen of en waar hun schepen geregistreerd waren. Waarschijnlijk moet ik verder zoeken in hypotheekarchieven e.d. omdat er nog geen officiële scheepsregistratie bestond. Het gemeentelijk archief van Herwijnen (tegenwoordig gemeente Lingewaal) ligt in Gorkum en is nog niet gedigitaliseerd. In het gemeentearchief van Amsterdam heb ik niks kunnen vinden over de schepen. Op de foto uit 1890 die we van één van de schepen hebben staat: Vier Gebroeders, Herwijnen. Ze voeren vooral met aardappels en hooi tussen Herwijnen en Amsterdam. Hun achternamen waren Blom en van Dusseldorp. Informatie over mijn voorouders staat op de website http://www.deblommenfamilie.com . Ik dank u bij voorbaat voor uw reactie.

April 2016

Tankschepen tijdens watersnoodramp 1953 gezocht

ZEND WATER en ZENDER stond er in 1953 op de luiken van MITROPA II…..en het kwam er.

Één van de tankschepen is bekend; de ITALIA van Van Ommeren. Journalist Gert van Engelen kwam met onderstaande vraag bij me: Ik wil me voor de watersnoodbijlage van volgend jaar eens verdiepen in de drinkwaterboten die tijdens en na de ramp naar Zeeland voeren, en dan met name naar Schouwen-Duiveland.
Weet u waar ik er documentatie over kan vinden (anders dan via internet)?

Wie heeft informatie? Mail of bel me. Jaap.boersema@planet.nl of 030-6090386

J. van ’t Verlaat – gsm 06-21471627 – e-mail toeverlaat@hetnet.nl – meldt: Mijn hobby het verzamelen van antieke buitenboordmotoren moet ik helaas vanwege gezondheidsklachten beëindigen. Vanwege deze reden wil ik de verzameling verkopen. Prijs is nader overeen te komen.

ohn Burgers - mail johnburgers@home.nl – heeft de volgende oproepen:

Allereerst of er iemand binnen de vereniging is die een dergelijk groot sleepschip als de GRAAF DE SMET DE NAEYER kent met een kapel op de roef voor de stuurhut? Als het schip dan ergens lag op een zondag kwam de plaatselijke pastoor om aan boord een mis op te dragen.

Vraag twee of ons lid Jozef Hompus van de Emanuel IV contact met John Burgers wilt opnemen.

Schepen van ’hulpvloot’ watersnoodramp 1953 gezocht
Hulp gevraagd bij een bijzondere zoektocht: in 2018 is het volgende bijzondere herdenkingsjaar van de watersnoodramp in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta in 1953. Vanuit de stichting Cultuur & Recreatie Zuid-Holland hebben we het idee opgevat om de hulpvloot die na de ramp op gang kwam in beeld te brengen.
Niet alleen de schepen die destijds hebben geholpen, we willen vanuit die gegevens ook een overzicht maken van de schepen die nog steeds bestaan. Binnen het project willen we namelijk in 2018 (met twee leuke aanloopmomenten in 2016 en 2017) een zo groot mogelijke vlootschouw van de nog bestaande hulpvlootschepen organiseren, ergens rond het eiland Goeree-Overflakkee.

In Engeland werden en worden de schepen die in WOII hebben meegeholpen met de evacuatie vanuit Duinkerken, Operatie Dynamo, allemaal geëerd met een koperen plaquette, vlaggen en jaarlijkse evenementen. De Dunkirk Little Ships zijn daar nog echt een begrip. Die vloot houdt de gedachte aan de operatie en de achterliggende ellende levend, ook bij jongere generaties. Wij hebben een soortgelijk effect voor ogen met deze actie. We hebben al hele mooie verhalen gevonden waaruit ook concrete schepen tevoorschijn kwamen, maar we hebben het vermoeden dat er nog veel meer te vinden is. Mocht je van je eigen schip of dat van een ander weten dat het een rol heeft gespeeld in de reddingsacties na de ramp, laat het ons alsjeblieft even weten via heer@menheersewerf.nl , Coerd de Heer 

Watersnoodmuseum vraagt…We zijn bezig om alle fouten in de gegevens van de slachtoffers na te gaan. Tot nu toe is dat voor 99% gelukt  via de overlijdensakten.
Echter: in de slachtofferlijst van het Rode Kruis uit 1953 staat bij de plaats Rhoon vermeld: Evert Kooiman de Goede, geb. 7-9-1873. Dit slachtoffer kunnen we echter nergens in de beschikbare archieven vinden. Omdat (in tegenstelling tot de rest van de slachtoffers) bij hem ook geen woonadres is vermeld, kan hij overal in Nederland hebben gewoond. Wel hebben we als geboorteplaats IJsselmonde en als overlijdensplaats Rotterdam, Benvenuto gevonden. Zou de naam Benvenuto de naam van een schip geweest kunnen zijn? Jan Heinen, Watersnoodmuseum, Ouwerkerk, Telefoon: 0111-691701, e-mail: backoffice@watersnoodmuseum.nl

Een oproep vanuit Vreeswijk: Gerrit van de Berg schrijft: In mijn jeugdjaren (vijftiger jaren) ben ik nogal vaak meegevaren op de sleepboot TROMP. Deze voer van het Kuilenburgse gat, net voorbij het veer, met zandbakken van Bos-Kalis via de Beatrixsluis naar een losplaats bij het Kanaleneiland, vlak achter het brandstofdepot van Shell. Het was een omgebouwde Stoom-Sleper met een veel te grote MWM-kar. De schipper was Tinus de Boer uit Lekkerkerk en zijn stuurman-knecht was Hein de Haan uit Rijnsburg. Alle informatie over de TROMP en haar bemanning is welkom… g.j.k.vdberg@gmail.com, tel. 06 53701812

In memoriam W.J. Gouwens (1927-2016)

In 2014 en 2015 verscheen in zes delen ‘Een schipper schrijft geschiedenis’ in ons verenigingsblad (nummers 214/3 t/m 215/2). Dit was het levensverhaal van de heer W.J. Gouwens. Op 19 maart is de heer Gouwens op 88-jarige leeftijd overleden. Het levensverhaal is door zijn dochter Leja Gouwens herschreven en in volledige vorm tijdens de uitvaart ter beschikking gesteld aan belangstellenden. Er zijn nog ongeveer 50 exemplaren over. Op de René Siegfried zijn een aantal exemplaren ter medeneming aanwezig. Het boekje kan ook per post worden toegezonden door overmaking van € 3,95 portokosten op rekening NL89 INGB 0758 1017 24 t.n.v. L.J. Gouwens en onder vermelding van uw adres.

.Het Zoeklicht is het digitale magazine van vereniging 'De Binnenvaart'.

Hier kunnen onze leden berichten achterlaten, oproepen plaatsen en discussies voeren.
Zelf berichtjes plaatsen? Stuur dan een mail naar: roeiboot@debinnenvaart.nl