Niet bij het juiste woord aangeland?
Typ het gezochte woord in het zoekvak links en klik op zoek!
Vink 'in Binnenvaarttaal' aan als U meer dan alleen een verklaring zoekt.
Woordenlijst I
~Ielbūs: boeierachtig
type bunschip,
voornamelijk gebruikt
voor
het transport van levende vis.
~I.F.K.S.,
Iepen Fryske Kampioenskippen Skūtsjesilen:
organisatie van
eigenaren van skūtsjes,
die tot doel heeft jaarlijks
een aantal wedstrijden voor de aangesloten leden te organiseren.
Opgericht 1981.
: ijkmerk dat van toepassing is op de Duitse zee armen. Voor zover
bekend van toepassing op de beneden Brake, op de unterweser, en beneden
Hamburg op de unterelbe.
Een ijkschaal kan gebruikt worden om de hoeveelheid lading die er in of uit het schip gegaan is te bepalen. Ze zijn, door hun plaatsing, minder geschikt om de diepgang van een vaartuig te
bepalen; daartoe dient de diepgangschaal.
~ijsbericht:
door Rijkswaterstaat
verspreide mededelingen over de aanwezigheid van ijs op de vaarwegen
en de eventueel, daarmee verbandhoudende, vaarverboden.
~ijsbeuker, ijsbreker(2):
zwaar houten blok aan een lange stok, of soortgelijke constructie in
staal,
waarmee men het ijs rond het schip brak Soms ook tijdens de vaart(2)
gebruikt.
Op het moment van schrijven is het nog niet bekend of elders
te lande, dan op de Langedijk, ijsboeiers gebouwd zijn.
~ijsboord: 1> ijsbord, ijsplank:
bij ijsgang, rond de waterlijn
van het voorschip
aangebrachte houten
constructie,
die beschadiging van de gangen
door
ijsschotsen
moesten voorkomen. 2> soort van losse stalen kop,
die men bij ijsgang voor het schip
kon
hangen.
~ijsbootje, ijsboot:
meestal een kleine
open boot
met buitenboordmotor,
waarin een
vrieskist
geplaatst is en waarmee men langs pleziervaartuigen vaart om ijs (en
soms
nog andere zaken) te verkopen. [A>]
Deze vorm van beroepsvaart
is vrij
nieuw
en komt alleen in gebieden waar veel pleziervaartuigen op het water
komen,
voor. Gerelateerde term: leurboot.
~ijsbrekersteven,
ijssteven:
(vaak)
een steven,
die vanaf net boven de waterlijn,
vrij
sterk
schuin naar achter loopt, waardoor het vaartuig
op het ijs zal schuiven. Bovendien is de steven extra stevig en zwaar
uitgevoerd.
~ijsclausule:
in de overeenkomst tussen schipper en bevrachter op genomen clausule volgens welke men, wanneer men door ijsgang niet kan varen, voor elke dag dat men gedwongen stilligt een vergoeding krijgt.
Deze vergoeding bedraagt vaak ongeveer 50% van het wettelijk geregelde overliggeld. Naar het schijnt kan, wanneer deze clausule niet in de overeenkomst is opgenomen, deze vergoeding middels de rechter toch worden afgedwongen.
~ijsdam:
stuwwal van drijfijs.
~ijsduin:
in meerdere lagen op elkaar geschoven veld drijfijs. Mogelijk gelijk aan ijsbank.
~ijsploeg:
voor een schip,
meestal een sleepboot,
geplaatste
drijvende
constructie, die onder het ijs
schuift en daardoor het ijs breekt,
waardoor
het schip dus als ijsbreker
gebruikt
kan
worden. Vergelijk: ijsslof.
~ijsschoen, ijsslof,
ijsschuif:
voor een schip, meestal
een sleepboot,
geplaatste drijvende constructie, die op
het ijs schuift en daardoor
het
ijs breekt, waardoor het schip dus als ijsbreker
gebruikt kan worden. Vergelijk: ijsploeg.
~IJsselaak: vrachtscheepje
van het type aak(1).
IJsselaakjes hebben een voorstevenbalk
en zijn over het algemeen wat kleiner dan bijv. de Hagenaar
of de Hasselteraak.
Ze hebben
meestal
een beetje volle en hoge kop,
een geveegd(1)achterschip
en een fraaie zeeg. De boeisels,
op voor- en achterschip
staan meestal in lijn met de romp,
soms
vallen
ze iets naar binnen. [A>]
Het
type is ontstaan rond de Hollandse IJssel. Ze werden veelvuldig voor
het
vervoer zand, riet en bouwmaterialen gebruikt. De Rietaak
en de Zandaak worden
vaak tot de
IJsselaken
gerekend, terwijl de IJsselaak op zijn beurt soms weer tot de Boeieraken
gerekend wordt.
Verwante term: IJsseljacht.
~IJsselmeerkotter: motorvaartuig dat gebruikt
wordt voor de visvangst op het IJsselmeer.
~IJsselmeervisser: 1>
willekeurig vaartuig,
dat gebruikt wordt om op het IJsselmeer vis te vangen. De nieuwe types
worden over het algemeen motorkotter,
soms ook IJsselmeerkotter, genoemd. [A>] Tot de oudere
types behoren
ondermeer: de Aken(2), de Bollen(1),
de Zeeschouwen, de Schokker,
de Staverse jol,
de Botter
en de Zeepunter. 2>visser die
hoofdzakelijk op het IJsselmeer vist.
~IJsselmeervisserij:
de visserij op het IJsselmeer.
~IJsselschipper: schipper,
die zand beugelde en
vervoerde op de
Hollandse
IJssel.
~IJsseltjalk:
niet al te
grote Hollandse
tjalk, echter minder hoekig en wat sierlijker van lijn.
Vooral voor
het beugelen en
transport van zand
gebruikt.
Vaak voorzien van paviljoen(2).
De
mooiste
scheepjes werden soms IJsseljacht genoemd. [S>Tjalken.]
~ijstoeslag:
bepaalde extra vergoeding aan de schipper, wanneer er bij ijsgang of vriezend weer gevaren moet worden.
IJstoeslag wordt soms ook ijsgeld genoemd.
~ijsversterking:
in verband met het varen door ijs in het voorschip aangebrachte verstevigingen.
Deze verstevegingen bestaan meestal uit extra dikke huidplaaten, extra of extra zware spanten en mogelijk ook stringers. Spanten en platen kunnen ook als dubbeling aangebracht zijn. IJsversterkingen treft men niet alleen op ijsbrekers, ijsbrekende sleepboten, maar ook op diverse vrachtschepen, in het bijzonder tankschepen, aan.
~ijsvrij:
zonder noemenswaardige hoeveelheden vast ijs of drijfijs.
~ijszaag:
lange handzaag met zeer
grove
vertanding. De ijszaag wordt onder andere gebruikt bij het doorijzen
en wanneer men bij ijsgang
een strook
rond
het schip ijsvrij wenst
te houden.
~IJveer:
naam en algemene aanduiding voor de vaartuigen van het Gemeentelijk
Vervoer Bedrijf Amsterdam, waarmee een oeververbinding tussen het
centrum van de stad en Amsterdam-noord onderhouden wordt. [A>]
Reeds in 1308 wordt er gesproken van een veerdienst tussen de
monding van de Amstel en de Volewijk (Voelwije) in het huidige
Amsterdam Noord. Of het IJveer daarmee een plaatsje in het Guinessbook
of records verdient, is me niet bekend.
~inblaascompressor:
onderdeel bij een inblaasmotor. Luchtpomp waarmee de inblaaslucht onderdruk gebracht wordt.
~inblaaslucht:
gecomprimeerde lucht waarmee, bij inblaasmotoren, de brandstof in de verbrandingsruimte gebracht wordt.
~inblaasmotor, compressormotor:
in 1893 door Rudolf Diesel ontwikkelde motor, waarbij de brandstof met behulp van samengeperste lucht in de verbrandingsruimte gebracht wordt. Deze lucht had men nodig om de brandstof, tegen de compressiedruk in de cilinder in, in de verbrandingsruimte te brengen. In 1927, met de komst van de, door Robert Bosch uitgevonden, hoge druk brandstofpomp kwam er langzaam een eind aan het bestaan van deze inblaasmotoren.
~inblaasvat:
onderdeel bij een inblaasmotor. Luchttank waarin de voor de brandstofinspuiting noodzakelijke, gecomprimeerde, lucht wordt opgeslagen.
~inbuigen:
van inhouten of
stalen spanten:
door buigen passend maken.
~inclinatie:
de mate waarin de ligging van een kompasroos of naald afwijkt van horizontaal.
De inclinatie is eigenlijk de hoek dat een vlak ten opzichte van een standaard vlak heeft. De inclinatie van het aardmagnetisme ten opzichte van het aardoppervlak in Nederland bedraagt ca. 67 graden. Op de magnetische polen van de aarde is dat 90 graden. De voor Nederland geproduceerde kompassen zijn gecompenseerd voor de in Nederland voorkomende inclinatie. De kompasroos, naald, zal dus horizontaal liggen. Reist men echter verder noordwaarts dan zal het kompas steeds verder voorover gaan duiken.
~inhieuwen, hieuwen: 1> van ankers: het omhoog halen van het
anker.
De term is voornamelijk van toepassing wanneer het anker met
de hand of met een braadspil,
stukje
bij beetje omhooggetrokken wordt. Wanneer men een ankerlier gebruikt, spreekt men in
het
algemeen van opdraaien of
indraaien.
2> in het algemeen:
iets naar boven of naar zich toe trekken.
~inhout: 1>spant:
willekeurig stuk hout, dat na het aanbrengen van de gangen
(men bouwt dus op mallen), aan de binnenzijde tegen deze gangen
bevestigd
wordt. 2>spant:
verzamelnaam voor alle houten
verbindingsdelen
aan de binnenzijde van de romp. 3>staander.
~inkel:
trechtervormig net in een fuik
(zie ook kruik) of in
een kuilnet.
~inklaren:
de
douaneformaliteiten bij
het binnenkomen van een land vervullen.
~inkorten: 1> van een schip:
ongeveer uit het midden van een schip, een stuk weghalen en daarna
beide
delen weer aan elkaar lassen. 2> van een mast:
van de onderzijde een stuk afhalen. 3> zie opkorten.
~inkorthaak:
op een moderne hijshaak gelijkende haak echter met een zeer smalle bek bestemd om rond kettingschalmen te haken.
[E>inkorthaak]
Gerelateerde term: inkortklauw.
~inkortklauw:
twee-tenige korte en stevige metalen 'haak', die om een kettingschalm past, waarmee men kettingstroppen in kan korten. Vroeger vaak met langere 'tenen' en ook duivelsklauw genoemd. [E>moderne inkortklauw]
Gerelateerde term: inkorthaak.
~inkrimpen: 1> het schip
met de kop in de wind
draaien en houden. 2>oploeven.
(In beide betekenissen vrij onbekend.)
~inlaat: 1>
uitsparingen
in het lijfhout
waarin de dekdelen
eindigen. 2> Uitstulpingen aan een dekdeel,
daar waar het
het lijfhout
raakt, en waartegen het naast liggende dekdeel eindigt. 3>huiddoorvoer
waardoor buitenwater
in het schip
kan komen. 4> uitsparing in de ondergrond,
waarin een
voorwerp geheel
of gedeeltelijk verdwijnt.
INGELATEN GANG
: een gang,
die tussen de
andere gangen aangebracht is en waarbij de naast liggende gangen
versmald zijn. Zie ook insteker.
~inlegpremie:
bedrag dat men
moet
betalen
wanneer men als deelgenoot
bij een onderlinge
toetreedt (meestal een zeer klein percentage van de verzekerde waarde
van
het schip).
~inlegspie,
meeneemspie:
bij oudere 'werktuigen' een veel gebruikt 'machine'onderdeel. Een klein
'balkje' van staal dat klem in een uitsparing op een as past, maar
meestal een met een zeer geringe speling in de ruimte, uitgespaard in
het voorwerp rond die as, ligt. Onder andere toegepast tussen schroefas
en schroef en tussen de verschuifbare tandwielen van lieren en de
lierassen.
~inlieren:
iets met een lier naar 'binnen'
draaien.
~in-lijn-koppeling, langhalskeerkoppeling:
keerkoppeling
waarbij de verschillende mechanismen zoveel mogelijk achter elkaar
geplaatst
zijn en waarbij de ingaande en uitgaande as op
één lijn
liggen.
~insteekhaven:
vrij smalle haven,
die direct op een vaarwater
of andere
haven
uitmond.
~insteken:
EEN NIEUW BOORD INSTEKEN
:
bij houten schepen een
(deel) van een gang
of boord vervangen.
~insteker: 1>gang
die, tussen andere gangen in ligt en bij één van
de stevens
begint, maar niet tot de andere steven doorloopt. 2> het
midderste
deel van het boeisel
bij ondermeer de botter. 3>
vrij onbekende term voor een opsteker,
die
tegen de onderkant van de botteloef
aangebracht
is.
~instructieschip:
meestal niet varend schip,
waarop
praktijklessen voor de binnenvaart
gegeven worden. Zie ook: opleidingsschip.
~instructievaartuig:
meestal een varend schip,
waarop
praktijklessen voor de binnenvaart
gegeven worden. Zie ook: opleidingsschip.
~insplitsen: 1> door middel van een splits vormen of met elkaar verbinden.
Het is in dit geval moeilijk aan te geven wanneer men alleen het woord splitsen danwel het woord insplitsen moet gebruiken.
2> een voorwerp in een touw
of een staaldraad opnemen, door het touw, of de staaldraad, strak om het voorwerp te leggen en met een splits vast te zetten.
~intimmeren:
voor permanente bewoning geschikt maken.
Zie
ook: betimmeren,
~invaart: 1> een doorvaart,
die toegang tot een min of meer afgesloten gebied, bijv. een haven,
een sluis e.d., geeft,
maar ook de toegang
van
een meer naar smal water o.i.d. 2> de schepen,
die invaren.
verwisselbaar deel in de zuigerbodem. Bij Kromhout motoren wel 'paddestoel' genoemd.
Men spreekt van zuigerbodem, maar men bedoelt de bovenkant van de zuiger. De kant die gesloten is.
~inzinking:
de afstand tussen
de
huidige waterlijnen
de waterlijn van het ledige schip.
HET VLAK VAN INZINKING
: het vlak dat door de, op dat
moment heersende, waterlijn loopt.
HET VLAK VAN GROOTST TOEGELATEN INZINKING
:
het vlak dat, bij een volledig geladen schip, door de dan heersende
waterlijn
loopt. Dit vlak is d.m.v. ijken
of inzinkingsmerken
op het schip aangegeven.
~I.V.R.,Internationale
Vereniging
het
Rijnschepenregister:
Internationale Vereniging voor de behartiging van de gemeenschappelijke
belangen van de binnenvaart en de verzekering en voor het houden van
het register van binnenschepen in Europa.
(citaat website I.V.R.)
~IVS-post:
kantoor, waarin de gegevens met betrekking tot de aangemelde schepen verzameld wordt.
Zie ook: I.V.S.90.
~I.V.S.90,
Informatie- en VolgSysteem Scheepvaart: Scheepvaart begeleidingssysteem, dat voornamelijk gebruikt
maakt van marifoonverbindingen
tussen de schepen en IVS-posten. [E>]
Verwant: Z.H.I.S.