banner
Naar de Verenigingssite Naar Binnenvaarttaal
Niet bij het juiste woord aangeland?
Typ het gezochte woord in het zoekvak links en klik op zoek!
Vink 'in Binnenvaarttaal' aan als U meer dan alleen een verklaring zoekt.



Woordenlijst E



~eb:
1> ebbe:
de periode vanaf hoogwater tot laagwater.
2> laagwater:
de lage waterstand op getijdewater.
3> ebstroom.
Deze drie begrippen worden door elkaar gebruikt maar eigenlijk is de eerste betekenis de enig juiste.

Geralateerde termen: kentering, stil water, laagwaterspring, middenstand, vloed, springtij, run.



~ebanker:
Nog onbekend.




~ebben:
laagwater worden of zijn.




~ebdeur:
de deuren van een sluis aan getijdewater, die bij eb gebruikt moeten worden.




~ebschaar:
zie bij schaar.




~ebstroom, afgaand tij:
de stroming, die een daling van de waterstand op getijdewater tot gevolg heeft.
De sterkste ebstroom treed 3 à 4 uur na hoogwater op, de sterste vloedstroom 4 à 5 uur na laagwater.





~Ecdis, Electronic Card Display Information System:
Bepaalde standaard voor het vastleggen van aanvullende gegevens, die op electronische waterkaarten getoond kunnen worden.




~echt:
Zie bij hecht.




~echo:
1> verkorting van echolood. zie bij dieptemeter.
2> radarecho.




~echoën:
onvolledige benaming voor electronische plaatdiktemeting.




~echolood:
zie dieptemeter.
Verwante termen: loodlijn, loden.




~ecokaart, ecocard:
kaart waarmee men de eigenbijdrage, in het kader van het scheepsafvalstoffen verdrag (S.A.V.), voor de verwijdering van oliehoudend afval kan voldoen. [E>] Opvolger van de bilgekaart. Zie ook: ecorekening.




~ecorekening, ecokaartrekening, ecocardrekening:
girale rekening waarop men een tegoed dient te hebben, wil men met de ecocard, de verplichte bijdrage voor de afgifte van oliehoudend afval kunnen betalen.





~E.D.O.S., Eerste Drentse Onderlinge Schepenverzekering:
Onderlinge uit Meppel. Later opgegaan in de F.M.H.





~Eemer:
scheepstype, verder niet bekend.




~Eemspunt:
scheepstype, nog onbekend.@





~Éénbaksvaart, 1-baksvaart:
de vaart met de combinatie van één duwboot en één bak. [A>]
Ik ben de term nog niet tegen gekomen, maar het is een logisch gevolg op de termen twee-, vier- en zesbaksvaart.






~Eendracht: Compact, de Eendracht, Wildervank 1857.
Redelijk bekende Onderlinge.





~Eengangsboot:
zie bij Boatsje.





~één-handelbediening:
bedieningssysteem voor scheepsdiesels, waarbij 'gas' en keerkoppeling met één handel bedient worden.
[A> Aanverwante afbeeldingen]





~Eénmanssomp:
zie bij Somp(Vriezeveense turfsomp).





~éénmaster:
schip met één mast. De term wordt alleen gebruikt om onderscheid tussen één, anderhalf en tweemasters te kunnen maken.




~éénrompsschip:
goed Nederlands voor monohull; term die gebruikt wordt om onderscheid te maken tussen normale schepen en schepen met meerdere rompen.
Gerelateerde termen: meerrompsschip, catamaran, duoromp, swath.



~éénschijfsblok:
ongebruikelijke benaming voor een enkelschijfsblok.




~Eensgezindheid: 
Onderlinge. Opgericht 1882. Was gevestigd in Hasselt (Ov). In 1999 gefuseerd met de F.M.H. tot E.F.M.




~eer:
de golfslag en kolking rond de kop van een krib. Zie ook kribstroom, neer.





~ Eerste Nederlandse Scheepsverband Maatschappij :
oudste scheepshypotheekbank op gericht in 1899 te Dordrecht. Algemeen bekend als de Dortse Bank.





~E.F.M.
 Eensgezindheid Friese Maatschappij:
In 1999 uit een fusie van de F.M.H. en Eensgezindheid ontstane Onderlinge. Gevestigd te Meppel.




~eft:
zie bij heft.




~egaliseren:  
na het baggeren, met behulp van een ploegsleepboot en een baggerploeg, bulten en ruggen, die in de bodem ontstaan zijn, gelijk trekken.



~eigenhandel:
lading, die door de schipper gekocht, vervoerd en verkocht wordt. Zie ook: eigenvracht, uitventen en negotieschipper.



~eigenschokker:
riviervisser waarbij de schipper, tevens de eigenaar van het vaartuig en het visgerei is.
Zie ook kantoorschokker.
Behalve de kantoorschokker en de eigenschokker kende men ook nog vaartuigen varend met een zetschipper. De eigenaren van dit soort schepen verenigde zich soms tot een ploeg of vennootschap en vormde op die wijze eigenlijk weer een soort kantoor.





~eigenvaart:
de vaart met eigenvracht.



~eigenvisser:
1> drijfnetvisser, die vist in water van zijn eigen vereniging/coöperatie en de gehele opbrengst voor zichzelf mag houden.

2> eigenaar van een eigenschokker.



~eigenvracht:
lading, voor een bedrijf, die door dat bedrijf, met een schip van het bedrijf, vervoerd wordt. Vroeger vrij vaak voorkomend, later voornamelijk beperkt tot de zand- en grindvaart en de tankvaart.




~eigen-wal :
de stuurboordswal.



~eik:
bruin baaien visserskledij (jas plus broek).




~Eiker:
oud scheepstype. @gegevens nog onbekend.





~eikous:
gesloten, gootvormig stuk gegalvaniseerd staal dat eivormig gebogen is.
Eikousen worden meestal als staaldraadkous gebruikt. Ze zijn over het algemeen vormvaster dan de gewone puntkous. Een enkele maal ziet men ze ingebruik als touwkous.





~eind, reep:
een stuk touw soms ook staaldraad; lengte en dikte onbepaald.
Gerelateerde termen: vooreind, voordraad, achtereind, achterdraad, steekeind, achtersteekeind, spring, tros, landvast.
[U>]





~eindfok:
@niet bekend, mogelijk een geifok?



~eindhelling:
binnenhelling. (Vrij ongebruikelijke term.)



~eindschut:
de laatste (of eerste) sluis van een kanaal.





~eitje:
eivormige greep als deurkruk.







~el:
lengte maat.
AMSTERDAMSE EL
: ca. 68 cm.
ENGELSE EL
:  ca. 91 cm. = 1 yard. Deze werd gebruikt voor zeildoek. Kort na invoering van het decimale stelsel, rond 1820, kwam 1 el overeen met 1 meter. [T>]




~Elbekahn, Elperkahn, Elbeschip:
1> scheepstype.  Nog onvoldoende bekend. Vrij fors houten sleepschip met naar verhouding weinig diepgang.
De in staal gebouwde schepen maten ca. 65 x 8m en hadden een diepgang van 1,8-2 meter. Het laadvermogen bedroeg 660 - 750 ton. Het achterschip is geveegd, maar op berghouthoogte enigzins spits. Mogelijk ook bekend onder de naam 'tausend bretter".
2> Nog onvoldoende bekend.  Vrachtschip met ongeveer het model van een kast en afmetingen die afgestemd zijn op de vaart op de Elbe.




~Elburgse botter:
type Zuidwal botter. Verschillen met andere Zuidwal botters nog niet bekend.





~electro-veerboot:
electrsich aangedreven pontje, vaak een kabelpontje.





~elevator:
1> oude? benaming voor een willekeurig werktuig waarmee gehesen, gezogen of opgeschept kan worden. Alleen? nog in graanelevator gebruikt.
2> zie bakkenzuiger.





~elevatorbak:
beunbak vaak ook beunschip met beunwanden die schuin naar binnen staan.
Door de schuine wanden ontstaat er een klein 'vloer'oppervlak hetgeen het lossen met grijpers, lepelgravers en dergelijke vereenvoudigd.






~elevatortransporteur:
zie bij bunkermachine.




~elgen:
voor een werfbeurt de helling opgaan. (Overijssels?)





~elger, aalelger:
1> ijzeren hark met 20-25 zes à zeven centimeter lange tanden, die de visser over de bodem harkt in de hoop daarmee aal te verschalken.

2> zie aalschaar.





~Elperkahn: Elbekahn?





~embarkeren:
aan boord(4) gaan, laden, inschepen. In de binnenvaart, behalve in sommige reglementen, wordt deze term nauwelijks gebruikt.





~emmer:
1>
emmerzeil.
2>
bak van een emmerketting.
De emmers kunnen gelast of geklonken zijn, maar ook gegoten emmers kwamen wel voor, terwijl men in 'oude tijden' zelfs houten emmers gebruikt heeft. De bovenrand van de emmer is vervangbaar en bestaat uit een harde staallegering. De inhoud van de emmers is afhankelijk van de grootte van de baggermolen. De grootsten kunnen zo'n 1200 liter bevatten. Emmers die gebruikt worden voor het baggeren van grind zijn voorzien van gaten, waardoor het meegevoerde water afgevoerd kan worden.
De stoombaggermolen 'Vooruit' gebruikte baggeremmers met een inhoud van 250 of 275 liter. De snelhied bedroeg 16 tot 32 emmers per minuut, respectievelijk in zand, in bagger.






~emmerbaggermolen, baggermolen, emmermolen :
emmermolen welke hoofdzakelijk gebruikt wordt om vaarwegen, havens e.d. te graven of uit te diepen.





~emmerinhoud:
de inhoud van een emmer van een emmermolen. De inhoud varieert tussen de 250 en 1200 liter.





~emmerladder:
onderdeel van een emmermolen. De emmerladder vormt de geleiding voor de emmerketting. Het bovenuiteinde is scharnierend bevestigd in de hoofdbok, terwijl het onderuiteinde, opgehangen aan de ladderbok, tot op de gewenste diepte neer gelaten kan worden.





~emmermolen, laddermolen:
drijvend graafwerktuig dat met emmervormige bakken, bevestigd aan de emmerketting, materiaal van de bodem schraapt. Emmermolens worden zowel gebruikt voor het 'opgraven' van bagger, als van zand, grind of klei.
Gerelateerde termen: baggermolen, grindmolen, stoombaggermolen, hoppermolen, emmerladder, hoofdbok, ladderbok, vijfkant, trilzeef, grindemmer, baggeremmer, stortbak, stortgoot.
voorlier, zijlier, achterlier, boegbak.
Rond begin 16de eeuw ontwikkelde methode om bagger e.d. vanuit grotere dieptes omhoog te brengen. Voordien werden schepraden, schuiven, beugels en scheppen gebruikt. De emmermolen is tot na de tweede wereldoorlog volop actief geweest. Vanaf die tijd wordt het werklangzamerhand steeds meer overgenomen door zuigers en kraanschepen, maar nog steeds worden er emmermolens gebruikt. De molens werden aangedreven door mensen (slingers en tredmolens), paarden en ezels (tredmolens), stoommachines en dieselmotoren, terwijl men op stevig stromende rivieren zelfs van het stromen van de rivier zelf gebruik maakte. De emmerinhoud loopt uit een van 50 liter bij de allerkleinsten tot boven de 1000 liter bij de grootsten. De snelheid van de emmerketting loopt (voor zover bekend) uiteen van 16 tot 32 emmers per minuut. Het aantal emmers aan de ketting bedraagt 30 tot 40 stuks.

[E> Verhelderende uitleg op Stoommachineinfo.nl]






~emmertjespomp, noria:
gesloten keten met daaraan emmers, die door middel van een op het dek geplaatst rad, rondbewogen wordt. Een enkel vaartuig had zelfs een windmolentje als aandrijving.
Een emmertjespomp kan een vrij hoge opbrengst hebben, maar door zijn constructie neemt hij nogal veel ruimte in beslag. De pomp is daarom voornamelijk toegepast op de grotere en de zeegaande schepen.





~emmerzeil, emmer
dwarsscheepszeil dat aan de bovenzijde aan een ra bevestigd is en geen rondhout langs de onderzijde heeft.
Vergelijk: razeil.
Eigenlijk spreekt men alleen van een emmerzeil, wanneer het één der hoofdzeilen is. Een emmerzeil dat in combinatie met een langsscheepszeil aan de voorste mast gevoerd wordt, noemt men een breefok, behalve dan op de Duitse schepen, daar spreekt men vaak van een schoverzeil.






~endelschot:
dwarsschot in ondermeer de Giethoornse bok.





~Engelse aak:
Heegeraak, soms ook een Lemmeraak.




~Engelse bak, ammunitiekistje:
vrachtschip met steile stafsteven, vol voorschip, brede gangboorden, ca. 30 x 5,05 m. @geen verdere gegevens bekend




~Engelse teer:
zie koolteer.




~Engels rood:
roestwerende verf op basis van ijzeroxides. Later geheel verdrongen door ijzermenie





~Engels stuurwerk:
1> wormasstuurwerk, met tegengesteld gesneden schroefdraad op één as.
Zie ook broodwagen.
[A> Meer stuurwerken]

2> soms ook gebruikt ter aanduiding van een contrasturend stuurwerk.




~Englandfahrt
(Mogelijk alleen in zeer beperkte kring in gebruik geweest.)
het plan van de Duitse bezetter om met binnenvaartschepen een landing op de Engelse kust uit te voeren; beter bekend onder de naam: Operatie Zeeleeuw, Operation Seelöwe.  Een groot aantal schepen werd hiervoor in beslag genomen.




~engmazig:
met kleine mazen.




~E.N.I.-nummer, European Number of Identification:
Per 1 april 2007 de opvolger van het Europanummer. [T>]





~enkelgeslagen:
zie kardeelgeslagen.





~enkeljol,
ENKELE JOL
:
de combinatie van één blok en één loper. Dit kan dus zowel een gewone 'omleiding' van een touw (bovenste blok in afb.), als een halflasttakel (onderste blok in afb.) zijn.
In het eerste geval spreekt men ook wel van een wipper, terwijl de tweede vorm ook wel klaploper genoemd wordt. Beiden gecombineerd zoals in de afbeelding vormen een dubbeljol.





~enkellier, enkelschijfsankerlier:
lier met één nestenschijf of draadtrommel. (Weinig gebruikte term.)




~enkelschijfsankerlier, enkelschijfslier:
ankerlier met slechts één nestenschijf.




~enkelschijfsblok, éénschijfsblok:
blok met één schijf.




~enkelschroefs:
met één schroef ter voortstuwing.




~enkelwandig:
van schepen
: deze zijn enkelwandig wanneer er zich tussen de lading en het buitenwater slechts één waterdicht gesloten laag bevindt.
van visnetten
: eenvoudig gezegd zijn deze enkelwandig wanneer er één enkel net gebruikt wordt.
Dit is ondermeer het geval bij sommige stropersnetten. Drijfnetten zijn vaak driewandig.





~enkelwerkend:
bij pompen:

slechts gedurende de helft van de totale beweging water  pompend.
De meeste waterpompen, die met zuigers, plunjers of membramen werken, zijn enkelwerkend. De vleugelkleppomp en enkele zuigerpompen zijn dubbelwerkend.  De term is niet van toepassing op de meeste pompen met een roterend pompsysteem.

bij motoren:

alleen bij neergaande beweging van de zuiger arbeid leverend. Ze meeste motoren zijn enkelwerkend. De verbrandingsruimte bevindt zich boven de zuiger. Dubbelwerkende verbrandings motoren zijn bijna altijd twee-takt motoren.




~enkelwerks:
 bij anker- en draadlieren: een lier met slechts één vertraging.




~enkelwerksas, jaagas, aandrijfas:
de as van een anker- of tuiglier waaraan zich de jachtwielen of slinger(s) bevinden.
Zie ook dubbelwerksas.





~Enkhuizer aak, Enkhuizeraak:
 verwarrende, mogelijke Friese naam, voor Enkhuizer bol.





~Enkhuizer boeier:
niet voldoende bekend. Mogelijk zeewaardig type Boeier uit ca. de 17de eeuw.





~Enkhuizer boot:
nog onbekend.




~Enkhuizer bol, Enkhuizeraak:
scheepstype. Min of meer gelijk aan de Wieringer bol.




~Enkhuizer kempenaar:
kempenaar met duidelijk meer zeeg, dan de normale kempenaar. Een 'krom schip' zoals men het wel pleegt te noemen.


~Enkhuizer schouw:
type Hollandse schouw, waarvan het vlak aan de voorkant in een punt eindigt, waardoor het voorbord ruitvormig is.





~Enkhuizer slag:
speciale methode om een touw op een halve klamp of op de hak van een hakblok te beleggen.





~enteren:
klimmen.
Vroeger voornamelijk gebruikt voor het langs de weeflijnen naar de masttop klimmen.






~Enterse Somp:
zie bij Somp.





~entrepôtdok:
eigenlijk een AFSLUITBARE entrepôthaven, maar vaak gebruikt als volledig synoniem daar voor.




~entrepôthaven, entrepôtdok:
deel van de haven waar, onder toezicht van de douane, schepen met een lading, waarover nog geen invoerrechten betaald is, ligplaats krijgen.




~entrepôtpakket:
pakket met goederen die, vrij van invoerrechten, over de grens meegenomen mogen worden.





~epirb, Emergency position indicating radiobeacon:
noodbaken dat voornamelijk aan boord van zeeschepen gebruikt wordt.





~ePK.:
effectieve paardekrachten. Het aantal PK dat aan de uitgaande as van de motor werkelijk beschikbaar is. Ook nPK, nominale paardekrachten genoemd.





~E.P.S., Ecocard Payment System:
financieel administratief systeem t.b.v. de ecokaart.




~Erdaldoos:
zie bij stuurbak.




~erf:
1> tussendek in de luikenkap.
2> herft.




~erft: herft.




~ernstvuurwerk:
pyrotechnische middelen, waarmee men noodseinen kan geven. Bijv.: vuurpijlen, parachutefakkels, handstakellichten, rooksignalen, lichtkogels e.d.





~estuarievaart, estuariumvaart :
de vaart in en buiten langs de riviermondingen. Ook estuaire vaart genoemd. Hedentendage voornamelijk gebruikt voor de vaart tussen zeebrugge en de Westerschelde.
In bepaalde periodes van onze geschiedenis was het gebied binnen onze kustlijn één grote gatenkaas en voltrok een belangrijk deel van onze 'binnen'vaart op die wateren. Pas de laatste eeuwen is er een wat striktere scheiding tussen binnen en buiten ontstaan, maar de vaart binnen de waddeneilanden, zuiderzee en op de zeeuwse stromen is meer vergelijkbaar met de estuarievaart dan met de vaart op de smalle kanalen. Ook niet elk binnenschip was geschikt voor deze grote wateren. Zij die wel geschikt waren, waagden zich tot in het begin van de 20ste eeuw ook weleens buitenom de waddeneilanden of buitenom naar de Elbe of naar Zeebrugge. Later in die eeuw verdween deze vorm van binnenvaart, maar tegenwoordig worden de laatste twee routes weer wat vaker, door daarvoor goedgekeurde binnenvaartschepen, bevaren.

Zie ook binnen-buitenvaart.





~estuariumvaart:
zie estuarievaart.




~Eurofrachter:
zie eurovrachter.





~Europabak:
bepaalde maten duwbak, dus eigenlijk ook een maatschip.
Men kent de maten
I :   70,00 x 9,50 x 3,00 m, laadver­mogen ca. 1650 ton
II:   76,50 x 11,40 x 3,50 m, laad­vermogen ca. 2400 ton
IIa: 76,50 x 11,40 x 3,90 m, laadvermogen ca. 2700 ton




~Europanummer, Officieel Scheepsnummer :
kortere benaming voor het Internationaal scheepsregistratienummer. Een nummer dat bedrijfsvaartuigen, voor de internationale vaart, zichtbaar dienen te voeren. [A>] [T>]
Per 1 april 2007 wordt dit vervangen door het ENI-nummer.
Verwante termen: brandmerk, teboekstellingsnummer.




~Europaschip:
modern maatschip. Vooreerst hanteerde mende de maten: 95 x 11,5 x 2,7 m. bij een maximale kruiphoogte van 6,7m. Daarbij kwam het  laadvermogen op 2000 ton of meer. Later verdeelde men de schepen in klasse I, II en III (exacte maten nog niet bekend). Tegenwoordig hanteert men over het algemeen de C.E.M.T. klasse indeling.
Gerelateerde term: Europabak.





~Europese Schippers Organisatie, E.S.O.:
overkoeplende organisatie van Belgische, Duitse, Franse, Nederlandse en Poolse binnenvaartorganisaties. Opgericht te Brussel in 1975. [E>]




~Eurovrachter, riverliner, eurofrachter:
Type containerschip. Ca. 86 m. lang en 9,5m breed. Laadvermogen ca. 1500 ton of 90 Teu.





~E.V.: evenredige vrachtverdeling.





~evenementenschip:
niet nauwkeurig omlijnd begrip. In de meeste gevallen een groot dagpassagiersschip dat aan gezelschappen verhuurd wordt. [A>] De kleinere evenementenschepen noemt men over het algemeen partyschepen.






~Ever:
1> laat middeleeuws, zeegaand, vissersschip, soms ook voor vrachtvaart gebruikt en op het ruime binnenwater actief.  @Geen verdere gegevens bekend.
2> in de 17de eeuw, de naam van een klein type vissersschip van de westkust van de Zuiderzee. Verder nog niet bekend.





~expansievat:
onderdeel van een interkoeling, bunkoeling of kielkoeling systeem. Met het expansievat wordt het uitzetten en inkrimpen van de, voor de koeling gebruikte, vloeistof opgevangen.





~expediteur :
1> expediteur binnenvaart: zie bevrachter.

2> in sommige gevallen gehanteerd voor een soort van rederij, die zich voornamelijk bezig houdt met een steeds wisselend vervoersaanbod.
Zij die deze term gebruiken gaan er van uit dat een gewone rederij voornamelijk werkzaam is voor slechts enkele verladers en ontvangers. Tevens gaan zij er vanuit dat de rederij voor het grootste gedeelte vaart met eigen schepen. De expediteur werkt volgens hen voor een wisselend aantal verladers en ontvangers en vaart voor namelijk met gehuurde schepen.


3> persoon die aan de grens de papierwinkel, die bij de in en uitvoer van goederen komt kijken, regelt. [ET> Artikel Maas- en Roerbode over het Grensstation Kempen]





~expeditiekantoor:
gebouw waarin de expediteur zetelt.





~explosiemeter:
meetinstrument waarmee, afhankelijk van het type meetbuis, de aanwezigheid van bepaalde (explosieve) gassen vastgesteld kan worden. In het ADNR is bepaald, welke schepen een dergelijke meter aan boord dienen te hebben en welke niet.





~expresreis:
een reis met lading die voor een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats dient te zijn.
Expresreizen betroffen vaak ladingen die min of meer op het laatste moment nog met zeeschip meemoesten.

Gerelateerde term: datumreis.





~ezel:
Onder Zeeuwse vissers: de uiterton.





~ezelshoofd:
bovenste verbinding tussen tussen steng en ondermast. Een houten ezelshoofd wordt vaak gesteund door ezelsoren.




~ezelsoor, mastwang:
inmiddels vrijwel onbekende termen voor elk der kalven, die het ezelshoofd steunen.

Volgende






© 1997-heden; Vereniging 'De Binnenvaart', Dordrecht. Redactie: Pieter Klein, Leeuwarden.
De rechthebbenden kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van het gebruik van deze site!
Zonder toestemming vooraf, is gehele of gedeeltelijke overname van enig deel uit 'Binnenvaarttaal' verboden!
Over het algemeen zullen de inzenders van het materiaal een verzoek tot het gebruik van het getoonde materiaal inwilligen. (meer informatie)

Deze site is geoptimaliseerd voor Firefox bij een resolutie van 1024x768 px.,

U wordt verzocht eventuele gebreken te melden!  (meer informatie)

Mijn dank gaat uit naar allen, die mij met deze site helpen of geholpen hebben.

Pieter Klein:
Redacteur, auteur, ontwerper en webmaster.




Statistieken