Niet bij het juiste woord aangeland?
Typ het gezochte woord in het zoekvak links en klik op zoek!
Vink 'in Binnenvaarttaal' aan als U meer dan alleen een verklaring zoekt.
Woordenlijst C
~cabotage:
het vervoer door buitenlandse schepen tussen binnenlandse
begin
en eind bestemmingen.
~cachou, catechou,
katsjoe:
sap uit de schors van de acaciaboom. Een belangrijk bestanddeel van taan.
De term wordt soms verward met caoutchouc.
~campagnevaart:
het onder
contract
vervoeren van seizoen gebonden producten, zoals suikerbieten, pakstro
en
aardappelen en de eventuele afval producten hiervan. [T>Evenredige
Vrachtverdeling.]
~Canal-du-Nordschip,
Canal-du-Nordspits: maatschip,
52 à 55 x 5,7x2,5m ca. 500 ton. Het model is ongeveer gelijk
aan
dat van de spits,
maar
dan wel met een veel
scherper voorschip.
~canvas, kanvas:
eigenlijk zwaar doek
gemaakt
van
hennepvezels (cannabis), later uitgebreidt tot al het zeildoek
van natuurlijke vezels.
~caoutchouc,
kaoetsjoek:
sap van de rubberboom mogelijk
gebruikt bij de vervaardiging van taan.
Mogelijk verwarren diverse bronnen het met cachou,
dat in iedergeval voor de bereiding van taan gebruikt wordt.
~carbol:
officieel: fenol. Ook carbolzuur genoemd.
In de binnenvaart vaak gebruikt voor alles wat naar koolteer ruikt. In het bijzonder (afval)water dat door fenolen verontreinigd is.
~carbolzalm:
zalm die naar carbol ruikt en smaakt.
een constructie met twee haaks op elkaar staande assen waardoor, in
zekere
mate, draaiing in alle richtingen mogelijk is. In de binnenvaart
gebruikt voor zaken, die min of meer, 'waterpas' moeten blijven, zoals
olielampen en kompassen.
~cardanstuurwerk: stuurwerk
dat gebruik maakt van assen en een haakse overbrenging (vaak het
differentieel
van een vrachtwagen) naar de roerkoning.
[A>]
Oorspronkelijk de man die in de stad bij hoge bruggen klaar stond om tegen betaling, de man achter de kar te helpen om tegen de brug op te komen. De kar-ga-door had voor dat doel een eind touw, voorzien van een haak, die aan de as van een kar geslagen kon worden.
~casco:
een in
aanbouw
zijnd schip
waarvan al het ijzerwerk, maar ook niet meer dan dat, gereed is of een
bestaand vaartuig
wat
in een
soortgelijke
staat verkeert.
TECHNISCH VAARKLAAR CASCO
:
casco waarin de voortstuwing en besturing met alles wat daarbij hoort,
reeds geplaatst zijn.
~cascoreglement:
verzekeringsreglement waarin de
clausules
betreffende
het casco(2),
aldanniet
inclusief
spijkervaste betimmering(1),
opgenomen zijn.
~cascoverzekering:
een
verzekering
die de schade aan het schip, spijkervaste betimmering en werktuigen
dekt.
verbastering
van kattumaram (wat samengebonden boomstammen betekend) of van kola
maram,
een vissersvaartuigje van de Coromandelkust dat uit een aantal
samengebonden
boomstammen bestond. Vaartuig met twee, meestal smalle, met zekere
tussenruimte geplaatste en door een ruim boven het water liggende
constructie (dek) verbonden rompen.
In
de binnenvaart
zijn er tegenwoordig enkele snelle veerboten
en een
enkele rondvaartboot
met een catamaran-achtige romp. [A>]
De catamaranconstructie werd echter al begin twintigste eeuw toegepast
bij het motorveer te Nijmegen.
Als er geen ruimte tussen beide rompen overgelaten is spreekt men van
een duoromp.
Gerelateerde termen: éénrompsschip,
meerrompsschip,
duoromp, swath.
Het
begrip twee ligt
niet opgesloten in het woord catamaran, ook wat men een trimaran noemt
is, in feite, een catamaran.
~Caterpillar, cat:
Amerikaanse
fabrikant
van ondermeer scheepsdiesels.
~cattuig: tuigage met
alleen
een grootzeil.
Mogelijk een watersportersterm.
~cavitatie:
verschijnsel dat bij schroeven optreedt wanneer het water te veel versneld wordt. Hierbij kan het materiaal waarvan de schroef
gemaakt is sterk aangetast worden. [T>Schroeven.]
~C.B.O.B.,
Christelijke Bond van Ondernemers in de Binnenvaart,
Nederlandsche Protestantsch-Christelijke Schippersbond,
NPCSB:
Van 1919 tot 1969 Nederlandsche Protestantsch-Christelijke Schippersbond geheten.[E>]
~C.C.R.,
Centrale Commissie voor de Rijnvaart:
een volkenrechtelijke organisatie van de Rijnoeverstaten
(Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, Nederland, Luxemburg) plus
België,
die uiteindelijk alles, met betrekking tot de Rijnvaart,
regelt. [E>]
~cel:
gesloten cel
: in de containervaart;
een door zware
profielen begrensde ruimte waarin een container
geplaatst kan worden.
vrachtschip (ketelschip)
dat speciaal inricht is voor het vervoer van onverpakt cement. Het
schip
beschikt daartoe over ladingtanks
waar
los
cement in- en uitgepompt (geblazen, gezogen) kan worden. [A>]
~cementzak:
linnen zakje gevuld met cement, waarmee men
na de
eerste keer teren
de nog
plakkende teer
beklopt,
om bij de tweede keer te kunnen zien wat men al wel en nog niet gedaan
heeft.
~C.E.M.T., Conférence Européenne des Ministres de Transport,
Europese
Overeenkomst van de Ministers van Vervoer:
Overeenkomst waarin ondermeer een klasse indeling van vaarwegen
vastgelegd is.
Deze klasse indeling is thans (2008) als volgt:
klasse
standaardschepen
type
lengte
(max., m)
breedte
(max., m)
diepgang
(max., m)
tonnage
(ton)
hoogte
(max., m)
0
Kleine
vaartuigen
<250
I
Spits
38,5
5,05
2,2
250-400
4
II
Kempenaar
50-55
6,6
2,5
400-650
4-5
III
Dortmund-Eemskanaalschip
67-80
8,2
2,5
650-1000
4-5
IV
Rijn-Hernekanaalschip
80-85
9,5
2,5
1000-1500
5-9,1
Va
Groot
Rijnschip
95-110
11,
4
2,8
1500-3000
5-9,1
Vb
VIa
VIb
140
15
3,9
7-9,1
klasse
Duwstel
lengte
(max. m)
breedte
(max. m)
diepgang
(max. m)
tonnage
(ton)
hoogte
(max. m)
IV
85
9,5
2,5-2,8
1250-1450
5,25-7
Va
95-110
11,4
2,5-4,5
1500-3000
5,25-9,1
Vb
172-185
11,4
2,5-4,5
3200-6000
5,25-9,1
VIa
95-110
22,8
2,5-4,5
3200-6000
7 -
9,1
VIb
185-195
22,8
2,5-4,5
6400-12000
7-9,1
VIc
270-280
22,8
2,5-4,5
9600-18000
9,1
193-200
33-34,2
2,5-4,5
9600-18000
9,1
VII
285
33
2,5-4,5
14500-27000
9,1
195
34,2
2,5-4,5
14500-27000
9,1
~Centraal Bureau Rijn- en Binnenvaart,
C.B.R.B.:
de grootste werkgevers- en ondernemersorganisatie in de binnenvaart in
Nederland. [E>]
1> door
de motor aangedreven smeeroliepompje met daarin een aantal druppelaars, waarmee een aantal smeerpunten van olie voorzien wordt.
[A>foto's
en uitleg]
Alhoewel ook de modernere motoren (meestal) vanuit één punt van smeerolie voorzien worden, spreekt men
daarbij zelden van centraalsmering.
Aangezien bij deze systemen de smeerolie door de motorcirculeert, spreekt men meestal van circulatiesmering.
2>
handbediend oliepompje met leidingsysteem waarmee de tuimelaars van dieselmotoren opgezette tijden van olie moeten worden voorzien. Slechts op enkele oudere motoren toegepast.
~certificaat
van onderzoek, c.v.o.:
scheepsdocument, dat afgegevens wordt wanneer een schip aan de eisen,
welke
ondermeer in de binnenschepenwet
gesteld worden, voldoet.
~Chaland: 1> Frans woord voor een vrachtschip in het algemeen.
2>
een vrachtschip
dat door een verlader
ingehuurd
is om een lading in meerdere reizen te vervoeren.
~chartervaart: 1>
sinds ca. 1970: het varen
met betalende
passagiers
op voormalige, thans weer zeilende, bedrijfsvaartuigen
of daarop gelijkende schepen.
Rederij van binnenvaartgastankers. In augustus 1965 ontstaan als dochtermaatschappij van het samenwerkingsverband tussen Rederij "van Ommeren" en rederij "Vulcaan". Beide rederijen waren al op beperkte schaal actief in het transport van gas, doch Chemgas werd de eerste rederij die zich uitsluitend op het transport van gas toelegde. Inmiddels is Chemgas de belangrijkste, en de toonaangevende gasvervoerder op de West-Europese binnenwateren. Sinds 1985 is Chemgas eveneens actief in de zeevaart, terwijl de dochtermaatschappij CFT Gaz sinds 1991 in het vaargebied van de Rhône werkzaam is. Chemgas is thans een dochtermaatschappij van Reederei Jaegers. (Meer op de website van Chemgas)
[A>Afbeeldingen]
~chemietanker:
tankschip,
speciaal gebouwd voor het vervoer van diverse chemische producten.
Tegenwoordig
vaak voorzien van RVS tanks met verwarming.
~Chockfast Orange:
productnaam. Kunststof hars dat als motorvulling gebruikt kan worden.
~chocoladebruin:
donkerbruine kleur, die vroeger veel vuldig op schepen toegepast werd.
De kleur werd vaak niet verkregen met behulp van lakverf, maar door
blankstaal in de lijn of standolie te zetten. Chocoladebruin werd vaak
gecombineerd met havannabruin.
~circulatiesmering,
druksmering:
smeersysteem waarbij de smeerolie (onder druk) door het motorblok
circuleert.
~circus van Assmanhausen:
het circus van Assmanhausen was de bijnaam voor de grote hoeveelheid
paarden en jagers en al hun activiteiten, die, in vroeger
dagen, verband hielden met de schepen die door het Bingerloch getrokken
moesten worden.
~classificatiebureau:
bedrijf
of instelling, dat toezicht houdt op de bouw en/of constructie van schepen,
die aan bepaalde normen dienen te voldoen.
~classificeerdersbedrijf:
bedrijf dat
zich op het
schoonmaken
van ruimen, bunkers, ladingtanks
e.d. heeft toegelegd.
~clinometer: 1>
mechanisch
instrument
waarmee de
zijwaartse
helling, de slagzij,
van een schip
gemeten wordt. 2>
electronisch
instrument waarop zowel de langs-
als de dwarsligging
aangegeven
wordt. [A>]
~coaster,
kuster,
kustvaarder,
buitenvaarder:
schip
geschikt voor de vaart buiten de binnenwateren.
vroeger: voornamelijk bestemd voor de vaart op de Noord- en Oostzee of
relatief
dicht langs de kust. Tegenwoordig is het vaargebied bijna onbeperkt.
Zie ook: Rijn-zeeschip
en kruiplijncoaster.
~coastersteven:
iets
vooroverhellende,
vrij scherpe, steven,
die, naar boventoe,
met
een toenememde straal, afgerond is. [A>]
~cobratros:
zware tros/kabel, die deels uit manilla en deels uit staaldraad bestaat.
In tegenstelling tot herculestouw ligt het staaldraad bij cobratros veelvuldig aan de oppervlakte, waardoor het manilla minder last van slijtage heeft. Ook is het aandeel staaldraad groter.
~cofferdam:
Engels voor kofferdam,
zelden
zo
geschreven in het Nederlands gebruikt.
~cokeskrabber:
stalen staaf met dwars geplaatste plaat, waarmee men cokes tremt(3).
~connesement:
foutieve schrijfwijze van cognossement.
~connossement:
modernere schrijfwijze van cognossement.
~commandobrug:
vooral in de begin
periode van de
stoomvaart
gebezigde
term voor wat later de brug(3)
of de stuurstand
genoemd wordt.
~Commissie Binnenscheepvaart:
voor zover bekend: in verband met de meningsverschillen tussen verladers en vervoerders over het functioneren van de evenredige vrachtverdeling door de overheid ingestelde commissie.
~compactjet:
(productnaam?) soort boegschroefsysteem,
waarbij de schroef als een soort pomp werkt en in- en uitlaat in
dezelfde
draaibare behuizing ondergebracht zijn.
~compartiment: 1>
afdeling: soms gebruikt
voor de vullings(3). 2>
meestal kleine, (waterdicht) afgesloten, ruimte.
~compenseren:
met behulp van kleine magneetjes en stukken weekijzer afwijkingen, die een kompas o.a. door magnetische stoorvelden van het schip krijgt en die men deviatie noemt, zo ver als mogelijk is, neutraliseren.
~composietschip:
(vracht)schip gebouwd van met vezels versterkt kunststof. [E>]
~compositiebouw:
bouwwijze,
waarbij
verschillende materialen (meestal hout en ijzer of staal) worden
gebruikt,
om een romp te
construeren.
~compressor,
luchtcompressor:
apparaat waarmee lucht samengeperst wordt.
door de hoofd- of hulpmotor aangedreven compressor die de startlucht
verzorgt en die soms tevens de lucht voor pneumatisch gereedschap,
zoals
de naaldenbikhamer
levert.
d>luchtcompressor:
electrisch aangedreven luchtpomp, die bijv. de lucht voor de scheepshoorn
levert.
~container: 1> Engels woord voor elk vormvast voorwerp waarin iets verpakt kan worden.
2> meestal:
een gestandaardiseerde, rechthoekige, stalen, constructie, meestal geheel gesloten en aan de kleinste zijde van een dubbele deur voorzien. Containers worden voornamelijk voor het vervoer stukgoederen
gebruikt.
Verwante term: laadkist.
Voorkomende standaardmaten: 20 voet (6m)
container:
l: 5898 mm, b: 2350 mm, h: 2390 mm; totaalgwicht: 30.480 kg,
lediggewicht: 2.230 kg, laadvermogen: 28.250 kg max. inhoud: 30,1
m³. 40 voet
(12m) container:
l: 12032 mm, b: 2350 mm, h: 2390 mm; totaal gewicht 30.480 kg,
lediggewicht: 3.740 kg, laadvermogen: 26.740 kg max., inhoud: 67,6
m³. 40 voet
hoog: l: 12032
mm, b: 2350 mm, h: 2695 mm; totaalgewicht: 30.480 kg, lediggewicht:
3.940 kg, laadvermogen: 26.540 kg max., inhoud: 76,2 m³.
Gerelateerde term: TEU.
~containercel:
in het ruim geplaatste stalen constructie waartussen precies
één container past. Met de toepassing van het zogenaamde
cellen systeem vervalt de noodzaak de containers stuk voor stuk apart,
met de hand, te moeten vergrendelen.
anno 2009 nog niet in gebruik zijnde term voor een duwschip
gebouwd voor het vervoer van containers.
~containergeleider:
stalen constructie, meestal alleen aan de achterzijde van het ruim, die
moet voorkomen dat de container, in zijn vlucht, andere delen van het
schip (zoals de stuurhut) beschadigt.
~containerkraanschip: containerschip
uitgerust met een flinke hijskraan, waarmee het mogelijk is het schip te laden en te lossen.
~containeroverslaghaven:
haven met
een belangrijke containerterminal.
1>
een schip dat voor het vervoer van containers gebouwd is. [A>.] 2> schip dat containers vervoert.
Containerschepen (1) kunnen ook andere ladingen vervoeren, net zo goed als droge-ladingschepen containers kunnen vervoeren. Containerschepen beschikken in het algemeen niet over een ruimafdekking.
Wanneer containerschepen 'gewone lading' vervoeren dan zijn, net zoals bij de overig vrachtschepen, ruiminhoud en laadvermogen
belangrijke maten.
Vervoert men containers, dan gaat het om laadcapaciteit.
Deze wordt uit gedrukt in TEU.
~contrarondtorn:
een slag,
in touw, slang, staaldraad,
enz., tegengesteld aan de voorgaande.
~contrasplits:
splits,
waarbij het uiteinde, niet terug, maar naar het einde toe, weggesplitst wordt. Er ontstaat daardoor een cirkelvormige lus i.p.v. een druppelvormige.
~contrasturend: stuurwerk
dat
tegengesteld
stuurt. Draait men het stuurrad
rechtsom
(met
de klok mee) dan maakt het schip
een bocht
naar
links, naar bakboord.
~constructiewaterlijn,
cwl:
de verwachte
(ledige) waterlijn(1),
zoals die in het lijnenplan
weergegeven
is.
~coöperatief:
onder de riviervissers: coöperatieve verkoopvereniging van vis met een eigen visafslag.
~Coöperatieve Vereniging van Vijfmeterschepen,
CV5M:
belangenorganisatie van Belgische spitsenschippers.
~<CVG,
Commissie Vergunningen Goederenvervoer:
van 1954-1959 onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat
ondermeer belast met zaken omtrent de evenredige
vrachtverdeling. Vanaf 1959 CVV
geheten.
~CVV,
Commissie Vervoervergunningen;
van 1959-1992 onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat
ondermeer belast met zaken omtrent de evenredige
vrachtverdeling. Daarvoor CVG
geheten.
~cycloon,
cycloonreiniger:
onderdeel van een gasgenerator, dat de gasstroom in een wervelende
beweging brengt, waardoor as, stof en teerresten in het onderste,
afneembare deel, de stofbunker, neer zullen slaan. De cycloon is direct
achter de brandstofvergasser geplaatst.
~cylinderolie,
cilinderolie:
olie, die gebruikt wordt om de smeerpunten van een stoomcylinder te smeren. De olie werd echter ook wel gebruikt om het vlak van stalen schepen te conserveren.