Niet bij het juiste woord aangeland?
Typ het gezochte woord in het zoekvak links en klik op zoek!
Vink 'in Binnenvaarttaal' aan als U meer dan alleen een verklaring zoekt.
Woordenlijst Afl
~afladen: 1> een schip tot aan het dek, het bovenboord, of de ijken beladen.
2> alle ruimte aan dek of alle
ruimte aan boord(4) benutten.
~afloskapitein: schipper, die,
meestal op
verschillende schepen
van één rederij,
ingezet wordt, om de vaste
schipper
te vervangen.
~aflosser:
bemanningslid, dat,
meestal op
verschillende schepen
van één rederij,
ingezet wordt, om anderen
te vervangen.
~afmeerlengte:
de voor het afmeren van schepen beschikbare lengte. Bij bunkerstations, bunkerschepen, maar ook bij kades, remmingen en rijen meerpalen, kan de beschikbare lengte meer zijn, dan de totale lengte van de afmeergelegenheid. Het vaartuig steekt dan dus uit. Zie ook kadelengte.
~afschutten,
neerschutten:
het schutten naar
het vaarwater met
het laagste waterpeil.
~afschutting, afschut:
de schutting naar
een lager
peil.
~afsikkelen: 1> een stuk ketting,
door het verwijderen van een sikkel,
losmaken. 2> het anker en een
deel
van de ankerketting
laten schieten, door
een sikkel
te verwijderen.
~afslechten,
slechten:
1> van golven: het afnemen van de golfhoogte.
2> van houten spanten:
de zijde,
die tegen de scheepshuid
komt, dusdanig
afschuinen, dat de gangen
vlak tegen het
spant aan zullen liggen.
~afstandsbediening:
de term kan voor uiteen lopende zaken, waarmee mechanische
werktuigen, op enige afstand, bediend worden, gebruikt worden.
Meestal gebruikt, voor een klein vast bedieningspaneel buiten de stuurhut of een
verplaatsbaar
bedieningspaneel, waarmee roer
en
voortstuwingsmotoren bediend kunnen worden.
~afsteken:
met een scherp voorwerp, bijv. een steekijzer,
verf, roest, teer en/of
aangroeisel
verwijderen.
~afstevenen: 1> tegenwoordig: ergens naar toe varen. 2> vroeger: vertrekken, weg varen.
In de meeste gevallen zal het een sleepboot
zijn, die door achteruit te slaan of door in tegengestelde richting te
'varen' het gesleepte vaartuig wil doen stoppen.
2> op stromend water stil liggen, door
de stroom dood te varen.
~aftapkraan: 1> kraan aan een motor of een onderdeel
van het
koelwatersysteem, waardoor men het water kan laten wegvloeien. 2> kraan aan een waterzak,
waarlangs men het verzamelde water en vuil kan laten afvloeien.
~aftappen:
om bevriezing van de motor te voorkomen, het koelwater uit de motor
verwijderen.
~aftoppen:
EEN BOK AFTOPPEN
: de 'poten' (of alleen het bovenste
deel
daarvan) van een bok(1c)
voorwaarts zover strijken, dat men onder een brug door kan.
~afvaren: 1> met de stroom
mee, of
naar
een lager kanaalpand,
varen. 2> vertrekken, in het bijzonder van schepen, die volgens een
bepaald tijdschema
varen. 3> al varend afleggen.
~afvarig:
met de stroom mee varende. Verbastering van afvarend.
~afvissen: 1>doodvissen. 2> al vissend
een bepaalde
afstand afleggen.
~afvlakken,
afslechten:
van golven: geleidelijk in hoogte afnemend.
~afwaaien: 1> het, door de wind, zijdelings
verplaatsen van het voor-
en/of achterschip. 2> het zakken van het waterpeil
als gevolg van de wind.
~afwaaiing:
daling van het waterpeil
als gevolg van
de wind.
~afzakken:
door wind of stroom
van
de koers gezet worden.
3> een ligplaats waar men heeft moeten laden of lossen ten behoeve van anderen vrij maken en daarbij meestal op korte afstand weer ligplaats kiezen.
~afzinkbaar:
de mogelijkheid hebbend het (tot een bepaalde diepte) af te laten zinken. Meestal gebruikt voor constructies of vaartuigen, die meerdere malen afgezonken kunnen worden, zoals een
~agger:
tijdelijke rijzing van het water gedurende laagwater.
~aggregaat: 1> generatorset,
generator,
220-aggregaat:
combinatie van
een
verbrandingsmotor en een wisselstroomgenerator waarmee een
wisselspanning van ca. 230V opgewekt wordt.
2> eigenlijk: een willekeurige
combinatie van een
aandrijvend en aangedreven werktuig. Men kent bijv. ook een
pompaggregaat (meestal motorpomp genoemd) en een compressoraggregaat
(meestal alleen compressor genoemd).
~A.I.S.,
Automatic Identification System:
systeem waarbij een zender periodiek de nautische gegevens van het schip uitzendt. Deze
gegevens kunnen door andere schepen en walstations
gebruikt worden om de positie, snelheid en richting van het schip op en scherm weer te geven. Anno 2006 is er sprake van dit systeem
in de binnenvaart verplicht in te voeren.
[E>Wikipedia, informatie.binnenvaart.nl.]
[A>
actueel AIS-scanner op Marinetraffic.com]
~akkerschuit,
veldschuit: 1>boerenschuit voor
het vervoer van
landbouwproducten, gereedschappen en arbeiders. Verwante term: tuindersschuit. 2> in sommige streken
gebruikt als synoniem voor boerenschuit; dus zowel voor de veeteelt als
voor de land- en tuinbouw gebruikt.
Zie ook Langedijker
akkerschuit.
~Algemeene Rijn-schippers bond,
ARSB:
eind 19de eeuw oprichte bond van partikuliere schippers. Nog geen verdere gegevens bekend.
~Algemeene Schippersbond,
asb:
schippersbond die mede verantwoordelijk was voor de oprichting van de eerste schippersbeurzen.
Verder nog geen gegevens bekend.
~Algemeen Reglement van Politie voor rivieren en Rijkskanalen:
reglement dat het gebruik van de Rijkswateren
regelde.
~Algemeen Rijnvaart Politiereglement,
A.R.P.: vaarreglement
voor de Rijn,
haar vervolg en de Waal.
Een van de eerste knopenboeken die ik begin jaren '70 doorwerkte en waarvan ik helaas de titel vergeten ben, vermeldde als ontstaan van dit stuk schiemanswerk, dat de schiemannen aan boord van ze schepen soms een wedstrijdje hielden, waarbij ze hun mooiste kardeelknoop in een eind touw moesten leggen. Deze 'juweeltjes' vonden al spoedig een praktische toepassing in de vorm van handgreep aan diverse zaken, waaronder de scheepsbel. Het verhaal, dat enige tijd geleden de kop opstak en waarin beweerd wordt, dat het allemansend een sanitairgerief zou zijn, doet mij aan een geslaagde 1 aprilgrap denken.
~almanak:
1> jaarboekje.
2>getijtafel. 3> zie Schippersalmanak. 4> Almanak voor watertoerisme: jaarboek
met gegevens
betreffende reglementen, vaarwegen,
havens, enz.
Uitgave van de A.N.W.B.
~amateurzeilen:
term uit het hedendaagse skûtsjessilen
voor een zeilwedstrijd
waarbij niet de gebruikelijke schipper,
maar een van de bemanningsleden aan
het roer staat.
scheepje, soms ook een boot [uitleg!], dat voor het vervoer van doktoren en zieken gebruikt wordt.
Vroeger tamelijk riante motorpassagiersscheepjes, tegenwoordig vaak snelle rubberboten al dan niet met opbouw.
De ambulanceboot is niets nieuws; ze zijn terug van weggeweest. De GG&GD van Amsterdam had in de jaren twintig vier van een dergelijke vaartuigen en ook Rotterdam was minstens één van dergelijke vaartuigen rijk.
[EA>]
~amfibievoertuig:
voertuig, dat zich zowel op het land, als in het water kan
voortbewegen. Behalve bij de landmacht, in de binnenvaart
nauwelijks
in gebruik.
~Amstelbierexpres:
naam van de schepen,
die beurt voeren
voor de Amsterdamse
brouwerij.
~Amstelboot:
één der boten van de Fa. v.Swieten, Amsterdam.
~Amsterdammer: 1a> type sleepboot
met geringe kruiphoogte,
waarvan de
roef zo'n beetje van boord tot boord loopt en de gangboorden
(soms over de gehele lengte, soms alleen terhoogte van de roef) min of
meer door het berghout gevormd worden en zonder verschansing
of reling zijn. [A>]
b> volgens de B.A.S.M.
een groep van sleepboten met overeenkomstige kenmerken, die
hoofdzakelijk onder te verdelen zijn in twee types: De stads'boot'
[E>]
en de strekken'boot'
[E>]. 2> type rondvaartboot
met lage kruiphoogte.
Alhoewel velen de term 'licht' gebruiken, als ze het geheel van behuizing en lichtbron bedoelen, meen ik toch dat men de voorkeur dient te geven aan het gebruik van het woord 'lantaarn'.
: ankerlier dat door
middel
van een
electromotor aangedreven wordt.
HYDRAULISCH ANKERLIER
:
lier dat door middel
van een hydraulische motor aangebreven wordt.
OLIEBAD-ANKERLIER
ankerlier waarbij de
vertraging in een gesloten kast, gedeeltelijk gevuld met olie,
ondergebracht is.
~ankerliermotor:
motor voor de aandrijving van een ankerlier. Vroeger meestal een losse
verbandingsmotor, vaak een benzinemotortje, tegenwoordig vaak een
aangebouwde electromotor, soms een hydraulische motor.
Onder de verbrandingsmotoren
waren vooral Briggs & Stratton (benzine), bijgenaamd de straathond,
en Petter (diesel) populair.
~ankerlierschild:
schot waarin de assen van het ankerlier
gelagerd zijn.
~ankersluitingborgpen,
ankersluitingopsluitpen:
houten of metalen borgpen,
die dwars door
de moer, die op de bout van ankersluiting
gedraaid is, geslagen is.
~ankersmederij:
smederij waar een ankersmid
werkzaam
is.
~ankersmid:
oud beroep: smid gespecialiseerd in het smeden van ankers, later
het werk van de grofsmederij.
~antislipschoeisel:
schoeisel voor zien van een speciale zool, die uitglijden op gladde
stalen oppervlakten moet voorkomen.
~antislipverf: dekverf waaraan,
om een stroef
oppervlak te verkrijgen, één of ander, fijn
gemalen, hard
materiaal
toegevoegd is. Zie ook: ijzerglimmerdekverf.
~anti-wierschroef:
niet voldoende bekend. Schroef, welke in Warmenhuizen uitgevonden zou
zijn en die het varen in boerensloten een stuk aangenamer zou moeten
houden. [A>]
Zie ook wierschroef(1).
~ape-rak, apenrak:
vrij zelden gebruikte term voor een lastig te bezeilenrak.
De Nederlandse taalunie heeft dit woord niet in zijn/haar online woordenlijst opgenomen. Ik ga er van uit dat het hier om eenzogenaamd versteende uitdrukking gaat en dat 'apenrak' een onjuiste schrijfwijze is.
~apevuist,
apenvuist,
apeklauw,
apenklauw,
klein keesje:
bepaalde (tijdelijke) knoop in het
uiteinde van een werplijn.
In de knoop wordt vaak een klein zwaar voorwerp gestopt.
Zoe ook: keesje.
De Nederlandse taalunie heeft dit woord niet in zijn/haar online woordenlijst opgenomen. Ik ga er van uit dat het hier om eenzogenaamd versteende uitdrukking gaat en dat de schrijfwijze met een 'n' een onjuiste schrijfwijze is.
~ARA-gebied,
A.R.A.-gebied:
het vaargebied tussen Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen.
~Arck: scheepstype
van rond 1600. Ca 40
ton. @verder niet bekend.
~arend:
vierkante, tapstoelopende, van een soort weerhaken voorziene, pen
die in rondhouten
gedreven wordt. De
arend eindigt vaak in een (dubbel) oog (bij bijv. de lummel [A>]en
de gaffelschoen-gaffelhout
verbinding) of
in een gaffel (o.a.
bij bokkepoten).
1>bak: algemene benaming voor (houten), vrij brede, rechthoekige vaartuigen. Deze kunnen geheel open, half gedekt en zelfs geheel gesloten zijn. (zie waterlegger.)
De ark werd voor diverse doeleinden gebruikt. Over het algemeen fungeerde ze echter meer als legger dan als echt vaartuig. Vrij bekend zijn de arken die in desteden gebruikt werden voor het vervoer van grond en bouwmaterialen (kalkark), maar ook voor baggerwerkzaamheden werden arken gebruikt. Zodra het transport belangrijker werd stapte men over op smallere 'scheepstypes', zoals bijv. de modderschouw.
~Arnhemse Stoomsleephelling Maatschappij,
A.S.M.,
Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij,
Scheepswerf 'De Prins':
Gevestigd in Arnhem en was gelegen aan de Rijn vlakbij de John
Frostbrug. Opgericht in 1885 eigenaar: Dhr. Prins. Later is de naam
gewijzigd in Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij. In 1978 gesloten. Behalve nieuwbouw en
reparatie van diverse soorten binnenvaartschepen (onder andere diverse
Amsterdamse gemeente ponten) hield het bedrijf zich ook bezig met de
bouw van stoommachines en bagger- en offshorevaartuigen.Tijdens het
hoogtepunt had het bedrijf 600 werknemers in dienst.
[E>Kort
geïllustreerd overzicht over de werf en over de
stoommachinebouw.]
~asbak, aschbak:
deel van de ruimte onderin brandstofvergassers. De term wordt ondermeer gebruikt bij de Kromhout-vergasser waar de totale onderruimte betaat uit de asbak, een ontslakkingsbak en een ontslakkingmond.
~asblok,
asdrager,
asstoel,
steunlagerblok,
lagerblok:
constructie die tegen het schip bevestigd kan worden, waarin een lager
opgenomen is.
Gerelateerde term: aspot, kussen.
~asklauw:
soort pook waarmee men de ketelvuren
onderhoud.
~askussen:
lagerschaal.
~asmok:
stalen emmer waarmee men as en slakken van de stookplaat naar
buiten en overboord
brengt.
~aspaardekrachten,
As-PK's,aPK:
het vermogen aan de hoofdas (krukas) van een machine, waarbij de
verliezen in verband met de aandrijving van de noodzakelijke
hulpmachines niet in rekening gebracht zijn. [T>PK's.]
(productnaam)
bolvormige roestvrijstalen ventilator, die door de wind in beweging
wordt gebracht. Zowel voor normale ventilatie als ter verbetering
van de kacheltrek in gebruik.
[A>meer foto's 'ventilatie'.]
onderdeel van brandstofvergassers die over een asschotel beschikken. De asploeg is een metalen plaat, waarmee, bij een roterende beweging van de asschotel, as en sintels uit de asschotel verwijderd worden. De 'diepte' van de asploeg, en daarmee de hoeveelheid as, die per rondgang verwijderd wordt, wordt ingesteld met de kwadranthandel.
onderdeel van brandstofvergassers. Langzaam draaiende of draaibare bak onderaan de brandstofvergasser, waarin zich as en sintels verzamelen. De asschotel wordt meestal in combinatie met een draairooster toegepast.
~asschuif:
onderdeel van een stoomketel:
schuif,
die de ruimte waar zich de as van de vuren verzamelt, afsluit.
~assenstuurwerk: stuurwerk dat
met assen,
rollenkettingen en een haakse tandwieloverbrenging werkt. Soms ook cardanstuurwerk
genoemd.
[A>]
~assisteren: 1>
in reglementen
gebezigde term voor elke vorm slepen. 2>
in het normale
spraakgebruik spreekt men van assisteren wanneer het ene motorschip (vaak een
sleepboot) een
ander
motorschip, waarvan
de voortstuwing
volledig werkt,
helpt. Verwante termen: slepen,
achterspan, voorspan.
~astap:
meestal dunner uiteinde van een (cylindrisch) voorwerp, dat in een
opening, lagerbus draait. Losse astappen werden ondermeer bij de braadspil gebruikt.
~aswip:
onderdeel van een stoomketel:
constructie waarmee men het as onder de vuren vandaan kan halen.
~aswippen:
sintels en as uit de vuren, die onder de stoomketel gestookt
worden, halen en deze in een asmok
scheppen.
~atelierschip:
een schip waarin een
kunstbeoefenaar zijn
werkplaats heeft.
~ATIS,
Automatic Transmitter Indentification System:
tegenwoordig verplichte toevoeging aan de marifooninstallatie,
waarmee tijdens het zenden
een, voor elke marifoon, unieke code wordt meegezonden.
[E>Wikipedia]
~autoafzetplaats,
afzetplaats: aanlegplaats waar men de auto van en aan boord kan
zetten en die voor geen ander doel gebruikt mag worden.
[A>bord]
: van scheepswerven; een schip bouwen terwijl daar nog geen koper voor gevonden is.
In ver uit de meeste gevallen werd er in opdracht gebouwd. Alleen werven die kleine vaartuigen bouwden, legden in slappe tijden weleens een voorraadje aan.
~azimuth-drive:
alles behalve goed Nederlands voor wat wij een roerpropellor
noemen.