Aanvullingen en correcties zijn welkom.



Overzicht Scheepstypes



Het is verstandig de inleiding inzake het begrip scheepstype te lezen.
Er zijn zoveel mogelijk 'synoniemen' opgenomen. Helaas ben ik af en toe vergeten deze lijst bij te werken. Er zullen dus scheepstypes ontbreken, die wel in de woordenlijsten staan.
Voor niet alle types is er een bevredigende beschrijving voorhanden.
Niet in alle gevallen sprake van een echt ander scheepstype, maar gaat het om varianten van een bepaald type.  (Niet alle types zijn, door gebrek aan informatie, beschreven, daarom ontbreekt de link.)

*eigenlijk geen bepaald scheepstype.
? geen zekerheid dat dit werkelijk een type is.

Aparte lijst:

Boerenschuiten



4
47 meter spits (Spits)

A

Aak (groep)
Aalsmeerse bloemenschuit.
Aalsmeerse visschuit.
aardappelboeier
aardappelskûtsje* (skûtsje)
aardappeltjalk* (tjalk)
Aardeschuit.
Achtkorter (Korter)
Admiraliteitsjacht.
Aertsvelder.
Alivoor (?)
Amsterdammer
Amsterdamse aak (Heegeraak)
Amsterdamse boeier
Amsterdamse bok.
Amsterdamse dekschuit.
Amsterdamse giek.
Amsterdamse kaag.
Amsterdamse snip.
Amsterdamse vlotschuit.
Amsterdamse zandaak.
Amsterdamse ronde zolderschuit. (Boomschuit)
Amsterdamsschuitje.
ankeraak*
Ansjovisjol (Staverse jol)
Antwerpse knots.
Antwerpse zandschuit.
Apol-bol
Arb?
Arck.
Ark.
Arnemuidenaar (Hoogaars).


B

Baardse.
Baartse.
Baggerbok.
Balant (Waal)
Bakeetje.
Ballaster (Dortse zandschuit)
Baquet de Charlerois
Bèchète.
Beenhakker
Beijer?
Beijeraak.
Beijerlandse boot.
Beijerlandse schuit/schouw.
Beitelaak
Beitelschip.
Bekbok.
Belgische boot (Brabantse boot)
Belgische botter.
Belgische schippersboot (Turry)
Belgische spits (Spits)
Beltiger punter
Bergenaar (Zalmdrijver)
Bergse schouw (Zeeuwse schouw)
Berkelsomp (Zomp)
Beurtboeier
Beurtmotor
Beurtschouw?
Beurtschuit
Beurtsomp (Zomp)
Beurttjalk*
Beyerlandse boot.
Beyerlandse schuit/schouw.
Biesboschaak.
Biesboschbak*.
Biesboschschuitje.
Bieze vlet.
Bijlander.
Bijleraak.
Bijlmerbak
Binnenmot (Duitse Mot)
Blazer
Blicke pont.
Blokzijlerjacht
Boatsje.
Boeier (groep)
Boeieraak
Boeierjacht
Boeierke
Boeierpraam.
Bok (2)
Bokschip
Bol (groep)
Bolle (Bolpraam)
Bolletje van urk (Urker bol)
Bolpraam.
Bolschip.
Boltjalk.
Bönder.
Bons.
Bonschip?.
Bonsien (Bons)
Boomschuit.
Boot
Bootken
Boskoperboot.
Botaak (Lemmeraak)
Botter (groep)
Botvlet (Vlet).
Boutse boot (Zalmdrijver.)
Bovenmaasse baggeraak
Bovenlander
Bovenschip (Denderpleit)
Brabander (Brabantse boot)
Brabants beurtschip?
Brabantse boot
Brabantse pleit
Brabantse schuit.
Brabantse turfpont.
Braberschuit?
Brandschuit .
Breukeleveense roeiboot.
Breukeleveense schouw.
Breukeleveense visboot.
Broek op Langedijker koolschuit.
Broekschuit.
Brusselaar.
Buitenaak (Heegeraak)
Bruinisserjacht
Buitenaak (Heegeraak)
Buitenmot (Duitse Mot)
Bunboat (Wieringer aak)
Bunjol (Jol)
Bunschouw.
Bunschuitje van de Eilandspolder.
Buterse punter.
Butsekop.
Byleraak.

C
.
Canal-du-nord spits.
Coffy?
Compagniejacht.
Crabschuyt (Krabschuit)

D
Damkraak?
Damloper
Damschuit.
Damskipje.
Dedemsvaartse aak
Dedemsvaartse kast*
Dektjalk*
Denderpleit
Deventer schuit.
Dijnop.
Dodewaardse Hagenaar.
Doesburger aak.
Doesburgse boot.
Dongeradeelse aak
Doornikker
Dordtschen Vries.
Dordtse aak. (Dordtse zandschuit)
Dordtsche koolhaelder.
Dordtse ballastaak. (Dordtse zandschuit)
Dordtse boeier (ZH-boeier)
Dordtse fries (Dortsche Vries)
Dordtse heude (Heude).
Dordtse pleit.
Dordtse zandaak.
Dordtse zandschuit.
Dorstense aak
Dorstens(e) schip ( Dorstense aak)
draai-over-boord*
Drentse bok.
Drentse boeier.
Drentse Marktpraam
Drentse praam.
Driekwarter (Langedijker praam)
Driekwarter (Zalmdrijver)
Drieling.
Drieplank
Drijfschuit (Zalmdrijver)
Drijversschuit (Zalmdrijver)
Dryboord?
Drimmelaar ?
Drimmelse aak
Dubbele somp (Zomp)
Duikelaar.
Duitse mot.
Duitse roeiaak.
Duitse zegenaak.
Durgerdammer jol.
Durmeschip.
Duwbak (?)
Duyvendijkse klipper

E
Eek (Turfijker)
Eemer
Eemspunt.
Eernewoudse vlotpraam.
Eiker zie bij Turfijker.
Elbekhan
Elburgse botter
Engelse aak (Heegeraak)
Engelse bak
Enkhuizer aak (Enkhuizer bol)
Enkhuizer boeier
Enkhuizer bol.
Enkhuizer boot
Enkhuizer schouw
Enterse somp (Zomp)
Eurovrachter
Ever

F
Fallaatster
Fanny (Zalmdrijver)
Farrie.
Fox (Spits)
Frans-Friese motor
Franse motor
Franse spits
Fries aakje
Friese aak (Heegeraak)
Fries beurtschip.
Friese boeier.
Friese bok.
Friese bokpraam.
Friese Haringschuit (Haringschuit).
Friese (maat)kast
Friese kleipraam.
Friese klipper
Friese motorkast
Friese pot.
Fries preamke.
Friese schouw
Friese snik
Friese tjalk.
Friese trekschuit/trekschip.
Friese turfpont
Friese turfpot.
Friese turftjalk of Tas.
Friese vrachtaak
Friese zeilkast (Zeilkast)
Fries jacht
Frontrunner(?)
Fuike(n)jol (Staverse jol)
Frontrunner ?
Futura carrier?

G
Gaaster puntsloep (Haringschuit).
Gaffelaar (Gaffelkaag)
Gaffelkaag
Gaffelschuit.
Galei(?)
Garnalenhengst.
Garnalenschuit(je)?
Gasthuis?
geboeide Heude
gedekte aak (Slof 4)
gedekte Zomp (Zomp)
Geepvlet (Vlet).
Gelderse aak.
Gelderse kaag
Gelderse samoreus
Geubel?
Giesenburger schuit.
Giethoornse bonpunter.
Giethoornse jol.
Giethoornse praam.
Giethoornse Punter.
Giethoorns vlot.
Gladboordige aak.
Glazenkast
Gondel.
Gouwenaar?
Grafhorster punter (zeepunter)
's-Gravenmoerse aak
Gravenmoerse klipperaak
Griendaak.
Groninger aardappelpraam.
Groninger baggerpraam.
Groninger bol
Groninger boot.
Groninger hekpraam.
Groninger jaagschuit. (Snik)
Groninger praam.
Groninger slijkpraam.
Groninger snik
Groninger tjalk
Groninger Turftjalk.
Grote jol (Scheldejol)
Grote Overijsselse punter (zeepunter)
Grundel

H 
Haags praampje.
Haarlemmermeer plompertje.
Hagenaar.
Half plat (Zaans plat).
Halve praam (Langedijker praam)
Hamburger boot (Groninger boot)
Hamse overzetter.
Handelaarsjol (Zaanlandse jol)
Harderwijker botter.
Harderwijker peilschuit.
Harense punt (Eemspunt)
Haringboot.
Haringfuikboot.
Haringschuit.
Harlinger fuikenboot (Haringschuit).
Hartjesvelder (Zalmdrijver)
Hasseltse vlet (Vlet).
Hazerswoudse bunschouw.
Hazerswoudse schietschouw.
Hasselaar.
Hasselter aak
Hasselter boot
Hasseltse vlet.
Havenaar (?)
Hedelse aak.
Heegeraak.
Heijnst.
Hektjalk.
Helderse vlet.
Hele praam (Langedijker praam)
Hengst
Herfst jol (Staverse jol)
Herna
Heude.
Heugems vispontje.
Heveaak.
Hindelooper bol.
Hindelooper boot.
Hindelooper jol.
Hollandse aak.
Hollandse boot.
Hollandse Haringschuit (Haringschuit).
Hollandse landingboot.
Hollandse schouw.
Hollandse slechtaak
Hollandse snik
Hollandse spits
Hollandse tjalk
Hoogaars.
Hoogaarsschuit.
Hoogelandsnik.
Hoogeveense Brandschuit (Brandschuit)
Hoogeveense Marktpraam
Hoogeveense praam
Hooiaak.
Hooischip
Hoornse botter.
Hoornse kaag.
Hoornse zegenboot.
Houtaak.
Houteemer
Hulk

I
Ielbus
IJker (Turfijker)
IJlsterboot (Fries aakje)
IJsschouw.
IJsselaak
IJsselboeier
IJsseljacht*
IJsselmeerkotter
IJsselmeervlet
IJsseltjalk
IJsvlet (Urker ijsvlet)
IJzeren varken

J
Jachtboot.
Jagerjol  (Zaanlandse jol)
Jagersschouw.
Johan Welker type (Rijn-Herneschip)
Jol (geen type!)
Jouster boeier*

K
Kaag.
Kaagrijker schuit?
Kaaiboot.
Kaarselade?
Kaasjager.
Kalenberger punter.
Kalkark.
Kamperhooitjalk.
Kamperpunter (zeepunter)
Karveel?
Kast (groep)
Katwijker

Keen
(groep)
Keenaak (Keen)
Keenschip (Keen)
Kees-otte.
Kempenaar*
Kempenspits (Spits)
Kempische spits.
Kermistjalkje*
Keulenaar (Samoreus)
Keulse aak
Kipbak?
Kinderdijkse hoogaars.
Klaveraak*
Kleisnik?
Klipper
Klipperaak
Klipperkraak.
Klipperschip (Klipper)
Knots
Kof
Koffe.
Kofke (Koffe)
Kofschip*
Kofschuit.
Koftjalk
Kogge.
Koks.
Koksiaan.
Koopschuit (botter).
Kopjacht.
Korver (Haringschuit).
Kotter*
Kraak
Krabschuit ?
Krommerijnder.
Kubboot.
Kunder Bonsje (Schokker)
Kuinder punter (zeepunter)
Kunderschute (Schokker)
Kuunder punter (zeepunter)
Kwak.
Aparte lijst:

Boerenschuiten




L
Lahnaak.
Langedijker.
Langedijker akkerschuit.
Langedijker bunschuit.
Langedijker damschuit.
Langedijker ijsboeier.
Langedijker Kloetschuit.
Langedijker koftjalk.
Langedijker Melkschuit.
Langedijker platkopaak.
Lashbak
Lastageboot.
Lauenburger.
Lauertanne (Loerdenne)
Leeuwense vlet.
Leidschendammer.
Leidse boeier.
Lekkerkerker (Oostduivelandse hoogaars).
Lekse schouw.
Lelievlet
Lemmeraak.
Lemmerbol.
Lemmerhengst
Lemmerhoogaars
Lemmerjacht.
Lemmerschouw
Lemster..... zie ook Lemmer
Lemsterveerschip(Lemmerbeurtschip)
Leunder (Lahnaak)
Lighter (Tesselse Kaag)
Loerdenne.
Londense aak (Heegeraak)
Loodsbotter.

Luxe-motor

M
Maaskast.
Maaspont.
Maasspits
Maatkast*
Majol
Makelaarsboot.
Makkumer aak ( Makkumer bol)
Makkumer bol
Marguelle (Majol)
Mariekerkse jol.
Marker binnen/buitenboot.
Marker fuikenboot.
Marker rondbouw
Marker waterschip
Marktpraam
Mattenjacht/schip/tjalk (Blokzijlerjacht)
Meerkoet (Zalmdrijver)
Melkschuit (Motorwestlander).
Meppeler praam
Meppeler brandschuit (Brandschuit)
Mercator.
Metor
Mignolle (Majol)
Moerdijker (Zalmdrijver)
Moezelaak.
Moezelkeen
Mosselaak.
Mosselhengst.
Mot (Duitse mot)
Motorbeurtschip
Motordekschuit
Motorhagenaar*
Motorkast
Motorklipper
Motorkotter*
Motorscheepje
Motorwestander.
Mulmse aak.

N
Naveel.
Nachelle.
Nachen.
Neckarkast.
Neckarschip.
Nieuwkoopse schietschouw.
Noord-hollandse boeier.
Noord-Hollandse bok.
Noord-Hollandse kaag.
Noord-hollandse Modderbak.
Noord-Hollandse schuit.
Noord-hollandse veerschuit (Zaandammer veerschuit)
Noord-hollandsjacht.
Noord-hollandspaviljoenjacht.
Noordwoldse bok.
Noordwoldse praam.
Noordzee botter
Noordzee schokker

O
Opdrukkersleepboot*
Opdrukkervlet*
Oostduivelandse hoogaars.
Oostwal Botter (Botter).
Oostwal kubboot (Kubboot).
Oostzaner bunjol (Zaanlandse jol)
Otter
Overijsselse pont?
Overijsselse pot
Overijsselse praam
Overijsselse Samoreus
Overijsselse somp (Zomp)
Overijsselse tjalk.
Overnaadse boeier.
Overzetter (Scheldejol)

P
Paardekontkastje (Steilsteven)
Paardekontklipper (Klipperaak)
Pakschuit (2).
Palingboeier.
Palingbuis.
Pannerdense plattenaak.
Paviljoenaak*
Paviljoendamschuit
Paviljoeneiker
Paviljoenjacht*
Paviljoenpoon.
Paviljoenpraam*
Paviljoenschuit*
Paviljoentjalk*
Peelaak.
Pegge (Zomp)
Penterbak/Penterschouw.
Peurdersboot (Zalmdrijver)
Pink?
Pionier(productnaam)
Platje (van Maassluis)
Platkop motoraak (Langedijker)
Platte Duivelander.
Plechtaak
Pleit
Plompertje (van de Haarlemmermeer).
Pluut
Pointu (Spits)
Pont (2, 3).
Pontje van Tilff.
Poon
Pot (Potte)
Potdekker
Potschip*
Pottentjalk*
Praam (diverse types)
Praamaak*
Praamschip
Praamschuit.
Prikschuit.
Punter (groep)
Punter van Zwartsluis (zeepunter)
Puttershoeker (Zalmdrijver)
Puy (Pujen)

R
Razeilboeier?
Reepvlet (Vlet).
Regge zomp (Zomp)
Rietaak
Rijnaak(1).
Rijnbok.
Rijnherna.
Rijswerkersaak.
Rinkelaar
Rivierklipper (Klipper)
Rivierschokker.
Roeiaak
Roeiboot (4)
Roeivlet.
Roeraak.
Romeinse praam.
Rondgatter.
Roosendaalse klipper*
Rouaanse boeier
Ruhraak

S
Sambre spits.
Samoreus
Scheldejol
Schietboot
Schietschouw ( Schietboot)
Schietschuit.
Schilschuit
Schippersboot
Schippersjol (Scheldejol)
Schney?
Schoener
Schoeneraak
Schokker
Schouw (groep)
Schouw van Philipine (Zeeuwse schouw)
Schuit (schuitschip)
Schutemansschuut.
Seuye.
Seykens
Sierboot
Sintelaak.
Sjouwerman (3)
Skûtsje
Slechtaak
Sleepboot (3).
Sleepbotter?
Sleepspits.
Sliedrechtse aak.
Sliedrechtse bazenboot.
Sliedrechtse boot.
Sliedrechtse drieplank.
Sliedrechtse roeiaak.
Sliedrechtse rijswerkersaak.
Slijkerschuitje.
Sloep.
Slof (3)
Sloffe (Hasselteraak)
Sluipwijkse bunschouw.
Sluipwijkse jagersschouw.
Smak
Smakzeilboeier*
Smalschip (groep?)
Snauw.
Snebbeschuit.
Snijboon (Meppeler praam)
Snik (Snikke)
Snikkeschip
Snikkeschuit
Snip.
Snoekebek
Somp (Zomp)
Spaarndammer visser (Tochtschuit)
Spekbak
Spiegelboot (Scheldejol)
Spiegelsloep (Sloep)
Spits (groep)
Spitsbak.
Spitsbek.
Spitse mot (Duitse Mot)
Spitse praam.
Spoelingschouw.
Sprietaak
Statenjacht.
Statiepaviljoenpoon.
Statiepraam
Statietjalk ( Hektjalk)
Staverse jol.
Steekhengst.
Steekschuit van de Biesbosch.
Steenschuit.
Steigerschuit.
Steilsteven
Steilstevenaak (Steilsteven)
Steilstevenopdrukker*
Stevenaak
Stevenklipper
Stevenschip
Stevenschouw.
Strekerveldschuit
Stoombeurtschip(2).
Stropersschuitje.
Swellis?

T
Tas.
Tasschuit
Taske
Tentaak (Fries aakje)
Tentschuit (Pakschuit)
Terschellinger snak (Haringschuit).
Tesselse blazer (Blazer)
Tesselse kaag(Tesselse Lighter)
Tesselse schilschuit (Haringschuit).
Tesselse vlet (Vlet).
Tholense hoogaars.
Tholense schouw (Zeeuwse schouw)
Tjalk (groep)
Tjotter
Tochtschuit
Toe-steigerschuit Steigerschuit.
Togenaar (Tochtschuit)
Torenschuit*
Transportjacht.
Tramboot (Glazenkast)
Trappekijker.
Turfijker/Turfeiker
Turfmakersboot.
Turfpont
Turfpraam*
Trufschip.
Tukkervlet / Turry
Tweemanszomp (Zomp)
Tweeling (Westlander)
Twente rijn kempenaar.
Twente rijn dortmunder.
Twin cruiser.

U
Urker bol
Urker botter
Urker ijsvlet (Haringschuit).
Uker schuit.
Utrechtse bok.
Utrechtse praam.

V
Veense turfpont.
Veerboot van de Temse.
Veerhengst.
Veersnik (Friese snik).
Venus.
Vinkeveense bok.
Vinkeveense praam.
Vinkeveense roeiboot.
Vinkeveense schietschouw.
Vinkeveense stevenboot.
Vinkeveense turfmakersboot.
Vinkeveense visboot.
Vinkeveense vlet.
Visboat
Visboot (2) (Zalmdrijver)
Visschuit (2)
Vlaanderse boot.
Vlaamse beurtschuit.
Vlaamse gaffelschuit.
Vlaamse Pleit.
Vlaamse Snei.
Vlet (groep)
Vletaak.
Vleugelboot
Vlieger
Vlielandse kaag
Vlot (3)
Vlotpraam
Vlotschip.
Vlotschuit.
Vlouwschuit.
Volendammer kwak
Vollenhovense bol.
Vollenhovense schokker (Bons)
Vollenhovense schuit (Bons)
Vollenhovense sloep.
Vrachtschouw.
Vrachtvlet (Vlet).
Vreeswijkse zandaak.
Vreeswijkse zandschuit (Zandlichter)
Vrieseveense Turfschuit (Zomp)
Vullisschuit

W
Waal
Waalspits (Walloniër)
Waalschokker
Waddenvlet
Wad-en-sontvaarder
Wagenbrugger ( Hagenaar)
Walenboot.
Walenmajol
Walenpont (?)
Walenschip (Ballant).
Walloniër.
Warmondse snik.
Waspikker.
Waspikse aak.
Waterlandse bunjol (Zaanlandse jol)
Waterlegger.
Waterschip.
Werkboot van de Biesbosch.
Werkendammer boot (Zalmdrijver)
Werkendamse boeier.
Werkendamse rietaak.
Weserkahn.
Westbroekse schietboot.
Westerling
Westlander
Westwal botter.
Westwal kubboot(Kubboot).
Weyschuit.
Wieringer aak
Wieringer bol.
Wieringer fuikenboot.
Wieringer lichter.
Wieringer schouw.
Wieringer skuutje.
Wieringse zwanenboot (Haringschuit).
Wierschuit van Wieringen.
Wijdschip.
Wildschieter (Boatsje).
Willebroekse boot.
Willebroekse jol (Mariakerkse jol)
Wilnisser aak
Woerkommer (Zalmdrijver)
Woudrichemse visschuit.
Workummer aak*
Workummer bol*
Wyldsjitter (Boatsje).

Z
Zaandammer veerschuit*
Zaanlandse Boeier (Zaanse Boeier)
Zaanlandse bunjol (Zaanlandse jol)
Zaanse Boeier
Zaanse botter
Zaanse gondel.
Zaanse visschuit.
Zalmboot (Zalmschouw)
Zalmdrijver(groep)
Zalmhengst (Zalmdrijver)
Zalmschouw
Zandaak
Zandbak (2)
Zandbok
Zeegaande tjalk*
Zeeklipper (Schoeneraak)
Zeepleit*
Zeepunter
Zeeschipbak (LASH)
Zeeschouw (Groep)
Zeetjalk.
Zeeuws beurtschip.
Zeeuwse boeier.
Zeeuwse botter
Zeeuwse hollandse boot
Zeeuwse klipper
Zeeuwse kogge.
Zeeuwse Mosselaak.
Zeeuwse Poon
Zeeuwse schouw
Zeeuwse steenbonk.
Zeeuwse steentjalk.
Zeeuwse tjalk.
Zeeuwse veerschouw.
Zeeuws Lemmerjacht.
Zeeuwsvlaamse hoogaars.
Zeeuws waterschip
Zegenboot (Zalmdrijver).
Zeilkast*
Zetteboot
Zevenhuizense turfpont.
Zeynschip.
Zijds garnalenschuitje.
Zolderbak (zolderschuit)
Zolderschuit
Zomp.
Zoomaak*
Zoutwaterschip*
Zuiderwalse aak.
Zuid-hollandse aak.
Zuid-hollandse boeier.
Zuid-Hollandse paviljoenbok.
Zuid-hollandse turfbok.
Zuid-hollandse schuit.
Zuid-Hollandse trekschuit.
Zuid-Hollandse tjalk
Zuidwalbotter.
Zwammerdamse aak.
Zwijndrechter
Zwijndrechtse boot
Zwolse kaag


Voor Franse scheepstypes zie: Index alphabétique des bateaux fluviaux verzorgd door Charles Berg.

Nog te verwerken 'Oost-Europese' scheepstypes.



laadvermogen t lengte m breedte m diepgang m
Kurischer Reisekahn 100-250 30 6 1.6
Ostpreussischer Boidack 150-350 40 7 1.5
Oberländer Kanal-Schiff (ostpr.) 70 24.5 3 1.2
Böhmische Zille (Elbe, Oder, Weichs.) 150-300 40 4.6 1.2
Oderkahn(Saale bis Memel 210-250 40 4.6 1.6
Finow-Mass-Kahn(östl.Wasserstr) 240 40 4.6 1.75
Grossfinow-Mass-Kahn(östl.Wasserstr) 270 41 5.1 1.75
Berliner Mass-kahn(östl.Wasserstr) 350 46 6.6 1.75
Breslaur Mass-Kahn(östl.Wasserstr) 440-620 55 8 2
Klodnitz-Kanalschiff(Oberschlesien) 162 34 4 1.6
Weichselschiff(östl.Wasserstr) 500 55 8 1.75
Plauer Mass-Kahn(östl.Wasserstr) 745 65 8 2
Elbschiff(Elbe) 1000 76 10.5 2.2
Saale Mass-Kahn(Saale,Elbe) 380 51 6 1.75
Gross-Saale Mass-Kahn(Saale,Elbe) 450 52 6.35 2
Weserbock(hölzern)(Weser,aller) 250 47 6 1.35
Stahl-Weserschiff(Weser) 650-800 60 8.5 2
Brabanter Tjalk(Holland,Belgien) 70-140 25 1.8 5
Harener Pünte(Dortmund-Ems-Kan.) 180 26 1.75 5.7
Lahnschiff(Lahn,Rhein) 190-220 34 1.25 5.2
Saarschiff(Saar,Mosel) 150-200 40 1.5 6.6
Moselschiff(Mosel,Rhein) 220 43 1.45 5.4
Maasspitz(Pointu)(Holland,Belgien) 360 46 2.2 5.5
Neckarschiff(Neckar,Rhein,Main) 200-400 48 1.65 7.5
Mainschiff(Main,Rhein) 200-420 50 1.65 7.5
Strassburger Kanalsch(Rhone-Rhein-Kanal) 360 38 2.3 5.5
Allerschiff(Aller,Weser) 330 47 1.5 7.1
Seeprahm(Unterweser) 600 50 2.6 8
Donau-Trauner(Donau-Oberlauf) 110 29 6 1.3
Ulmer Schachtel(Donau-Oberlauf) 150 30 7 1.2
Kelheimer Zillen(Donau-Oberlauf) 200 44 6 1.6
Girlaschen(Donau-Unterlauf) 355 36 11 2.6
Razinen(Donau-Unterlauf) 560 57 10 3
Donauschiff(Regensburg-Sulina) 675 63 8.2 1.9
Donauschiff(Regensburg-Sulina) 1000 72 9.2 2.3
Donauschiff(Regensburg-Sulina) 1250 83 10.5 2.75
Seineschiff(Seine,franz.Kanäle) 600 50 8 2.5
Rhoneschiff(Rhone-Unterlauf) 625 65 7.9 1.8
Rhone-Prahm(Münd.bisChal-sur-Saone) 425 57 7.6 1.4
Barsche(Russisches Binnenschiff) 1500 100 12 3.2
Kolomenka(Russisches Binnenschiff) 1000 64 10 3
         
Rhein-Motorschiffe:        
Johann Welker 700 ps 1300 80 9.5 2.5
Gustav Koenigs  500 ps 930 67 8.2 2
Karl Vortisch    300 ps 600 57 7 2
Oskar Teubert   250 ps 560 53 6.3 2
Theodor  Bayer  200 ps 275 38 5 2
Theodor Bayer  200 ps ( nach Verlängerung) 370 48 5 2
         



top






JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic
Statistieken

Valid HTML 4.01 TransitionalValid CSS!






v3.1 © P.I.Klein