| Aanvullingen
en
correcties zijn welkom. Lees ook: Boot,
schuit of schip; wat is wat?
Wat is een scheepstype? Onder een scheepstype verstaan we een verzameling schepen met een aantal overeenkomstige kenmerken. Daar seriebouw bij binnenvaartschepen weinig toegepast werd en nog steeds niet echt gebruikelijk is, zijn er tussen de diverse schepen, ook wanneer ze tot één type gerekend worden, de nodige verschillen. Binnen één type zijn er daardoor mooie en lelijke schepen en soms ook misbaksels, die nog maar nauwelijks tot het type, dat ze voor moeten stellen, gerekend kunnen worden. Een voorwaarde voor het begrip scheepstype is dus dat er een aantal min of meer gelijke schepen dienen te bestaan. Niet alle schepen behoren echter tot een bepaald type. Sommige schepen zijn éénmalig. Soms zijn dat samenvoegingen van verschillende scheepstypes en soms lijkt het op geen enkel bestaand type. Tock kan zo'n eenmalig type soms een naam hebben. Ontwikkeling van nieuwe types. Bepalende kenmerken. Wat voor de een een duidelijk verschil is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Landrotten zien soms niet eens het verschil tussen het Friesche Statenjacht en een Staverse Jol (heus, werkelijk waar!), anderen herkennen een hun bekend schip niet eens, als het een ander kleurtje gekregen heeft of op een andere plaats ligt (ook echt waar!). Echte schippers daarentegen waren niet alleen vaak in staat een flink aantal scheepstypes feilloos te herkennen, velen konden zelfs vaak aan het schip zien op welke werf het gebouwd was. Zij noemden de schepen vaak naar de werf of naar de plaats waar de werf gevestigd was. Zo kreeg men dan 'scheepstypes' als de Waspikker, de Dodewaardse Hagenaar, de Duyvendijkse klipper en het Piipster skûtsje. De verschillen tussen schepen van hetzelfde 'type' worden dus ook veroorzaakt door de inzichten en kundigheid van de werf waar het schip gebouwd is. De kennis van de schippers om (vaak al op zeer grote afstand) te kunnen zien om welk schip het zich handelde en daardoor vaak tevens te weten wie de eigenaar/schippers was, leidde er echter ook toe dat zij het type minder belangrijk vonden. 'De klipper van Polman' bevatte de voor hum benodigde informatie. Hoe men dat type klipper nu precies noemde, was van veel, maar dan ook veel, minder belang. Een ander verschil vormen de afmetingen van het schip. Behalve bij de zogenaamde maatschepen en sommige vissersschepen, zijn er de mogelijke verschillen in afmetingen. Over het algemeen zijn de grootste schepen van een bepaald type zelden meer dan drie keer zo groot, als de kleinsten. Bij sommige types zelf niet eens twee keer. Wanneer een schip langer wordt, wordt het (meestal) niet evenredig breder en holler. Hierdoor verandert weliswaar het model van het schip, maar niet het type. Bij sommige (van de nieuwere) scheepstypes valt er, op basis van de afmetingen, binnen het type echter wel een duidelijk onderscheid te maken. Bij de motorscheepjes heeft men een hele vloot erg platte brede schepen, terwijl ook een flink aantal exemplaren met normale verhoudingen bestaan. Ook bij de steilsteven is er een aantal met een geringere holte en (daardoor?) weinig zeeg. Ondanks een duidelijk ander model is er geen aparte naam voor deze 'types' verzonnen. Daarentegen heet de Luxe-motor met wat extra zeewaardigheid, een Wad-en-Sontvaarder. en de Luxe-motor met geringere holte en zeeg: motorscheepje. Sommige werven bouwden (in opdracht van de schipper) schepen, die meer laadvermogen hadden dan andere schepen van het zelfde type en met dezelfde afmetingen. Dit werd bereikt door scherpere kimmen, minder zeeg en vollere voor- en achterschepen. Onder andere bij de Klipperaken treft men hier sterke voorbeelden van aan. Een enkele heeft echt een fraai gelijnde klipperkop, een sterk geveegde akenkont en een fraaie zeeg. Velen hebben echter een te volle klipperkop, weinig zeeg en met recht een paardekont (de klipperaak wordt ook paardekontklipper genoemd). Toch behoren ze tot hetzelfde type. 'Nieuwe' oude scheepstypes. Onder de rond-
en platbodemjachten zijn er vrij veel
nieuwe scheepjes, die afwijken van het oorspronkelijke type. Soms is
het model wel goed, maar zijn ze gewoon veel te klein.
Vrij vaak is het model echter omwille van wat meer comfort aan boord of
omwille van de zeileigenschappen aangepast. Ook
zijn er werven, die (net zolas dat vroeger ook wel gebeurde) het niet
lukt het juiste model te treffen. Zijn dit
min of meer andere scheepstypes, mislukkelingen of moet men toch
stellen dat dit een
verdere
ontwikkeling van een bestaand type is? In ieder geval moet men soms
maar
gokken naar wat het voorsteld.
In de recreatievaart verschijnen tegenwoordig ook nieuw gebouwde
Luxe-motors, die te sterk afwijken van het oorspronkelijke type. Moet
men ook dit als een verdere ontwikkeling van het type zien? Ik vind van
niet!
Valse typesOnder de zeilende-voormalige-bedrijfsvaartuigen zijn er die een (bijna) perfecte weergave zijn van hoe het vroeger was, maar er zijn er ook die daar flink van afwijken. Soms probeert men er zelfs een ander scheepstype van te maken. De volgende groep nieuwe-oude-schepen zijn de wedstrijdskûtsjes. Ook bij deze catagorie zijn er veel schepen die wel orgineel lijken, maar dat niet zijn. Zie verder Scheepstypes: Skûtsje. Een aantal oude bedrijfsvaartuigen worden gebruikt voor bewoning of recreatie. Soms gaat dit gepaard met ingrijpende verbouwingen. De romp blijft niet altijd onaangetast (ingekorte spitsen beginnen gewoon te lijken). Alhoewel de indruk die een schip daarmee maakt geheel anders is, kan men toch niet van een nieuw scheepstype spreken. Tot slot worden er dan nog vaartuigen gebouwd, die men, naar het schijnt volkomen willekeurig, een etiket opgeplakt heeft. Een mooi voorbeeld daarvan vormen de vele open motorbootjes, die men tegenwoordig vlet of sloep noemt. Een aantal scheepstypes zijn niet echt een ander scheepstype. Een Friese praam, die in Overijssel gebouwd is (gefantaseerd voorbeeld), blijft een Friese praam, het wordt geen Overijsselse praam. Toch zijn er 'scheepstypes', die op soortgelijke wijze aan hun naam komen. Naamgeving. In oude geschriften worden soms 'scheepstypes' genoemd, waarvan ons geen enkele of slechts één beschrijving of afbeelding bekend is. Men kan dus onmogelijk vaststellen of het type werkelijk bestond of dat het maar een naam was, die de schrijver aan een schip gegeven had en die door een ander misschien heel anders genoemd werd. De naamgeving van verschillende types zorgt trouwens voor de nodige verwarring. Soms hebben twee verschillende types (in verschillende streken van ons land) dezelfde naam. Twee verschillende namen voor hetzelfde type, komt ook voor. Een bekend verschijnsel is ook dat de verzamelnaam voor een aantal scheepstypes, zoals bijv. Damlopers, tevens de naam is van een scheepstype in die groep. Dit kan zeer verwarrend werken. Verder is de naamgeving van een bepaald type in diverse geschriften niet altijd gelijk. De meeste schrijvers, schilders, tekenaars waren dan ook geen schippers, werfbazen of anderen die er beroepshalve dagelijks mee te maken hadden. Zelfs sommige scheepsbouwers kende geen andere types dan die, die ze zelf bouwden en in hun werfboeken valt zelfs soms niet meer te lezen dan 'gebouwd voor ....... een schip (schuit, boot) enz.', welk type er dan gebouwd is, moet men dan maar raden. Naamgeving oude types. Bij de naamgeving van oude types stuit men vaak op problemen. Men heeft vaak afbeeldingen maar geen vermelding om welk scheepstype het gaat of men heeft slechts een summiere beschrijving van het scheepstype en geen afbeelding. Voor oude binnenvaartschepen duurt het vaak tot in de 19de eeuw voordat afbeelding, beschrijving en naamgeving bij elkaar komen. Er zijn echter uitzonderingen en ook heeft men soms toch afbeeldingen en scheepstypes bij elkaar kunnen brengen. Immers wanneer er in tolregisters of andere oude geschriften sprake van is dat een bepaald scheepstype veelvuldig in een bepaalde plaats voorkomt, dan valt te verwachten dat op afbeeldingen uit die tijd en van die regio dat scheepstype ook veelvuldig voor zal komen. Ook al heeft men een oude afbeelding met een vermelding om welk scheepstype het gaat, dan nog hoeft de opgegeven naam niet altijd te kloppen. Het valt immers niet te verwachten dat elke schilder, tekenaar ook een schepenkenner was. Natuurlijk kan de kunstenaar die niet terzake kundig was aan een persoon waarvan hij dacht dat deze wel terzake kundige was gevraagd hebben om welk scheepstype het zich handelde, maar wie zegt dat deze kenner het bij het rechte eind had. Men zal dus, vooral bij deze oude types, altijd open moeten staan voor zaken die tot een ander inzicht kunnen leiden. Nieuwe naamgevingen. Sinds de jaren 70 is er toenemende belangstelling voor de oudere scheepstypes, dit gaat echter gepaard met een toenemend aantal verkeerd gehanteerde benamingen en het verdwijnen van de juiste benamingen. Zo kunnen we constateren dat - boatsjes : (kleine) tjotters, - boeiers : Friese jachten, - tjalken van de algemene vaart : zeetjalken, - klipperaken : stevenaken, - motorscheepjes : luxe-motors, - boeierschuiten : boeieraken, - skûtsjes : Friese Tjalken, - klippers : schoeners, enz. enz. enz. genoemd worden. Namen als boterjacht, grasbootje, kaasjager, Blokzijlerjacht, enz. enz. zijn echter verdwenen. Slot. top
|
|||||