Aanvullingen en correcties zijn welkom.
Lees ook: Boot, schuit of schip; wat is wat? en Inleiding tot scheepstypes.


DE HOUTEN KRAAK

IN DE ACHTTIENDE EN NEGENTIENDE EEUW

Door Kees Touw.
Aanvullingen en redactie Pieter Klein.



In veel boeken over de oude Nederlandse binnenvaartschepen wordt geschreven over de Kraak.
Bijna alle citaten gaan terug naar wat zee-officier Pieter Le Comte (1802-1849) in 1831 noteerde over de kraak:
…Deze soort van vaartuigen bevaren al onze binnenwateren, doch het meest vindt men dezelve te Rotterdam, Dordrecht, Amsterdam, Utrecht en eene enkele te Zaandam. Hunne grootte is gewoonlijk 40 tot 50 ton. Het inwendige derzelve bestaat uit het ruim, een vooronder en achteronder de plecht; ook heeft men paveljoenkraken, deze hebben een achteronder, onder een weinig verheven dek met twee ramen, dwars uitziende; in deze plaats, de huizing voor den schipper en gezin, zijn vaste kooijen, stookplaats en verdere gemakken getimmerd. Meestal varen deze schepen op vracht, en laden ook bovenlast; hun diepgang is, ledig, 2½ voet (77cm) en geladen 5 à 6 voet (1,42-1,7 meter) Zij zijn geschikt voor alle binnenvaarwaters, en worden bevaren door schipper en een of twee knechts.
De tuiging bestaat uit een mast met bezaanzeil, voorzien van twee reven, eene stagfok en kluiver; ook zijn er eenige, die hoognokzeilen voeren, hetwelk een spriettuig is. Zij blijven zolang onder zeil, als zij het voor het gereefde bezaanzeil kunne gaande houden; verslimmert echter het weder, dan gaan zij ten anker, of maken aan den wal vast en blijven liggen. Men vindt kraken als beurtschepen van Rotterdam en Utrecht…
[bron]
a99
Een kraak met paviljoen waarbij de 'poortjes' zich in de zijdes van het vaartuig
net boven het berghout bevinden.
Kloverniersburgwal Amsterdam rond 1870. Fotograaf onbekend.

Wat G.C.E. Crone (1880-1954) in 1926 schreef is mogelijk gedeeltelijk ontleend aan Le Comte.
…(de kraak) was een kleine smalle tjalk van rechte strook, zonder statie en soms met een verheven achterdek. Zij waren van 40 tot 50 ton en bevoeren in hoofdzaak de wateren van Rotterdam en Dordrecht tot aan de Zaan.
[bron]

Het meest uitgebreide verhaal over zowel de houten als de ijzeren kraak is geschreven door Henk Dessens in het boek Scheepstypologieën uit 1988.
[Info]



De Kraak als beurtschip

Le Comte schreef al dat er kraken als beurtschip voeren tussen Rotterdam en Utrecht.
Maar ook op ander bestemmingen werden zij ingezet.
Type:
Beurtdienst:

Kraakschip
Gorinchem - Amsterdam
bron

Kraakschip Alkmaar - Rotterdam
bron
Damlooper- of Kraakschuit
Nijmegen - Rotterdam
bron
Kraakschuit
Woerden - Rotterdam
bron
Paviljoenspriet- of Kraakschuit
Breda - Rotterdam
bron

De tocht van Rotterdam naar Breda ging via de Noord, Dordtse Kil, het Hollands Diep, Hellegat en Volkerak naar de Dintel om dan via de Mark in Breda te geraken. Toch niet de gemakkelijkste vaarwaters van Nederland.

a98
Een kraak volgens Pieter Le Comte 1831.
Deze kraak heeft de poortjes naast de achterstevenbalk; ook lijkt het schip,
in afwijking tot dat in de voorgaande afbeelding, enige zeeg te vertonen.


ONDERZOEK

De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op het voorkomen van de Kraak in achttiende en negentiende-eeuwse krantenadvertenties. Deze kranten werden onderzocht via de site www.delpher.nl.

Er werden gegevens gevonden van 35 kraken in kranten van 1745 tot 1849
1 kraak uit de periode van  1726 - 1750
4 kraken uit de periode van 1751 - 1775
9 kraken uit de periode van 1776 - 1800
15 kraken uit de periode van 1801 - 1825
6 kraken uit de periode van 1826 – 1850

Herkomst van de gevonden advertenties.
nr.
type lengte krant jaar
1 kraakschuit 15,33 Alg.Handelsblad 1843‐08‐08
2 kraakschip 15,75 Oprechte Haarl.  Courant 1824‐10‐16
3

damschuit of kraak 15,85 Affiches Annonces et avis divers d'Amsterdam 1812‐11‐16
4 kraakschip 16,13 Rotterdamsche Courant 1816‐02‐27
5 damlooper of kraakschuit 16,42 Rotterdamsche Courant 1800‐05‐08
6 Kraakschip 16,70 Amsterdamsche Courant 1773‐07‐15
7 kraakschip 16,70 Amsterdamsche Courant 1798‐07‐21
8 kraakschip 16,70 Amsterdam Mercurius
1808‐00‐00
9 damkraak 16,98 Oprechte Haarl. Courant 1789‐05‐07
10 kraakschip 16,99 Oprechte Haarl. Courant 1784‐09‐28
11 kraakschip met Farretuig 17,27 Nederlandsche Courant 1786‐11‐06
12 kraakschip 17,41 Oprechte Haarl. Courant 1818‐05‐05
13 kraakschip 17,55 Oprechte Haarl.Courant 1751‐09‐23
14 paviljoenkraakschuit 17,55 Rotterdamsche Courant 1802‐06‐10
15 damkraak‐schuit 17,83 Rotterdamsche Courant 1805‐09‐12
16 kraakschuit 17,83 Rotterdamsche Courant 1811‐05‐12
17 kraakschuit 17,83 Leydse courant 1811‐10‐28
18 kraakschip 17,84 Leydse Courant 1745-06-02
19 Damlooper of kraakschip 17,97 Leydse courant 1776‐03‐18
20 kraakschip 18,00 Oprechte Haarl. Courant 1845‐06‐19
21 damkraak 18,11 Leydse courant 1768‐08‐05
22 kraakschuit 18,12 Rotterdamsche Courant 1810‐04‐12
23 kraak of Damlooperschip 18,25 Amsterdamsche Courant 1780‐08‐01
24 kraak of pontschuit 18,45 Oprechte Haarl. Courant 1818‐05‐30
25 kraak of Damlooperschip 19,39 Amsterdamsche Courant 1790‐04‐27
26 dam of Kraakschip
Rotterdamsche Courant 1801‐09‐01
27 dam of Kraakschuit
Rotterdamsche Courant 1815‐03‐30
28 dam-kraakschuit
Rotterdamsche Courant 1786‐04‐29
29 dam-kraakschuit
Rotterdamsche Courant 1798‐01‐02
30 dam-kraakschuit
Rotterdamsche Courant 1802‐09‐18
31 kraak- of Damschuit
Rotterdamsche Courant 1841‐02‐20
32 kraakschip
Amsterdamsche Courant 1772‐05‐07
33 kraakschuit
Rotterdamsche Courant 1842‐04‐16
34 paviljoenspriet- of Kraakschip
NRC 1849‐06‐07
35 pont of kraakschip
Oprechte Haarl. Courant 1847‐03‐29

Zoals te zien is werd geen enkele maal de kraak simpel aangeduid als ‘kraak’. Het meest kwamen de samenstellingen kraakschuit en kraakschip voor. Opvallend was de veelvuldig voorkomende koppeling met dam, damschuit en damlooper. Volgens sommige bronnen wordt met damlooper vaak een schip bedoeld dat geschikt was om de Leidschendam te passeren. Sinds 1648 was de doorvaarthoogte daar beperkt tot 2,20 meter en de doorvaartbreedte tot 3,80 meter. Deze situatie heeft tot het gereedkomen van de nu nog dienstdoende sluis, die in 1885 in gebruik kwam, bestaan.

a90
Een replica van een Langedijker Damschuit. 14,5 x 3,08 meter.
Foto: Pieter Klein.
[Er heerst een zeker verschil van opvatting over de begrippen damloper, damschuit en Leidschendammer. Volg de links voor nadere toelichting.  Red.]
a87
De advertentie zoals deze in Affiches Annonces et avis divers d'Amsterdam
van 16 november 1812 verscheen. (Bron: Delpher.nl)

Het voorkomen van de termen kraakschuit, kraakschip en de samenstellingen daarvan met dam-, damschuit, damschip en damlooper in voorgaande advertenties.
Kraakschip
12
Dam- of Kraakschip 1
Kraakschuit
5
Dam- of Kraakschuit
1
Kraak- of Damschuit
1
Damlooper of Kraakschuit
1
Kraak- of Damlooperschip
2
Damlooper of Kraakschip
1
Kraak of Pontschuit
1
Damschuit of Kraak
1
Paviljoenkraakschuit
1
Dam-Kraakschuit
4
Paviljoenspriet of Kraakschip
1
Damkraak
2
Pont- of Kraakschip 1


Totaal aantal vermeldingen 35

Gekeken is of er een verschil in grootte was tussen de groep van kraakschuiten en de groep van kraakschepen.
Van 25 schepen is de lengte bekend. Van 23 schepen is het laadvermogen bekend. Twee schepen zijn noch schuit, noch schip, ze staan te boek als damkraak.
De kleinste kraakschuit vertoont te sterk afwijkende maten en is daarom buiten beschouwing gelaten.
De schuiten hadden een gemiddelde lengte van 17,44 meter en een gemiddeld laadvermogen van 43,3 ton.
Ook het kleinste kraakschip (advertentie 2) vertoont met een holte van 2,5 meter een abnormale afwijking. Verder is nr 25 met een lengte van boven de 19 meter en een laadvermogen van bijna 73 ton ook uitzonderlijk. Beide vaartuigen zijn daarom buiten beschouwing gebleven.
De overige schepen hebben een gemiddelde lengte van 17,32 meter en een gemiddeld laadvermogen van 46,9 ton.

Afgaand op het laadvermogen zou je kunnen stellen dat een kraakschip nauwelijks groter (8%) is dan een kraakschuit. Ook blijkt de kraakschuit gemiddeld slechts een fractie (0,6%) langer te zijn dan het kraakschip.
Men kan dus niet stellen dat de afmetingen bepalend zijn voor het gebruik van de term kraakschuit of kraakschip.

Afmetingen en lengte-wijdte verhouding voor zover deze beschikbaar waren.
Laadvermogen berekend volgens formule. (
Zie bij laadvermogen. Red.
)
Tabel gesorteerd op schip en schuit
nr. type lengte wijdte holte ton l/w
1 kraakschuit 15,33 2,72 1,38 24,46 5,6
3 damschuit of kraak 15,85 3,54 1,41 33,62 4,5
5 damlooper of kraakschuit 16,42 4,39 1,84 56,37 3,7
14 paviljoenkraakschuit 17,55 3,96 1,42 41,94 4,4
15 damkraak‐schuit 17,83 3,54 1,63 43,73 5
16 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
17 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
24 kraak of pontschuit 18,45 3,44

5,3
22 kraakschuit 18,12 3,96

4,6
2 kraakschip 15,75 3,5 2,50 58,57 4,5
4 kraakschip 16,13 3,96 1,56 42,35 4
7
kraakschip 16,7 3,58 1,55 39,38 4,6
6
Kraakschip 16,7 3,68 1,59 41,53 4,5
8 kraakschip 16,7 3,68 1,69 44,14 4,5
11 kraakschip met Farretuig 17,27 3,46 1,64 41,65 4,9
12 kraakschip 17,41 3,68 1,83 49,83 4,7
13 kraakschip 17,55 3,8 1,84 52,15 4,6
18 kraakschip 17,84 3,54 1,56 41,87 5
19 Damlooper of kraakschip 17,97 3,96 1,67 50,51 4,5
20 kraakschip 18 4,2 1,80 57,83 4,3
23 kraak of Damlooperschip 18,25 3,84 1,84 54,80 4,7
25 kraak of Damlooperschip 19,39 4,23 2,09 72,85 4,6
10 kraakschip 16,99 3,5

4,8
21 damkraak 18,11 3,52 1,62 43,89 5,1
9 damkraak 16,98 3,6 1,77 45,98 4,7
[In de tabel kan men zien dat een zevental
vaartuigen (ca. 32%) boven de grens van 50 ton, die Le Comte en Crone als bovengrens voor de kraak noemen, komen. Dit resultaat kan beïnvloed zijn door de wijze waarop het laadvermogen bepaald is. Hierover later meer. Red.]


a94
De kraak zoals deze eind 19de eeuw door Ir. E van Konijnenburg vast gelegd werd.

Volgens Konijnenburg zou de Kraak in de 17de eeuw 'Lichter', in het bijzonder 'Amsterdamse binnenlichter' genoemd zijn. Het zou de aanwezigheid van een tuigage zijn, dat van de lichter een kraak maakte. Verder noemt hij de verwantschap met de gladboordige turfijker. Als variant van de Kraak noemt Konijnenburg de Haarlemmer pont, terwijl G.J. Schutten de Kaarselade als Haarlemse variant van de kraak ziet.
Volgens Dessens hadden sommige kraken geen gangboorden, maar liep de luikenkap van boord tot boord. Het is echter niet bekend of dit gebruikelijk was. Wel tekent Konijnenburg de gladboordige Turfijker met een dergelijke luikenlap.
(
Dessens baseert zich op een model in het Scheepvaartmuseum Rotterdam. Het is daarom echter nog niet gezegd dat het model de werkelijkheid verbeeld. Aan de juistheid van van Konijnenburgs informatie wordt trouwens ook door sommigen getwijfeld. Red.
)


Gemiddelde lengte, wijdte, holte en lengte-wijdte verhouding van de kraak.

Om de gemiddelde cijfers zo zuiver mogelijk te houden worden de uiterste maten niet meegerekend.

Lengte
Van de 31 kraken is er van 25 de lengte bekend. De kortste (15,33 m.) en de langste (19,39 m.) worden buitenbeschouwing gelaten. De lengte van de overige kraken loopt van 15,75 tot 18,45 meter.
De gemiddelde lengte is 17,31 meter.
39%  is 15,75 – 16,99 meter
61 % is 17,27 – 18,45 meter

Afmetingen, laadvermogen en lengte-wijdte verhouding voor zover deze beschikbaar waren.
Tabel gesorteerd op scheepslengte.
nr.
type lengte wijdte holte ton l/w
1 kraakschuit 15,33 2,72 1,38 24,46
5,6
2 kraakschip 15,75 3,50 2,50 58,57 4,5
3 damschuit of kraak 15,85 3,54 1,41 33,62 4,5
4 kraakschip 16,13 3,96 1,56 42,35 4
5 damlooper of kraakschuit 16,42 4,39 1,84 56,37 3,7
6 Kraakschip 16,70 3,68 1,59 41,53 4,5
7 kraakschip 16,70 3,58 1,55 39,38 4,6
8 kraakschip 16,70 3,68 1,69 44,14 4,5
9 damkraak 16,98 3,60 1,77 45,98 4,7
10 kraakschip 16,99 3,50

4,8
11 kraakschip met Farretuig 17,27 3,46 1,64 41,65 4,9
12 kraakschip 17,41 3,68 1,83 49,83 4,7
13 kraakschip 17,55 3,80 1,84 52,15 4,6
14 paviljoenkraakschuit 17,55 3,96 1,42 41,94 4,4
15 damkraak‐schuit 17,83 3,54 1,63 43,73 5
16 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
17 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
18 kraakschip 17,84 3,54 1,56 41,87
19 Damlooper of kraakschip 17,97 3,96 1,67 50,51 4,5
20 kraakschip 18,00 4,20 1,80 57,83 4,3
21 damkraak 18,11 3,52 1,62 43,89 5,1
22 kraakschuit 18,12 3,96

4,6
23 kraak of Damlooperschip 18,25 3,84 1,84 54,80 4,7
24 kraak of pontschuit 18,45 3,44

5,3
25 kraak of Damlooperschip 19,39 4,23 2,09 72,85 4,6


Wijdte
Van de 31 kraken is van 25 de wijdte bekend. De smalste (2,72 m.) en de breedste (4,39 m.) werden buiten beschouwing gelaten.
Twee schepen waren 3,44 – 3,46 meter, 12 schepen maten 3,5 tot 3,8 meter, zeven schepen waren tussen 3,84 en 3,96 meter breed, terwijl twee schepen 4,20 – 4,23 meter breed waren.
De gemiddelde wijdte kwam op 3,74 meter. 83% van de kraken, ofwel 19 schepen, maten tussen de 3,5 en 3,96 meter. Wel moet aangetekend worden dat de wijdte op verschillende manieren gemeten werd. Dit werd omschreven als: wijd op het berghout, of als wijd buiten zijn huid of als wijd op zijn buitenhelling (buikdenning). Een vierde maataanduiding was 'wijd op de Leidschendam'. Dat wil zeggen hooguit 3,80 meter breed. Waarover straks meer.

Afmetingen, laadvermogen en lengte-wijdte verhouding voor zover deze beschikbaar waren.
Tabel gesorteerd op wijdte.

type lengte wijdte holte ton
l/w
opmerking
1 kraakschuit 15,33 2,72 1,38 24,46 5,6
24 kraak of pontschuit 18,45 3,44

5,3 wijd buiten op zijn huid
11 kraakschip met Farretuig 17,27 3,46 1,64 41,65 4,9
2 kraakschip 15,75 3,5 2,5 58,57 4,5 wijd op berghout
10 kraakschip 16,99 3,5

4,8
21 damkraak 18,11 3,52 1,62 43,89 5,1
3 damschuit of kraak 15,85 3,54 1,41 33,62 4,5
15 damkraak‐schuit 17,83 3,54 1,63 43,73 5
18 kraakschip 17,84 3,54 1,56 41,87 5
7 kraakschip 16,7 3,58 1,55 39,38 4,6
9 damkraak 16,98 3,6 1,77 45,98 4,7
6 Kraakschip 16,7 3,68 1,59 41,53 4,5
8 kraakschip 16,7 3,68 1,69 44,14 4,5 wijd bij balk voor gr.luik
12 kraakschip 17,41 3,68 1,83 49,83 4,7
13 kraakschip 17,55 3,8 1,84 52,15 4,6 wijd op Leydsendam
23 kraak of Damlooperschip 18,25 3,84 1,84 54,80 4,7
4 kraakschip 16,13 3,96 1,56 42,35 4 wijd op buitenhelling
14 paviljoenkraakschuit 17,55 3,96 1,42 41,94 4,4
16 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
17 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
19 Damlooper of kraakschip 17,97 3,96 1,67 50,51 4,5
22 kraakschuit 18,12 3,96

4,6 wijd op zijn berghouten
20 kraakschip 18 4,2 1,8 57,83 4,3
25 kraak of Damlooperschip 19,39 4,23 2,09 72,85 4,6
5 damlooper of kraakschuit 16,42 4,39 1,84 56,37 3,7

'WIJD OP DE LEYDSENDAM'
Alhoewel men reeds in de 16de eeuw de term damloper kende is het ondermeer van IJk (1697) geweest die stelde dat schepen gebouwd op de Leydsendam damloper genoemd werden. 
Een schip dat te boek staat als 'wijd op Leydsendam' is over het berghout gemeten hooguit 3,5 meter wijd als men de zwaarden liet hangen en maximaal 3,8 meter wijd als men de moeite nam de zwaarden af te nemen. In dat laatste geval kon 60% van de schepen uit de voorgaande tabel door de Leidschendam. Uit de advertenties valt echter niet op te maken met welke maat er gemeten werd.


Het bestek van een damlooper geschikt voor de Leidschendam
(Maten in Amsterdamse of Wezelse voeten van 11 duimen en een lengte van circa 28,3 cm. Red.)

a96
Fragment: De Nederlandsche scheepsbouw-konst open gestelt, C. van Yk.
[Bron]

Een tweede damlooper wordt door van Yk beschreven als:
…den hiervoor beschreven damlooper die voor 1515 Guldens wierd gemaakt,
Lang 57 voet (16,13 m.) wijd op de buitenkant van de huid 12 voet 4 duim (3,50 m.)
Hol van kiel tot op het boeysel 6 voet 8 duim (1,90 m.).
[Bron]
De Lengte-wijdte verhouding van deze damlooper is 4,5 : 1.
Een damlooper, die inclusief zwaarden geschikt was om de duikers van de Leidschendam met gemak te passeren was dus 3,50 meter wijd. Op de Kimmegang mocht het schip niet breder zijn dan op het berghout.

In de lijst met kraken komen vier damloopers voor, die allemaal te breed zijn om de Leidschendam te passeren. Er komen in oude advertenties trouwens veel damloopers voor die aanmerkelijk breder zijn, dat wil zeggen breder dan 3,8 meter over de berghouten, dan de damloopers die geschikt waren voor de Leidschendam.

De vier kraak-damloopers uitgelicht.
nr
type
wijdte
l/w

23
  Kraak- of damlooperschip 3,84 m. 4,7:1
Bron
19
  Damlooper of kraakschip 3,96 m. 4,5:1
Bron
25
  Kraak- of damlooperschip 4,23 m. 4,6:1
Bron
20
  Damlooper of kraakschuit 4,39 m. 3,7:1
Bron

Van de 14 kraken die tot 3,8 meter breed zijn, worden er 3 damkraak en één een damschuit of kraak genoemd. De rest noemt men een kraakschip of een enkele maal een kraakschuit, maar geen enkele maal 'damlooper'.
Opvallend is dus dat de Kraak vaak wel en de Damlooper vaak niet door de Leydsche dam past.

a95
De verlaten en de kolk in de Leydsche dam. Tekening Coenraet Decker,
Uitgave: Pieter Smith en Arnold Bon 1667.  Bron Rijksmuseum Amsterdam.
De schepen lijken mij noch Kraken, noch Leidschendammers.


Vergelijking tussen een Wijdschip en een Damlooper
Twee capitale schepen zijnde een wijtschip en een damlooper.
Het 1e Lang 68 voet en 4 duim (=19,35 meter), wijd op zijn uitwatering 17 voet 2 duim (= 4,86 meter), hol onder het gangboord tot buitenhelling 7 voet.
Het 2e Lang 67 voet (= 19,25 meter), wijd 18 voet (= 5,09 meter), hol 7 voet en 4 duim. Beiden voeren van Gouda op Antwerpen. 
[Bron]
De 5,09 meter brede damlooper is hier 23 centimeter breder dan het wijtschip.
De Lengte-Wijdte verhouding van de damlooper is 3,8 : 1 en die van het wijtschip is 3,9 : 1
De zoekterm ‘damlooper’ leverde veel resultaten op. Ik heb er zeven uitgelicht.

Maten en verhoudingen van enkele Damloopers (gesorteerd op wijdte).
Lengte
Wijdte
Holte
L/Br verh.
Laadverm.

19,11
3,96
2,10
4,5

Bron
15,71
4,10
1,67
3,8

Bron
18,06
4,24
1,70
4,2

Bron
17,83
4,24
1,62
4,2

Bron
18,96
4,34
2,05
4,3
64 ton
Bron
18,25
4,37
1,92
4,1

Bron
19,73
4,79
1,57
4,1
67 ton [
opm
]
Bron
 

Deze brede damloopers zijn bepaald niet zeldzaam.
Maar nogmaals, ze kunnen niet door de Leidschendam, terwijl de Kraak dat in meer dan de helft van de gevallen wel kon.

a93
Een drooggevallen kraak met sprietzeil en paviljoen volgens Groenewegen.

Holte
De minste holte (1,38 m.) en de meeste holte (2,50 m.) werden buiten beschouwing gelaten. Daartussen liep het uiteen van 1,41 tot 2,09 meter.
De gemiddelde holte kwam op 1,68 meter.
Er moet bij aangetekend worden dat verschillende metingen gehanteerd worden:
a. hol van kiel tot op het boeisel
b. hol in het ruim bij de 1e balk voor het grootluik op zijn uitwatering.
c. hol onder gangboord tot de buikdenning.
De gevonden maten geven geen aanleiding daar bepaalde conclusies aan te verbinden.

Afmetingen, laadvermogen en lengte-wijdte verhouding voor zover deze beschikbaar waren.
Tabel gesorteerd op holte.
nr. type lengte wijdte holte ton l/w
1 kraakschuit 15,33 2,72 1,38 24,46 5,6
3 damschuit of kraak 15,85 3,54 1,41 33,62 4,5
14 paviljoenkraakschuit 17,55 3,96 1,42 41,94 4,4
7
kraakschip 16,7 3,58 1,55 39,38 4,6
18 kraakschip 17,84 3,54 1,56 41,87 5
4 kraakschip 16,13 3,96 1,56 42,35 4
6
Kraakschip 16,7 3,68 1,59 41,53 4,5
21 damkraak 18,11 3,52 1,62 43,89 5,1
16 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
17 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
15 damkraak‐schuit 17,83 3,54 1,63 43,73 5
11 kraakschip met Farretuig 17,27 3,46 1,64 41,65 4,9
19 Damlooper of kraakschip 17,97 3,96 1,67 50,51 4,5
8 kraakschip 16,7 3,68 1,69 44,14 4,5
9 damkraak 16,98 3,6 1,77 45,98 4,7
20 kraakschip 18 4,2 1,80 57,83 4,3
12 kraakschip 17,41 3,68 1,83 49,83 4,7
13 kraakschip 17,55 3,8 1,84 52,15 4,6
23 kraak of Damlooperschip 18,25 3,84 1,84 54,80 4,7
5 damlooper of kraakschuit 16,42 4,39 1,84 56,37 3,7
25 kraak of Damlooperschip 19,39 4,23 2,09 72,85 4,6
2 kraakschip 15,75 3,5 2,50 58,57 4,5
24 kraak of pontschuit 18,45 3,44

5,3
10 kraakschip 16,99 3,5

4,8
22 kraakschuit 18,12 3,96

4,6


a91
Een kraak van het Kaarselade Veer aan het Spaarne te Haarlem. Foto: Jacob Olie.
Opvallend is de positie van het zwaard, dat vrij ver naar achter geplaatst is.

Lengte-wijdte verhouding
De kleinste Lengte-wijdte verhouding 3,7 : 1 en  de grootste Lengte-wijdte verhouding 5,6 : 1 werden buiten beschouwing gelaten. Verder liep de lengte-wijdte verhouding van 4,0 : 1 tot 5,3 : 1.
Gemiddelde Lengte-wijdte verhouding bedroeg 4,6 : 1. Daarmee ligt de verhouding ongeveer gelijk aan die van de toenmalige tjalken uit het Noorden.

Afmetingen, laadvermogen en lengte-wijdte verhouding voor zover deze beschikbaar waren.
Tabel gesorteerd op lengte-wijdte verhouding.
nr. type lengte wijdte holte ton l/w
5 damlooper of kraakschuit 16,42 4,39 1,84 56,37 3,7
4 kraakschip 16,13 3,96 1,56 42,35 4
20 kraakschip 18 4,2 1,80 57,83 4,3
14 paviljoenkraakschuit 17,55 3,96 1,42 41,94 4,4
3 damschuit of kraak 15,85 3,54 1,41 33,62 4,5
6
Kraakschip 16,7 3,68 1,59 41,53 4,5
8 kraakschip 16,7 3,68 1,69 44,14 4,5
16 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
17 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
19 Damlooper of kraakschip 17,97 3,96 1,67 50,51 4,5
2 kraakschip 15,75 3,5 2,50 58,57 4,5
7
kraakschip 16,7 3,58 1,55 39,38 4,6
13 kraakschip 17,55 3,8 1,84 52,15 4,6
25 kraak of Damlooperschip 19,39 4,23 2,09 72,85 4,6
22 kraakschuit 18,12 3,96

4,6
9 damkraak 16,98 3,6 1,77 45,98 4,7
12 kraakschip 17,41 3,68 1,83 49,83 4,7
23 kraak of Damlooperschip 18,25 3,84 1,84 54,80 4,7
10 kraakschip 16,99 3,5

4,8
11 kraakschip met Farretuig 17,27 3,46 1,64 41,65 4,9
15 damkraak‐schuit 17,83 3,54 1,63 43,73 5
18 kraakschip 17,84 3,54 1,56 41,87 5
21 damkraak 18,11 3,52 1,62 43,89 5,1
24 kraak of pontschuit 18,45 3,44

5,3
1 kraakschuit 15,33 2,72 1,38 24,46 5,6

a92
Een geladen Kraak met sprietzeil, door Groenewegen.
Anders dan in de andere tekningen, toont deze Kraak inderdaad weinig zeeg.
Zo te zien heeft het schip geen paviljoen.


Laadvermogen
Van 5 schepen waren zowel het laadvermogen als de lengte, wijdte en holte bekend.
Van 8 schepen waren de afmetingen niet, maar het laadvermogen wel bekend. In verband met het ontbreken van de afmetingen zijn de schepen niet in voorgaande tabellen opgenomen.
Van 17 schepen waren lengte, wijdte en holte bekend. Het laadvermogen zou dan met de toen geldende formules berekend kunnen worden.

Laadvermogens zoals opgegeven in advertenties.

type lengte wijdte holte Ton
jaar
27 dam of Kraakschuit


24,00 1815‐03‐30
31 kraak- of Damschuit


31,00 1841‐02‐20
29 dam-kraakschuit


36,00 1798‐01‐02
1 kraakschuit 15,33 2,72 1,38 38,00 1843‐08‐08
2 kraakschip 15,75 3,50 2,50 38,00 1824‐10‐16
3 pont of kraakschip


41,00 1847‐03‐29
4 kraakschip 16,13 3,96 1,56 42,00 1816‐02‐27
26 dam of Kraakschip


42,00 1801‐09‐01
21 damkraak 18,11 3,52 1,62 44,00 1768‐08‐05
33 kraakschuit


48,00 1842‐04‐16
12 kraakschip 17,41 3,68 1,83 50,00 1818‐05‐05
32 kraakschip


55,00 1772‐05‐07
33 paviljoenspriet- of Kraakschip


59,00 1849‐06‐07

Een oude formule die gebruikt werd om het laadvermogen in lasten te berekenen was als volgt:
lengte x wijdte x holte (in voeten) gedeeld door 180. De uitkomst moet men dus nog met 2 vermenigvuldigen om het aantal ton te weten.
Het getal 180 was de zogenaamde divisore of deelsleutel en elke groep van schepen kende zijn eigen deelsleutel.
[bron]
 Past men deze berekening toe op de vijf schepen waarvan alle maten bekend zijn, dan krijgt men de navolgende tabel.


type lengte wijdte holte Ton adv. Ton div. Ton cor.
1 kraakschuit 15,33 2,72 1,38 38,00 28,20 24,46
2 kraakschip 15,75 3,50 2,50 38,00 67,53 58,57
4 kraakschip 16,13 3,96 1,56 42,00 48,83 42,35
21 damkraak 18,11 3,52 1,62 44,00 50,60
43,89
12 kraakschip 17,41 3,68 1,83 50,00 57,45 49,83

Ton adv. staat voor het aantal ton dat in de advertentie vermeld was.
Ton div
. staat voor het aantal ton dat met behulp van de oude formule berekend is.

Opvallend is de afwijking tussen de berekende en opgegeven waarde voor de eerste twee kraken uit de tabel. Opvallend is echter ook de grote holte die nr. 2 heeft. Een zetfout in de krant? Gaat men uit van een meer normale holte van 1,5 m. Dan komt het berekende laadvermogen op 40,5 ton. Dat is meer in overeenstemming met de andere waardes. (Deze correctie van de holte is in voorgaande tabellen echter niet doorberekend.)
De eerste kraak uit de tabel blijkt juist 10 ton meer laadvermogen te hebben dan uit de maten te berekenen is. Zowel de wijdte als de holte van dit scheepje zijn aan de kleine kant. Maar twee fouten? Dat lijkt me weinig aannemelijk, maar een andere verklaring kan ik niet verzinnen.

Het laadvermogen van de drie overige kraken valt volgens de oude berekening steeds te groot uit. Dit komt waarschijnlijk omdat de wijdte die in de advertentie genoemd wordt een buitenwerkse maat is. Voor de berekening van de inhoud volgens de oude formule gebruikt men echter een binnenwerkse maat.
In de laatste kolom, aangeduid als 'Ton cor.' is getracht het verschil tussen de buitenwerkse en binnenwerkse wijdte te corrigeren.
Het is deze gecorrigeerde formule die niet alleen in onderstaande, maar ook in de voorgaande tabellen voor de berekening van het laadvermogen is toegepast.

Laadvermogens van 22 kraken berekend met de gecorrigeerde formule.
Tabel gesorteerd op laadvermogen.
nr. type lengte wijdte holte ton l/w
1 kraakschuit 15,33 2,72 1,38 24,46 5,6
3 damschuit of kraak 15,85 3,54 1,41 33,62 4,5
7
kraakschip 16,7 3,58 1,55 39,38 4,6
6
Kraakschip 16,7 3,68 1,59 41,53 4,5
11 kraakschip met Farretuig 17,27 3,46 1,64 41,65 4,9
18 kraakschip 17,84 3,54 1,56 41,87 5
14 paviljoenkraakschuit 17,55 3,96 1,42 41,94 4,4
4 kraakschip 16,13 3,96 1,56 42,35 4
15 damkraak‐schuit 17,83 3,54 1,63 43,73 5
21 damkraak 18,11 3,52 1,62 43,89 5,1
8 kraakschip 16,7 3,68 1,69 44,14 4,5
9 damkraak 16,98 3,6 1,77 45,98 4,7
16 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
17 kraakschuit 17,83 3,96 1,62 48,61 4,5
12 kraakschip 17,41 3,68 1,83 49,83 4,7
19 Damlooper of kraakschip 17,97 3,96 1,67 50,51 4,5
13 kraakschip 17,55 3,8 1,84 52,15 4,6
23 kraak of Damlooperschip 18,25 3,84 1,84 54,80 4,7
5 damlooper of kraakschuit 16,42 4,39 1,84 56,37 3,7
20 kraakschip 18 4,2 1,80 57,83 4,3
2 kraakschip 15,75 3,5 2,50 58,57 4,5
25 kraak of Damlooperschip 19,39 4,23 2,09 72,85 4,6

Ook nu worden de kraak met het grootste en het kleinste laadvermogen buitenbeschouwing gelaten.
Het gemiddelde laadvermogen van de resterende 22 kraken ligt op bijna 47 ton, waarbij er keurig netjes 11 vaartuigen onder deze maat en 11 vaartuigen boven deze maat zijn.

a91
Eén van de weinige ijzeren kraken, die het model van de houten kraak heeft.
Het scheepje werd in 1867 bij Meursing te Amsterdam gebouwd. Foto: Meursing.

Bouwplaatsen

In de advertenties worden slechts drie plaatsen waar de kraak gebouwd werd genoemd.
Vermeld werden Haarlem voor het bouwjaar 1763 [
bron
], voor het bouwjaar 1842 werf G. Lindeman te Schiedam [
bron
] en voor 1845 Zaandam [
bron
]. Ook bij Stofberg te Mijdrecht werden volgens Dessens houten kraken gebouwd.
In de Liggers van de Scheepsmetingsdienst (begonnen in 1899) komen nog twee houten kraken voor. Het ene gebouwd te Dordrecht in 1850 en de andere in Zaandam in 1875.


Slot
Als men in de tweede helft van de negentiende eeuw schepen van ijzer en later van staal gaat bouwen, verdwijnt het klassieke model Kraak. Na een enkele tussenvorm ontstaat een schip met een steile steven en een sterk geveegd achterschip. Het model is verder enigszins variabel, maar het naar binnen vallende boeisel op het voorschip, veelal aangeduid als een gebroken neusje, blijft (in veel gevallen) bestaan. De grootte neemt echter in de loop der jaren flink toe. Die ijzeren of stalen kraak is echter een verhaal apart. Opvallend is dat rond 1900 de naam 'lichter' voor dit type schip weer een beetje in gebruik raakt.
Het schijnt onder meer de scheepswerf  van de firma Boot te Leiderdorp geweest te zijn die rond 1900 begon met het bouwen van kraken zonder het gebroken neusje. Men zou dit tevens min of meer als het begin van de ontwikkeling van het motorschip kunnen zien, waarbij de term kraak als overblijfsel uit voorbije jaren is blijven hangen. Red.


a90
De kraak Geertruida uit 1884 toont de overgangsvorm naar de latere Kraken.
Het schip werd gebouwd voor de Steenkolen Handels Vereniging en
mat 24,3x4,88 meter; laadvermogen ruim 140 ton. Foto: Meursing, Amsterdam









Statistieken






v3.1 © P.I.Klein