###

SCHEEPSWERVEN

###
Aanvullingen en correcties zijn welkom.

A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, Y, Z, .



Het beste kunt U gebruik maken van de zoekfunctie welke uw browser U biedt.
Deze lijsten beperken zich voornamelijk tot die werven die ook in ijzer of staal gebouwd hebben. Bijna 900 werven/werfbazen zijn inmiddels (2013) opgenomen.
Belangrijkste bronnen: Liggers van de meetdiensten online bij de LVBHB, historische kranten online bij de Koninklijke bibliotheek, diverse online beeldbanken en archieven, verspreide berichten, diverse belangrijke bijdragen van derden.
 

Gealfabetiseerd op Achternaam, gevolgd door plaats. 
De Belgische werven na de Nederlandse.

Waar geen familienaam bekend is, is er gealfabetiseerd op de naam van de werf, machinefabriek, e.d. Van een aantal werven is niet bekend of er ook werkelijk binnenvaartschepen gebouwd of gerepareerd werden. Werven die uitsluitend jachten of woonarken gebouwd hebben zijn in de regel niet opgenomen. Het zelfde geldt voor Firma's onder wiens naam slechts één of twee schepen gebouwd zijn.
De vermeldingen van scheepstypes slaan op gevonden vermeldingen van nieuwgebouwde schepen en zijn dus niet volledig.
Aak= alle vrachtaken, Gr.Bol= alle groninger bollen, Gr.Tj.=Groninger tjalk. Z.tj.= alle 'zee'tjalken. Sk=skutsjes en platte Ftj. Ftj.= Friese tjalk. Htj.= Hollandsetjalk, IJsseltjalk, enz. Tj.= diverse tjalkachtige vaartuigen, Kl=Klipper, Kla=klipperaak, Kr= kraak, St= steilsteven, Fk= Friese maatkast, Wl= Westlanders, Lm- Luxe-motor, motorscheepje e.d., Opdr.=opdrukkers.
Via de liggers bij de LVBHB is vaak een goed beeld te krijgen van wat er op een werf gebouwd werd. Hierbij dient opgemerkt te worden dat van lang niet alle schepen de bouwwerf bekend is en ook lang niet alle schepen zijn in de liggers opgenomen.


A

~van der Aar, Loosduinen. Eerst C.L. v.d. Aar, later H.J. v.d. Aar. De werf moet tussen 1905 en 1932 bestaan hebben. Er werden ondermeer Westlanders en andere boerenvaartuigen gebouwd.





~Gebroeders Aarts, Willemstad (NB). 1921-1939 Verder niets bekend.





~Van den Adel, Papendrecht. 1884-1927. Ook geschreven als v.d. Andel, maar dat is waarschijnlijk niet juist* De werf bouwde voornamelijk Klippers en enkele Hollandse tjalken.
*De naamgeving v.d. Adel is ondermeer te vinden in de archief vermeldingen van Dordrecht en op de website van H.W.G. van Blokland-Visser.






~Klaas van Aken, Rivierdijk, Neder-Hardinxveld (Hardinxveld-Giessendam) 1907? - 1987. Beter bekend als Scheepswerf De Hoop. De werf lag pal naast de N.V. Scheepswerf en Machinefabriek Merwede.
Mijn informant schrijft er verder over: "Mijn grootvader, Klaas van Aken, is er begin vorige eeuw begonnen als nageljongen en ergens in de jaren vijftig geëindigd als directeur, samen met P. A. Caljé. Een oom van me was er timmerman, een andere oom kraandrijver. De werf is ooit overgenomen door een werf in Schiedam, die ook De Hoop heette, als ik me niet vergis." Onder het Schiedamse beheer heeft de werf nog tot 1987 bestaan.
De werf staat in latere jaren te boek als van Aken en Blokland. Na het faillisment is er mogelijk onder de naam Scheepsbouwbedrijf Tempo nog een enkel vaartuig (af)gebouwd.




~Akerboom Bergum Jacht- en Scheepswerf, Oosterse Hei, Bergum. -1963-1979+




~J.C. Akerboom, Boskoop. 1882-1927 Bouwde ondermeer motorscheepjes tot ca. 25 meter. De werf richt zich al spoedig op plezier-, overheids- en directievaartuigen. In 1928 gaat het bedrijf failliet.





~Scheepswerf Gebroeders Akerboom, Hoge Morsweg 113a, Leiden. van circa 1945 - ????.





~Scheepswerf Akerboom, Lisse. Ook bekend als Scheepswerf Lisse. 1860-1961?





~Firma Akerboom, Nieuwkoop. bijboten.





~H.A. Akerboom, Oestgeest. 1928 - 1963 Scheepswerf De Meerboom. Bouwde ondermeer kleine motorvaartuigen. Van 1928-1932 is de werf van H.A. Akerboom. Vervolgens is de werf wel onder leiding van Akerboom, maar eigendom van Aannemersbedrijf Meijer. In 1945 koopt Akerboom de werf terug. Rond 1950 richt men zich weer op de beroepsvaart, later schakelt de werf weer terug naar de pleziervaart en is ondermeer onderaannemer voor De Vries Aalsmeer.





~Firma Akerboom en van Lent, Kaag / Abbenes. 1923 - 1933. Bouwde kagenaars, maar ging al spoedig over tot de bouw van pleziervaartuigen. Ook bekend als Scheepswerf De Kaag.
Firma Akerboom was in het Westland vooral bekend van de bouw van de 'tuindersvlet'. Deze kreeg daardoor de naam 'Kagenaar'. Zo vermeldt H. Dessens in Nederlands Zeilende Binnenvaart.
Het is moeilijk te achterhalen of deze Akerboom en deze van Lent ook als afzonderlijke werven bestaan hebben. Misschien dat een plaatselijke historische vereniging raad kan schaffen.





~Scheepswerf en Machinefabriek Gebr. Akerboom B.V., Leiden. Nieuwbouw tot circa 20 meter in de jaren zeventig.





~Firma Akkerman, Schiedam nabij de spoorbrug. Scheepswerf  De Schie later (1929) jachtwerf van Kemper.





~D.L.J. Akkermans, Geertruidenberg. Akkermans koopt in 1923 de voormalige scheepswerf van de gebroeders Tak die dan N.V. Scheepswerf 'De Amer' gaat heten. H.C. Nederlof schijnt medevennoot te zijn. Reeds in 1924 wordt de werf, getuige krantenberichten bestempeld als de Scheepswerf Gebroeders Nederlof. In 1928 verkoopt Akkermans (zijn aandeel in) de werf. Zie verder bij Nederlof.





~'t Alblas, Hendrik Ido Ambacht. 1986-heden?





~Alblasserdamsche Machinefabriek, Alblasserdam. Begin 20ste eeuw. Vermoedelijk soms onterecht genoemd als bouwer van schepen. Het bedrijf verzorgde de bouw en inbouw van stoominstallaties.





~Alkema, Makkum. Houtbouwwerf ondermeer bekend van de bouw van Blazers, Tjalken en Pramen. Rond 1840 gesticht door Jan H. Alkema, later voortgezet door zijn zoon Ynte Alkema. Onder andere bekend onder de naam "Scheepswerf Welgelegen". De werf is in 1918 overgenomen door Kees Amels, vervolgens omgeschakeld naar staalbouw en in 1949 verhuisd naar "De Waard". De werfboeken van deze werf behoren tot de collectie van het Fries Scheepvaart Museum in Sneek.





~van Aller, Hasselt. In 1874 wordt door Jan van Aller het Scheepstimmerbedrijf 'De Hellinge' in de stadsgracht van Hasselt overgenomen. In 1890 vertrekt men naar een nieuwe locatie aan het Molenbolwerk. Jan overlijdt in 1909. De werf wordt voortgezet als de Erven J. van Aller, later, met drie zonen in het bedrijf, als Firma van Aller. In 1924 neemt Bodewes de werf over. Men bouwde Klippers, Tjalken en natuurlijk Hasselter aken; maar ook Bonzen en Botters en zelfs enkele Kenen, die door de Allers zelf abusievelijk Leunders genoemd werden. De Oostwalbotters die er gebouwd werden, werden door sommigen Hasselaars genoemd.




~Scheepswerf Alphen, Alphen a/d Rijn; zie P. de Vries Lentsch.





~Scheepswerf Altena, Werkendam. 1957-1964?





~Kees Amels, Zijlroede, Makkum.
Cornelis (Kees) Amels (1882-1944) gaat werken als scheepstimmerman op de werf van Ynze Alkema aan de Grote Zijlroede (bij Makkum) waar zijn vader Wiebe voorman is. In 1918 neemt Kees Amels samen met zijn broer Douwe de werf van Alkema over en wordt het Scheepswerf Amels. Zoon Wiebe (geboren 1908) en zijn 18 jaar jongere broer Douwe nemen in 1944 het roer over. In 1949 wordt de werf overgeplaatst naar de buitendijks gelegen Makkummer Waard. Thans (onder Koninklijke De Vries Scheepsbouw) nog actief in de bouw van luxe jachten.
In 1956 sticht men te Lemmer een tweede werf onder de naam 'Scheepswerf "Friesland" NV' en in 1960 sticht men naast de bestaande werf ye makken de 'Dok- en Scheepsbouw Mij "Makkum" BV'.




~Scheepswerf 'De Amer', Havenkade 5,  Drimmelen. Pleziervaart. van voor 1958 tot na1975. Tussen 1958 en 1974, mogelijk ook eerder en later, onder bewind van Ch. Hitters.
De werf bouwde ondermeer de door W. de Vries Lentsch Jr. ontworpen Amerglass 32. (bron ANWB waterkampioen 1975) Al kort daarna ging dit model geproduceerd worden door Amerglass B.V.
Sommige bronnen beweren echter dat de werf in 1970 door Frits Jan Willem den Ouden gesticht werd. Deze zou de werf in 1974 verkocht hebben. De arbeidsinspectie leverde echter reeds op 31 december 1958 een hinderwetvergunning aan Scheepswerf Amers, Ch. Hitters. Ook de Hollandia (motorboot) gids 1967 vermeldt Ch. Hitters





~Scheepswerf 'De Amer', Geertruidenberg. Tot 1923 zie Gebroeders Tak, vanaf 1923  D.L.J. Akkermans, al spoedig overgaand naar de Gebroeders Nederlof.





~Scheepswerf 'De Amstel', Ouder-Amstel/Ouderkerk aan de Amstel. 1916-200? Waarschijnlijk een voortzetting van Baaij en Thiebout's bootbouwerij De Amstel. Zie ook bij Thiebout. Tussen 1925 en 1940? schijnt NV. De Narwal onderleiding van C.J. Baas eigenaar van de Amstel te zijn. Later wordt het NV. Scheepswerf de Amstel voorheen C.J. Baas.
Tot circa 1970 voornamelijk kleine stalen schepen, sleepboten. Tot 1975 en mogelijk nog later was de bouwcapaciteit beperkt tot ongeveer 56 meter. In 1986 wordt de werf te koop aangeboden. Eind jaren negentig ging 'de Amstel' failliet. Daarna werden terreinen en gebouwen nog gebruikt voor pleziervaartuigen.  In 2010 waren al de werfactiviteiten gestopt en werd een deel van de bebouwing gesloopt.





~NV. Amsterdamse Ballast Mij., Jutphaas. Beter bekend onder de naam scheepswerf 'De Liesbosch'. Zie aldaar.




~Amsterdamse Cement-Ijzer fabriek, Amsterdam. 1891-1938? Het bedrijf was in 1911 en 1912 betrokken bij de bouw van ferro-cementschepen, minstens twee in getal. Op welke lokatie de vaartuigen gebouwd zijn is niet bekend.




~Amsterdamse Dekschuiten mij., Prinseneiland, Amsterdam. voor 1953- na 1960.





~Amsterdamse Droogdok Maatschappij, A.D.M. Meeuwenlaan, Amsterdam. 1877-1986. Men bouwde ondermeer een aantal dekschuiten en sleepboten voor eigen gebruik. Dit vond plaats tussen ca. 1914 en 1960.
Het eerste dok, het Koninginnen dok = dok 2, kwam in 1879 in gebruik. Vijf jaar later werd een naast gelegen terrein van de Firma Von Lindern en een dok, het Koningsdok = dok 1*, overgenomen. Vervolgens kwamen het Wilhelmina (1899 dok 3), Juliana dok (1911 dok 4), het Hendrik dok (1924, doi 5 later 4) en in 1965 Dok 5 in gebruik. In 1965 kreeg men een dependance in Havens West. Vanaf 1978 volgde een gedwongen samenwerking met de Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij, waarna de activiteiten naar dit terrein verplaatst werden. Eind 1985 komt er een einde aan deze nieuwe ADM.
Bronnen: Delpher kranten archief, ndsm-werfmuseum.nl en geschiedenis-van-amsterdam-noord.nl
*In relatie tot het Koningsdok worden genoemd de Fa. Nederlandsche Droogdokken, alsmede de Reedrij voor Drijvende Droogdokken, Amsterdam (Voorheen houten dokken geëxploiteerd hebbende).






~Amsterdamse Scheepsbouw Maatschappij, Amsterdam.  Het bestaan van een werf met die naam is twijfelachtig. Waarschijnlijk bedoelde men de A.D.M. of is men in de war met de Amsterdamse stoombootmaatschappij en de werf van Paul van Vlissingen; de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij. Zie verder bij: Firma Van Vlissingen & Dudok van Heel van Amsterdam




~A.N.D.: zie Appingedam Niestern Delfzijl.




~Gebr. van den Andel, Papendrecht. Zie Gebr. v.d. Adel.




~Eltje Apol, De Poffert/Hoogkerk. In 1914 begint Eltje Apol op een terrein aangekocht door zijn vader Arend Apol een houthandel en werf. Het gaat, naar men zegt, om een kanthelling, maar een foto waarvan men beweert dat deze de werf van Apol toont, laat geen sporen van een kanthelling zien.
Het heeft er trouwens alle schijn van dat de houthandel de voornaamste bron van inkomsten geweest is. In 1962 wordt de werf verlaten.
Het terrein ligt aan de zuidzijde van het Hoendiep, 245 meter oostelijk van de splitsing met De Gave. Het hedendaags adres is Hoendiep 338.
Het gebied waarin de werf ligt heet niet 'de Poffert', maar 'de Pannekoek'. Het buurtschap 'de Poffert' ligt iets westelijker aan de noordzijde van het kanaal. Daar ligt, maar dan aan de zuidzijde, op de landtong tussen het Hoendiep en De Gave, de werf Spitse Horn van Hortsing.

Naar het schijnt wordt het terrein in de jaren zestig en mogelijk ook later door een J. Kruithof voor het opbouwen van schuitjes, jachten en arken gebruikt.
In 1978 zijn er, zo blijkt uit krantenadvertenties, hernieuwde activiteiten op dit adres en duikt ook (voor het eerst?) de naam Scheepswerf De Poffert op. Verdere gegevens daarover ontbreken.
In 1999 koopt Pieter Ido Wijma het terrein en tracht er weer scheepsreparatie activiteiten te ontwikkelen.





~A. Apol, Wirdum. Gr.Bol, Lm. Vanaf ca 1899 tot 1954. In 1899 begon de aannemer A. Apol met twee hellingen in 1905 komt daar een kanthelling bij. Al vroeg begeeft de werf zich ook in de schepen handel en verhuur. In 1954 verhuisd naar Scheepswerf Appingedam en noemt zich dan N.V. Scheepswerf Appingedam v/h Apol.
Apol was vooral bekend van de bouw van de zogenaamde Apol-bollen, die door de werf ten behoeve van de aardappelcampagne en de verveningen verhuurd werden. In latere jaren bouwde de werf kustvaartuigen.





~C. Appelo Kzn, Zwartsluis. Aak, GrTj, Tj, Kl, Kla. 1901-1960
Ondermeer ook bekend als Gebroeders Appelo en Scheepswerf fa. H. Appelo en Zonen. Na noodlottig ongevallen in 1929 kwamen de terreinen aan Nieuwesluis (4 percelen) en de Zomerdijk (3 percelen), alsmede alle vooraden en gereedschappen in de verkoop. De werf heeft daarna toch weer een doorstart gemaakt want tussen 1930 en 1932 is er sprake van N.V. C. Appelo's Scheepswerf met als directeur A. Appelo en later zijn zoon C. Appelo. Kort daarop schijnt er aan de activiteiten een eind gekomen te zijn. Volgens sommige bronnen moet dit in 1931 geweest zijn.
De werf ging na de oorlog verder als reparatiewerf tot het in 1963 opgekocht werd door H. Poppen. Ook zou er sprake van zijn dat er een werf van C. Appelo, naast die van H. Appelo bestaan heeft.




~ Scheepswerf Appingedam voorheen A. Apol, De Groeve, Woldweg 54, Appingedam. De werf kwam uit Wirdum en heeft zich in 1954 te Appingedam gevestigd. In de jaren zeventig (1974?) op gegaan in Appingedam Niestern Delfzijl. Men heeft zich te Appingedam voornamelijk bezig gehouden met de bouw van zeegaande schepen. In de jaren zestig had men als buurman de Groninger Scheepsbouw Maatschappij.




~Appingedam Niestern Delfzijl, 1973-1980 Fusie van Scheepswerf Appingedam en Niestern, Delfzijl. Ook Scheepswerf Appingedam Delfzijl genoemd. Na 1980 verder als Niestern Sander.




~Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij:
zie: Arnhemse Stoomsleephelling Maatschappij.




~ Arnhemse Stoomsleephelling Maatschappij, A.S.M., Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij:
Gevestigd in Arnhem aan de zuidoever van de Rijn ongeveer tegenover de Nieuwstraat.  De werf en machinefabriek werden in 1889 door de directie van de N.V. Stoomboot Onderneming Concordia gesticht, waarbij voormalige chefmachinist van de rederij en constructeur J.J. Prins als directeur aangesteld werd.  De werf kreeg de naam de Arnhemsche Stoomsleephelling Mij.
Bron: Archivaris P. Verkaik, Arnhem 1998. Andere bronnen vertellen echter dat de heer Prins reeds in 1885 een werf, met de naam firma J. Prins gesticht zou hebben. Voor de Arnhemmers waren directeur Prins en de ASM echter één en vermoedelijk berust het bestaan van een werf Prins op misvattingen.
Tot ca. 1900 richt de werf zich voornamelijk op het onderhouden en verbouwen van stoommachines en lopen er slechts enkele nieuw gebouwde schepen van de werf. Na 1900 neemt de bouw van stoomschepen, stoombaggermachines en zandzuigers meer serieuze vormen aan.
Sommige bronnen beweren dat tot circa 1903 de casco's van de nieuwbouwschepen op andere werven dan de A.S.M. gebouwd werden. Het zou daarbij mogelijk geweest zijn dat, in verband met financiële aangelegenheden, de constructie van een tijdelijke firma onder de naam van Prins, toegepast werd. In een overeenkomst aangegaan voor de bouw van de zeilklipper Jolles in 1891 schrijft men echter: "Den aanleg van dezen bouw dient alleen om den scheepsbouw op de Arnhemsche Stoomsleephelling nu te bevorderen, door momenteel te voorzien in werk voor de scheepmakers". Er werd dus voor 1900 wel degelijk nieuwbouw gepleegd en ook bezat men eigen SCHEEPMAKERS. Dit schip staat echter in de boeken als zijnde gebouwd bij Prins en misschien dat daardoor onterecht de indruk is ontstaan dat de schepen elders gebouwd werden.
In 1953 de naam wordt gewijzigd in Arnhemse Scheepsbouw Maatschappij. De werf is tot 1978 in bedrijf geweest. Behalve nieuwbouw en reparatie van diverse soorten binnenvaartschepen (onder andere diverse Amsterdamse gemeente ponten) hield het bedrijf zich ook bezig met de bouw van diverse machines, bruggen en bagger- en offshorevaartuigen.Tijdens het hoogtepunt had het bedrijf 600 werknemers in dienst. [E> Kort geëllustreerd overzicht over de werf en over de stoommachinebouw.]





~Firma Asselman, Zomerrak, Sneek. ca. 1840-1920 Houtbouw en reparatie.





~Albert Aten, Postkade, Stadskanaal. Van voor 1900 tot circa 1916. Men bouwde bolpramen en (bol)tjalken tot ca. 25 meter.Vermoedelijk stond de werf bekend als (bij de) Gele Klap.




~Scheepswerf Het Avontuur, zie Bierenbroodspot, Amsterdam.




B




~Baaij en Thiebout, Bootbouwerij 'De Amstel', Amsterdam/Ouder Amstel tegenover 't Kalfje. 1905 tot circa 1908. Daarna gaat Thiibout alleen verder (zie bij Thiebout) Men bouwde voornamelijk kleine scheepjes. Het is niet duidelijk of men beroepsvaartuigen gebouwd heeft.




~Scheepswerf 'Baanhoek', voorheen T. Nederlof, Sliedrecht. 1900 - 1925 bouwde voornamelijk baggermaterieel.




~H. Baan Hofman Machinefabriek en Reparatiebedrijf, Gorinchem. Ook bekend als Baggerbouw H.B.H.. <1943 - >1982. Bouwer van duwboten en baggermaterieel.




~D. de Baars, Leidschendam. Bouwer en verhuurder van houten vaartuigen 1846-????. Een voortzetting van de werf van de Vree. Vanaf 1900 worden er ook stalen vaartuigen gebouwd.




~A. Baars Azn., Sliedrecht. 1898-1996. Gesitueerd aan de Rivierdijk ter hoogte van nr. 276. Bouwer en exploitant van diverse soorten baggermaterieel. Het bedrijf lijkt nog steeds te bestaan; of het nog als werf actief is, is niet bekend.




~C.J. Baas, Amsterdam/Ouder-Amstel/Ouderkerk a/d Amstel. Zie Scheepswerf De Amstel.




~Bagema B.V, Harderwijk. Bagger en aannemers maatschappij die, eind jaren tachtig, wat materieel voor eigen gebruik heeft gebouwd.




~Scheepswerf Bak, Broek op Langedijk. Opgericht januari 1924. Tot circa 1940 in bezit van Freek Bommer en gevestigd aan de Zuiderdel, nabij de huidige Stationsweg. Rond 1960 verhuisd naar de Broeckerhoek aan het kanaal Alkmaar - Kolhorn. In 1980 falliet gegaan en over genomen door de familie Bijvoet. Voornamelijk onderhoud van kleine vaartuigen. Vanaf 1960 vooral in de pleziervaart actief.




~Leendert Bakhuizen, Dorpsstraat (ongeveer het huidige nr. 176) Capelle a/d IJssel. Rond 1800 stichtte Leendert Bakhuizen (1) op voornoemde locatie een scheepsbouwwerf. In 1839 zette zijn zoon Pieter Bakhuizen de werf voort. Pieter schijnt goede zaken te doen want in 1849 en 1852 komen er twee werven bij. De eerste ongeveer bij het huidige Dorpsstraat 142-146, de tweede er vlak naast ( t.h.v. 156). Vanaf 1853 komt zoon Leendert (2) de zaak versterken en men noemt zich van dan af Fa. P. Bakhuizen en Zoon. In 1955 koopt Pieter op eigen naam nog een werf. Deze ligt ongeveer ter hoogte van nummer 90, het huidige Vuykpark. (Zie ook hierna.)
Als Pieter Bakhuizen in april 1863 sterft, wordt Leendert nu tevens verantwoordelijk voor de werf op nummer 90. Leendert doet daarop de leiding over de werf op nummer 142-146 over aan Arie de Zanger.
In 1872 sterft Leendert en zijn kinderen zijn te jong om het bedrijf voort te zetten. Alleen Dorpsstraat 90 en 142-146 blijven als scheepswerf in gebruik. Nummer 142-146 komt in handen van Jacob en Gijsbert Vis. Voor nummer 90 zie onder Pieter Bakhuizen.

~Pieter Bakhuizen (2), Dorpsstraat (ongeveer het huidige nr. 90, Vuykpark) Capelle a/d IJssel. In 1855 begon Pieter Bakhuizen hier zijn vierde werf, die drie jaar later door zoon Leendert Bakhuizen voortgezet zal worden. In 1872 sterft Leendert Bakhuizen en na een kort intermezzo met Buijs en Offerman wordt in 1874 de werf door Frans van Dijk voortgezet. In 1897 komt de werf in het bezit van Adrianus Vuyk.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~Jachtwerf Bakker, Alkmaar. Schijnt in 1974 een rondvaartbootje van 15,1 meter met de naam Jadi gebouwd te hebben. Verder niets bekend.




~S. Bakker, Gasselternijveen. ca. 1873 - 1890 bouwde houten tjalken. Verder niets bekend.




~Bakker, Noordeinde Giethoorn. Punterwerf.




~Fa. C. Bakker, Papendrecht. 1915?




~Scheepswerf A. de Bakker, Rotterdam. 1925-1931 ? Voornamelijk sleepschepen..




~Firma Bakker, Papenpad 40, Zaandam. 1880? tot jaren vijftig. Bouw en verhuur van schuiten.




~Firma Bakker en Kuijper, Schoorldam. Zie bij Kuijper, Schoorldam.




~Familie Balk, Elburg. 1802- Reparatiewerf houtbouw visserij. Nieuwbouw heeft zich na  1900 beperkt tot een aantal kleine vaartuigjes. Sinds de jaren vijftig overgang naar staalbouw, pleziervaart en kleine beroepsvaart. In 2008 verlaat de laatste telg van de familie Balk de werf en komt deze in handen van de stichting behoud Elburger Botters.




~G. Barkmeijer, Aalsum: zie Barkmijer, Dokkum.





~Gerrit Jans Barkmeijer, Briltil. Gr.Bol GrTj.Sk.Ftj.Tj. 1839-1929+ volgens andere bronnen 1934. Eerst G.J.Barkmeijer, vanaf 1857: Berend Barkmeijer (zoon van G.J.), later voortgezet door zijn zoons
Freerk, Klaas en Alle. vanaf 1887 staalbouw. Na 1921 Barkmeijer & Koning.




~Jan Barkmeijer, (Zoon van Douwe) Birdaard. 1889-1902? Houtbouw. Hij vestigde zich op de werf van B. v.d. Werf. In 1902 biedt hij de werf met bijbehorende huizen te koop aan.




~Gerrit Barkmeijer (Zoon van Douwe), Dokkum (Aalsum) Scheepswerf 'De Nijverheid'. Sk,Kla 1880 1911- 1927+




~Alle Barkmeijer (Zoon van Gerrit Jans), Eendrachtskade ZZ, Groningen. 1854-1878+  Na 1878 overgenomen door Botje, Ensing en Co.




~Barkmeijer, Kootstertille. Sk.Ftj. 1904-1913
Dit betreft hoogst waarschijnlijk een verkeerde vermelding in één van mijn bronnen, want voor zover bekend is er geen Barkmeijer werf in Kootstertille geweest.




~Gerrit Jans Barkmeijer, Nienoord. 1827-1839+ verplaatst naar Briltil.




~Gerrit Jans Barkmeijer, Nietap, 1813-1827+ verplaatst naar Nienoord.




~Barkmeijer, Nordhorn. GrTj.




~Gerrit, Jan, & Kunje Barkmeijer , (Kinderen van Berend) Woudvaart, Sneek. Door Berend in 1889 gesticht als 'IJzeren scheepsbouwwerf Sneek' in 1898 kwam de werf geheel in eigendom van Gerrit en Jan. Er werden voornamelijk skûtsjes en tjalken gebouwd. In 1906 wordt het laatste schip door Barkmeijer gebouwd.
Volgens sommige bronnen (o.a. Skûtsjehistie.nl) zou de werf sinds 1889 ook 'De Tijdgeest' genoemd zijn.

De werf gaat echter pas in 1908 over in handen van Minnes Molles van der Werf uit Kootstertille. Deze wordt opgevolgd door zijn zonen Molle en Gerlof. Daarop volgende eigenaren zijn ondermeer J.T. Fikkers, B.J. Fikkers, en A Nugteren (Deze blijkt in 1965 echter aan de Valkstraat te zitten.)
Sinds 1962 is de werf in handen van v.d. Meulen, thans (2008) gespecialiseerd in houtbouw van traditionele jachten.




~Barkmeijer, Douwe, (zoon van G.J.), Stroobos. Sk,Kla, 1850 - heden? Later vooral nieuwbouw kustvaarders.




~ Gebroeders Barkmeijer, aan het Koningsdiep te Vierverlaten. Scheepswerf 'De Koningspoort' 1930-1977. Het was de stank en de vochtige lucht van de suikerfabriek die zeer in het nadeel van werf werkte en die uiteindelijk tot de sluiting leidde. Volgens sommige meetbrieven zou Barkmeijer reeds vanaf 1902 schepen te Vierverlaten gebouwd hebben. Dit moet op een misverstand berusten want in hun gedenkboek '150 jaar Barkmeijer' schrijft men: Op 23 juli 1930 is de scheepswerf (men bedoelt de Koningspoort) voor een bedrag van fl.12.025,- aangekocht door de Gebroeders Barkmeijer, die al een tijdje op zoek waren naar een tweede werf,........
Men legde er een dwarshelling waarop 6 Friese kastjes tegelijk een plaatsje konden vinden. De gebroeders, Tammo, Gerrit en Popka, kwamen van Stroobos. Op 31 december 1956 gingen de gebroeders uiteen; Tammo en zijn zoon Douwe zetten de werf voort. In 1972 werd de werf verkocht aan de CSM en aansluitend voor een periode van 5 jaar gehuurd. Eind 76 viel het doek. Daarna is nog een klein gedeelte van de helling tot 1990 in stand gehouden. Een deel van de inventaris komt uiteindelijk in Rotterdam waar een nieuwe werf met de naam 'Koningspoort' op 16 september 1983 geopend wordt.
Bron 150 jaar Barkmeijer. G. Barkmeijer-Jagersma en Werven in Hoogkerk door G. Snijder. Bokkepoot 41/233






~Barkmeijer, Zuidhorn. = Barkmeijer, Briltil.




~van Beek, Delft. 1928. Slechts 2 schepen in de liggers bij de LVBHB.




~Johannes van Beek, Drimmelen, 1949.




~H.J. van Beekum, Hansweert. Scheepswerf Zeeland. Vermoedelijk rond 1902 gesticht. In juni 1926 falliet verklaard. Ook bekend als firma Gebroeders Ribbens, C. Bakker & Co. De werf bouwde voornamelijk sleepschepen met een lengte van 50m en meer. Later vestigd zich hier Scheepswerf Reimerswaal.




~Scheepswerf De Beer, Zuiddijk 416 (404 volgens andere bronnen), Zaandam. (Direct ten zuiden van Vooruit, Zaandam.) 1958 - 27-7-1964 Scheepswerf De Beer kwam voort uit de in 1920 opgerichte (kano)werf Kraaier, een eenmansbedrijf aan het einde van de Zuiddijk te Zaandam. De Beer was voorheen de directeur van scheepswerf Kraaier. Het terrein is vermoedelijk over gegaan in handen van Scheepswerf v.d. Molen. (Jachtwerf van E.G. van der Stadt zat op nummer 412)




~firma Beerden, Nijmegen. Rond 1930.



~Beffers en Zn, Scheepswerf 'Het Groenland', Amsterdam. ca. 1960-1999. Scheepswerf aan de tweede Wittenburgerdwarsstraat 33-35 (tegenwoordig nabij 133) te Amsterdam. De Kleine Wittenburgerstraat liep daar dood. Aan de andere kant van het terrein bevond zich vroeger een Kresoteerfabriek. [E>]
De werf is een voortzetting van de in 1855 door Gerrit Broerse gestichte werf Het Groenland. Jan Beffers (1851-1914) huurt rond 1910 - 1912 één van de hellingen op de Het Groenland. Hij verhuist daarna zijn activiteiten naar het Marinedok. Zijn zoon(?) Simon moet bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog het marineterrein verlaten en keert als huurder op Het Groenland terug. (Bron: markerhuisje.com/fotos/). Uit de liggers der Scheepsmeetdiensten blijkt dat Simon Beffers de werf van Broerse in 1959 over genomen heeft. Naar het schijnt zijn er op de werf bijna uitsluitend dekschuiten (dekaken) op stapel gezet. Verder vormde het onderhoud van dekschuiten en woonarken een belangrijke inkomstenbron. Getuige foto's beschikte de werf eind jaren zestig nog over sleephellingen. Deze waren midden jaren zeventig door een drietal wagenhellingen vervangen. Men bouwde voornamelijk dekschuiten tot een lengte van ruim 35 meter.
Het 'Markerhuisje', gebouwd in opdracht van Gerrit Broerse, wat daar nu nog staat, stond vroeger een meter of dertig verder van de Wittenburgerdwarsstraat op het werfterrein.




~v.d. Beldt en Donker, Enkhuizen. De namen duiken aan het eind van de Tweede Wereldoorlog op als eigenaren van de scheepswerf Vooruit, voorheen die van Stapel. Zowel de naam v.d. Beldt. als die van Donker, waren eerder met de werf van Stapel verbonden; familie?




~Th van den Beldt en Js Heijman, Heiligenweg, Enkhuizen. 1915 - 1921. Genoemd in verband met de bouw van 4 stalen visschouwen (Lemsterschouw). Van den Beldt begint daarna de werf in West-Graftdijk.




~Theun van den Beldt, West-Graftdijk. Scheepswerf: 'Voorwaarts'. Lm. 1921-jaren 90. Vrij kleine werf of eigenlijk twee werfjes met elk een helling, die ongeveer haaks op elkaar lagen. Bouwde vroeger met enige regelmaat sleepboten en vissersschepen, welke gekenmerkd werden door het fraaie model dat ze haden. In de laatste jaren van het bestaan nog maar weinig activiteiten voor de beroepsvaart.
van den Beldt had op de werf van Lastdrager, later die van Stapel, te Enkhuizen het vak geleerd. Ook zijn vader en grootvader zijn bij Lastdrager actief geweest.
Na het faillisement van de werf van Stapel te Enkhuizen duikt de naam van den Beldt aldaar weer op.





~Scheepswerf A. van Bennekum, Sliedrecht. Circa 1950 -1972. Bouwde voor de binnenvaart voornamelijk sleepboten. Een aantal daarvan waren voor voor de firma Goedkoop te Amsterdam. In de jaren 70 overgegaan in andere handen en verder gegaan onder de naam Deltawerf. De werf lijkt gevestigd geweest te zijn aan de Rivierdijk ongeveer terhoogte van nummer 276. Er gaan geruchten dat er een werf met die naam reeds in de jaren 20-30 bestond, maar bewijzen daarvoor zijn nog niet gevonden.




~Bennik en Lenning Amsterdam. Geen gegevens bekend. Men bouwde in 1928-1929 een aantal (dek)schuiten tot een lengte van 22,5 meter, waarvan enkele voor rekening van Lenning zelf.




~Scheepswerf Bennik, Arnhem. Soms ook geschreven als Bennink.
Gevestigd te Arnhem, gelegen aan de IJssel op enige afstand van de IJsselkop. Opgericht eind 19de eeuw. Voornamelijk nieuwbouw. Sinds 1970 bouw- en reparatiewerf voor pleziervaartuigen met 2 man personeel. Ook wel bekend als Gebroeders Bennik, Westervoort. (De werf ligt echter op de westoever van de IJssel.)




~Bennik, Vreeswijk. Deze werf schijnt in 1903 aangelegd te zijn en al rond 1905 overgenomen te worden door van Zutphen uit Wilnis.




~Bennik, Westervoort. Zie Bennik, Arnhem.




~Bepol, Wirdum.




~Berendse, Nijmegen. Houtbouw, rivierschepen, 19de eeuw.




~John Berg & Bakhoff, Delft.




~Joh. v.d. Berg, Delfzijl. 1899-1909. Schepen tot 45 meter waaronder ook stoomschepen.
Mogelijk de zelfde als Scheepswerf en Machinefabriek Firma Joh. Berg, Farmsum. Vermoedelijk familie van van den Berg uit Sappemeer.




~Hendrik van den Berg, Grintwal - Buiten Enkpoort, Hasselt. 1924-1957. Bouwer van kleine sleepboten, opdrukkers en roeiboten. Ook bekend als Eerste Hasselter bootjesmakerij. Het bedrijf werd verkocht aan Johan en Gerrit Snijder.




~Gebroeders van de Berg, Hoogezand. 1955




~J. Berg jr., Borgercompagnievaart - Oosteinde, Sappemeer. Later Noorderstraat 308. De familie Berg was vanaf 1855 actief in Sappemeer. Rond 1864 is het Jan Berg jr. die daar tot ca. 1903 een werf voert. De familie heeft ook een aantal zeegaande schepen gebouwd. In 1903 verplaatst men het bedrijf naar Delfzijl. Daarna vestigt zich hier eerst Smit en daarna de Firma Wolthuis.




~G. v.d. Berg, Zwartsluis. 1854-1864. Houtbouw. Verder onbekend.




~Berg en Hulshof, Delfzijl. Rond 1905. Bouwde minstens een drietal (zeegaande) schroefsleepboten en een sleepscheepje.




~Werf C. Berghouwer, Bleekerstraat 8 Zaandam. ca. 1850- ca.1950 Sleephelling, houtreparatie. Vanaf ca. 1920 liepen de activiteiten terug.




~Harm Jans Berghuis, Hoogeveen. 1851.




~Maatschappij voor scheeps- en machinebouw 'Bergsche Maas', Heusden. Opgericht voor 1906. In juni van dat jaar werd de Maatschap namelijk omgezet in een NV.  Tot 1908 wordt de werf nog in krantenberichten genoemd. Bekend is dat de werf door fa. De Haan en Alta, later fa. De Haan en Oerlemans werd voortgezet.




~van den Berk, Alphen aan de Rijn. 1875 - 1885 Houten bokken en aanverwanten.




~G. van den Berk, Beneden-Leeuwen. Naar het schijnt in 1923 begonnen aan de Ringkade, maar in verband met overlast, in 1924, verhuisd naar de Meelfabriek aan de dijk. Bouwer van parlevinkervaartuigen/ventersboten. Later A.W. v.d. Berk. In 1970 ging het bedrijf over op Woudenberg en Zoon welken thans een jachtwerf exploiteren.




~ Scheepswerf Bernhard Amsterdam: H. Bernhard, N.A. Bernhard sr., H. Bernhard.
Scheepswerf Het Jacht, Looijerssloot/Lijnbaansgracht, Amsterdam. 1855 - 1931. Dekschuiten, jachten, enz. zowel in hout als in staal. Dekschuitenverhuurderij.
Scheepswerf Het Jacht, Grote Haven, Nieuwendam/Amsterdam. 1899 - 1973. Voornamelijk dekschuiten, ook enkele sleepboten. Tevens dekschuitenverhuur.
Scheepswerf Baas Kater, Durgerdam. 1923. Onbekend vermoedelijk alleen financiering.
Scheepswerf onbekend, Groentemarkt, Marnixstraat, Amsterdam. Mogelijk beperkt tot de bouw van 10 schuiten voor (verhuur aan) de Gemeente Amsterdam. Ergens tussen 1887 en 1896.
Scheepswerf onbekend, 1900-1906, Zaandam. Behalve vermeldingen in de liggers, geen gegevens bekend.
Scheepswerf De Overtoom, Oostzanerdijk 19, Oostzaan/Amsterdam. Van 1909-1914 H. Bernhard. Vanaf 1916-1982 N.A. Bernhard jr. en vervolgens C.M. Bernhard. Bouwt dekschuiten, sleepboten en diverse andere vaartuigen. Tussen 1914 en 1916 is op de Werf S. Seijmonsbergen actief. Wie de eigenaar van de werf is, is niet bekend.
Uitgebreid overzicht met foto's.




~Firma Beenhakker, Kinderdijk. circa 1943 - 1984 of later. Vooral bekend van de stalen 'schippersboten' die deze voormalige kachelsmid kort na de wereldoorlog grote bekendheid heeft gebracht en die door andere bouwers zoals bijvoorbeeld Tukker veelvuldig geïmmiteerd werden.




~Scheepswerf Beudeker, Sluissloot, Zaandijk. 1950-1955? Voornamelijk bouw van poldervaartuigen.




~Beudeker, Veerdijk, Wormer. tot 1925. Daarna worden terreinen in beheer bij de exploitatiemaatschappij Saenden (deze maatschappij behoorde aan de firmanten van Bloemendael & Laan uit Wormer) verhuurd aan de Zaanlandsche.




~G.J. Beurs en Zonen, Harmen Jansweg 45, Haarlem. 1915 - 1925(?) Scheepswerf Het Spaarne. Ook geschreven als Beus (Telefoongids 1920/1921).




~van Beveren, Leiderdorp. Mogelijk 1900 tot 1920. Bouwde tjalkjes maar ook beurtscheepjes? Verder niets bekend.




~Gebroeders van Beveren, Zoeterwoude. Ook bekend als Scheepswerf 'De Rijn'. Naar het schijnt in 1804 gesticht door Abraham de Bie en in 1887 overgenomen door de familie van Beveren. Rond 1890 volgt de omschakeling naar ijzerbouw. In 1907 volgde de uitbreiding met de naast gelegen werf van Kok. In 1950 schakelde men over op de jachtbouw. In 1964 werd het bedrijf beëindigd. Men bouwde en verzorgde het onderhoud van westlanders en andere tuindersschuiten.




~Firma Gebroeders Bezemer, Wantij, Dordrecht. De bouwactiviteiten begonnen in 1947 en lijken in de jaren zestig te eindigen. Tegenwoordig schijnt men zich bezig te houden met de productie van lieren, hijswerktuigen e.d. Er is vermoedelijk een (familie)relatie met de naastliggende werf De Watergeus, die zich meer op de watersport richtte.




~Gebr. Bierenbroodspot, Vierwindenstraat, Amsterdam. Ook bekend als Scheepswerf 't Avontuur. Er naast lag Scheepswerf d' Risico van Pijlman.




~Scheepswerf De Biesbosch, Dordrecht. Op 13 januari 1917 door D. Kooyman en J.J. Hulsman opgerichte machinefabriek. In 1924 overgenomen door de Franse Firma Compagnie Francaise de Navigation Rhenane. In 1929 uitgebreid met terrein en machines van Scheepswerf Dordrecht. In 1968 werd scheepswerf en machinefabriek H.J. Koopman NV overgenomen. In 1979 werd het faillissement voorkomen door oprichting van een nieuwe BV Scheepswerf en Machinefabriek De Biesbosch-Dordrecht  In juni 2000 failliet gegaan. De Biesbosch werd ondermeer bekend van de bouw van Franse motors en duwbakken.




~Bieze en Oorburg, Beneden Dwarsdiep, Veendam. 1931-? Voortzetting van de werf van L. Wolthuis.




~BIJHOLT, de naam BIJHOLT wordt geregeld geschreven als bijLholt.




~Bijkers Aannemersbedrijf NV., Gorinchem. Ook bekend als IJsselwerf Gorkum. Van voor 1946 tot na 1964.




~N.V. Bouw en Montagebedrijf Bijker, Zwijndrecht. Niet voldoende bekend.




~Scheepswerf Bijl, Nieuw-Lekkerland; zie W en C Stam.




~Firma Bijlholt, Foxhol/Foxholsterbos  - Hoogezand - Martenshoek. In 1733 begonnen aan de werfkade thv het huidige nummer 10. In 1969 verhuisde men naar de Scheepswerf Foxhol van de gebroeders Müller aan de W.A. Scholtenweg nr. 26. Deze werf lag tussen de "Volharding" van Bodewes met de naast gelegen lierenfabriek van E.H. Bodewes aan de westkant en de aardappelmeel fabriek van W.A. Scholtens aan de oostkant.
Men bouwde ondermeer Groninger bollen en Tjalken, Klipperaken, Steilstevens, Luxe-motors en opdrukkers.
Sinds 1983 een onderdeel van Damen Shipyards Gorinchem, die naar sommige bronnen beweren ook al het terrein van Bodewes bezat.  Later (na 1994) gaat de werf tot circa 2010 Damen Shipyards Foxhol heten. Na 2010 maakt het bedrijf een doorstart als Shipyard Constructions Hoogezand bv.
Getuige een werfplaat schreef de werf uit Foxhol zijn naam als BIJLHOLT met een L. Een in 1905 geplaatste advertentie geeft Bijlholt met een L, een dito uit 1907 echter Bijholt zonder L.

Volgens sommige berichten verhuisde Bijlholt rond 1980 naar de werf van Suurmeijer, die een eindje westelijker (net naast Bodewes) lag. Er zijn echter ook berichten die ervan spreken dat Bijlholt in 1980 grensde aan Suurmeijer. In dat geval zou Bodewes al door Bijlholt overgenomen geweest moeten zijn.

Het Nieuwsblad van het Noorden meldt op 17-10-1969 de voorgenomen verhuizing van Bijlholt naar scheepswerf Foxhol.

 Op 7-03-1980 meldt deze krant de overname van Suurmeijer waarbij de redacteur opmerkt dat de werf van Suurmeijer naast die van Bijlholt ligt. Dezelfde krant meldt op 25-08-1982 dat per 1-1-1984 Damen Shipyards in Gorinchem de werf overneemt.




~Bijlholt, P.W., Groningen. 1765-1792+




~Bijlsma, Lemmer. -2003




~Bijlsma, Wartena. Ook bekend als Scheepswerf Volharding. Skûtsjes, Sleepboten. 1903-2003, in de latere jaren vrijwel alleen nieuwbouw coasters. De werf is een feitelijke voortzetting van een oudere werf, die tot 1889 van de familie geweest was.




~fa. Wed. Abr. Blaak & Zn, Hoogezand. 1853-1969+ Bekend van de bouw van  houten reddingboten, sloepen, brandingboten, schippersboten, vletten, vissersboten, bijboten.




~J. Blanken, Het Haagje, Hoogeveen. -1867 - 1895+ Bouwde houten (Hoogeveense) pramen.




~Scheepswerf Blijlevens, Oosterhout.




~Scheepswerf De Bloementuin, Muiden; zie Schouten.




~Scheepswerf J. Blom en Zonen, Hindelopen. -1965 - 1988+ Bouwde veel pleziervaart maar ook enkele schepen voor de binnenvisserij tot lengtes van ruim vijftien meter.




~Jan en Cornelis Blom, Keeten, Capelle a/d IJssel. Rond 1804 huren Jan en Colenis Blom van Fop Mijnlieff een terrein (ongeveer t.h.v. wat thans de Nijverheidsweg 130 is) en vestigen daar een scheepswerf. Rond 1821 komt aan de huur een einde. Klaas Kok en later Arie Kok en Johannes Hoogendijk zetten hier de werkzaamheden vanaf 1824 voort.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~De Bock & Meyer, Oude Wetering. Scheepswerf "De Herstelling". Vanaf ca. 1903 tot 2010. Veel motorschepen, later jachtbouw. In 2010 failliet verklaard en gesloten.




~J. Bocxe, Aarlanderveer. Jan Bocxe vestigd zich in 1821 op een bestaande werf te Aarlanderveen. Na een Willem en een Jan, verplaatst de derde Jan de werf in 1913 naar het Noordeinde en in 1927 naar de Hoekse Aar te Ter Aar.




~Firma H.F. Bocxe en Zonen, Delft. In 1988 neemt de firma uit Ter Aar de werf 'Vrijenban' van H. Boot over en heeft deze nog steeds in bedrijf. Naast reparatie is er ook nieuwbouw tot een lengte van ca. 40 meter.




~J. Bocxe, Ter Aar. Voorheen gevestigd te Aarlanderveen sticht in 1927 een nieuwe werf aan de Hoekse Aar. Nadat de werf in 1945 overgenomen wordt door Hein Bocxe wordt het in 1974 de Firma H.F. Bocxe en Zonen. De werf blijft tot 1996 in bedrijf waarna men de activiteiten concentreert op de werf in Delft.




~Fa. De Bode, Boveneind, Krimpen a.d IJssel 1927-1930. De werf was buitendijks, aan de IJssel,  gelegen ten noorden van de afwatering bij de Breekade. (Ongeveer de huidige IJsseldijk Oost 97) Voorheen de werf van Cornelis Vermeulen en later van Gerardus van Leeuwen uit Scheveningen die er haringloggers bouwde.
Men bouwde motorvrachtschepen van ca. 24 tot 44 meter. Het terrein is bij rivierverbreding in 1940 vergraven. Iets verder stroom opwaarts had men als buurman de Firma De Weduwe A. van Duijvendijk.




~Jac. Bodewes, Bergum (Sumar). De werf werd in 1956 gesticht en in 1980 aan Damen Shipyards verkocht. De werf bouwde voornamelijk zeegaande schepen. Na de naamsverandering bij de werf van Jac. Bodewes te Hoogezand werd de naam te Bergum gewijzigd in  N.V. Scheepswerf 'Hoogezand' Bergum.




~Gebr. Bodewes, Foxhol. Lm. 1919- heden?. Ook bekend als Bodewes Scheepswerf Volharding. Later Bodewes Gruno Foxhol. (W.A. Scholtenweg / Scheepswervenweg). Sommige bronnen vermelden echter dat Gruno aan de overkant, aan de Korteborgweg was. Volgens sommige bronnen werd Bodewes Foxhol in 1980 overgenomen door Damen Shipyards.
Let op er is ook een werf Gebroeders Bodewes te Hoogezand/Martenshoek, de scheepswerf Jachtwijk, en een scheepswerf Jac. Bodewes aan de Werfkade in Hoogezand, de scheepswerf 'Hoogezand'.

Verder was er ook de Lierenfabriek H E Bodewes. De lieren fabriek zat tussen de scheepswerf Bodewes en de scheepswerf Bijlholt in. De lieren fabriek werd na 1945 verplaatst naar de Werfkade te Martenshoek, in de voormalige machinefabriek Fulton. Zie Bodewes Martenshoek.





~J.H. Bodewes, Groningen. Ook bekend als Scheepswerf Hoornsche Diep (Hoornsediep). Mogelijk onder de Gemeente Haren. De werf werd in 1933 door J.H. Bodewes en A.J. Dutmer gesticht. De leiding van de werf scheen hoofdzakelijk in handen van de A.J. Dutmer te zijn. Naar men zegt, wilde men zich rond 1948 meer op de bouw van coasters gaan richten en men daarom omkeek naar een geschikte lokatie daarbij scheidden de wegen van Dhr. Bodewes en Dutmer zich.
In die tijd waren er echter een aantal gerechtelijke uitspraken over samenwerking met de bezetter die voor diverse scheepsbouwers Bodewes niet geheel ginstig waren. Mogelijk heeft dit tot de scheiding bijgedragen.
Dhr. Dutmer vertrok naar Meppel om samen met Dhr. Worst een nieuwe scheepswerf Worst en Dutmer op te zetten.
De werf aan het Hoornse diep heeft onder leiding van Hermanus Bodewes tot 1956 bestaan. Daarna zette hij het bedrijf, nog steeds werkend onde onder de naam J.H. Bodewes N.V., voort op de voormalige werf van Apol te Wirdum. Dat plezier was echter van zeer korte duur. In het voorjaar van 1959 werd de werf al weer verkocht.




~Scheepswerven v/h Gebr. G en H. Bodewes, Hasselt. ca. 1920 tot heden (2013) Voortzetting van de werf van Van Aller, Nevenbedrijf van: Bodewes, Martenshoek. Thans Scheepswerven G en H Bodewes b.v. geheten.




~Jac. Bodewes, Werfkade 74, Hoogezand. ca. 1940 tot 1989. Ook bekend als: Jac. Bodewes Scheepswerf Hoogezand. en later als N.V. Scheepswerf 'Hoogezand' Hoogezand. De werf heeft slechts sporadisch binnenvaartschepen gebouwd.




~Gebroeders Bodewes, Lobith. Zie bij Scheepswerf De Hoop, Lobith




~ Gebr. G en H. Bodewes, Martenshoek-Hoogezand. Aak, GrTj. Ztj. Kl, Kla,Lm. 1812- heden? Eerst gevestigd aan de Werfkade en bekend als Scheepswerf Jachtwijk. Later ook bekend als Bodewes Scheepswerven voorheen Gebr. G. en H. Bodewes, Bodewes Scheepswerven Hoogezand, Bodewes Shipyards en sinds december 2012 als Royal Bodewes, scheepswerf Jachtwijk en Verstockt.
Men beschikte tevens over een eigen machinefabriek onder de naam Fulton.




~Wynandus Bodewes. Martenshoek. Ook Wienke Bodewes? In 1891 gestichte werf, die in 1916 door de Gebroeders Fikkers overgekocht wordt. De werf zat pal naast de werf van G. en H. Bodewes aan de Werfkade.




~Harmannus Halbanus Bodewes, Millingen. Harmannus nam in 1896 de werf van Jacob van Lier die failliet gegaan was, over. In 2014 werden de werfactiviteiten op die plaats beëindigd.
Grote dwarshelling, nieuwbouw en reparatie. In dezelfde regio hadden de broers Bodewes de Scheepswerven De Hoop te Pannerden en De Hoop in Lobith-Tolkamer. Later werd de werf in Millingen onderdeel van Damen Shipyards Gorinchem.
Harmannus Halbanus Bodewes was ofkomstig van de scheepswerf De Hoop te Lobith die hij samen met zijn broer Geert in 1898 gesticht had.




~Bodewes, Pannerden. Zie bij Scheepswerf De Hoop Pannerden.



~Firma J.H. Bodewes, Wirdum. Zie bij J.H. Bodewes, Groningen.




~Fa. de Boef, Papendrecht. 1963.




~C. Boekel, Amsterdam. 1893 - 1950.  De scheepstimmerwerf was gelegen aan de Kostverlorenvaart  en had als toenmalig adres De Wittenstraat 174. Men bouwde en verhuurde dekschuiten (dekaken) en pramen (bakken/arken).




~Fa. Boele, Bolnes/Slikkerveer. 1871-1987.
Het begon met de werf van Pieter Boele te Slikkerveer 1854-1870.
In 1870 splitste de Weduwe C. Boele de werf in tweeën. De werf met de naam C. Boele ging naar men zegt in 1920 failliet. (Vermoedelijk was dat na de grote brand waarbij alle houten hellingen vernield werden.)
De andere werf (Pieter Boele en later Maarten en Pieter Cornelis) breidde, in samenwerking met de Gebroeders Pot in 1896 , de werf uit met een locatie te Bolnes. Deze werf heette in eerste instantie Boele en Pot, Bolnes. In 1915 kwamen de (drie?) werven onder de naam N.V. Boele's scheepswerven en machinefabriek. De locatie te Slikkerveer sloot zijn deuren in 1914 (of 1919?), maar werd in 1929 weer voor korte tijd in gebruik genomen. De werf te Bolnes bleef gehandhaafd.
Na ca. 1925 spreekt men van N.V. Boele's scheepswerven te Bolnes. De verwarring rond de plaats namen ontstaat misschien ook door de plaats waar het kantoor der firma gevestigd was.
De werf in Slikkerveer schijnt rond 1931 te stoppen. Met de werf te Bolnes gaat het na de jaren 60 slechter. In 1987 wordt de werf failliet verklaard.
Men bouwde veel stoomschepen, maar ook sleepschepen, dekschuiten en motorschepen.




~Boele & Pot, Bolnes (soms ook als Slikkerveer): ca. 1896 - 1915. Zie bij Boele en bij Pot, Bolnes.




~J. Boelen J.Rzn., Grote Bickerstraat 6, Amsterdam. Ook bekend als Scheepswerf De Haan. Voornamelijk zeevaart, maar bouwde ondermeer ook twee radersleepboten voor gebruik op het Noord-Hollandskanaal en Zuiderzee. Rond 1890 beëindigd.




~Boelen en Boissevain, Huizen. Deze uit Amsterdam afkomstige heren stichtten in 1859 een werf te Huizen. Al in 1868 werd de werf overgenomen door Jacob Schaap.




~Klaas en Sjoerd de Boer, (Het Meer?) Dominee Veenweg 1, De Knipe, Frieskand. van voor 1930 tot ca. 1964. Bouw verhuur en onderhoud van Knypster pramen en andere boerenschuiten en vaartuigen. Men scheen over drie sleephellingen (oplopen) te beschikken.
Bron: beeldbankdeknipe.nl .





~Gebroeders de Boer, Lemmer. 1877-1960 Bouwer van tjalken, aken, klippers en diverse andere soorten schepen maar vooral bekend door de bouw van Lemmeraken. IJzerbouw vanaf 1901. Voor een uitgebreide beschrijving zie spanvis.nl. De werf werd in 1960 door H. Poppen afkomstig uit Winsum opgekocht.




~Wilke de Boer, Marktkade/Eerste Valthermond, Musselkanaal. Als nadere plaatsaanduiding zegt men bij 'De IJzeren klap'. De werf werd in 1871 aangelegd en 1905 uitgebreid met een werf voor het bouwen van ijzeren schepen. Wilke de Boer overlijdt in 1917, 83 jaar oud. Zoon Willem heeft de werf van zijn vader overgenomen, maar hij gaat in 1912 failliet. De bouwhelling had een capaciteit van ca. 24 meter.




~Hendrik de Boer, Hoek schoolkade/Cereskade, Musselkanaal. mogelijk 1889 tot uiterlijk 1917, het jaar waarin hij overlijdt. Ook lijkt hij na 1907 nog 2 jaar de werf van G.B. Meijer aan de Marktkade voortgezet te hebben.




~J.A. de Boer, Oude Pekela. Aak, Gr.Bol, Kla, St., Tj. ca.1895-1933




~L.J. de Boer, Sliedrecht. circa 1930 tot heden. Voornamelijk reparatie en verbouw van schepen. Nieuwbouw van motorvaartuigen tot circa 20 meter.




~Sibbele De Boer, Kerkplein, Zaandijk. Reparatiewerf houten schepen. ????-1899 De werf geniet bekendheid als 'De werf achter de kerk'. Mogelijke is er een connectie met Tijs Teer, maar duidelijk is dat niet. De werf is eerst van Sibbele de Boer, later van zijn zoon Jan. Nieuwbouw en reparatie van houten schepen tot 45 ton. (Beperking door de Zaandijkersluis) Na het overlijden van Jan de Boer in 1899 wordt de werf door de notarissen Walig en M.Donker ondergebracht in de Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij. De werf moet gevestigd geweest zijn aan de Nieuwe Vaart, tegenover de Nieuwe Vaartkade ongeveer terhoogte van de Domineestuin, maar helemaal zeker ben ik mij daar niet van.




~Steven Boersma Dedemsvaart/Avereest (1845-1852). De werf, voorheen van Andries Lucas Mol, lag bij de hoek van Het Rak met de huidige Langewijk. Wat er met de werf gebeurt is, is mij nog niet bekend. Bron: Historische Vereniging Avereest.



~Boerma, Kiel-Windeweer (sinds 1821 gem. Hoogezand) en Martenshoek (gem. Hoogezand). van voor 1845 tot en met 1904. Soms wordt de naam geschreven als Boerema. De eerste generatie scheepsbouwers bestond uit Harmannus Jacobus (1807-1878); Conraad (1809-1867) en Wilhelmus (1823-1898). De tweede generatie waren de zoons van Conraad: Johannes Wijnandus (1852-1921) en Wijnandus Johannes (1856-1902), de zoons van Wilhelmus: Wijnke (1852-1930) en Harmannus Wijnandus (1858-????) en de zoon Roelf (1836-1911) van hun Grietje. Conraad met zijn zonen hadden een werf te Martenshoek.
Men (mogelijk de eerste generatie met Harmannus en Wilhelmus) zat te Kiel aan het Kielsterdiep tegenover het huidige Sluisweg 46, te Kiel-Windeweer. Op deze werf vestigde in 1904 Albert Wolthuis. Men bouwde ondermeer tjalken. (De familie Boerma scheen ook een werf te Sappemeer te bezitten en ook was er een Boerma te Wildervank.) (Bron:Groninger Archieven en George Snijder.)




~Boerma, Martenshoek. 1889 - 1922. Eerst W en H Boerma, vanaf ca. 1902 J.W. Boerma en vanaf ca. 1920 de Weduwe Boerma. In 1922 wordt het de werf van H.P.J. Thiecke. De werf blijft echter tot 1929 in het bezit van de weduwe J.W. Boerma.




~Jan Boertjes, Contre Escarpe, Tholen 1869-1873.
In 1869 huurt de uit Puttershoek afkomstige Boertje een bestaande scheepshelling te Tholen alwaar men ondermeer de veerschuiten van de overzet over de Eendracht droogzet. Als Boertje in 1873 komt te overlijden, neemt Dirk Pzn. Duivendijk de huur over. De werf schijnt eerst in handen van de veerman M.A. Witte en later van zijn Weduwe geweest te zijn.
Bron: Ir. J. van Duijvendijk, Het liefst eigen baas. 2016.





~Scheepswerf E.J.Bok en Zonen Kleine Kattenburgerstraat nr.176 Amsterdam. Scheepswerf 'De Zwarte Raaf'. Voornamelijk zeevaart. Het lijkt er op dat de firma vanaf 1900 overschakelt op de bouw en verhuur van dekschuiten.




~R. Boltje en Zonen B.V., Hasselt (Ov). -1956 - 1973+ Mogelijk aannnemersbedrijf dat voor eigen rekening bouwde.




~Scheepswerf Freek Bommer, Broek op Langedijk. ca. 1920 tot circa 1940.Gevestigd aan de Zuiderdel, nabij de huidige Stationsweg. Rond 1940 overgenomen door de firma Bak. Voornamelijk onderhoud van kleine vaartuigen.




~NV. Scheepswerf voorheen Bonn en Mees, Rotterdam. In 1867 opgezet met een droogdok ten behoeve van de scheepswerf van Jan Smit uit Alblasserdam. Het dok lag een eind westelijk van de Veerdam aan de zuidoever van de Nieuwe Maas tegenover het park. In 1874 wordt de zelfstandige gemeente Katendrecht samengevoegd met Charlois op 6 december 1894 volgt annexatie door de Gemeente Rotterdam. In 1887 doet J. Smit de werf over aan zijn zwager en toenmalige bedrijfsleider Hillrich Jan Bonn en 1888 wordt er een partnerschap aangegaan met Joan Mees.  Na het graven van de tweede Kattendrechtse haven rond 1899 verplaatsen de activiteiten zich verder naar het westen naar Charlois (Gem. R'dam). De werf ligt dan aan de Doklaan bij het begin van de Maashaven. In 1927 wordt het bedrijf omgezet in een N.V. In 1931 stoppen de scheepsbouwactiviteiten en gaat men verder met de exploitatie van drijvende bokken. In of tijdens de tweede wereldoorlog verdwijnen de dokken aan de Maashaven.




~Jan Boomsma, Oppenhuizenweg, Sneek. Scheepswerf De Houkesloot. Jaren twintig tot in de jaren 60.




~Scheepswerf en Machinefabriek Boon, Molema en de Cock, Hoogezand-Sappemeer.
Oorspronkelijk aan de Verlengde Zuiderstraat, later was dit de Hoofdstraat ter hoogte van perceel nr.80. Naar het schijnt is men verhuisd naar Landzijde, Winschoterdiep, Westerbroek?




Werven familie BOOT
P. Boot, De Vooruitgang, Gouwsluis (Alphen), 1851 - 1887.
D. Boot, Onbekend, Zoeterwoude,1880-1887
D. Boot, De Vooruitgang, Gouwsluis (Alphen), 1887- 1917. (Sommige bronnen vermelden 1880-1931)
D. Boot, De industrie, Alphen,1908-1977
J. Boot, De Waard, Leiderdorp, 1877-1913.
J. Boot, De Hoop, Leiden, 1903-1913.
P. Boot, De Hoop, Leiden, 1913-1920
Gebr. Boot, De Hoop, Leiden, 1920-1963.
Gebr. Boot, Scheepswerf Boot Leiden, Leiden, 1963-1979
H. Boot, Scheepswerf Vrijenban, Vrijenban (Delft), 1856-????
H. Boot, Firma H.Boot & Zn., Delft-Vrijenban, ????-????
Th. Boot, Firma H.Boot & Zn., Delft(Vrijenban), ????-1988 opgevolgd door Fa. HF Bocxe & Zn.
W. Boot, De Dageraad, Woubrugge, 1847-1893.
J. Boot, De Dageraad, Woubrugge, 1893-1897.
W. Boot jr. + Weduwe J. Boot, De Dageraad, Woubrugge, 1897-1901/1914.
W. Boot jr. + Weduwe J. Boot, De Dageraad, Oudshoorn (na 1918 gem. Alphen), 1901/1914-1947.
Fa. Boot, De Dageraad, Alphen, 1947-1981.




~D. Boot (1859-1922), Alphen a.d. Rijn. Scheepswerf "De Industrie". 1908-1970. Aken, Tjalken, Klippers, Luxe-motor e.d., Pakschuiten, Sleepboten. Getuige een advertentie in de Rijnbode van 4-10-1908 werd op 2-10-1908 de bestaande werf en schuitenverhuurderij van de Firma Mijs & Co overgenomen. Naar men zegt zat de werf aan de Wilhelminalaan.
Niet complete bouwlijst van deze werf tot 1925 en vanaf 1925.

Tussen 1910 en 1970 beschikte men tevens over de machinefabriek de Industrie. Deze zat eerst op het werfterrein van scheepswerf 'De Industrie', maar later aan de huidige Prins Hendrikstraat/Gouwsluiseweg ongeveer terhoogte van de Prinsenlaan.

Vanaf 1887 tot 19?? was Dirk Boot ook eigenaar van De Vooruitgang in Gouwsluis (later gemeente Alphen a/d Rijn). Deze werf was in 1851 eigendom van zijn vader Philipus Boot geworden.
De Industrie (machinefabriek en werf) werd, samen met 'De Vooruitgang' in 1970 overgenomen door A. Klip uit Lekkerkerk die in het bezit was van T. van Duijvendijk's scheepswerf b.v.. De bedrijven gingen toen de naam Van Duijvendijk dragen. Soms wordt echter ook gesproken van Scheepswerf Klip Alphen. Lang heeft dat niet geduurd, want in 1976 ging niet alleen De Industrie maar ook de Voortuitgang failliet.
Incomplete  bouwlijst van de Vooruitgang.

Tussen 1880 en 1887 heeft Dirk Boot ook een werf te Rijndijk (Zoeterwoude) in zijn bezit gehad. Zie aldaar.





~Scheepswerf De Boot, Amsterdam; zie J. Hammer of Groen van Waarder.




~H. Boot, Rotterdamse weg 466, Delft/Vrijenban. Scheepswerf "Vrijenban". Aak, Htj, Kl, Kla, Lm. 1856-1988. Hendrik Boot (1818 - 1899) sticht in 1856 de scheepswerf "Vrijenban". Later gaat de werf de Firma H. Boot & zonen heten. Vervolgens zonder naamswijziging overgegaan op Th. Boot en in 1988 over genomen door Fa. H.F. Bocxe en Zonen. Vrijenban was eerst een aparte gemeente, maar is later opgegaan in de gemeente Delft.




~ D. Boot, Gouwsluis. Scheepswerf: 'De Vooruitgang'. Zie bij D. Boot Alphen a/d Rijn.




~Boot, Leiden (Leiderdorp).
Scheepswerf 'De Hoop', ook bekend als Gebr. Boot, Leiden. Getuige een oude luchtfoto ongeveer gevestigd ter hoogte van de huidige Zijloever nummer 70. Niet te verwarren met scheepswerf De Hoop van de gebr. Tijssen.
In 1903 nam Jacobus Boot de aan de Zijl gelegen terreinen van de  Maatschappij De Zijl over. Volgens sommige bronnen behoorde de locatie toen nog tot Leiderdorp. In 1913 neemt Philippus Boot de leiding over het bedrijf van z'n vader over. In 1920 werd de naam gewijzigd in "N.V. Gebroeders Boot", in 1927 wordt het "Scheepsbouw- en reparatie werf 'De Hoop' voorheen Gebroeders Boot Leiden". Tussen 1963 en de sluiting van de werf in 1979 voert de werf de naam "Scheepswerf Boot, Leiden". In 1965 komen de aandelen van de werf in handen van de NV Scheepshelling Maatschappij Scheveningen. Deze maatschappij gaat in 1979 failliet en sleurt de Leidense werf mee in zijn val.




~Boot, Leiderdorp (Leiden).
Scheepswerf 'De Waard' was gevestigd aan de Oude Rijn ter hoogte van de huidige Krefeldlaan en werd in 1877 door J. Boot gesticht. Volgens sommige berichten werden de activiteiten op De Waard in 1913 beëindigd, andere bronnen spreken echter van 1919. Het gebied van de Waard behoorde tot 1920 tot Leiderdorp, daarna werd het Leiden.(Bouwlijst.)




~Scheepswerf Boot, Lemmer, 24-5-1971 - najaar 1976. Voortzetting van Scheepsbouw Lemmer NV van dhr L.J. IJben die in het voorjaar van 1971 failliet ging. (Dependance van de werf Boot in Alphen a/d Rijn)




~Boot, Oudshoorn, na 1918 Alphen a/d Rijn. In 1901 verhuisd de ijzeren scheepsbouw van de Scheepswerf Dageraad te Woubrugge naar een terrein te Oudshoorn. Uit archiefstukken valt op te maken dat ook deze werf De Dageraad genoemd wordt. In 1914 volgt het resterende deel van de Dageraad, Woubrugge. Het bedrijf wordt in de periode 1947-1981 voortgezet als Firma Boot. In 1918 wordt Oudshoorn deel van Alphen aan de Rijn.
De grenzen, in tijd en ruimte, tussen Woubrugge, Oudshoorn en Alphen aan de Rijn zijn mij niet geheel duidelijk.




~Boot, Rijndijk (Zoeterwoude). Niet bekend, naar men zegt heeft deze werf slechts van 1880 tot 1887 bestaan. Latere vermeldingen van deze werf berusten misschien op een vergissing met Scheepswerf De Waard van Boot welke een paar kilometer verderop lag.




~Boot, Sappemeer. Lm. 1929




~Boot, Woubrugge. 1847-1981. Sinds 1889 Scheepswerf  'De Dageraad' geheten. Diverse soorten vaartuigen. (Bouwlijst). Tot 1893 onder beheer van W. Boot sr, daarna vier jaar Jacobus Boot waarna Wouter Boot jr samen met de weduwe van Jacobus de werf beheert. Voluit wordt de werf dan
"Weduwe J. Boot - Scheepsbouwwerf 'Dageraad'
genoemd. In 1901 verhuisd een deel van de werf, de ijzerbouw, naar Oudshoorn (Alphen a/d Rijn); in 1914 volgt het resterende deel en sluit de Dageraad, Woubrugge.




~Firma Bootsman, Gerrit Bolkade, Zaandam. 1961-1965 Ook bekend als Scheepswerf De Uitkomst.




~Firma Borsius en van der Leije, Middelburg. <1896 - >1898.




~Wolter Jans Bos, Dedemsvaart. Hij werd opgevold door Jan Wolters Bos (1854-1865). De scheepmakerij was ongever thv het huidige Langewijk 404. Bron Historische vereniging Avereest.




~H. Bos, Dedemsvaart. 1903-1909. Volgde Slager op de werf aan Het Rak op. Vanaf 1913 leidt J.A. Fernhout de werf. Bron Historische vereniging Avereest.




~J.J. Bos, Echtenerbrug. Aak, Tjalk, Visaak. ca (1860)- 1888 - 1892 - 1910. Vaak ook geboekt als Delfstrahuizen of Echten.
In 1892 verhuisd de werf en komt naar het schijnt aan het Hellingpad onder Echten te liggen. In 1910 wordt de werf verkocht aan Ate Pieters van der Werff, uit Gorredijk.




~Gebroeders Bos, Friesche Straatweg 79, (Kostverloren/Reitdiep) Groningen. De werf schijnt rond 1900 gesticht te zijn. Voor zover bekend liep in 1936 het laatste nieuwbouw schip van de Gebr. Bos van deze werf. Over het verdere verloop is weinig bekend behalve dan dat in 1954 de Gebroeders van Diepen de werf huurden en de huur toen overgenomen werd door Botje, Ensing en Co.
(De lokatie is nu de Van Goghstraat 120.)




~Fa. Bos & Dijkman, Ruischerbrug, Groningen. 1924-1928.




~Scheepswerf Bosch, Houthavenkade, Zaandam. Reparaties. Jaren zeventig?




~C. Bosman, Alkmaar. Scheepswerf 't Hondsbosch. Bosman, misschien beter bekend van de Alkmaar Packet, kocht in 1870 de reeds bestaande scheepswerf 't Hondsbosch. Deze lag naast de werf Nicolaas Witsen in Alkmaar. Beide werven lagen aan de Eilandswal. Althans zo stellen enkele bronnen. In 1870 werden echter nadat de voorraden en gereedschappen verkocht waren de terreinen van de voormalige scheepswerven 't Hondsbosch en Witsen aan de Eilandswal door de gemeente Alkmaar te koop aangeboden.
In 1875 blijkt er wederom een werf Het Hondsbosch te bestaan. In die jaren valt echter de naam van Dhr. J.C. Malefijt. Pas in 1883 valt in de kranten de naam van dhr. D Bosman en Zn. De naam 't Hondsbosch verschijn in 1894 in de kranten. In 1906 werd het NV Scheepswerf en Machinefabriek 't Hondsbosch. In 1951 werd de werf gesloten.




~Botje, Ensing en Co., Groningen. 1878 - 1966  In 1878 begonnen aan het Hoendiep ZZ 10, later de Eendrachtskade ZZ, voorheen de werf van Barkmeijer. In 1906 wordt gaat men Scheepswerf en Machinefabriek voorheen Botje, Ensing & Co heten. In 1954 wordt er aan het Reitdiep/Friesestraatweg 79 een tweede werf, de voormalige werf van de Gebroeders Van Diepen, geopend. In 1964 komt het bedrijf in financiële problemen, die het niet meer te boven komt. Januari 1966 valt het doek voor beide werven. Men heeft voornamelijk stoom- en motorschepen gebouwd.




~Botje & Ensing, Hoogezand. Een vergissing?




~ Botman & zn, W., Bovenkarspel:
Schuitenwerf. Bouwer van ondermeer stekerveldschuiten.




~L. Botter, Hoogeveen. -1878 - 1892+ Bouwde houten (Hoogeveense) pramen.




~W.F. Bouhuis, Durgerdam. 1924-1959 voortgezet door P. Bouhuis. Bouwde kleine houten vissersschepen en boerenschuiten. De werf was achter de dijk gelegen. Later bouwde men voor de pleziervaart. De andere werf te Durgerdam was de werf van Baas Kater.




~Firma A. Bouman en Zoon, Coevorden. Scheepswerf De Klop. Gesticht 1914. Tot circa 1930 de werf van K.R. Telgenhof. Naast reparatie op een dwarshelling bouwde men ook baggermaterieel, sleepboten, spitsen, e.d. De werf werd opgeheven in 1980.




~Boutens en Kouwenhoven, Delft. -1921 - 1931+ Mogelijk ook zonder van Kouwenhoven actief geweest en ook bekend als Scheespwerf De Concurent v/h firma Boutens en Zn.




~ Pieter en/of Jan Willem Bouter, Ouderkerk a/d IJssel. Ook bekend onder de naam De Toekomst 1886-1899.
De werf lag oostelijk naast de huidige Houtzaagmolen. De eigenaar van de werf was Arie Hoogendijk hij verhuurde de werf, voorheen de werf van Van Duijvendijk(ODK-1) aan één of beide broers Bouter. Na het faillisment van de werf wordt de werf verkocht en op de plaats wordt de houtzaagmolen die er eens stond herbouwd.




~R. Brandsma, Dongjumervaart, Franeker. ca. 1870-1919  Aak ca 1900.




~Firma J. Brandsma, Rohel (Achtkarspelen). De werf is in 1898 in het bezit van Jan Brandsma, zoon van Brandsma uit Franeker, gekomen en altijd houtbouwwerf gebleven. Sinds de twintiger jaren van de twintigste eeuw betrof dat natuurlijk in hoofdzaak pleziervaartuigen.




~Den Braven: scheepsreparatiewerf aan de kleine haven te Nieuwendam. Den Brave nam in 1975 een deel van Scheepswerf Het Fort van de firma de Vries Lentsch over. Het eerste schip dat gehellingd werd was een coaster die veel te zwaar voor de helling waardoor de belangrijkste helling van deze werf onbruikbaar werd. Niet bekend is hoe lang het bedrijf daarna nog bestaan heeft.




~Breebot Grevelingenstraat 1, 2e Merwedehaven, Dordrecht. 1957-1984 Ook bekend als N.V. Scheepswerf en Reparatiebedrijf Breebot. In 1985 overgenomen door Boskalis. N.V. Aannemersbedrijf v/h T. den Breejen van den Bout te Berg en Dal kocht op 20 maart 1956 het terrein aan de Merwede haven en bracht deze in bij de scheepswerf. Het lijkt er op dat men zich bezig hield met de bouw van vaartuigen voor de waterbouw.




~Firma Jac. den Breejen en Zn., Hardinxveld-Giessendam. 1947-heden (2013). Tegenwoordig Den Breejen Shipyard geheten.




~Breman, Zwartsluis. Beter bekend als grofsmederij, ankerspecialist. Minder bekend van de bouw van schepen. In relatie tot dit laatste wordt de naam ook vaak geschreven als Breeman. Als bouwwerf van binnenvaartvrachtschepen en vissersvaartuigen vallen jaartallen tussen 1958 en 1966.




~Willem Breurken, Klaprozenweg 71, Amsterdam N. 1928-heden. Thans geleid door Richard Breurken en beter bekend als Scheepswerf Stella Maris. Men beschikt over hellingcapaciteit tot 30 meter.




~van der Brink, Loosduinen. Zie bij van Straaten en van der Brink Loosduinen.




~Ewout van den Broek, Weverseinde 41-43, (Westhavenzijde) Puttershoek. 1857 - 1867 - 1872 - 1916. Ewout van den Broek (1814-1867) heeft het vak geleerd op de werf van Pieter van Duivendijk, oostelijk van het veer. Hij trouwt met de dochter van zijn baas Janna van Duivendijk. In 1857 begint hij westelijk van het veer een werf.
Na zijn overlijden wordt hij in eerste instantie door zijn weduwe en vanaf 1872 door zijn zoons Pieter Jacobs en Thomas van den Broek opgevolgd. Als in 1916 de werf opgeheven wordt is de zoon van Pieter Jacobs, Leendert van den Broek de eigenaar.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016





~H. Broek, Meppel. Eerste helft negentiende eeuw tot circa 1865. Gevestigd waar thans de Harm Smeengekade is. De werf werd over genoemen door van Goor.




~Gebr. Broek, Zwartsluis. 1858-1965. Ondanks hun lange bestaan hebben deze scheepsbouwers weinig sporen achter gelaten. De relatie met de andere werf 'Broek' te Zwartsluis is mij niet bekend.




~W. Broek, Zwartsluis. 1865-1871. De relatie met de andere werf 'Broek' te Zwartsluis is mij niet bekend.




~Scheepswerf Broekerhaven, Buitenhaven, Broekerhaven. Gegevens ontbreken nog. Vanaf midden 19de eeuw waren er actief. Funis, Weduwe Funis, Klaas Weeteling, Simon Botman 1900-1940?, Wijnand Peetom, Willem Beemster, Simon Jordens. De werf werd rond 1970 gesloopt.




~J.F. Broekhoven B.V., Maarsen. Aannemer. Heeft enig maerieel voor eigen gebruik gebouwd.




~Fa. J.G. Bröerken, Westerbroek. Thans Madepolderweg 10. 1940-1976 Ook bekend als Scheepswerf "Westerbroek" bouwde voornamelijk zeegaande vaartuigen. Voorheen de werf van Wortelboer. Werd later Scheepswerf Leeuweke en weer later Scheepswerf 'Het Leeuwendeel'. Beide Jachtwerven.
Voordien was Bröerken actief op de Scheepswerf Foxhol van Muller en Bröerken.




Gerrit Broerse, Scheepswerf 'Het Groenland', Amsterdam. 1855-1999. Scheepswerf aan de tweede Wittenburgerdwarsstraat 33-35 te Amsterdam. Eerder Het Dijkje geheten. De werf werd in 1855 door de, in 1812 te Amsterdam (sommige bronnen zeggen Marken), geboren Gerrit Broerse gesticht. De werf zou zijn naam ontlenen aan het feit dat hier eerst tuinderij gevestigd was. In 1894 neemt de zoon van Gerrit, Dirk Broerse Gzn., de leiding over. Deze behoudt de leiding tot ca. 1935. Vermoedelijk wordt de werf eerst geleid door zijn zoon Jan en daarna door zijn kleinzoon Gerrit (1919-....). Rond 1959 neemt Simon Beffers de werf, waar hij tot dan toe alleen huurder van was, in zijn geheel over. Naar het schijnt heeft de werf weinig aan nieuwbouw gedaan. Voor zover bekend zijn er alleen dekschuiten (dekaken) op stapel gezet. De werf schijnt rond 1910 over vier sleephellingen te beschikken. Men bouwt in die tijd dekaken tot ca. 20 meter. Het 'Markerhuisje', gebouwd in opdracht van Gerrit Broerse, wat daar nu nog staat, stond (naar men zegt) vroeger een meter of dertig dichter bij het water aan de rand van het werfterrein.



~Firma J.D. Brouwer, Schoten, Haarlem.  Voortzetting van de werf van Brouwer en Van Dijk. Van voor 1909 tot na 1915.




~Brouwer en Van Dijk, Haarlem. Scheepswerf Neerlandia.




~Weduwe K. Brouwer, Zaandam. 1856 - heden? Vroeger gelegen tussen de Gedempte Gracht en de Stationsstraat daarna aan de Hoogendijk 17 + Rustenburg 105. Sinds 1995 aan de Zomerdijk/Vredeweg op het terrein waar vroeger de Zaanlandse gevestigd was. Helling tot 60m. Dok 95x16m. Stevendok.
Tot ca. 1936 actief als bouwer van Westlanders, Dekschuiten. De firma hield zich vroeger ook veel bezig met dekschuitenverhuur.
De werf Rustenburg/Noordsebos werd in 1920 gesticht door de N.V. Motorenvereniging "Voorzaan". De oprichters daarvan zijn Jan Brouwer, Klaas Brouwer en Jelis Hermanus Brouwer. Directeur is Jan Brouwer. Rond 1960 wordt de werf verlaten en afgebroken.




~Aloysius de Bruin, Zierikzee. Aloysius de Bruin koopt in 1915 de werf van Van de Velde en doet die in 1921 over aan van Duivendijk uit Bruinisse. De werf was ingericht op de reparartie van houten visserschepen.




~Bruijs Jacht en Staalbouw, Bergen op Zoom. 1957-heden. Heeft sporadisch voor de beroepsvaart gebouwd. Naar men zelf zegt, bouwt men verder slechts BOTEN.




~Scheepswerf B van Brussel, Hasselt (Ov). Jaren vijftig. Heeft enkele motorsleepboten gebouwd.




~Abraham Buijs 's Gravenweg (ca. 231), Capelle a/d IJssel. 1894-1912. Voornamelijk bouw en onderhoud van boerenvaartuigen. De werf was een voortzetting van de werf van Jan Hollander.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~Gebroeders Buijs, Krimpen a/d IJssel. 1895 - heden. Thans gevestigd aan de Stormpolderdijk 9-11.
De werf werd door Jab Buijs gesticht en in 1895 door zijn weduwe en zonen voortgezet. Rond 1930  traden de gebroeders Cornelis Marinus en Arie Nicolaas Buijs toe tot de firma. Pas in 1946 stapte men over op staalbouw. Vanaf de jaren zestig lijken ze vaste voet in de bouw van binnenvaartschepen verworven te hebben.




~Scheepswerf W. Buitendijk, Dorpsstraat 113, Hendrik Ido Ambacht. Men zat aan de Waal (Het Waaltje) die verbinding had met de Oude Maas en de Noord. In 1937 werd dit N.V. Scheepswerf voorheen W. Buitendijk. Circa 1924-heden. De werf bouwde in de eerste jaren onder andere roeiboten, roeiersvletten en enkele sleepboten. Na 1947 verhuisde men naar een lokatie aan de Noord; Veerweg 59a.




~Schuitenwerf Buiten Verwachting, Amsterdam: zie Arien Gouwrok.




~Scheepswerf Buitenweg, Vreeswijk. 1856-199?. De werf was eerst gelegen in het oude dorp vlak bij de toeleiding naar het Spuikanaal. Begin 20ste eeuw verhuist de werf naar een locatie aan de Vaartse Rijn iets ten noorden van het toenmalige dorp naar het terrein van de scheepssloperij Pallada. De werf stamt van circa 1800 en was eerst van Coenraad van Dijk. In 1856 komt de werf in het bezit van Arie Buitenweg uit Oudshoorn bij Alphen a/d Rijn. In 1936 wordt het Scheepswerf Nooit Gedacht van de Gebroeders Buitendijk. In 1980 is het de
 B.V. Scheepswerf en Machinefabriek Buitenweg. Eind jaren negentig wegens ruimte gebrek en steeds strengere milieueisen gesloten. Sinds 2006 weer in bedrijf als Museumwerf Vreeswijk; een reparatiewerf voor oude schepen.




~Scheepswerf De Buitenwerf, Groningen; zie E.H. Meursing.




~Scheepswerf De Bult, Bosweg 22, Nienoord. Geen gegevens bekend.




~Bultjer, Ditzum. Botter.




~G.W.J. van der Burg, 's-Gravelandschepolder 75, Schiedam. (Nabij de Spoorbrug) 1910-1914. Later de werf van J.J. Rutgers. Ook bekend als Scheepswerf De Schie.




~Burgerhout's Machinefabriek en Scheepswerf, Westerstraat, Rotterdam. Het bedrijf werd in 1853. De eerste 12 jaar bouwde men stoommachines en ketels, daarna ging begon men ook met constructiewerk en scheepsbouw. In 1910 verplaatste het bedrijf naar de Kreekweg.
Men fabriceerde korte tijd ook Burgerhout-Nobel-motoren. In 1932 raakte het bedrijf in moeilijkheden. De terreinen werden verkocht aan de buurman NV Machinefabriek en Scheepswerf P. Smit Jr.




~Firma Bus, Moerdijk. Slechts van de bouw van één schip bekend.




~Bustra, Nieuw Amsterdam. Trufbokken en reparatie.




C




~Camminga, Wormerveer. Voor zover bekend alleen jachtbouw.




~Ten Cate, Harderwijk. Eind 19de eeuw houtbouw, visserij. In 1905 opgekocht door de concurent Johan Oost en geliquideerd.




~Barteld Pieters Catz, Nijehaske. Midden negentiende eeuw. Bouwer van houten tjalken.




~J.L. Ceuvel, Hoogte Kadijk, Amsterdam. Scheepswerf De Vredenhof. Ca. 1890 tot 1967. Soms geschreven als Keuvel. Ook bekend als De Weduwe Jeltje Ceuvel. In 1911 nam men de naast gelegen terreinen van D. Goedkoop, Scheepswerf 't Kromhout, over. In 1967 werd Ceuvel overgenomen door NV Machinefabriek en Scheepswerf De Volharding, Korte Papaverweg, Amsterdam N. Het bedrijf aan de Hoogte Kadijk sloot kort daarop en werd in 1973 museumwerf 't Kromhout en het Kromhout(motoren)museum.
De Vredenhof was 1827 van Paul van Vlissingen. Johannes Lodewijk Ceuvel had daar de leiding. Tussen de Vredenhof en het Kromhout lag de werf De Kalendermolen(?) die door J.L. Ceuvel overgenomen werd. Ook deze werf ging De Vredenhof heten. Na liquidatie van de Koninklijke Fabriek van Van Vlissingen koopt de schoonvader van Johannes Ceuvel, houthandelaar Sebbelee, De Vredenhof(1). Na het overlijden van J.L. Ceuvel in 1885 wordt de weduwe J. Ceuvel eigenaresse van beide werven. Mogelijk had Ceuvel ook een belang in de werf de Dageraad aan het eind van de Hoogte Kadijk.




~Ceuvel-Volharding, Korte Papaverweg Amsterdam.
1967 - 2002.  Gelegen aan het Johan van Hasseltkanaal West.
In latere jaren beschikte de werf over een hydraulische schepenlift 80x11m (de eerste in Europa), een stevendok 36 x 10m en twee, 20 meter lange, langshellingen.
Voorheen was dit de NV Machinefabriek en Scheepswerf De Volharding, een direct voortvloeisel van de werf van de Firma Nanninga, Meijer en Groot.




~De Citadel, Jutphaas. Bouwde begin twintigste eeuw wat materieel voor N.V. Mij tot Aanneming van Waterbouwwerken v/h A. Hofman.




~ Scheepswerf Clausen Pont, Gouderak 1959 - 1970.
Het handelt zich hier om de voormalige werf van Wortelboer en daarvoor de Weduwe A van Duivendijk, Gouderak. Het bedrijf lijkt zich later naar Waddinxveen verplaatst te hebben.
Volgens sommige bronnen zou de NV Rotterdamse Scheepsbouwmaatschappij zich reeds voor 1924 op die plaats gevestigd hebben. Ik ben dit nog niet nagegaan, maar ik vernoed dat dit op een vergissing berust.




~Scheepswerf van Closset, St. Pieter, Maastricht. circa 1900-1921. Houtbouwwerf aan de blekerij te Sint Pieter. Men had ondermeer een overdekt gegraven dok. Naar foto's te oordelen werden er onder andere herna's gebouwd. Van 1850 tot ca. 1900 was de werf in handen van de familie Jodogne.




~Scheepswerf Concordia Amsterdam, zie bij Seijmonsbergen of bij Huijgens en van Gelder.





~Scheepswerf Concordia, Damsterdiep, Delfzijl. Tegenover de Fivelingosluizen. ca. 1896 men bezat minstens drie langshellingen. Niet ver hier vandaan lag scheepswerf "Phoenix".




~Scheepswerf Conrad, Spaarndammerweg , Haarlem. De werf was gevestigd aan de binnenhaven bij het Noorder Buitenspaarne. De binnenhaven was gelegen tussen de Werfstraat en de Paul Krugerkade. De werf begon in 1882 onder de naam Firma Geboeders Figée. Één der firmanten Thomas Figée start echter een jaar later op het zelfde terrein de Scheepswerf Conrad. Later krijgt hij als mede firmanten Pieter Goedkoop en C.T en J.E. Stork. In 1889 wordt de naam NV Scheepswerf Conrad voorheen Thomas Figée & Co.
In 1941 wordt een groot deel van de activiteiten naar de overkant van het Spaarne, aan de Waarderweg 80 verplaatst. De oude firma wordt geliquideerd en de activiteiten aan de Waarderweg gaan verder onder de naam Stork-Hijsch.
De oude werf en machinefabriek, aan de Spaarndammerweg 120, wordt ondergebracht in de NV Holland Nautic. Later wordt dit  de Maatschappij tot Exploitatie van de Scheepswerf en machinefabriek Holland Nautic. In 1956 wordt het complex verkocht aan Reinder Zwolsman en op 2 december 1957 hield het bedrijf op te bestaan.
Bouwactiviteiten komen terug aan het Spaarne als op het terrein van Stork-Hijsch onder de naam van Werf Conrad-Stork N.V. circa 20 snijkopzuigers met een lengte van ca. 22 meter gebouwd worden. Dit vond plaats tussen 1964 en 1968 komt het laatste schip van de werf.
Door al de jaren heen heeft het bedrijf zich voornamelijk bezig gehouden met de bouw van baggermaterieel.
Ook de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij aan de Conradstraat te Amsterdam werd in de volksmond 'Scheepswerf Conrad' genoemd.




~Conrad, Zuiddijk/Oosterwerf, Zaandam. Nieuwbouw. 1913-1940. Volgens onbevestigde berichten heeft de werf aan binnenvaartschepen alleen in de jaren 1929-1930 een 15-tal Kempenaars voor de NV Transport Maatschappij Terneuzen/G.F.P v.d. Peijl gebouwd.
Gelijktijdig werden er bij Conrad in Haarlem nog eens 23 van deze schepen gebouwd.
Verder heeft deze werf vermoedelijk alleen zeegaande vaartuigen gebouwd.




N.V. Constructie-, Onderhouds- en Constructielasbedrijf, Dordrecht. C.O.C. Bouwde midden jaren zestig enkele beunschepen.





~Gebr. E. en M. Coops, Hoogezand (Martenshoek). Aak, Lm. ca 1880-1983, daarna Coops & Nieborg en als scheepswerf van minder belang.  Verder is er nog sprake van een samenwerking van de Gebroeders Coops en Bernard Fikkers die tot de oprichting van de Martenshoekster Scheepsbouw Maatschappij leidde. De werf zat eerst aan het Winschoterdiep bij de Kalkwijk (ongeveer Hoofdstraat 130, t/o de Rembrandtlaan) Rond 1955 verhuist men naar het Nieuwe Winschoterdiep even ten westen van de Winkelhoek.




~ Croles, IJlst. 17??-19011. Al in de 18de eeuw was er een werf van Croles in IJlst. Men bouwde diverse soorten vaartuigen, zowel klein als zeegaand. In 1895 begint men de ijzeren scheepsbouw. In 1900 overlijdt J.J. Croles en raakt de werf in het slop. De werf wordt rond 1903 ondergebracht in de Friese Scheepsbouwmaatschappij (voorheen J.J. Croles).




~N.V. Constructie-, Onderhouds- en Constructielasbedrijf, C.O.C., Dordrecht. 1964 Bezat waarschijnlijk geen 'eigen werf', maar werkte vermoedelijk op het terrein van Scheepswerf De Biesbosch.




~Scheepswerf 'Czaar Peter', Kalf 3, Zaandam. 1901-1958-1972. Ook geschreven als Zaar Peter en als Tsaar Peter. Onderdeel van de Zaanlandse Scheepsbouw Maatschappij. Motorschepen, dekschuiten, bakken, enz.




D




~Scheepswerf De Dageraad, Funenkade/Sarphatistraat/Hoogte Kadijk, Amsterdam. De werf is voor 1862 gesticht en bestond tot ca. 1900. Mogelijk heeft J.L. Ceuvel hierin een belang gehad.




~Scheepswerf De Dageraad, Woubrugge. Zie Boot, Woubrugge, Oudshoorn en Alphen a/d Rijn.




~A.J. van Dam, Zestienhovensekade, Overschie. 1890-1941 westlanders, pakschuiten en veel motor(beurt)scheepjes. Van Dam overleed in 1920 de werf bleef echter tot 1941 bestaan.
Sommige bronnen noemen 1898 als oprichtingsjaar. Van Dam stichtte samen met de heren Helbers en Van Roon ook de NV Overschiese Motorenfabriek 'A.J. van Dam & Cie'




~ Scheepswerf P van Dam, Westerdijk 25, Oude Wetering (Leimuiden). Htj. 1865 - 1933 - heden. Begonnen als houtwerf. Voor 1895 over geschakeld naar staalbouw, vanaf jaren twintig motorschepen, maximale lengte ca. 30 meter. In de jaren dertig werd het accent verlegd naar de pleziervaart.




~Electrische Scheeps- en Grofsmederij A.C. van Dam, Havenstraat, Vlaardingen (1822-1922)
Leendert van Dam nam in 1822 een reeds bestaande werf over. Na zijn overlijden werd van 1870 tot 1884 Cornelia van Dam eigenaar. Ze werd opgevolgd door Leendert van Dam II. Vanaf 1910 tot het faillisement in 1922 was Abraham Cornelis van Dam de eigenaar. De werf legde zich toe op de bouw van zeegaande vissersschepen en is tot in de twintigste eeuw houten loggers blijven bouwen.
In 1850 kocht Leendert van Dam een tweede werf, De Hoop, aan de Kortedijk hoek Schiedamsedijk, Vlaardingen. Van 1866 tot 1870 is de werf in handen van Abraham van Dam en Willen van der Windt. De werf wordt daarna door de familie van der Windt voortgezet.




~K. Damen, Hardinxveld-Giessendam  1966 - heden? Motorvlet. Later mogelijk Gebroeders Damen geheten.




~Damen Shipyards Foxhol, Scheepswervenweg 13, Foxhol, Hoogezand. Verwierf naar men zegt in 1980 het terrein van Bodewes te Foxhol (of maakt men hier een vergissing met Bergum?) en in 1984 het terrein van Bijlholt. De werf ging in 2010 failliet maar maakte een doorstart  als: Shipyard Constructions Hoogezand bv.




~Damen Shipyards Gorinchem, Gorinchem. -heden?  Scheepswerf en moederbedrijf van meerdere andere scheepswerven




~Damen Shipyards Bergum, Bergum, Sumar. 1980-2013. Hield zich voornamelijk (zoniet uitsluitend) bezig met zeegaande schepen.




~Machinefabriek Delfshaven, Rotterdam. Zie Firma H. de Ridder, Rotterdam.




~Fa Dekker, Diemerzeedijk, Amsterdam-Diemen. Van voor 1963 tot in de jaren 80. Voornamelijk jachtbouw (Defender jachten). Bouwde in 1963 ook een rondvaartboot van bijna 16 meter.




~Petrus Dekker, Meppel. 1806-1851. Een voortzetting van de werf van Timmerman in het centrum van Meppel.




~N.V. scheepswerf Delfzijl, Delfzijl. Rond 1940 alleen bekend van de bouw van 2 dekschuiten. Mogelijk bedoelt men echter N.V. Scheepswerf Delfzijl v/h Gebr. Sander.




~Deltawerf, Sliedrecht. Ongeveer terhoogte van de Rivierdijk nummer 276. 1972 - 1987. Bouwde voor de binnenvaart duwboten en sleepboten tot een ;engte van ca. 25 meter.




~Gebr. van Diepen, Groningen. Op de door de Gebroeders Bos gestichte werf aan de Frieschestraatweg bij Kostverloren. In 1954 neemt Botje, Ensing en Co. de huur van de werf van de gebroeders over.




~Gebr. van Diepen, Waterhuizen 8, Waterhuizen. Z.tj. 1878-heden. Opgericht door Jan van Diepen. Rond 1902 een samenwerking aangegaan met zijn broer waarna het bedrijf Scheepswerf Gebr. J. en H. van Diepen ging heten. Zij werden opgevolgd door hun zonen. Tussen 1960 en 1995 werd het bedrijf geleid door J. van Diepen. Daarna werd het tot in 2002 Scheepswerf van Diepen B.V.. In de laatste periode werden alleen(?) nieuwbouw kustvaarders gebouwd. Later kwamen op deze locatie Maas Shipyard en weer later Groningen Shipyards.




~Machinefabriek Diepenveen, Lels en Smit, Kinderdijk. 1856-1901-1921. De fabriek werd in 1856 opgericht door J&K Smit en L. Smit & Zoon, dhr. Diepenveen werd als directeur aangesteld. Men schijnt slechts sporadisch schepen 'gebouwd' te hebben. Men zat echter min of meer boven op het terrein van L. Smit Kinderdijk, die hun westerbuur was. In 1901 werd de naam Machinefabriek 'Kinderdijk' al bleef de oude firma naam nog lang rond waren. In 1921 trok L. Smit terug en stichtte een eigen machinefabriek.




~Frans van Dijk, Dorpsstraat (ongeveer het huidige nr. 86) Capelle a/d IJssel. Voorheen de werf van Bakhuizen. In 1891 verder als Gebroeders van Dijk en in 1897 overgenomen door Adrianus Vuyk.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.





~Frans van Dijk, Lage dijk, Spaarndam. Scheepswerf Hollandia. In 1912 kreeg van Dijk toestemming een werf te Spaarndam te vestigen. Houten langshelling waarop stalen schepen gebouwd werden. De werf ging in 1917 failliet en werd door C. Stapel overgenomen.





~Coenraad van Dijk, Vreeswijk (bij de oude sluis). Vanaf ca. 1800 tot 1855. De werf gaat dan failliet en word gekocht door P.J.M. van der Muelen, de burgemeester. Eerst verhuurd aan A. Stekelenburg en per 1/6/1856 aan A. Buitenweg.





~Scheepswerf Dodewaard, Dodewaard. 1953-2010  Vroeger voornamelijk bekend als Scheepswerf Hendriks, alwaar deze familie tot in de jaren zestig de scepter zwaaide. Van 1953 tot 1986 werkte men echter onder de naam Scheepswerf Dodewaard BV. Daarna wordt het Dodewaard Shipyard B.V.. Rond 2010 ging de werf over naar Shipcon B.V..




~Jacob van der Does, Haven, Raamsdonksveer. ???? tot 1923. Vervolgens verkocht aan P.L. Tak. Later bekend wegens jachtbouw. Mogelijk moet het 'Doest' en niet 'Does' zijn.




~Scheepswerf De Dollard, Landsmeer. Zie P. Doornbos.




~Scheepswerf 'De Donge', Raamsdonksveer. 1872-2012. Naar men zegt begonnen als werf voor de bouw van roeiboten. Volgens het telefoonboek uit 1915 was de werf in die jaren in het bezit van D.P. van Suijlekom (zie aldaar). Eind twintigste eeuw nam de werf de gehele oostelijke oever van de Donge tussen de haven invaart en de oude spoordijk in beslag. De werf werd in 2012 gesloten.




~van Dongen, Hedel. tot ca. 1908. Later mogelijk de werf van Maastricht.




~van Dongen, Sluiskant 30-32 (thv Houtwerf), Leidschendam. Van voor 1932 tot na 1973.  Kagenaar.




~Gebroeders van Dongen, Oostzaan. Voor zover bekend heeft de werf rond 1908 enkele schepen gebouwd. De werf stond ook bekend als Koningin Wilhelmina. De werf ging in november 1908 failliet.
Het om de voormalige werf van Pauw. Juli 1909 wordt de werf door Bernhard Nieuwendam overgenomen. Het wordt dan scheepswerf De Overtoom.




~Firma P. Doornbos, Scheepswerf De Dollard, Landsmeer. circa 1957 mogelijk 1950 tot circa 1964. Gelegen aan de Broekervaart nabij Het Schouw.




~Scheepswerf Doornbos, Tjamsweerd/Damsterdiep -  Appingendam. 1949 Nieuwbouw (zeegaande schepen?) en reparatie (dwarshelling).




~NV Scheepswerf Dordrecht, Dordrecht. 1909-1929. Het bedrijf, onder directie van J.J.W. Bijvoet werd in 1929 overgenomen door Scheepswerf De Biesbosch.




~Scheepswerf De Dordrechtsche Sleephelling, Papendrecht: zie C. Gips, Dordrecht.




~Draaisma, Dokkum. Ftj. 1900




~ Draaisma, 't Vliet, Franeker. Scheepswerf 'Welgelegen'. ca. 1868 - heden (2013) Vooral bekend van de bouw van een flink aantal tjalken. Rond 1868 volgde Klaas Draaisma zijn baas en schoonvader op de werf aan het Vliet op. In 1874 overleed Klaas en werd hij door zijn Johannes opgevolgd. In 1897 begint men met de bouw van stalen schepen. In 1972 wordt het een Vennootschap onder Firma met de naam: Scheepswerf en Machinefabriek Welgelegen K. Draaisma. Vanaf 1985 is de werf zich meer gaan richten op de kleine beroepsvaart en de pleziervaart. In 2001 wordt het bedrijf naar meer westelijk gelegen industrieterrein verplaatst. Vanaf dan gebruikt men geen dwarshelling meer maar een drijvend dok. Men geeft het bedrijf op de nieuwe locatie de naam Shipdock Draaisma B.V.. Het oude terrein blijft in gebruik als jachtwerf. Tot 2009 blijft het bedrijf in de familie, daarna wordt het bij gebrek aan opvolgers verkocht aan Dirk van Dellen en Rienk Bijlsma.




~Scheepswerf Draghorn, Amsterdam. Geen gegevens bekend. De liggers van de scheepsmeetdienst vermelden 1 houten dekschuit uit 1890. De achternaam Draghorn is vrij uniek, maar kam in 1851 2x voor in Amsterdam.




~Firma G.J. Drenth, Veendam. 1897-1905 Bolschepen en tjalken.
Men zat op de hoek van het Beneden Dwarsdiep en het Westerdiep/Beneden Verlaat. De werf werd overgenomen door de Gebroeders Grol.




~Firma H. Drenth, Oude Pekela. 1872 - ?? Lijkt voornamelijk in de zeevaart actief geweest te zijn. Er is later (rond 1940) nog wel sprake van een baggermolentje wat hier gebouwd zou zijn en een machinefabriek.



~Firma Drenth, Zwartsluis - Zwolle. In 1976 gestart in Zwolle, Later verhuisd naar de Kranerweerd te Zwartsluis. Bovenwaterlijnreparaties, Schroevendok.




~Scheepswerf Dreumel, Dreumel. In 2013 failliet gegaan.




~Drevers, Voorschoten. Slechts één vermelding.




~ J. Drewes & co., Groningen. 1899-1932 De werf was gelegen aan het Winschoterdiep. Volgens sommigen zou de werf 'Gideon' heten, maar de werflocatie was Gideon (thans Duinkerken straat). Men had daar van west naar oost de werf van de 'Noord Nederlandse Scheepswerven', De werf van de 'Scheepsbouw Unie' (voorheen Niestern en Kuiper en daarvoor Drewes) en De scheepswerf 'Gideon voorheen J. Koster Hzn'.




~Gebroeders R. en J. Drewes, Meppel. Aak ca 1900 -1912. De broers Drewes waren afkomstig uit de scheepsbouwersfamilie in Groningen. Tijdens een onenigheid met een klant (en dat was niet de eerste keer) werd Roelof Drewes doodgeschoten. Nog hetzelfde jaar, 1912, sloot men de werf.




~Firma van Driessen, Deest. Zou volgens de liggers bij de LVBHB in 1930 twee schepn gebouwd hebben.




~Firma F. Driessen, Weert. Beter bekend als de Weerter Scheepsbouwmaatschappij. 1896 - maart 1995. Bouwde ondermeer een flink aantal kempenaars.




~Scheepswerf S. Drijver, Grou. Ook bekend als Scheepswerf De Pô;lle. 1861??? - 1946. Mogelijk bouwer van houten tjalken, skûtsjes, pramen e.d. Met zkerheid bouwer van enige stalen zeilschouwen. De werf werd in 1946 overgenomen door W.H. Postma.




~Scheepswerf Duba, Prinseneiland 34, Amsterdam. ca. 1990. Kleine onderhoudshelling.




~Du Croo & Brauns, Valkenweg/Meeuwenlaan, Amsterdam. 1909-1974. Ook bekend als DuCroBa. Fabrikant van (smal)spoormaterieel, constructiewerken en machines. In 1966 gefuseerd met Jonker van het Bickerseiland en in 1968 overgenomen door Lubbers-Hollandia. Het bedrijf lijkt rond 1974 gesloten te zijn. Het bedrijf wordt genoemd als bouwwerf voor een enkel vaartuig.




~Duijvendijk wordt ook geschreven als van Duivendijk, van Duyvendijk en van Duivendijck.

~T. van Duijvendijks Scheepswerf N.V., Alphen a/d Rijn. De werf omvat zowel de scheepswerf De Vooruitgang, als ook de werf en machinefabriek De Industrie. Beide voorheen in het bezit van de familie Boot. Zie verder bij A. Klip, Opperduit/Lekkerkerk.




~Leendert Leendertszoon van Duijvendijk, Beneden Haastrecht 1876 - 1887 (HTT-1). Mogelijk reeds in 1856 begint hij te Gouderak ter hoogte van het Beijerseweggetje een werf, die hij in 1875 om onbekende redenen weer verlaat. De werf in Haastrecht is vermoedelijk niet meer dan een werkplaats waar men houten schouwen voor de boeren uit de omtrek repareerde en bouwde. Vermoedelijk lag het vlakbij waar het boezemwater van Bergambacht in de Hollandse IJssel uitmondt. Het werfje heeft tot 1887 bestaan.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Pieter Dzn van Duivendijk, Bruinisse, 1893 - heden (BNS-1). Scheepswerf Weltevreden .
In 1893 koopt de uit Tholen komende Pieter Dirkzoon van Duivendijk (1864-1908) twee percelen die tesamen de scheepswerf van Silius Dominicus van Weezel vormden. Het ene perceel is binnendijks gelegen bouwwerf en een buitendijks gelegen reparatiewerf met twee hellingen. De werf zou aan de oostzijde van de huidige haven gelegen hebben en droeg korte tijd de naam scheespwerf Weltevreden. In 1908 wordt de werf overgenomen door zijn oudste zoon Dirk Pieterzn van Duivendijk (1884-1971). Van de drie andere zoons begint de jongste Johannes Pzn. later een scheepswerf in Zierikzee (ZRZ-2). De scheepswerf draait bijna uitsluitend op de vissersvloot, die uit houten schepen, voornamelijk Hoogaarzen en Blazers, bestaat. In 1947 vormt Dirk met zijn zoons Pieter, Leendert, Jan en Melis de Firma D. van Duivendijk en Zn.. Na de oorlog komen pas de ijzeren schepen in zwang; de omschakeling van de reparatiewerf volgt in 1950. In 1952 vervangt men de sleephellingen, door een wagenhelling. Nieuwbouw van stalen schepen is er nauwelijks; het blijft bij drie uitzonderingen. In 1974 wordt Melis Dirkz. van Duivendijk (1920-1997) de eigenaar van de werf. Hij verkoopt in 1988 de werf aan zijn zonen Dirk en Leendert Meliszn. Sinds 1991 is de naam Scheepswerf van Duivendijk B.V.
. Heden (2016) is de werf nog steeds in bedrijf en ook nog steeds heeft men de visserij als klant.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~Dirk Lzn van Duivendijk, Bruinisse, 1964 - heden (BNS-2). Reparatie en onderhoud van jachten en kleine bedrijfsvaartuigen. Tussen 1964 en eind jaren zeventig ook nieuwbouw van stalen jachten.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~ Cornelis en Jan Pzn. van Duivendijk, Geertruidenberg 1842 - 1847 - 1875 - (GTB-1). In 1842 koopt Pieter Czn.van Duivendijk uit Puttershoek (PTH-1) voor zijn zoons Cornelis (1813-1905) en Jan (1816-1888) een werf te Geertruidenberg (ongeveer bij de huidige Jacques Stalkade). Jan Pieterz. gaat in 1847 terug naar Puttershoek om daar de leiding op zich te nemen.
Vanaf 1875 is de leiding van de werf vermoedelijk in handen van Pieter Czn. van Duivendijk (1850-1924). Vanaf 1890 lijkt de werf op ijzerbouw over te willen stappen. De naam IJzeren scheepmakerij P van Duivendijk duikt op. Alhoewel de werf in 1896 en een redelijke hoeveelheid nieuwbouw had gaat de werf in 1900 failliet. De werf kende slechts één langshelling en men leek zich voornamelijk op de regionale markt te richten, waarbij reparatie
Via de nieuwe eigenaar H.J. van Alphen komt de werf in 1902 in handen van Teunis Oostlander.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~Leendert Leendertszoon van Duijvendijk, Beijerseweggetje , Gouderak 1856 - 1875 (GDR-1)
Leendert Leendertszaan (1820 - 1896) is een zoon van Leendert Corneliszn uit Ouderkerk (ODK-1). Mogelijk reeds in 1856 begint hij te Gouderak ter hoogte van het Beijerseweggetje (het huidige veerstalblok 3) een werkplaats of werfje voor de reparatie van schepen. Erg groot scheeps schijnt het niet geweest te zijn. In 1870 wordt er serieus in de werf geïnvesteerd. Om onduidelijke redenen wordt de werf in 1875 verkocht aan zijn neef Nicolaas Corneliszoon van Duijvendijk. Leendert verhuist naar Haastrecht alwaar hij opnieuw een werfje begint.

~Nicolaas Corneliszoon van Duijvendijk, Beijerseweggetje , Gouderak 1875 - 1889 (GDR-1). Nicolaas Czn. (1848-1889) is de zoon van Cornelis Lzn uit Ouderkerk ad IJssel (ODK-2). Over de geschiedenis na het overlijden van Nicolaas in 1889 is weinig bekend. Tot 1903 blijft zijn Weduwe Annigje de Jong eigenaresse. In 1915 is er weer een scheepsbouwer actief, die echter al in 1917 weer failliet gaat. Wie de scheepsbouwer was is mij niet bekend.
De werf was zowel op het gebied van nieuwbouw als van reparatie actief. Er werden ondermeer vrachtscheepjes van ca. 30 ton (16-18 meter) gebouwd. Aan ijzerbouw is men op deze werf niet toegekomen.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~ Roeland Leendertzoon van Duijvendijk, Gouderak-Stolwijkersluis 1859 - 1888 - 1906 (GDR-2). Roeland Lzn. (1806-1888) is een zoon van Leendert Corneliszn uit Ouderkerk (ODK-1) die tot 1959 een werfbedrijf te IJsselmonde had. Na verkoop van die werf vestigt hij zich op de linkeroever van de IJssel een paar honderd meter stroomafwaarts van de Mallegatsluis te Gouda (thans is dat ongeveer Gouderaksedijk 66). Naar het schijnt bedrijft men uitsluiten houtbouw. Van de vier zoons van Roeland wordt de jongste, Aart Roelandzoon van Duivendijk (1850 - 1906) de opvolger. Deze komt in 1906 te overlijden waarna zijn weduwe Lena Vermeer de leiding van de scheepswerf op zich neemt. De werf krijgt dan de naam de Weduwe A van Duivendijk, Gouderak.

~ Weduwe A van Duivendijk, Gouderak 1909 - 1932 - 1940 (GDR-2). Ook bekend als (NV) Scheepsbouwmaatschappij De IJsel.
Na het overlijden van haar man Aart Rzn. van Duivendijk houdt zijn weduwe nog zeven jaar lang de leiding over de werf, waarop ook de drie volwassen zoons van Aart werkzaam zijn. In 1916 breiden de drie zoons, Johannes Azn., Roeland Azn. en Aart Azn., de werf aanmerkelijk uit. Na het overlijden van de Weduwe in 1932 komt het tot verkoop van de werf. De nieuwe eigenaar is NV P.J. Endeburg's Zeilmakerij en Scheepstuigerij. De naam wordt dan Gebroeder van Duijvendijk, Gouderak, waaruit af te leiden valt dat de werf door de broers gehuurd wordt. In december 1940 wordt de werf opnieuw verkocht. De werf komt dan kortstondig in handen van Willem Jalink, een advocaat uit Scheveningen, die de werf in maart 1941 verkoopt aan Overmaat en Rijnders.
De werf heeft naast binnenvaartschepen waarschijnlijk ook een enkel zeeschip gebouwd.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~ Gebroeders van Duivendijk, Gouderak 1892 - 1932 - 1940 (GDR-3).
In 1892 kopen de drie zoons van Roeland Lzn van Duivendijk uit Gouderak, te weten Nicolaas, Jan en Aart, de werf van Eykenaar, die aan de oostzijde van hun eigen scheepswerf "De IJsel" grenst. De werf omvat ondermeer 14 dwars en langshellingen. De werf staat daarna bekend als Gebroeders van Duijvendijk.
In 1906 overlijdt eerst Aart Rzn. en vervolgens Jan Rzn. De overgebleven broer Nicolaas besluit de werf te verkopen. De nieuwe eigenaren worden H.M. Degenaar en B. Tans beiden uit Rotterdam. Nicolaas blijft bij hen in dienst. In 1909 wordt de werf dan "De Kroonprinses" geheten verkocht aan Albertus en Jan Prins. Een jaar later wordt de werf, als "De Kroonprinses der Nederlanden" doorverkocht aan de firma H. van Vlaardingen, die op de tegenoverliggende oever een werf had maar i.v.m. de uitbreiding van de kaarsenfabriek moet verhuizen.
Op de Kroonprinses duidelijk meer en ook grotere schepen gebouwd dan op de naastliggende 'De IJsel'.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Cornelis Janszoon van Duijvendijk, Veersche dijk (thans ca. nr 161), Hendrik Ido Ambacht 1848 - 1861- 1878 (HDK-1). Cornelis Janszn van Duijvendijk(1807 -1861) is een kleinzoon van Cornelis Jansz. uit Lekkerkerk (LKK-1). Hij koopt in 1848 een bestaande werf met twee hellingen van scheepmaker Jan van den Berg. Een jaar later verwerft hij de werf met helling van zijn directe buurman Burgemeester Roodenburg van H.I.A. Als in 1861 Cornelis overlijdt wordt de werf geveild. De werf wordt opgekocht door J.H. Coert. Deze verhuurt een deel aan Cornelis Jansz. zijn zoon Huig van Duijvendijk (1831-1903). Als in 1878 de huur van deze werf afloopt, vertrekt Huig naar Ridderkerk - Bolnes om daar in loondienst te gaan werken. Huig heeft uitsluitend reparaties verricht, terwijl zijn vader zich juist toelegde op de bouw van zeegaande schepen. Als in 1882 de nieuwe eigenaar van de terreinen D.W. van Meeteren overlijdt, wordt het terrein (pas in 1886) waarop dan nog altijd een helling blijkt te zijn, verkocht aan de bekende scheepssloper Frank Rijsdijk.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Roeland Leendertzoon van Duijvendijk, Dorpsstraat (Bovenstraat), IJsselmonde 1857 - 1859 (ISM-1). Roeland Lzn. (1806-1888) is een zoon van Leendert Corneliszn uit Ouderkerk (ODK-1). Hij vertrekt rond 1840 naar Krimpen a/d IJssel en koopt in 1857 een scheepmakerij te IJsselmonde. Twee jaar later verkoopt hij de werf aan scheepsbouwer Herbert Lans uit Stormpolder. Met het geld sticht Roeland nog het zelfde jaar te Stolwijkersluis een nieuwe scheepswerf in (GDR-2).
Voor zover ik kon nagaan moet de locatie te IJsselmonde ongeveer overeenstemmen met de Bovenstraat 94.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Johannis Leendertzoon van Duijvendijk, Boveneind (ongeveer het huidige IJsseldijk Oost 7), Krimpen aan de IJssel 1881 - 1939 - 1949(KPN-1).
Johannis Lzn. (1814-1889) is tot dan toe werkzaam geweest op de werf van zijn vader Leendert Cnz. en later zijn broer Jan te Ouderkerk (ODK-1) als hij met zijn vijf zoons in 1881 een werf op de grens van Krimpen en Ouderkerk begint. De werf richt zich zowel op reparatie (hout en ijzer) als op de nieuwbouw van ijzeren en stalen schepen. Er werden voornamelijk kleinere schepen vermoedelijk voor de regionale vaart, maar toch ook enkele rivier schepen gebouwd. Na het overlijden van Johannis neemt zijn weduwe Machdalena van Mourik (1818-1907) de leiding over. In 1899 geeft zij de leiding aan haar zoons, van wie Marinus rond 1884 het vak vaarwel heeft gezegd, over.

Firma Weduwe Johannes van Duijvendijk wordt de naam waaronder de broers, Leendert (1842-1910), Jan (1843-1923), Nicolaas (1847-1919) en Cornelis (1860-1940) de werf beheren. Na het overlijden van de oudste broer, Leendert, neemt Cornelis de leiding over. In 1925 is van de firmanten alleen nog Cornelis in leven en nemen de neefs Johannes Lzn. (1876 - 1947) en Johannes Jansz. (1880 - 1967) de leiding op zich. In 1931 volgt een officiële overdracht. Ook daarna blijven de twee neven Johannes Lzn., bijgenaamd IJzeren Hannes, en Johannes Jansz., bijgenaamd Houten Hannes, de firma naam Weduwe Joh. van Duyvendijk voeren. Alleen de IJ is verandert in een Y.
In 1939 wordt de firma, in verband met rivierverbetering, een stuk van de werf grenzend aan de rivier ontnomen. Bij de afhandeling van de onteigening komt men in het bezit van de voormalige werf van A.J. Otto en Zonen bij de Kortlandse sluis. Johannes Lzn. gaat met zijn zoons naar de Kortlandsesluis (KPN-2). Johannes Janszoon blijft met zijn zoon Jan (1916-1970) op de verkleinde werf. De gezamelijke firma splitst zich pas in 1943. De firma op nummer 7 heet van dan af aan Weduwe Joh. van Duijvendijk en Zoon; de tweede firma bij de Kortlandsesluis Vof Joh. van Duyvendijk. In 1949 wordt de firma van Johannes Jansz.opgeheven. De nieuwe eigenaar wordt Van Zoelen, deze schijnt nog wel enige tijd de firmanaam te voeren.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





Vof Johannes van Duyvendijk, Kortlandse sluis, IJsseldijk 191 (tegenwoordig 361-363) Krimpen a/d IJssel (KPN-2) 1940 - 1947 - 1966 - 1978 - 2004.
De werf van Johannes Leendertzn. van Duijvendijk is gelegen op het terrein waar voorheen de Scheepswerf A.J. Otto en Zonen gevestigd was. Otto heeft echter al in 1910 de terreinen ter veiling aangeboden. Wat daarna gebeurt is is niet bekend, maar in 1939 blijkt de Nederlandse staat de eigenaar te zijn. Volgens omschrijving zou er nog steeds een scheepswerf ingericht geweest zijn. Het duurt echter enige jaren voordat de werf op volle kracht kan draaien (de oorlog zal daar ook debet aangeweest zijn). Als in 1947 Johannes overlijdt zetten zijn zoons Leendert (1910 -1991) en Arie (1914 - 1994) de Vof voort. In 1966 wordt het de N.V. Joh. van Duyvendijk. In 1978 neemt de volgende generatie, te weten drie zoons van Leendert en eentje van Arie de onderneming over. In juni 2004 wordt de werf gesloten.
Her duurde vrij lang voor dat het eerste nieuwe schip van stapel liep, dat was namelijk pas in 1954. Halverwege de jaren negentig gaat men zich meer op het afbouwen van elders gebouwde casco's richten.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Dirk Janszn. van Duijvendijk, 'Griendinge', Lekkerkerk (LKK-2) 1763 - 1771 - 1810 - ?. In 1763 koopt Jan Dirkszn. voor zijn oudste zoon een meer westelijk (ca. kmr 983,5) gelegen stuk buitendijksland, waar Dirck een scheepswerf begint. Dirk overlijdt in 1771, zijn weduwe beheert daarna de werf. Dirks zoon Teunis, geboren 1769, krijgt rond 1810 de zeggenschap over deze werf en besluit de activiteiten te verplaatsen. De nieuwe werf (LKK-3) ligt oostelijk van de Griendinge. Of op de Griendinge nadien nog scheepsbouw of onderhoudsactiviteiten uitgevoerd worden is me niet bekend.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~ Jan Dzn. van Duijvendijk, Lekkerkerk - Opperduit. (LKK-1) 1735 - 1869, 1893-1914. Ook bekend als Scheepswerf 't Zandje.
In 1735 huurt Jan Duijvendijk van de familie Prins te Lekkerkerk een erf met scheepmakerij, die hij in 1737 in eigendom verkrijgt. De werf ligt oostelijk van Lekkerkerk, bij Opperduit, ten westen van 't Zandje (ca. kmr.982). Jan Dirkszn. van Duijvendijk overlijdt in 1769. De werf wordt voortgezet door zijn weduwe Willemijntje Schilt en hun jongste zoon Cornelis van Duijvendijk. Van de twee andere zoons begint Dirck Jansz. een werf op de Griendinge te Lekkerkerk (LKK-2), terwijl Maarten Jansz. naar Krimpen vertrekt en een ander beroep kiest.
~Cornelis Jansz. van Duijvendijk, 1777 - 1816.
Na het overlijden van zijn moeder, eind 1777, zet Cornelis de werf voort. Cornelis sterft in 1816 en wordt door zijn zoon Jan Czn. van Duijvendijk opgevolgd. De andere zoons van Cornelis, Leendert en Pieter, hebben het nest reeds verlaten en zijn respectievelijk een werf in Ouderkerk aan de IJssel (ODK-1) en Puttershoek (PTH-1) begonnen.
~Jan Corneliszn. van Duijvendijk, 1816 - 1826 - 1830.
Jan Czn. en zijn vrouw overlijden in 1825, resp. 1826. De werf wordt in eerste instantie, tot ca. 1830, geleid door Jan Czns. schoonzoon Thomas Hoogendoorn, waarna de zoons van Jan Czn., Arie Janszn. en Cornelis Janszn de werf voortzetten. De derde zoon, Jacob Janszn., sluit zich hier later bij aan.
~Arie Janszn. van Duijvendijk en broers, 1830 - 1850 - 1869.
Van de broers Arie, Jacob en Cornelis begint Jacob in 1839 een werf te Papendrecht (PPD-1), Cornelis neemt in 1848 een werf te Hendrik Ido Ambacht (HDK-1) over. Arie blijft op de werf 't Zandje. Arie trouwt in 1848 met Annigje Visser, de weduwe van van Dirk Tzn. van Duijvendijk.
Als Arie Jansz. in 1850 komt te overlijden zet zijn weduwe Annigje Duijvendijk-Visser de werf voort. Zij hertrouwt in 1851 met Jacob de Jong uit Dordrecht. Bij het overlijden van Annigje in 1869 vervalt ook het laatste aandeel in de scheepswerf aan Jacob de Jong en komt er (tijdelijk) een eind aan de werf Duijvendijk.
Er werden op deze werf uitsluitend houten schepen voor de binnenvaart gebouwd. Ze staan onder andere omschreven als zandaak, boejeraak, overdekte aak, paviljoen poon, enz.
~Teunis van Duijvendijk Janszn. 1893 - 1914.
Na de periode met Jacob de Jong komt de werf in handen van Jan van Leeuwen, scheepsbouwer (1877-1892) en Zeeger Vink, bakker (1892-1893).
In 1893 koopt Teunis van Duijvendijk Janszn. het buitendijkse deel van de werf terug. De werf blijft tot 1914 in bedrijf waarna deze afgebroken wordt.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~ Teunis Dirkszn. van Duijvendijk, Opperduit Lekkerkerk (LKK-3 ca. 1811 - 1875 - 1888). (LKK-4 1852-1874).
Deze werf ligt een paar honderd meter westelijk van 't Zandje. Nadat Teunis vanaf 'De Griendinge' verhuisd is, lijkt het goed te gaan met de werf. In 1837 worden de naast de werf gelegen terreinen, die al reeds enige tijd gehuurd werden, gekocht. Teunis overlijdt in 1843. Zijn zoons, Dirk Tzn. en Jan Tzn. volgen hem op.
Dirk Tzn. geboren 1806, overlijdt in 1847, waarna zijn weduwe Annigje Visser de nieuwe compagnon wordt. Kort daarop trouwt de weduwe met Arie Jansz. van Duijvendijk (LKK-1) en wordt ze door Jan Tsn. uitgekocht.
Rond 1854 begint Jan Teunisz. op buitendijkse gronden een eindje ten westen van zijn huidige werf een tweede werf (LKK-4); in de boeken 'de kleine werf' genoemd, terwijl de eerste werf, in de boeken de 'oude werf' genoemd, verder wordt uitgebouwd. Op de 'kleine werf' werden (voornamelijk) schepen voor de zeevaart (barken) gebouwd. De 'kleine werf' heeft vermoedelijk tot 1874 bestaan.
In dagbladen zijn, tusasen ca. 1852 en 1874 vermeldingen te vinden die spreken van tewaterlatingen van barkschepen op de werf van Van Duivendijk. Men noemt S van Duijvendijk en J. van Duijvendijk Azn. Een ander maal wordt er gesproken van werf het Zandje alwaar een bark te water gelaten werd. Vooralsnog houd ik het er op dat het hier om vergissingen gaat en dat het om de werf van Jan Teuniszn. gaat. Het barkschip uit 1852 wordt tenminste wel van de werf van Jan Tzn. tewatergelaten.

De eerste ijzeren schepen lopen in 1869 te Lekkerkerk van stapel, maar houtbouw blijft tot 1875 het belangrijkst. Als in 1875 Jan Teuniszn. overlijdt volgen zijn zoons Jan Janszn. van Duijvendijk en Teunis Janszn. van Duijvendijk hem op. De werf gaat dan verder onder de naam Gebr. van Duijvendijk. Getuige een artikel in het Handelsblad stond de werf in 1878 reeds bekend onder de naam T. van Duijvendijk en in februari 1882 voegt hij daar Scheepsbouwmeester van Houten en IJzeren schepen te Lekkerkerk aan toe. In 1884 schijnt het laatste houten schip van stapel te lopen.
Volgens berichten treedt Jan Jansz. echter pas in 1880 uit het bedrijf en de weduwe van Jan Teunisz. verkoopt haar aandeel in de werf pas in 1888, dus wanneer T, van Duijvendijk Jszn. werkelijk de algehele leiding krijgt is een beetje onduidelijk.
Onder de houten schepen die gebouwd werden bevonden zich onder meer boeieraken, paviljoentjalken, boeierschuiten, hektjalken, alen in diverse maten, als ook een statieaak. Verder werden er de nodige schouwen gebouwd.
Belangrijkste bron: diverse historische kranten en 'Het Liefst eigen baas' door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.


~ Teunis Janszn. van Duijvendijk, Opperduit, Lekkerkerk (LKK-3) 1888 - 1964.
Teunis Jansz. is al 13 jaar op de werf van zijn vader actief als deze volledig in zijn bezit komt. In 1918 komt Teunis te overlijden en nemen zijn zoons Arie A. van Duijvendijk en Gerard van Duijvendijk de leiding over. Samen met Teunis weduwe Leentje van Duijvendijk-Hoogendijk vormen ze de vennootschap 'T. van Dijvendijk's Scheepswerf' te Lekkerkerk. Onder deze naam blijft de werf bestaan.
Na de oorlog wordt Carlos Koert van Duijvendijk (een zoon van Jan van Duijvendijk, die een broer van Arie A. en Gerard was) beherend vennoot en later directeur. Eind 1963 wordt de werf verkocht aan voormalig werknemer Adri Klip waarna de onderneming nog tot 1976 onder de zelfde naam blijft voortbestaan. Kort nadat de werf verkocht is, verwoest een brand een groot deel van de daar op staande loodsen.
De bouw van traditionele types als tjalken en klippers, ook al zijn ze van ijzer of staal, neemt na 1900 spoedig een eind. Het zelfde geldt vermoedelijk voor de (staalijzeren) schouw. Verder worden er tot in de jaren twintig klippers en sleepschepen tot circa 80 meter lengte gebouwd. Na de oorlog motorschepen bouwt men onder meer motorschepen tot 80 meter lengte.
Het reilen en zeilen van deze werf wordt in het boek van M. Hoogenboezen en K. van Duijvendijk, Scheepsbouwmeesters aan de Lek en dat van Michiel J. Emmery, Drie Eeuwen T. van Duijvendijk's scheepswerf te Lekkerkerk, uitgebreid beschreven.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.
Volgens sommige bronnen zijn de Duijvendijkse klippers van deze werf afkomstig.





~ Leendert Czn. van Duivendijk, Ouderkerk a/d IJssel 1804 - 1831 - 1851 - 1875 - 1885 (ODK-1). Later De Toekomst geheten. Leendert (1774-1831) is de zoon van Cornelis Jzn. van Duijvendijk uit Lekkerkkerk (LKK-1a) In 1804 koopt hij een stuk grond, tussen de Dorpstraat en de rivier, aan de westzijde van het dorp. (Tussen het huidige Dorpsstraat 94 en de molen). Zeventien jaar later volgt er een kleine uitbreiding.
Na zijn overlijden, zijn 5 zoons zijn dan 10 tot 26 jaar oud, neemt zijn weduwe Neeltje Roelandt's Broere de leiding over. Zij sterft in 1851. Op dat moment zijn er nog vier zoons op de werf actief.
Bij het verdelen van de erfenis komt de werf aan Jan Leendertzoon van Duijvendijk na het vertrek van twee van de broers in 1856 en 1857 voert hij met zijn broer Johannis de werf. Jan Leendertzoon overlijdt in 1875. Zijn kinderen, Leendert en Neeltje zijn op dat moment minderjarig. Johannis Leendertzoon en zijn zonen zetten de werf voort.

In 1881 krijgt Leendert Janszoon de volledige zeggenschap over de scheepswerf. Zijn oom Johannes Lzn. vertrekt naar een terrein op de grens van Ouderkerk en Krimpen om daar een scheepswerf te beginnen (KPN-1a). Rond 1884 begint Leendert Jzn. met de bouw van ijzeren schepen. In april 1884 loopt het eerste ijzeren schip, het lichterschip Wilhelmina, van stapel. Het tevens het eerste ijzeren schip dat in de gemeente gebouwd werd. De overschakeling lijkt geen succes. Faillisment volgt en eind dat jaar wordt de scheepswerf geveild. Een belangrijk deel komt in het bezit van Arie Hoogendijk molenaar van beroep. Hij verhuurt vervolgens de werf aan Pieter en/of Jan WIllem Bouter.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Cornelis Leendertzoon van Duijvendijk, Ouderkerk aan de IJssel 1846 - 1896 -1897(ODK-2). Cornelis Leendertzoon (1804-1873) is de oudste zoon van Leendert Czn. van de werf bij de Dorpsstraat in Ouderkerk (ODK-1), In 1846 koopt Cornelis een stuk land een eindje ten Noorden van het dorp (ongeveer ter hoogte van waar tegenwoordig zich IJsseldijk Noord 69 bevindt). In 1860 wordt het terrein uitgebreid. Na het overlijden van Cornelis neemt zijn weduwe Johanna Karreman de zaken waar. Zij komt in 1896 te overlijden.
De 68-jarige zoon Leendert Corneliszoon (1828 - 1906) komt bij de verdeling van de erfenis in het bezit van de werf met wat er bij hoort. Een jaar later reeds schenkt hij de werf aan zijn neef Cornelis Snoeij, die dan al geruime tijd op de werf actief is. Zie verder bij Cornelis Snoeij.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Cornelis Ariezoon van Duijvendijk, Ouderkerk a/d IJssel 1908 - 1916 (ODK-3). Cornelis Ariezoon (1873 - 1945) is een kleinzoon van Cornelis Leendertzn. die de werf ODK-2 gesticht heeft. Hij begint in 1908 een werf op de Molenplaats (ca. IJsseldijk West 18). In 1916 verhuist hij de werf naar een terrein ten noorden van het dorp (ca. IJsseldijk Noord 52). Hij bouwt er voornamelijk kleine vaartuigen, roeiboten, schouwen, vletten, later ook kleine motorbootjes, leurbootjes en veerbootjes. In 1936 wordt het bedrijf omgezet in een vof onder de naam C. van Duijvendijk en zoon. Na het overlijden van zijn vader neemt zijn zoon Teunis Czn. het bedrijf over. Van 1945 tot 1955 is Arie de Koning uit Krimpen a/d IJssel medefirmant. Het bedrijf wordt in 1978 opgeheven.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~ Jacob van Duivendijk Jansz., Noordhoek, Papendrecht 1839 - 1895 - 1908 - 1928 (PPD-1). Ook bekend als De Hoop geleidt ons. Jacob van Duijvendijk Janszn (1815-1866) is en zoon van Jan Czn. van Duijvendijk uit Lekkerkerk (LKK-1). Hij koopt in 1839 een stuk buitendijkse grond en het buitenbeloop van de berm van de dijk om daar een scheepswerf te stichten. (Thans Noordhoek 7) In de daarop volgende jaren worden de terreinen uitgebreid. Na zijn overlijden zetten zijn oudste zoon Leendert Jacobszn. van Duijvendijk (1843-1887) en zijn weduwe Aartje Pot het bedrijf voort. Na het regelen van de nalatenschap in 1882 vormt Leendert met zijn halfbroer Aart (1856-1895) een vennootschap onder de naam Gebr. L en A. van Duijvendijk.
Leendert overlijdt in 1887. Waarna Aart het roer in handen krijgt. De werf is dan inmiddels overgestapt op ijzerbouw. In 1895 overlijdt Aart. In 1884 kwam Arnoldus Cornelis van Duijvendijk (1857-1930), een zoon van Huig van Duijvendijk uit Hendrik Ido Ambacht (HDK-1) op de werf te Papendrecht werken. Na het overlijden van Aart krijgt Arnoldus het beheer over de werf en komen ook zijn vader Huig en zijn broers Jacob Hzn., Cornelis Anthonie en Hendrik op de werf. Formeel blijft de werf echter de werf van Weduwe A. van Duyvendijk, Jansje Tromp.
De werf heeft zich met de reparatie van binnenschepen beziggehouden ook werden er zowel binnen- als zeeschepen gebouwd. Vanaf 1891 bouwt men uitsluitend nog in staal. Onder de weduwe A. van Duijvendijk zijn diverse binnenvaartschepen waaronder klippers gebouwd.

~NV Scheepswerf voorheen Wed. A. van Duyvendijk, Noordhoek, Papendrecht. 1908 - 1928
In 1908 wordt de NV Scheepswerf voorheen Wed. A. van Duyvendijk opgericht. Aandeelhouders komen allen uit de familie. Voor 1916 verwerft de Firma van Driel (rederij) een belangrijk aandeel in de werf. Men koopt er diverse gronden bij en maakt de werf geschikt voor de bouw van zeeschepen. In de jaren twintig gaat het slechter met de werf en deze wordt in 1928 verkocht aan NV Scheepsbouwwerf voorheen De Groot en Van Vliet. De crisis maakt in 1931 een eind aan deze werf.
Na 1905 worden weer in toenemende mate schepen voor de grote vaart gebouwd.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~ Arnoldus Cornelis van Duijvendijk, Veerdam, Papendracht 1904 - 1919(PPD-2) - 1921 (PPD-3).
Arnoldus Cornelis van Duijvendijk (1857-1930) is een zoon van Huig van Duijvendijk uit Hendrik Ido Ambacht (HDK-1). Na sinds 1884 op de werf van de Gebr. L en A van Duijvendijk aan de Noordhoek te Papendrecht (PPD-1) gewerkt te hebben, neemt hij in 1904 de werf van de Familie Verheul op 'Het Eiland' aan de Veerdam over. De werf staat bekend als de Buitenwerf. Tot 1919 werden op de werf voornamelijk binnenschepen en schepen voor de visserij gebouwd en onderhouden. De werf bezat drie sleephellingen onder de dertig meter en een wagenhelling.
In 1919 komt de werf, die inmiddels aardig omvangrijk is, over in handen van NV Scheepswerf voorheen Wed. A. van Duyvendijk. Waarschijnlijk speelt hierin de wens van vennoot van Driel om voor de eigen rederij zeeschepen te gaan bouwen een hoofdrol. Er wordt meer grond verworden en men begint met het inrichten van een grote werf. Deze krijgt drie hellingen van 140 meter lang voor de bouw van zeeschepen. De werf aan de Veerdam schijnt dan als Werf II bekend te staan, terwijl de werf aan het Noordeind Werf I genoemd wordt. Al spoedig, namelijk in 1921, komt door de maleise in de scheepsbouw, het werk op de nieuwe werf, zonder dat er ooit een schip geheel afgebouwd is, stil te liggen. Daarna ontstaan lange onderhandelingen over de toekomst van de werf. In 1927 vestigd zich vliegtuigbouwer Aviolanda op het terrein. Deze verwerft in de jaren dertig ook alle aandelen van de grondbezitter; de NV v/h Scheepswerf weduwe A van Duijvendijk. Scheepsbouw werd er niet meer gepleegd.
Belangrijkste bron: diverse historische kranten en 'Het Liefst eigen baas' door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~ Pieter Czn. van Duivendijk,(Oosthavenzijde) Puttershoek 1809 - 1844 - 1847 - 1851 - 1855 - 1888 - 1904 (PTH-1).
Na zijn huwlijk vetrekt Pieter Corneliszoon (1784 - 1844) uit Lekkerkerk (LKK-1a) om uiteindelijk in Putttershoek een werf te beginnen. Daartoe koopt hij een reeds bestaande scheepswerf. Na zijn dood volgt eerst zijn zoon Pieter Pieterzn. (1818-1847) en vanaf 1847 zijn tweede zoon Jan Pieterzn. (1816-1888) hem op. De weduwe Jacoba Jansse Dekker is echter de officiële eigenaresse van de werf. In 1851 wordt de aan de andere zijde, de oostzijde, van de Schordijk gelegen werf van de in 1830 overleden zwager Thomas Hoogendoorn aan de bezttingen toegevoegd. De werf komt dan bekend te staan als De dubbele werf.
Als in 1855 de weduwe overlijdt wordt Jan Pieterzn. van Duijvendijk de nieuwe eigenaar.
In 1888 komt de werf in het bezit van de zoon van Jan, Pieter Jansz. van Duivendijk (1844-1899). In 1899 zet de weduwe van Pieter, Hedrina de Bruin, het bedrijf voort. In de loop van 1903 worden de zoons Gerrit (1878-1958) en Conelis Johannes (1880-1940) eigenaren van de werven, die van dan Gebroeders van Duijvendijk of ook Scheepswerf Oude Maas als naam draagt. De overgang naar ijzer-staalbouw verloopt voor de werf zeer moeizaam en heeft uiteindelijk in 1904 een faillisement tot gevolg.
De werf komt uiteindelijk in handen van Wilhelmus Hendricus van der Sluijs, die de werf voortzet.
Begin twintigste eeuw heeft de westelijke werf een langshelling haaks op de rivier. De oostelijke werf heeft de langhellingen evenwijdig aan de rivier.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~Teunis Dirkzn. van Duijvendijk, Ridderkerk 1857-1859(RDK-1).
Teunis Dzn.(1837-1925), is een zoon van Dirk Tzn. van de werf te Lekkerkerk (LKK-3). Hij krijgt zijn opleiding op de werf van zijn stiefvader Arie van Duijvendijk Janszoon te Lekkerkerk (LKK-1a) en koopt in 1857 een stuk buitendijks land onder Ridderkerk bij Bolnes. In februari 1959 verkoopt hij deze werf aan Joost Mak scheepsmaker te Ridderkerk. Het gezin keert naar Lekkerkerk terug.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~ Cornelis van Duijvendijk Lzn, Delfshaven, Rotterdam 1919 - 1978 (RDM-1). Machinefabriek Van Duijvendijk en Overbeek.
Motorenreparatie bedrijf en machinefabriek.
Op initiatief van van Overbeek in 1919 samen met Cornelis van Duyvendijk opgerichte onderneming. Men begon aan de Diergaardesingel, Rotterdam. In 1921 verhuist men naar de Voorhaven 48. In 1952 opende men een filiaal te IJmuiden. Vooral met de handel in en inbouw van compressoren heeft men de nodige bekendheid verworden. In 1978 overgenomen door achterneef Pieter van Duijvendijk.
Belangrijkste bron: Schip en werf sept. 1961.


~Pieter J. van Duivendijk Azn., Waalhaven, Rotterdam, 1978 - 1981 - 2004 (RDM-1), Van Duijvendijk Dokmaatschappij. Het bedrijf beschikt op een gegeven moment over twee dokken voor de binnenvaart en twee dokken voor de zeevaart. Naast reparatie is er ook een levendige handel in dokken, schepen en kranen. In 2004 houdt de firma op te bestaan. Een gedeelte schijnt als Machinefabriek Rotterdam B.V. verder te gaan.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Jacob Azn. van Duijvendijk, Nieuwe Haven, Schiedam 1923 - 1925 (SDM-1).
Jacob Aartzn. van Duijvendijk (1881-1938) is een zoon van Aart van Duijvendijk van de scheepswerf te Papendrecht (PPD-1). In 1916 was hij samen met van Drimmelen actef op de scheepswerf Welgelegen te Harlingen. In 1923 verliet hij het vennootschap en vestigde zich in Schiedam waar hij een werf aan de Nieuwe haven (tegenwoordig ongveer bij Het Kruithuis) van de Scheveningse reder Arie van der Toorn Joh.zn. huurt. Dit was voorheen scheepswerf 'De Hoop' van Cornelis Verboom. Jacob voert hier een reparatiewerf voor zowel binnenvaartschepen als diverse soorten zeegaande schepen en baggermaterieel. Aan nieuwbouw wordt niet gedaan. De zaken lijken niet goed te gaan want in oktober 1925 wordt de werf verkocht aan de Familie Oosterholt die op die plaats de motoren en machinefabriek Vopenka vestigt.

Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Dirk Dirkzn. van Duijvendijk, Stormpolder 1868-1872(SPD-1).
Dirk Dzn.(1843-1874), is een zoon van Dirk Tzn. van de werf te Lekkerkerk (LKK-3). Hij krijgt zijn opleiding op de werf van zijn stiefvader Arie van Duijvendijk Janszoon te Lekkerkerk (LKK-1a). In 1868 koopt hij de werf van Klaas Kok aan de Hollandse IJssel ongeveer aan het einde van de huidige Schaardijk. In 1872 wordt de werf verkocht aan Antonie Eijkenaar die de werf in mei 1883 overdoet aan Cornelis van der Giessen Azn. uit Krimpen aan de IJssel.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Leendert Johanneszoon van Duijvendijk, Goudseweg 1 (thans ca. nr. 26), Stolwijkersluis 1922 - 1955 (HTT-2). Leendert Jzn. (1890-1952) is een achterkleinzoon van Roeland Leendertzn. van de werf te Stolwijkersluis/Gouderak (GDR-2). In 1922 begint hij met de bouw van schouwen. Leendert is ijzerwerker, maar het is waarschijnlijk dat hij



~ Dirk Pzn van Duivendijk, Contre Escarpe 1-3, Tholen 1873 - 1906 - 1934 - heden (2016) (TLN-1).
Dirk Pieterzoon van Duivendijk (1842-1906) is een zoon van Pieter Pzn van Duivendijk uit Puttershoek (PTH-1). Zijn vroegere plaatsgenoot Jan Boertje heeft in Tholen een werf, maar kort na Dirk's aankomst in Tholen overlijdt Jan Boertje. Dirk neemt daarop de huur van de werf op de Contre Escarpe aan de Eendracht over. Deze werf wordt in 1878 zijn eigendom. In 1906 komt Dirk te overlijden. Op zijn naam staat de bouw van circa 92 houten schepen; voornamelijk hoogaarzen. De tweede zoon van Dirk, Melis Dzn. van Duivendijk (1866-1940) zet vervolgens het bedrijf voort. Melis had op dat moment nog een werf in Willemstad (WLS-1). In 1907 wordt hij definitief eigenaar van de werf te Tholen. De werf is dan uitgerust met twee sleephellingen. In 1929 verwerft hij toestemming tot gebruik van de bankstelling in de Eendracht. In 1934 treden zijn zoons Simon en Dirk tot het bedrijf toe, wat vanaf dat moment Firma Scheepswerf M. van Duivendijk gaat heten. Behalve hoogaarsen voor de visserij en boten en schuiten voor de waterstaat bouwde men ook houten jachten. Zo bouwde men in 1934 voor Nicolas van Haaren uit Buenos Aires "een botter van achteren als een lemmeraak" genaamd Nicotine. Tussen 1906 en 1940 worden er dertig houten schepen gebouwd. Terwijl men van uit het hele land voor reparaties kwam. In 1940 overlijdt Melis. De zoons zetten het bedrijf voort. Na de tweede wereldoorlog trekken Simon en Dirk zich uit het bedrijf terug en zetten hun zonen Melis Szn., Dirk Szn. en Melis Dzn. het bedrijf voort. Na het overlijden van deze generatie is het de zoon van Melis Dzn., ook alweer Dirk geheten, die het bedrijf voort zet.
Opmerkelijk is dat de (meeste) schepen grotendeels binnendijks gebouwd werden. Was het casco gereed dan werd deze met man en macht over de dijk naar het buitendijkse terrein gebracht. Men scheen immer geducht voor extreem hoog water. Dit is minstens tot 1932, maar mogelijk zelfs tot na de oorlog, een vrij normale gang van zaken geweest. Ook te Bruinisse ging men, naar het schijnt, op deze wijze te werk.
De werf zou reeds sinds 1900 ook bekend staan Scheepswerf Zeelandia.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~ Melis Dzn van Duivendijk, Willemstad, 1893 - 1906 (WLS-1). Werf 'k Blijf Steeds Volharden' in sommige geschriften spreekt men echter van 'De Volharding'. Melis Dzn. van Duivendijk (1866-1940) is de tweede zoon van Dirk Pzn van Duivendijk uit Tholen (TLN-1).
De werf te Willemstad was oorspronkelijk eigendom van Dirk of Jacob Borkus deze bezat ook een werf te Gouda. De schoonzoon van Jacob Borkus, Willem Bokhoven geheten, verkoopt in 1893 de werf aan B. Struijk Dzn. Struijk verhuurt op zijn beurt de werf aan Melis Dzn. van Duivendijk, die de werf een jaar later in eigendom verkrijgt. De werf was gelegen aan de Noordzijde van de haven (het huidige Binnenkade 30). In 1903 brandt een gedeelte van de werf af. In 1906 keert Melis naar de werf van zijn vader te Tholen terug. De werf wordt verkocht aan W.P.A., A.F, en J.M. Houweling uit Rotterdam.
Melis bouwt in die jaren vijf hoogaarzen en vijf jachten. Onder de jachten zit het Hoogaarsjacht de Havik, in 1902 gebouwd voor de visserijpolitie. De hoogaars werd van achteren gebouwd als een lemmeraak en is daarmee dus een Lemmerhoogaars, een rondgatter.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~Johannes van Duivendijk, Scheepstimmerdijk, Zierikzee 1856 - 1894 (ZRZ-1). In 1856 huurt Johannes van Duivendijk (1821-1887), zoon van Pieter Czn van Duivendijk uit Puttershoek, van Jacob Striekaert (eigenaar van de werf 'De goed Intentie') een terrein aan de Scheepstimmerdijk om hier een scheepswerf, bekend als de Kleine Werf, te beginnen. De werf kent twee hellingen.
Na het overlijden van Johannes, zet zijn oudste zoon Pieter Johzn. van Duivendijk (1860-1894) de werf voort. Wanneer Pieter in 1894 komt te overlijden en er geen opvolgers zijn, sluit de werf en krijgen de terreinen een andere bestemming.
De werf richtte zich op reparatie en de bouw van kleinere (vissers)schepen zoals dboeieraken en hoogaarsen. Na 1886 wordt de bouw van nieuwe schepen minder.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~ Johannes Pieterzn. van Duivendijk, Zierikzee 1921 - 1928 (ZRZ-2). Johannes Pieterzoon (1897-1979) is een zoon van Pieter Dzn. van Duivendijk uit Bruinisse (BNS-1) die met de overname van deze werf van Aloysius de Bruyn een belangrijke concurrent op het gebied van reparatie van vissersschepen in handen krijgt. Tot 1921-1924 deed men goede zaken. Daarna gaat het voor deze houtwerf bergafwaarts. Voor de overschakeling op de reparatie van stalen schepen ontbreekt het kapitaal. Vanaf midden 1926 staat de werf te koop. Drie jaar later worden terreinen, gebouwen en woningen afzonderlijk verkocht.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~ van Duijvendijk en van Drimmelen, Harlingen, Scheepswerf Welgelegen. 1916 - 1917 - 1923 - 1932 (HLG-1).
Jacob Aartzn. van Duijvendijk (1881-1938) is een zoon van Aart van Duijvendijk van de scheepswerf te Papendrecht (PPD-1) zijn compagnon Gerrit van Drimmelen (1865-1934) is scheepstekenaar en vermoedelijk eveneens op de werf te Papendrecht werkzaam geweest. Ze kopen in 1916 de werf Welgelegen die op dat moment in handen was van J. van der Werf en zonen uit Kootstertille. In 1917 wordt de NV Scheepswerf en Machinefabriek Welgelegen opgericht. Begin 1922 blijkt er onvoldoende werk te zijn en wordt het personeel ontslagen. In 1923 als het net weer wat beter gaat vertrekt Jacob uit de firma. Van Drimmelen blijft tot 1932 aan als directeur.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.




~A. Dutmer, Werfkade 66, Martenshoek. Leverde scheepsmotoren en opdrukkers.




E




~Scheepswerf en Machinefabriek Eems, Delfzijl aan het afwateringskanaal bij de Duurswoldsluis.




~Houtbouwwerf 'De Eendracht', Leeuwen.  Een vennootschap van den Heuvel, van Lent, van Teeffelen, Gubbels en Salet. Rond 1910 door J. Meijer, Leeuwen, overgenomen




~Scheepswerf Eendracht, Groningen; zie Noord Nederlandse Scheepswerven.




~Eerste Hasselter Bootjesmakerij, zie v.d. Berg, Hasselt.




~N.V. De Eersteling, Zevenbergen. 1915. Het is niet bekend welke werf hier mee bedoelt wordt. Hoogst waarschijnlijk gaat het om een werf welke bekend is als zijnde gevestigd te Roodevaart.




~Scheepmaker G. van Egmond, Rijndijk, Hazerswoude. 1887- 1914. Vanaf ca. 1905 bekend als Jan C. van Egmond, Groenendijk, Hazerswoude. Bouwde voornamelijk streekgebonden vaartuigen.




~H.G. van Egmond, Zoeterwoude. Machinefabriek en ketelmakerij ca. 1900- 1914




~W. van der Eijk, Delft. -1899 - 1912+ Bouwer van westlanders. Mogelijk ook bekend als Gebroeders van Eijk.




~A v.d. Eijk en Zonen, Zestienhovernsekade, Overschie. 1924




~J.H. van Eijk en Zn., Sliedrecht. Minstens vanaf 1929 tot na1964. Baggermaterieel.




~R. Eikelboom, Hoogeveen. circa 1895 tot circa 1931. Gr.Tj, Kla. Tussen 1904 en 1910 schijnt er een samenwerking met Rijnvis in Hoogeveen bestaan te hebben. Vanaf 1926 duikt de naam Eikelboom en Scholten in de meetbrieven op. De tussenliggende jaren lijkt er weinig activiteit geweest te zijn. Het was echter in januari 1925 dat de NV Eikelboom en Scholten ontstond.
Volgens nazaten zou Gerrit Scholten reeds in 1922 (volgens meetbrief 1924), toen het eerste stalen schip 'Eersteling' (28 B Assen 1928) van de werf liep, compagnon geweest zijn. De werf is na 1931 volledig in het bezit van Gerrit Scholten. Het laatste schip liep in 1957 van de werf (Immerito 337 B Assen 1957).





~van Elk (mogelijk van Eijk of van Eik), Veur (Leidschendam). 1927-1930 De naam van 'van Elk' valt in relatie tot scheepswerf "De Vliet". Het lijkt er op dat hij twee maal een medefirmant of geldschieter gehad heeft, dit waren Dhr. Roosendaal en Dhr. De Jong. De volgende eigenaar van "De Vliet" was Dhr. G. den Heeten




~A. van den Ende, Amsterdam. 1900?- 1925 De werf bouwde veel dekschuiten.
Ook tussen 1950 en 1960 is er een Firma van den Ende in de scheepsbouw actief. Deze had ook een sleepdienst en dekschuitenverhuur. Het is echter niet duidelijk of deze iets met de eerste te maken heeft




~Firma van der Elst, Nieuwehaven, Schiedam. 1920




~Firma Eltink, Leeuwen. In 1907 door G.B.A Eltink opgericht bedrijf dat zich toelegde op de bouw van waalschokkers, parlevinkers en vletten. Na het overlijden van de oprichter in 1930 werd het bedrijf door zijn weduwe en hun 7 zonen voortgezet. In 1941 namen twee zonen, Harry en Wiel het heft in handen. De werf werd aan het eind van de oorlog vernietigd. In 1947 kocht men als woning, kantoor, magazijn en werkplaats een deel van een voormalig sleepschip, 48 bij 12 meter groot en verbouwde dit en moemde het Metallurgica. In 1959 verliet Harry het bedrijf. Vanaf de jaren zestig hield de werf zich ook bezig met de bouw van forse motorjachten.




~Firma H.A. Eltink, Mook. Harry Eltink verliet in 1959 de 'ouderlijke werf' te Leeuwen en begon in Mook een eigen bedrijf. Dit bedrijf is vervolgens weer verhuisd naar Katwijk aan de Maas en nog later naar Heijen. Het bedrijf hield zich voornamelijk met jachtbouw bezig. In 2012 is dit bedrijf beëindigd.




~A. van den Ende, Amsterdam. 1900?- 1925 De werf bouwde veel dekschuiten.
Ook tussen 1950 en 1960 is er een Firma van den Ende in de scheepsbouw actief. Deze had ook een sleepdienst en dekschuitenverhuur. Het is echter niet duidelijk of deze iets met de eerste te maken heeft




~Fa. C.A. Engelaer & Zonen, Beneden-Leeuwen 1963-2009+ Ook bekend als Engelaer Scheepsbouw B.V. Bouwde roeiervletten, kleine duw(sleep)boten en pleziervaartuigen ondermeer naar traditioneel model. De werf was gevestigd in een drijvende inrichting opgebouwd uit twee aan elkaar gelaste achterschepen van sleepschepen.




~Eykenaar, Gerbr., Gouderak. Htj. 1890




F




~Scheepsbouwmaatschappij Farmsum, Farmsum/Delfzijl; zie Niestern Sander.




~J.A. Fernhout, Dedemsvaart. 1913-1918. Volgde H. Bos op de werf aan Het Rak op. Bron Historische vereniging Avereest.




~Gebroeders Fernhout, Jutphaas. 1903 - 1908 Tevens aannemer van waterwerken. De werf staat beter bekend als scheepswerf De Liesbosch. Zie verder aldaar.




~Hendrik Fernhout, Hoogeveen. circa 1862 - 1868. Mogelijk gaat het om één van de twee werven die verhuurd worden namens de Weduwe Jan Fernhout.




~Johannes Fernhout, Het Haagje, Hoogeveen. (1854) - 1864 - 1894. Vermoedelijk bouwde men houten Hoogeveense pramen. Mogelijk voorheen de werf van Jan Fernhout (? - 1860) en later van zijn weduwe.




~Meine Fernhout, Smilde, tussen Jonkersbrug en Grietmansbrug. ca. 1875 tot ca. 1914. Bouwde eerst voornamelijk houten turfpramen, en sinds 16 april 1888 stalen tjalken. De zonen van Meine Fernhout verhuisden naar Jutphaas en zijn daar rond 1902 de scheepswerf De Liesbosch begonnen. (Zie bij Liesbosch)




~Ferus: zie Smit, Foxhol.




~G. Figée, Vlaardingen en Maassluis. Beide scheepswerven werden 's Lands Welvaren genoemd.
De werf te Maassluis bestond van 1918 - 1928. Uit een tekst op 'historischewerf.nl' (over scheepswerf De Haas Maassluis) valt echter op te maken dat deze werf, die eerst van Richter Uitdenbogaardt was, tot 1926 een scheepssloperij toe behoorde...... Vanaf 1929 is de werf in handen van De Haas.
De werf in Vlaardingen (Havenstraat) stamt van 1876. In 1915 stond de werf op naam van I.S. Figée Jr. In 1946 is Figee gedeeltelijk naar de Koningin Wilhelminahaven gegaan, waar in dat jaar eerste droogdok (425 ton) is gebouwd, in 1955 tweede dok (800 ton) en in 1960 was er niets meer over van de oude werf aan de Havenstraat. In 1969 fuseerden Figee-Vlaardingen en de Scheepsreparatie- en Konstruktiebedrijven Vlaardingen-Oost N.V., een afsplitsing van het Havenbedrijf Vlaardingen Oost N.V.. Men bouwde vroeger voornamelijk voor de zeevisserij en de kustvaart, maar men heeft voor de binnenvaart ook enkele motorscheepjes tot circa 30 meter gebouwd.




~Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam. Opgericht in 1825 en in 1929 gefuseerd met Wilton tot Dok en Werf Maatschappij Wilton-Fijenoord.
Geen activiteiten in de binnenvaart bekend.





~Th. J. Fikkers, Foxhol (Martenshoek). 1924 - 1973. Na de deling van de Scheepswerf Gebroeders Fikkers Martenshoek en de afhandeling van lopende zaken aldaar, het geen tot 1927 doorging, betrok Theodorus Johannes Fikkers in 1924 de door hem gestichte werf. De grond daarvoor schijnt reeds in 1923 verworven te zijn. De werf bouwde vrij veel motorschepen. Na de oorlog is men overgegaan op de bouw van zeegaande schepen en werden er slechts sporadisch binnenvaartschepen gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog voert men ondermeer de naam N.V. Scheepsbouwbedrijf v.h. Th. J. Fikkers. De werf was waarschijnlijk gevestigd aan het eind van de huidige Zwanenstraat, sommige bronnen geven als adres echter de iets oostelijker gelegen Woldweg. Het adres Martenshoek heeft mogelijk betrekking op het feit dat men kantoor hield op de werf van B.G. Fikkers.
Door het bestaan van meerdere werven Fikkers en inconsequente registratie van vestiging zijn vergissingen niet uit te sluiten. Zo is er in een krantenartikel uit 1949 sprake van een werf van de Gebroeders Fikkers te Foxhol. Zie verder ook bij B, Fikkers, Gebroeders Fikkers en J. Th Fikkers.




~B.G. Fikkers, Martenshoek / Hoogezand.  1924-1951-1957
Na het uittreden van de broer(s) komt Scheepswerf Gebroeders Fikkers aan de Werfkade te Martenshoek (telefoonnr. 31) in beheer van Bernardus Gerardus Fikkers (1890-1976). In advertenties vermeldt als B.G. Fikkers . Vanaf 1933 wordt dat Bernard Fikkers (Scheepswerf N.V.) In 1951 ontstaat er een samenwerking met de Gebroeders Coops en gaat de werf verder als 'Martenshoekster Scheepsbouw Maatschappij'. Deze werf blijft tot oktober 1957 bestaan.

~Gebroeders Fikkers, Werfkade, Martenshoek. (Steilsteven, ?). 1916-1924 De werf was gevestigd op de in 1916 overgenomen werf van Wynandus Bodewes aan de Werfkade. In mei 1924 lijken de broers, vermoedelijk Bernardus en Theodorus Johannes, afzonderlijke werven willen gaan leiden. Vanaf augustus 1924 gaat de werf(?) verder als Bernard Fikkers Scheepswerf N.V. Het lijkt er op dat Th.J. Fikkers, terwijl hij een werf voert te Foxhol, kantoor blijft houden op de werf te Martenshoek.



~Berend Fikkers (1850-1931), Hellingwal, Muntendam. De werf bij het oude verlaat op de grens met Veendam gesticht in 1875 wordt in 1902 voor het eerst in de kranten vermeld. In 1905 lijkt de werf van houtbouw overgestapt te zijn op staalbouw. Uit krantenadvertenties valt op te maken dat zijn zoons de werf in 1909 de leiding van de werf overnemen. Men gaat dan verder als Gebroeders Fikkers.
Volgens sommige bronnen zou de werf al rond 1870 bestaan hebben.


~Gebroeders Fikkers, Hellingwal, Menterwolde, Muntendam. 1909 - 1934 Gr.Bol, Gr.Tjalk. Er waren drie broers. Theodorus Johannes (Derk) (1881-1955), Bernardus Gerardus (Bernard)(1890 - ????) en Johannes Theodorus (1883 - 1948).
Vanaf 1922 wordt de werf vermeld als J. Th Fikkers. De broers (of misschien twee van de drie) hebben sinds 1916 ook een vestiging te Martenshoek.

~J.Th. Fikkers, Muntendam/Veendam (Martenshoek). ca. 1923 - 1934 Voortzetting van de werf van de Gebroeders Fikkers. In Muntendam bouwt men lichterschepen, aken, kastjes, steilstevens, motorvrachtschepen, motorjachten, enz. Men houdt zich, vooral in de latere jaren, ook sterk met de handel in schepen bezig. In 1933 wordt de werf verkocht en betrekt J. Th. Fikkers de scheepswerf 'De Liesbosch' te Jutphaas/Utrecht.
Als vestigingsplaats wordt soms Martenshoek genoemd. Waarschijnlijk is er een verwarring met de aldaar, rond 1916, gestichte werf.
 

In latere jaren woonde J.Th. Fikkers te Veendam en wordt dit soms als (correspondentie)adres vermeld.




~Scheepswerf B.J. Fikkers  "De Tijdgeest", Woudvaart, Sneek. 1942-1958. Voorheen de werf van Barkmeijer en van der Werf. In 1958 verkocht aan A. van Nugteren. B.J. Fikkers (1913-1998) is de zoon van J.Th. Fikkers (1883-1948), scheepsbouwer te Muntendam.




~Willem Firet Baansloot, Maassluis. Rond 18969-1879. Reparatiewerf voor Westlanders en dergelijke. Bron Historischewerf.nl.




~Fledderus, Kuinre. Houtbouwwerf van rond 1900? Scheen voornamelijk schokkers te bouwen.




~Scheepswerf Florissen Hansweert. Rond 1902. Bouwde onder meer twee sleepschepen van 65 meter.




~Scheepswerf Het Fort, Amsterdam-Nieuwendam: zie Vries Lentsch.




~Scheepswerf Het Fortuin. Zie Fa. Elzinga, Amsterdam.




~Scheepswerf Fortuna, Gorinchem. voor 1907 tot na 1930. Weinig gegevens bekend. In 1919 werd de werf in zijn geheel overgenomen door de NV. IJsselwerf. Scheepswerf Fortuna werd daardoor ook wel IJsselwerf genoemd, maar ik heb niet kunnen achterhalen of dit een officiële naamswijziging is geweest. Ook is nog niet bekend of dit dezelfde werf is als die IJsselwerf van Bijkers Aannemersbedrijf NV.




~Scheepswerf Foxhol, zie Bijlholt of Muller, Foxhol - Hoogezand.




~Friese Scheepsbouw Maatschappij, IJlst. Aak.Kl. Sk. ca. 1903-1911 De werf is een voortzetting van de werf van Croles, welke feitelijk in 1903 ten onder gaat. De naam schijnt een tijdlang Scheepsbouw Maatschappij voorheen J.J. Croles geweest te zijn. Directeur was ondermeer F.G. Wortelboer (familie van de Groningse scheepsbouwers) en daarom sprak men soms  van Scheepswerf Wortelboer, IJlst. In 1911 wordt de werf overgenomen Zwolsman te Makkum waarna E. Zwolsman, bijgestaan door broers, de werf beheert.




~N.V. Scheepswerf Friesland, Lemmer. 1957 - 1982. Voornamelijk motorschepen tot circa 80 meter lengte.



~Gebroeders Freij, Nieuwe Pekela. Mogelijk ook Fry(e) en Vrij. Geen gegevens bekend behalve dat er toch een dertigtal meetbrieven tussen 1904 en 1918 deze werf vermelden. Men bouwde vrij veel Groninger bollen tot een lengte van 25 meter.




~Froling, G Oude Pekela. ca. 1900 tot 1914 Men bouwde onder meer bolpramen.




G




~Scheepswerf Geertman, Avereerst/Dedemsvaart. Scheepswerf Volharding. 1900-1953. Vermoedelijk een reparatie werf. Er zijn namelijk geen scheepsmetingen die deze werf vermelden bekend. In 1953 verhuisd naar de scheepswerf van Mol aldaar, en in 1956 naar Zwartsluis.




~Scheepswerf Geertman Zwartsluis. Eveneens Scheepswerf Volharding geheten. 1956-heden (2013)
Naar men zegt rond 1900 begonnen te Avereest/Dedemsvaart. In 1953 verhuisde men naar de voormalige werf van Mol aldaar, welke men, vanwege de huurprijs, eind 1956 weer verliet.




~N.V. Geertruidenbergsche Scheepsbouw- en reparatiewerf, Geertruidenberg. Zie Gebr. Tak.




~Gejo Machines Staal B.V, Doetinchem. Wordt in de liggers genoemd voor de bouw van twee schepen in 1980. Verder niet bekend.




~P. en A. v. Gelder, Deest. Op deze werf was men reeds rond 1892 actief. In 1922 had er op de werf een ongelukkig ongeval plaats. Het is niet bekend of dat werkelijk van invloed is geweest maar daarna lijkt de werf als NV onder leiding van de gebroeders van der Werf verder te gaan. Eind 1924 lijkt de werf in het bezit van deze laatsten te komen.




~Scheepswerf van H.A. van Gelder, Gorinchem. Bouwde tussen 1965 en 1983 ondermeer een aantal motorsleepboten.




~Gebr. Geleijns, Roodevaart. ca. 1880-1965. In het begin veel klippers, verder veel motorschepen. Staat ook vaak te boek als gevestigd te Moerdijk of Klundert.




~Scheepswerf Gelria, Handelsweg, Nijmegen. van voor 1952 tot mei 2013. Vroeger ook bekend als Gebroeders van der Werf. In mei 2014 maakt de werf opnieuw een start onder bestuur van Dhr. Swart, voorheen eigenaar van scheepswerf Dodewaard.




~Gemeentewerf Amsterdam, Amsterdam. De gemeente heeft diverse werven in haar bezit gehad. Ze stonden ook bekend als Ook bekend als Centrale werkplaats Publieke Werken of Centrale werkplaats (van de Gemeente) Amsterdam, Gemeente werkplaats Publieke Werken en als (Stads)Schuitenmakerswerf. Van 1909 tot 1929 bouwde voornamelijk dek-, werk- en vuilnisschuiten. De Stadsschuitenmakerswerf zat tot ca. 1665 op Marken (Valkenburg) en verhuisde toen naar de Oostenburgervoorstraat, waar later Concordia van Seijmonsbergen gevestigd zou zijn.
Rond 1900 was er een Stadsschuitenmakerswerf aan de Kostverlorenvaart nabij de 3de Hugo de Grootstraat, die tegenwoordig op dat punt Van Reigersbergenstraat schijnt te heten.
Ook was er een Stadsschuitenmakerswerf bij de Stadstimmertuinen tussen Weesperplein en Amstel. Deze was via de Nieuwe Prinsengracht, achter Carré langs over de Onbekende gracht naar de Nieuwe Achtergracht bereikbaar. 1840 of eerder gesticht en rond 1895 verdwijnt deze werf weer.




~Gemeentewerkplaats P.W., Amsterdam; zie Gemeentewerf Amsterdam.




~van Genderen, Sliedrecht. 1958 mogelijk een 'gelegenheidswerf'. Bekend van drie vaartuigen tussen de twintig en dertig meter.




~Van Genderen's Scheepsbouwbedrijf, Groot-Ammers. 1965-1968.




~van Gent, Dedemsvaart. Kla. 1908




~Scheepswerf Gerardus Majella, Langeraar; zie Valentijn en zonen.




~Gideon, Gideon/Groningen. Zie Koster, Gideon.




~Gielen, v., Sliedrecht. Langshelling max. 75 meter.




~van der Giessen, Stormpolder / IJsseloever, Krimpen a/d IJssel. In 1820 erft Arie van der Giessen een scheepswerf van zijn oom Arie van den Hoek jr. Als Arie in 1840 sterft zetten zijn weduwe en zoons Arie en Cornelis het bedrijf voort. Na een onenigheid in 1859 wordt de werf gesplitst. Het meest oostelijke deel komt aan Cornelis en gaat Scheepswerf 'De Hoop' heten. In 1883 koopt Cornelis van Antonie Eijkenaar een scheepswerf voorheen van Dirk Dirkszoon van Duijvendijk aan de westzijde van de stormpolder. Hij noemt die werf De Nijverheid. In 1895 treed Cornelis uit het bedrijf en nemen zijn zoons Jan en Arie het over. Het bedrijf gaat Cornelis van der Giessen en Zonen heten. In 1908 wordt het afgesplitste deel van oom Arie terug gekocht. Men bouwde tot de jaren dertig voornamelijk sleepschepen. In 1962 gefuseerd met De Noord tot Van der Giessen de Noord.




~Scheepswerf J. van der Giessen, Hardinxveld-Giessendam. Bouwde tussen 1963 en 1981 een aantal kleine vaartuigen met een lengte tot circa twintig meter. Nog geen duidelijkheid over de lokatie kunnen krijgen.




~van der Giessen de Noord: 1962-2004 Een fusie van Van der Giessen te Krimpen a.d. IJssel en Scheepswerf De Noord in Alblasserdam. In 1978 bouwt men nog een enorme bouwloods langs de oever van de Nieuwe Maas. Deze loods is 264 m lang, 97 m breed en 52 m hoog. Kort daarna stortte de Nederlandse scheepsbouwmarkt echter volledig in. In 1996 wordt de firma onderdeel van IHC Holland. In 2004 ging de locatie te Krimpen over in handen van Hollandia-Kloos (staalconstructies, waterbouw). De werf te Alblasserdam was al sinds 1990 alleen actief als toeleveringsbedrijf. Een gedeelte, o.a. de grote Marineloods, werd verkocht aan Oceano (jachtbouw) en na 2002 gingen ook de overige activiteiten hard achteruit.
Op 2 oktober 2006 kondigde IHC Holland echter aan, dat vanwege het grote aantal orders en het gebrek aan capaciteit op de eigen drie locaties de werf voor onbepaalde tijd van Kloos-Hollandia zou worden gehuurd, met ingebruikname circa januari 2007. Enige maanden later werd medegedeeld dat IHC Holland de werf had teruggekocht. De werf heet sindsdien IHC KRIMPEN SHIPYARD B.V.
De werf heeft zich voornamelijk beziggehouden met de productie van zeegaande vaartuigen.




~Giezen. H, , Muntendam. Geen gegevens of schepen bekend! Schijnt rond 1900 wel als scheepsbouwer bij de KvK te boek gestaan te hebben. Bron; H.A. Hachmer, Voor en tegen de wind. Wel bekend als houtzagerij en handelaar.




~P. van Gijn, Hoflaan, Vlaardingen. 1854-1863.




~Scheepswerf 't Gilde B.V. Aalst. Bestond kortstondig rond 1980. Opvolger van Janson Shipyard B.V. en zelf weer opgevold door Neptune Shipyards. Vermoedelijk allemaal op de zelfde lokatie.




~Van Ginneken Scheeps- en Staalbouw B.V., 's-Gravendeelsedijk, Dordrecht. ca. 1990-1993. Reparatiebedrijf, men beschikte over een drijvend dok.




~Scheepswerf C. Gips, Riedijkshaven, Dordrecht. Oorspronkelijk in 1749 gesticht. De werf bouwde voornamelijk zeeschepen, maar de laatste decennia van haar bestaan ook binnenvaartschepen. De werf werd in 1915 gesloten. In 1855 was Cornelis Gips eigenaar van scheepswerf De Merwede aan de Riedijk te Papendrecht, tevens oprichter van de scheepswerf "De Dordrechtsche Sleephelling", bijgenaamd "De Sleep", aan de Veerdam-Oost te Papendrecht.




~H. de Goede, Deventer. In 1835 verwerft de zoon van Egbert de Goede uit Doesburg een voormalige timmerwerf bij de schipbrug te Deventer. Deze werf wordt na de dood van Hendrik in 1857 door zijn vrouw en later door zijn zoon Jan voortgezet. Als Jan in 1898 overlijdt, wordt de werf gesloten.
Mogelijk is Hendrik de Goede na de dood van zijn vader Egbert in 1852 tevens eigenaar van de werf in Doesburg geworden waardoor de naam 'H de Goede' ook met Doesburg verbonden raakte.




~E. de Goede, Doesburg. Houtbouw, rivierschepen, vanaf 1898 ook staalbouw. Rond 1910 opgeheven. De werf werd gesticht door de in 1773 in Zwartsluis geboren Egbert de Goede. Deze werd in 1807 brugwachter te Doesburg en begon bij de schipbrug een scheepswerf. Zijn zoon Hendrik begon, naar men zegt, in 1936 te Deventer een, eveneens bij de schipbrug, gelegen scheepswerf. Waarschijnlijk werd deze Hendrik na de dood van zijn vader in 1852 tevens eigenaar van de werf in Doesburg. Over de opvolging in Doesburg na de dood van H de Goede is mij niets bekend.




~ Scheepswerfs Gebroeders H. en D. de Goede, Zwartsluis. Circa 1880 tot 1956. Eerst veel tjalken en aken, vanaf circa 1905 veel klipperaken, vanaf jaren twintig voornamelijk motorschepen. Daarna voortgezet door Geertman.




~Scheepswerf De Goede Verwachting, Edam; zie van der Hoog.




~Scheepswerf 'Goede Verwachting', Ouderkerk aan de Amstel. 1922-1931. Lengte tot 35 meter.




~D. Goedkoop jr., Hoogte Kadijk, Amsterdam. van circa 1867 - 1911. Vanaf 1911 tot ca. 1917 op onbekende lokaties; mogelijk op de terreinen van de NSM aan de Conradstraat.
Men bouwde ondermeer zeegaande schepen, maar bijvoorbeeld ook dekschuiten. Beter bekend als Scheepswerf 't Kromhout, hoogte Kadijk, Amsterdam. Deze werf werd in 1911 over genomen door de naast gelegen werf van Ceuvel.  D. Goedkoop was ook betrokken bij de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij aan de Conradstraat. Mogelijk dat daardoor de naam nog na 1911 verbonden is met de bouw van schepen.
De naam Kromhout werd trouwens bekender van de bouw van gloeikop- en dieselmotoren. De fabriek die eerst bij de werf gevestigd was verhuisde echter reeds in 1908 naar Amsterdam-N.
Scheepswerf Kromhout dankt zijn naam aan de stichter Doede Jansen Kromhout wiens vrouw in 1757 het terrein kocht. In 1867 koopt Daniël Goedkoop Sr. de werf voor zijn zoon.
De Nieuwe Rotterdamsche courant van 28-11-1869 bericht echter dat de werf dan nog van een zekere Johannes Kloos is. Het Algemeen Handelsblad van 17-01-1871 komt met een soortgelijk bericht. De Standaard van 07-09-1872 weet te melden dat op de werf 't Kromhout van de heren Kloos en Goedkoop twee schroefbooten op stapel zijn gezet.
Op 10 mei 1892 bedankt het personeel per advertentie de directie echter voor de viering van het 25 jarig bestaan van de werf. Dhr. J. Kloos was dus waarschijnlijk (mede)directeur.

Men zegt dat de 'spanten' voor de overkapping van de helling afkomstig waren van de wereldtentoonstelling die in 1887 gehouden werd. Mogelijk gaat het hierbij alleen om de oostelijke kap. De plannen voor de bouw van de westelijke kap stammen, volgen het Gemeente Archief, namelijk pas uit 1899.

De eerste Kromhoutmotor werd in 1901 getest. In 1903 volgde de productie van de eerste petroleummotor. De motorenfabriek werd officieel pas in 1907 gesticht.




~W van Goor, Kampen.  Vroeg 19de eeuw - 1916. Diverse schepen. In 1916 gaat men noodgedwongen op in de N.V. IJsselwerf, maar stapt daar in 1918 uit om in 1921 te Monnickendam de werf van De Haas (voorheen van Kater) over te nemen.




~G.J van Goor Jgzn., Stoombootkade, Meppel. Aak, Kla,Tj. van voor 1878 tot 1929. Ergens 'halverwege' de negentiende eeuw neemt R van Goor de werf van H. Broek over. De werf komt vervolgens aan zijn zoon Gerrit Johannes en als deze, in 1927, overlijdt aan de weduwe van deze laatste. In 1929 koopt de gemeente het terrein op. Thans ligt hier de mr. Harm Smeengekade.
Ook Zwartsluis en Zwolle kenden een werf van Van Goor. Over de relatie met deze werven is nog niets bekend.




~Scheepswerf en Machinefabriek van Goor, Monnickendam. Willen van Goor komende uit Kampen koopt in 1922 de scheepswerf 'aan de Haven' voorheen de werf van Kater. De werf legt zich al spoedig toe op de bouw van stalen schepen en bouwt in 1933 het prototype van de Marker rondbouw.




~Scheepswerf J. van Goor, Zwartsluis. Aak,Tj, Kla. Vanaf 1876 tot circa 1917. Vervolgens tot circa 1979 van Goor en Spiekman geheten.




~van Goor & Spiekman, Zwartsluis. 1917-1979  Lm. 1929. Daarna voortgezet als Scheepswerf Kunst.




~W.R. van Goor's Scheepsbouw en Reparatiebedrijf, Zwolle. 1834-1921. Bouw van ondermeer zeegaande schepen. Reeds in voor 1834 is er sprake van een werf van een zekere Peter van Goor. Vanaf 1921 verder als Scheepswerf van van der Velden & N.W. Verboon.




~Machine fabriek en Reparatie Bedrijf D.E. Gorter Hoogezand. Sporadisch bouw van vaartuigen.




~Gebr. Gorter, Zuideinde Wormerveer. Kleine houtbouwwerf 1922.




~N.V. J.C. Goudriaan Industrie en Exportmaatschappij, Delft. Van van ca. 1917 tot 1922, mogelijk gaat het hier om een voortzetting van de werf van B de Groot, ook bekend als Scheepswerf De Toekomst. De werf wordt in 1922 gesloten. In 1926 gaat Goudriaan failliet maar maakt een nieuwe start als De N.V. Spoorwegmaterieel en IJzerconstructie, Delft, ook bekend als de Firma Spoorijzer.




~Pieter Gouwens Hzn., vermoedelijk Middelland 59, Krimpen aan de Lek. Waarschijnlijk gaat het om een machinefabriek en scheepsreparatiebedrijf dat enkele vaartuigen onder eigen naam heeft laten bouwen of zelf gebouwd heeft.




~Arien GouwrokSchuitenwerf 'Buitenverwachting', Boerenwetering, Amsterdam. 1867-1903 Daarna verhuisd naar de Sloterpolder. Voorheen,  1746-1867, de werf van Akerboom.




~Arien Gouwrok, Sloterpolder, Amsterdam. Werf voor tuinderschuiten e.d. 1903-1955.




~Scheepswerf de Graaf, Sliedrecht. Rond circa 1900; dekschuit.




~C. de Graaf, Veur / Leidschendam. rond 1929. Vaartuigen voor plaatselijk gebruik.




~J.A. en A.C. de Graaf, Waspik. Vermoedelijk reeds voor 1851 begonnen als scheepstimmerwerf van Rochus de Graaf. Johannes de Graaf krijgt in 1889 van de gemeente toestemming tot de bouw van ijzeren schepen. De werf, aan de haven, beschikt eerst over een langshelling, later krijgt men een dwarshelling. Deze werf lijkt rond 1915 te stoppen.
In 1896 koopt Johannes voor zijn zonen Jacob Abraham en Abraham Cornelis een terrein tot de bouw van een scheepswerf aan de Overdiepse polder. Hier worden tot circa 1918 schepen gebouwd, daarna is het uitsluitend nog een reparatiewerf. In 1932 gaat het bedrijf falliet. Pas in 1950 wordt het terrein Overdiep ontruimd.
(Belangrijkste bron: www.goedespoorwaspik.nl)




~Weduwe G. Gras en Zonen, Scheepswerf De Juffer, Oostzijde 320 Zaandam.




~Scheepswerf De Grave, Grave.  ??? -  De scheepswerf werd in 2012 gesloten. Nieuwbouw en reparatie.




~Van Grevenstein's Scheepswerf BV., IJsselmonde, Krimpen aan de Lek. Van Grevenstein's Scheepswerf wordt in 1926 opgericht door een aantal broers Van Grevenstein. Men vestigt zich ter hoogte van het Zuiddiepje in Rotterdam IJsselmonde. Tot de jaren zeventig worden honderden kleinere schepen en jachten gebouwd. In 1961 is de werf,  in verband met de bouw van de Van Brienenoordbrug, verhuisd naar Krimpen aan de Lek. (Bron: Website van de werf.)




~Machinefabriek De Greuns, Leeuwarden. Nieuwbouw, machinefabriek, reparatie boven waterlijn. tot ca. 2003.




~Van de Griendt, Hoogeveen.




~Van de Griendt, Griendtsveen, Peel. Ook bekend als Maatschappij Griendtsveen. Naar men zegt alleen reparatie van 'eigen' schepen.




~Maatschappij Griendtsveen, De Peel: zie Van de Griendt.




~Scheepswerf en machinefabriek v/h A v.d. Grijp, Hardinxveld-Giessendam. 1955-1962. Wat aannemers materieel waaronder een hopperzuiger van bijna zestig meter.




~A. v.d. Grijp, Sliedrecht. Fabrikant van baggermaterieel waarbij de bouw van schepen tot de uitzonderingen schijnt te behoren. De firma is reeds sinds 1934 actief.




~F.F. Groen van Waarder, Grote Wittenburgerstraat 111 Amsterdam. Scheepwerf 'De Boot'. Vermoedelijk bouw van zeegaande schepen, beperkt onderhoud binnenvaartschepen. Vermeldingen sinds 1812 tot 1905. In 1884 wordt het bedrijf gemoderniseerd en wordt er een gevelsteen "uit het vroeger verblijf der firma; een boot voorstellende, met het opschrift: In 't Scheepsboot, Anno 1683" De firma lijkt dus ouder te zijn. In 1905 wordt de werf ter veiling aangeboden en verkocht. Naar het schijnt worden de terreinen vervolgens gebruikt voor een handel in hout en in 1916 door het Blaauwhoedenveem aangekocht.




~van Groeningen, Leiderdorp. <1899 - >1917 Bouwer van ondermeer Westlanders en pakschuiten.




~Scheepswerf Het Groenland, zie Broerse en/of Beffers Amsterdam.




~Gebroeders Grol, Veendam. 1906-1926 Daarna te Zuidbroek. Groninger bolschepen, Aken, Groninger Tjalken, later meer motorschepen, maar ook sleepschepen. Alles tot een lengte van circa 30 meter. In Veendam zat men op de hoek van het Beneden Dwarsdiep en het Westerdiep/Beneden Verlaat. Hier zou voorheen Drenth gezten hebben.
Ook bekend als Gebr. Grol IJzer-scheepsbouw.




~ Gebroeders Grol, Zuidbroek. 1926 - eind jaren 60. Ook bekend als: Gebr. Grol Werf Werklust.




~Groningen shipyards, Waterhuizen. Zie Gebr. van Diepen.




~Groninger Scheepsbouw en handelsonderneming N.V., Woldweg 50 en S van Saksenlaan 34a, Appingedam. Bouwde tussen 1962 en 1965 een aantal motorschepen met een lengte van ca. 50 tot 65 meter. De werf werd maart 1964 failliet verklaard.




~W.H. de Groot, Amsterdam. Locatie onbekend. Bouwde in 1988 onder meer een rondvaartboot voor de Firma Plas Amsterdam.




~B de Groot, Rotterdamse weg, Delft (Vrijenban). Ook bekend als Scheepswerf De Toekomst. Naar men zegt werd het bedrijf in het midden van 19de eeuw gesticht en ging het pas in 1909 De Toekomst heten.
Mogelijk rond 1911 De Groot en van Vliet.
Tussen circa 1915 en 1922 In 't Veld & De Groot.
Het bedrijf wordt daarna overgenomen door Goudriaan.




~F. Groot, Lingerzijde, Edam. 1870 tot ??? Houtbouw, later staalbouw. Kreeg na de afsluiting van de Zuiderzee ondermeer werk met het bouwen van Marker rondbouw.




~G.C. de Groot, Jutphaas. 1920 - 1932 Ook bekend als Scheepswerf Vertrouwen.




~T.A. de Groot, Landsmeer. Beter bekend als Scheepsbouwwerf De Onderneming. <1953 - >1960 De werf leek eind jaren vijftig voornamelijk sleepboten en viskotters te bouwen. De lokatie van deze werf is me onbekend.




~De Groot, Moerdijk. 1994-2012. Bekend als Scheepsreparatiebedrijf Moerdijk, maar eigenlijk De Groot Scheepsbouw & Reparaties Bv geheten.




~Scheepsbouw Mij. v/h B. de Groot, Slikkerveer. 1915




~Scheepswerf Groot-Ammers, Groot Ammers. Gevestigd aan de Gelkenes 44. (Rijn kmr. 972,6 ).
Op deze plaats van de werf zou in 1925 Scheepswerf J. C. Ouwens gehuisd hebben. In 1957 kwam het terrein in handen van de 'Schiedamse Scheepswerf' en werd het de Hollandse Scheepsbouwwerf Groot-Ammers en later N.V. Hollandse Scheepsbouw Maatschappij (H.S.M.).
In 1970 werd de werf overgenomen door de Groot en van Vliet uit Slikkerveer/Ridderkerk.
Als De Groot en Van Vliet in 1977 fuseren met de IJsselwerf Capelle a/d IJssel, wordt de werf onderdeel van YVC wat staat voor IJssel-Vliet-Combinatie.
Groot-Ammers was in de twintigste eeuw tevens de vestigingsplaats van werven van de Jong, van Loon en Ooms.




~C. de Groot en F. Looijen, Gorinchem. 1907 (inschrijving op de bouw van een pont).




~NV. Scheepswerf De Groot en van Vliet, Slikkerveer. circa 1910 tot 1987. De werf bouwde veel sleepschepen maar ook Luxe-motors en diverse andere motorschepen. In 1977 kwam er een fusie met de IJsselwerf te Capelle en ontstond de YVC, de IJssel-van Vliet-Combinatie. In 1987 verplaatste de YVC de nieuwbouw activiteiten naar de IJsselwerf, Capelle a/d IJssel; de reparatie activiteiten verhuisden naar Boele, Bolnes.




~Gusto, Schiedam. Ook bekend als Firma A.F. Smulders. Bouwer van bagger, aannemersmaterieel en zeegaande vaartuigen.




H




~A.J. van Haaften, Nieuwerkerk a/d IJssel. Rond 1965.




~Firma J. Haak en Zonen, Vredeweg, Zaandam. Ook bekend als Scheepswerf De Hem en als Scheepswerf "Haak". Ca. 1929-1963. Bouwde voor de binnenvaart voornamelijk dekschuiten, maar was ook in de kustvaart en visserij actief. In 1958 kreeg men de Zaanlandse als buur. Thans (2013) is hier Holland Jachtbouw gevestigd.




~Scheepswerf De Haan, zie Boelen, Amsterdam.




~De Haan en Alta, Heusden. Mogelijk ca. 1908-1911. Zie bij De Haan en Oerlemans.




~De Haan en Oerlemans, Heusden. Ook bekend als Scheepsbouwwerf 'Rijn & Maas', ook machinefabriek. 1906-1956/57. Men geeft als vroegste jaar 1906 maar mogelijk slaat dat op de Scheepswerf 'Bergsche Maas'. Rond 1909 is deze naam verdwenen en treft men 'De Haan en Alta' aan. Na maart 1911 wordt deze naam verdrongen door de 'Haan en Oerlemans'. In 1913 duikt dan de naam Rijn & Maas op. In 1954 werd de werf onderdeel van de Firma Verolme. In 1958 volgde een naamswijziging en ging de werf Verolme Heusden heten. De werf heeft tamelijk veel sleepschepen gebouwd.




~Haarlemsche Scheepsbouw Maatschappij, Noorder Buitenspaarne Oost, Haarlem. 1915-1960
De werf lag ter hoogte van de huidige invaart naar de Industriehaven.




~Hendrik de Haas, Maassluis. Westhoek Schanseiland / Oliverstraat. Ook bekend als Scheepmakerij H. de Haas "Zorg en Vlijt" De werf werd in 1879 en bezat in 1898 drie sleephellingen. Kleinzoon Henk de Haas kocht in 1929 de werf &39;s Lands Welvaren van Figée en bracht deze ook onder de naam 'Zorg en Vlijt'. In 1932 kocht de Haas de Volharding van Parre. Tot wanneer elk der werven in gebruik blijft is me niet bekend. De werf richtte zich vooral op de visserij. De laatste jaren hebben ze echter vooral bekendheid door de bouw van patrouillevaartuigen gehad. In 1986 ging de werf failliet.




~De Haas, Marken. De Scheepswerf De Hoop te Marken fungeerde na 1898 als een soort depandance van de werf van De Haas te Monnickendam. De werf zou in 1855 gebouwd zijn. In 1917 werd de werf verkocht aan Joris en Klaas Visser. Na 1946 zijn er nog nauwelijks activiteiten op de werf. De werf werd in 1947 afgebroken en in het Openluchtmuseum te Arnhem herbouwd.




~De Haas, Monnickendam. Cornelis de Haas en later zijn zoon Klaas de Haas beheren tussen 1898 en 1922 de werf van Kater aan 't Prooien. Ze verkopen deze werf in 1922 aan van Goor uit Kampen.
Behalve de werf in Monnickendam bezat men ook een werf van Baas Kater te Durgerdam en een werf te Marken.




~Haeser, Hardinxveld, ca. 1890 tot ca. 1930. Staat in 1890 te boek in Giessendam pas na 1900 te Hardinxveld. Tussen ca. 1900 en 1916 bekend als Haeser en Leeuwenstein. Kl. 1914




~Scheepswerf Hagedoorn, Leidse vaart, Hillegom. circa 1900 - 1910. Open schuiten zonder voortstuwing vermoedelijk voor eigen bedrijf (Zandhandel). Tevens smalspoor verhuur voor ontzandingen,




~A. Hakvoort, Monnickendam. 1919-heden (2013). Een voortzetting van de werf van Kater. De werf was eerst voornamelijk actief in de reparatie van botters. Later volgt de overstap naar staalbouw. De huidige werf Hakvoort Shipyard legt zich toe op de bouw van luxe motorjachten.




~Scheepswerf Hakvoort, Urk. 1856-1995. Botters. Het bedrijf zou gesticht zijn door Klaas Hakvoort. Deze verkoopt de werf in 1911 aan zijn vier zoons. Albert en Klaas vertrekken rond 1919 naar Monnickendam. Pieter en Lubbert blijven in Urk. In 1939 wordt Lubbert de enige eigenaar van de werf. In 1947 volgt de ombouw van sleep- naar wagenhelling.




~Scheepswerf De Halve Maen, Nieuwendam; zie Vries Lentsch, Nieuwendam.




~J. Hammer, Zeeburgerpad 28, Amsterdam. Scheepswerf "De Boot". Ca. 1907 tot ca. 1931. Men bouwde voornamelijk motorboten.




~H. Haring, Boskoop. 1925-1934. De werf heeft voornamelijk kleine motorscheepjes, vermoedelijk voor de beurtvaart, gebouwd. Voortzetting van het bedrijf in Wilnis.




~M. Haring, H. Haring, Wilnis. Rond 1880 begonnen onder M. Haring. Vanaf ca. 1903 onder leiding van H. Haring. In 1925 verhuist de werf naar Boskoop. De werf bouwt voornamelijk scheepjes tot circa 21 meter. Daaronder de nodige 'aken' en pakschuiten, maar al spoedig ook 'motorschepen'.
Het is, naar men zegt, voornamelijk deze werf die de zogenaamde Wilnisser aak gebouwd heeft.




~Scheepswerf Harlingen, Harlingen. ???-2011.




~Harmens, Martenshoek. 1752-1755+




~H.H. Harmsen, Willemstad. 1922. Geen gegevens bekend.




~J.H. Harte, Korte Ouderkerkedijk, Amsterdam. Mogelijk ook Gebr. Harte. Van voor 1899 tot na 1919. Men bouwde, onderhield en verhuurde ondermeer dekschuiten en grondbakken. De werf lag vroeger op het gebied van de gemeente Ouder Amstel.




~Scheepswerf De Haukesloot, zie Jan Boomsma, Sneek.




~Havenbedrijf Vlaardingen Oost, HVO, Bergum/Burgum. 1957-1978 Dependance constructiewerkplaats van het bedrijf in Vlaardingen.




~Havenbedrijf Vlaardingen Oost, HVO, Schiedamsedijk/Vulcaanhaven, Vlaardingen. Het Havenbedrijf Vlaardingen werd in 1919 gesticht. In 1929 begon men een scheepsreparatiebedrijf aan de Schiedamse dijk. In 1951 werden er een dwarshelling en afbouwkade bij gebouwd. Men droeg toen de naam Scheepsreparatie- en Konstruktiebedrijven Vlaardingen-Oost N.V. In 1969 volgde de fusie met Figée, Vlaardingen.




~Jan Koops Hazelaar, Meppel. Eind negentiende eeuw (-1878 - 1892+). Ook Weduwe J.K. Hazelaar of Albertus Hazelaar. Men bouwde (Overijsselse) pramen.




~Scheepswerf Heermans & Zn., Hedel. 1953 - 1981. Voorheen Scheepswerf Maastricht of Weduwe T. Maastricht. De werf beschikte over een dwarshelling van 70 meter.




~B.A. Heesen, Omval, Amsterdam. 1901 - jaren 70. Ketel-, machine-, en motorenfabriek die enkele ruw-oliemotoren en rond 1928 een enkel vaartuig gebouwd heeft.




~G. den Heeten, Leiden, Leidschendam, Rotterdam.
Men had in Leiden de Machinefabriek G. Den Heeten en Co. (<1924->1953) en vanaf ca. 1930 in Leidschendam aan de Veursestraatweg 250 de scheepswerf  "De Vliet". In 1953 verwierf men Scheepswerf Hoogerwaard in Rotterdam. De werf te Rotterdam schijnt nog steeds te bestaan. De werf aan de Veursestraatweg werd in 1953 gesloopt.
In verband met de scheepswerf De Vliet wordt ook 'van Elk' al dan niet in combinatie met 'Roosendaal' of 'de Jong' genoemd.




~G. van Hegge, Zestienhovensekade Overschie. 1879-1967. Houten spoelingschouwen. Begin twintigste eeuw sleepboten, stalen schuiten en na WO II tientallen leurboten voor Shell. Bezat na de oorlog &ecaute;&ecaute;n langshelling en &ecaute;&ecaute;n grote dwarshelling. De werf heeft in 1967 voor de aanleg van de huidige A20 moeten wijken.




~P. van Heiningen, Boskoop. Bouwer en verhuurder van (vlet)schouwen. 1881-????




~Heijne & van Seeters, Raamsdonksveer. 1959. Verder geen gegevens bekend.




~Scheepstimmerbedrijf De Hellinge, zie van Aller, Hasselt.




~van der Helm, Honselaarsdijk aan de Gantel achteraan de Nieuwe Tuinen. Uitsluitend onderhoud als dat alleen als bijverste.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl.





~Scheepswerf De Hem, Zaandam; zie J. Haak.




~Hendriks, Amsterdam (Nieuwer-Amstel). -1901 - 1907+. Slechts twee houten schuitjes van nog geen toen meter zijn van deze bouwer bekend.




~Hendriks, Avereest/Dedemsvaart. 1907-1931 De werf lijkt weinig nieuwbouw gepleegd te hebben.




~J. Hendriks, Dodewaard. Eerst ging men NV. Scheepswerf voorheen Firma J. Hendriks heten en vervolgens werd het Scheepswerf Dodewaard. 1898 tot ca. 1969. Voornamelijk sleep- en motorschepen. In het begin ook aken. Sinds eind jaren twintig schepen tot ca. 55 meter.




~Scheepswerf "De Herstelling": zie Bock & Meijer, Oude wetering.




~Scheepswerf Het Hert, Muiden; zie Schouten.




~Verenigde Scheepswerf Heusden, Heusden. 2007-heden (2013). Onderdeel van IHC Merwede. De werf is een voortzetting van de werf De Hoop, Leusden, voorheen ondermeer bekend als Verolme Scheepswerf Heusden en als De Haan en Oerlemans.




~Huijskens en Van Dijk, Dordrecht. -1908 - 1925+ Bouwde (onder meer) motorsleepboten, verder het nodige voor de zeevaart.




~Gebroeders van den Heuvel, Amsterdam. -1913 - 1915+ Bouwers van dekschuiten. Later met A. de Geus bouwer van een Lemsteraakjacht.





~E.J.H. Hijlkema, Martenshoek (Hoogezand - Sappemeer).  Stichtte rond 1935 de Scheepswerf Voorwaarts, later werd dit NV. Scheepswerf Voorwaarts voorheen E.J. Hijlkema. Deze zat aan de Werfkade 78 op korte afstand van de werf van zijn broer L.J. Hijlkema op nummer 48. Voor de oorlog werden er voornamelijk kleine motorvaartuigen gebouwd. Na de oorlog waren het voornamelijk coasters. E.J.H. Hijlkema overleed in 1961. De werf werd voortgezet door zijn zoons. In 1983 ging de werf failliet.
Bron: H.N. Hijlkema.





~L.J. Hijlkema, Martenshoek. De werf gesticht in 1929 als: Scheepswerf  fa Hijlkema & Zonen en was gevestigd aan de: Werfkade 48 te Martenshoek (gem. Hoogezand). Later werd door de aanleg van een nieuwe weg het adres: Industrieweg 19  te Hoogezand. Tot 1950 bouwde men opdrukkers, pramen en sleepboten. Daarna bouwde men ondermeer coasters, viskotters, trawlers, binnenschepen, etc. Inmiddels was de firma omgezet in Scheepswerf Hijlkema BV  te Hoogezand. De malaise van de jaren 80 in de scheepsbouw heeft er toe bijgedragen dat de activiteiten in 1995 werden beeindigd en de locatie verkocht werd.
Bron: H.N. Hijlkema.




~Johan Hillen de Lelie, Grasweg, Amsterdam. 1913-heden Metaal verwerkende industrie, machinefabriek. Heeft mogelijk wat materiaal (dekschuit, bak) voor eigen gebruik gebouwd. Thans producent van afsluiters en kleppen. (HDL)




~Scheepswerf Hinloopen, Amsterdam
Firma Weduwe F. Hinloopen, Amsterdam.1899-1916. Dekschuiten.
Gevestigd Grote Wittenburgerstraat 160, dat was ongeveer halverwege het eiland. Volgens een krantenbericht kocht de Weduwe daar in 1899 een deel van het terrein van de werf 'Hollandia'. Volgens krantenberichten werd de werf 'Koning David' genoemd. De werf bezat ook een sleepboot met die naam en een dekschuitenverhuur aan de Warmoesstraat.
De scheepswerf 'Het wapen van Amsterdam' van de firma F. Haverkamp die, voor 1900, ook op Wittenburg aan de Grote Wittenburgerstraat gevestigd was, maar helemaal aan het 'begin' van het eiland lag, heette in vroeger tijden eveneens 'Koning David'. Ook wordt er bij de Gemeentelijke telefoon aansluitingen anno 1902 gewag gemaakt van G. de Vries, die gevestigd is op de werf Koning David aan de Grote Wittenburgerstraat. Er kan hier en daar dus weleens verwarring ontstaan.

De weduwe Hinloopen of Hindeloopen had in 1897 een scheepstimmerwerf 'Koning David' gelegen aan de Klokkengang tussen de perceelen Uilenburgerstraat 69 en 81.
De werf op Wittenburg lijkt dus een verhuizing van deze werf te zijn.
Gebr. Hinloopen, 'Werf de Valk' Valkenburgerstraat-Uilenburgergracht, Amsterdam (1930). Behalve werf ook dekschuitenverhuur. Men bezat ook een werf met de naam 'De Valk' aan de Amsteldijk bij de Omval (1919).




~Scheepswerf De Hippert, Einde Prinsenpad Zuiddijk, Zaandam. 1920-1980 Bouwer van houten boerenschuitjes, later ook jachtbouw.




~firma Hitters-Proost, Oliemolensingel, Den Bosch Maren-Kessel. 1941 - Gestart als jachtwerf voor houten zeiljachten. (werf 'De Dommel') Na de oorlog omschakeling naar staalbouw. Af en toe werkzaamheden voor de binnenvaart, waaronder het ombouwen van beroepsvaartuigen voor bewoning of pleziervaart. Rond 1967 verhuisd naar Maren-Kessel uiteindelijk volgt in 1996 de bedrijfsbeëindiging.




~Hoebée, Dordrecht. Ook bekend als N.V. Scheepsbouwerij De Rijn voorheen Fa. P. Hoebée, Dordrecht. In de jaren tachtig overgenomen door Koopman.




~Arie van den Hoek, Stormpolder, Krimpen a/d IJssel. Rond 1750 kwam Arie van den Hoek in het bezit (van een gedeelte) van de werf van Hoogendijk. Deze sterft rond 1787 waarna zijn weduwe en zoon Arie (of Arij) het bedrijf voortzetten. In 1807 wordt Arie jr. de volledige eigenaar van de werf. Als Arie in 1820 komt te overlijden erft zijn neef, Arie van der Giessen, die al 10 jaar bij hem in dienst is, de werf.




~Gebr. Hoeksema< Halfweg. ca. 1905.




~Andries Lykeles Hoekstra, Rohel bij Augustinusga (Achtkarspelen). In 1879 sticht Andries Lykeles een werf te Rohel, maar runde daarnaast ook enige tijd een herberg. in 1889 overleed Andries en de broer van Andries, Jan, die al sinds 1884 in loondienst was, neemt het werk over. Rond 1895 schakelt men over naar ijzerbouw. De werf bleef tot 1897 in het bezit van de weduwe A.L. Hoekstra, maar gaat dan echter failliet. Er werden voornamelijk regionale types gebouwd. In 1898 werd de werf overgenomen door Jan Brandsma. Deze werf te Reahel zoals men het tegenwoordig noemt bestaat thans (2017) nog steeds onder de naam 'Jachtwerf Brandsma'.




~Jan Lykeles Hoekstra, Rohel (Achtkarspelen). Deze kocht in 1870 de werf van Willem Pieters Boorsma. In 1895 begon op de werf de omschakeling naar ijzerbouw. Men bouwde voornamelijk regionale types. De werf werd in 1907 na het overlijden van Jan Lykeles verkocht aan Eduard Roelf Kuiper uit Nietap-Leek.




~Van der Hoeven, Drimmelen. 1930-heden. Begonnen als binnenvaartwerf maar legt zich de laatste decennia toe op jachtbouw en kleine dienstvaartuigen. De werf is bij uitbreiding van de haven, eind jaren vijftig, verplaatst.




~Hoflaanwerf, Vlaardingen; zie A. de Jong en Jacob Verweij.




~N.V. v/h A.Hofman, Haarlem. 1962. Bouwde een onderlosser.




~Scheepswerf en Machinefabriek Holland, Hardinxveld. Ongeveer in de twintiger jaren begonnen en voor zover bekend zijn de nieuwbouw activiteiten in 1979 beëindigd. Er werden veel sleepschepen, als ook baggermaterieel gebouwd.
Holland Shipyards schijnt een geheel ander bedrijf te zijn.




~Jan Hollander 's Gravenweg (ca. 231), Capelle a/d IJssel. 1868-1894. Voornamelijk bouw en onderhoud van boerenvaartuigen. De werf werd voortgezet/overgenomen door Abraham Buijs.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~NV Hollandia, Machinefabriek en Constructiewerkplaats, Krimpen aan de IJssel. Staat te boek voor een enkel binnenvaartschip in de jaren 50-60.




~Holland Motor & Co, Hoogte Kadijk 121, Amsterdam. 1907-1912 Motoren fabriek die naar het schijnt ook enige kleine motorscheepjes/sleepbootjes gebouwd heeft. Verhuisde na 1910 naar Amsterdam N bij het Galgenveld. Maar werd begin 1912 failliet verklaard.




~Machinefabriek Hollandse IJssel, Oude Water; zie De Jongh.




~Hollandse Scheepsbouw Associatie (HSA) (Bureau Vlieger): collectief van scheepsbouwondernemingen die tot doel had opdrachten te verwerven en het werk passend over de leden te verdelen. Soms als scheepsbouwer aangemerkt. De associatie is in 1953 opgericht. Leden waren toen de Amsterdamse Droogdok Maatschappij, de Nederlandse Droogdok en Scheepsbouw Maatschappij (ASM?), de Waal te Zaltbommel en van der Werf in Deest. In 1959 sluit de Zaanlandse zich aan. In 1969 ontstaan er problemen met betrekking tot het functioneren van de HSA. De ADM, de Waal en van der Werff treden uit.
De organisatie bestond in 1971 uit 6 leden, namelijk: De Biesbosch, Dordrecht, T van Duijvendijk, De Groot en van Vliet, Jonker en Stans, NV IJsselwerf Capelle a/d IJssel en de Zaanlandse Scheepsbouw Maatschappij. Ook de Arnhemse Scheepsbouwmaatschappij en Boot in Alphen waren ooit partner. Rond 1977 valt het doek.




~Hollandse Scheepsbouw Maatschappij, zie bij Groot-Ammers.




~Scheepswerf De Hollandse Tuin, Amsterdam; zie H. en J. Suyver.




~Holster, Moerdijk. Schijnt rond 1900 een aantal sleepschepen gebouwd te hebben......




~Hendrik Holtman, Hoofdkade (186?) - Brugkade - Buinermond, Stadskanaal. Halverwege de negentiende eeuw begint Hindrik Driesman hier een werf. Wanneer deze overlijdt, zet zijn Weduwe Geessiena de werf voort. Als Hendrik Holtman in 1877 met de dochter, Rikste, van de weduwe trouwt, lijkt hij het roer in handen te krijgen. Als Hendrik Holtman in 1950 komt te overlijden, wordt de werf door zijn neef H. Holtman voortgezet. Er worden dan alleen nog reparaties verricht. Vanaf de jaren 70 tot heden aan toe is men voornamelijk voor de recreatievaart actief.
De capaciteit van de bouwhelling was beperkt tot ca. 26 m. De grootste bouwactiviteiten vonden voor de tweede Wereldoorlog plaats.
(
Met dank aan George Snijder.
)




~Scheepswerf A. Holster, Moerdijk. -1895 - 1903+ Slechts van een beperkt aantal schepen is het bekend dat ze daar gebouwd zijn. Men bouwde zowel houten botters, als veerponten, als grote stalen sleepschepen.




~H. Holthuizen Schinkel, Amstelveenseweg 72, Amsterdam. -1900 - 1917+ Kleine houtwerf voor boerenvaartuigen, maar lijkt ook een enkel (speel)jacht gebouwd te hebben. De werf bezat in 1917 &ecaute;&ecaute;n echte sleephelling.




~Scheepswerf Holvast, Dedemsvaart/Avereest. praam, bok. Volgens de Historische vereniging Avereest waren er meerdere scheepsbouwers/timmerlieden Holvast langs de vaart actief.
Aan De Pol (ongeveer het huidig nummer 16) zatenh achterenvolgens Boele Holvast (1822-1860), Jan Holvast (1860-1900), Jan Holvast/Houvast Jr (1900-1946), Berend Holvast/Houvast (1946-1950).
Waarom de naamswijziging van Holvast naar Houvast optreed is mij niet bekend.

Verder op aan het Rak zat Geert Holvast (1846-1887). Hij neemt in 1866 de naast gelegen werf van Mol over. Hij wordt opgevold door A.Holvast (1887-1891) en J.Holvast (1891-1900). Daarna gaat de werf over aan H.H.Slager (1900-'03).
Boele Geerts Holvast (1876-1913) tenslotte, had een werf aan de Hoofdvaart ongeveer ter hoogte van het huidige nummer 164.




~Scheepswerf 't Hondsbosch, Alkmaar. Zie Bosman, Alkmaar.




~Scheepswerf van der Hoog, Edam. Scheepswerf De Goede Verwachting. Vanaf circa 1865 tot 1877 Bouw en reparatie van onder anderen houten botters. De werf was daarna tot circa 1896 in handen van F. Groot.




~Scheepswerf De Hoog, Rotterdam. In de 19de eeuw was er een werf van De Hoog aan de Middenkous, Delftshaven/Waaldijk. De werf werd rond 1730 gesticht. Mogelijk dat deze werf enige tijd De Hoog & De Wit heeft geheten. In 1937 wordt de werf eigendom van de familie Teeuwen en komt dan onder leiding van Cornelis Teeuwen die daar al sinds 1925 werkzaam was. Gezien de beperkte ontwikkelingsmogelijkheden van de werf werd er gezocht naar een nieuwe lokatie. Deze werd in 1946 gevonden in de aankoop van de terreinen van de voormalige werf van Marckmann en Faasen te Capelle a/d IJssel. Op de nieuwe lokatie wordt dan de NV IJsselwerf gesticht. De vestiging te Rotterdam wordt pas in 1962 gesloten.




~Cornelis Hoogendijk, Kralingseveer, Capelle a/d IJssel. (Tegenwoordig IJsseldijk t.h.v. de IJsselmondselaan) De werf schijnt in 1751 door Pieter van Vliet gesticht te zijn. Vanaf 1769 tot 1859 waren achtereenvolgens Cornelis (3) en Jan Hoogendijk op de werf actief. Daarna gaat terrein over naar een meekrap verwerkende fabriek. Ten tijde van Jan Hoogendijk 1809-1851 handelt men onder de naam W. & J. Hoogendijk.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~Willem Hoogendijk, Schielands Hoge Zeedijk, Keeten, Capelle a/d IJssel. De oorsprong van de werf ligt rond 1640. In 1709, een Willem en Cornelis Hoogendijk zijn dan eigenaren van de werf, koopt men er een werf aan de overkant (Stormpolder, Krimpen a/d IJssel) bij. Eind 1757 wordt de werf, die dan door Willem en Johannes Hoogendijk gedreven wordt, gesplitst. Willem krijgt de westelijke helft (ongeveer t.h.v het huidige Nijverheidsstraat 50), Johannes de Oostelijke. In 1871 komen de werven onder Cornelis Hoogendijk (3) weer bij elkaar. De zelfde Cornelis bezit dan reeds sinds 1769 de werf aan het Kralingse veer. Na diverse Hoogendijken is het vanaf circa 1818 weer een broederschap, Willem en Jan Hoogendijk, die de scepter zwaait. In 1823 leveren zij het houten casco voor wat het eerste Nederlandse stoomschip, de 'Nederlander' gaat worden. De naam, W. & J. Hoogendijk en Co blijft staan als Cornelis Hoogendijk de zaak in 1844 overneemt.
Onder Willem Cornelis Hoogendijk (vanaf 1859) komt er in 1862 een einde aan de scheepsbouwactiviteiten op de westelijke werf. In 1866 neemt Arie Pieter Hoogendijk de leiding op de oostelijke werf over en in 1867 loopt het eerste ijzeren schip op deze werf van stapel. In 1873 komt er echter al een eind aan het bedrijf. De oostelijke werf wordt over gedaan aan Goris Oudenaarde. Op de terreinen van de westelijke werf vestigt zich in 1948 opnieuw een werf; namelijk die van Scheepswerf Vuyk en zn.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~Johannis Hoogendijk, Keeten, Capelle a/d IJssel. Tussen 1843 en 1862 bezit Johannes  een derde aandeel in de werf van Arie Kok.




~Hoogendijk, Stormpolder, Krimpen a/d IJssel. Deze geschiedenis neemt een aanvang als in 1709 Willem en Cornelis Hoogendijk daar een reeds bestaande werf kopen. Deze fungeerde min of meer als dependance van de werf aan de Keeten, Capelle a/d IJssel. De werf kwam in 1737 als volledig zelfstandige werf in handen van Arij Hoogendijk. In 1820 gaat de werf over naar Arij of Arie van den Hoek jr.




~Hoogendoorn, Delft. Deze bouwer bouwde rond 1911 een drietal scheepjes van 13-14 meter, daarbij zou een westlander gezeten hebben.




~Scheepswerf Thomas Hoogendoorn, Schordijk (Oosthavenzijde) Puttershoek 1829 - 1830 - 1851 . Na het overlijden van Thomas in 1830 wordt de werf voortgezet door zijn weduwe Cornelia van Duijvendijk en zijn zoon Pieter Hoogendoorn. De werf wordt in 1951 verkocht aan de schoonmoeder van Cornelia, de weduwe van Pieter Cornelis van Duivendijk. Deze beheert in die jaren de werf aan de andere kant van de Schordijk. Beide werven staan bekend als de Dubbele werf. In 1855 komen de werven in het bezit van Jan Pieterzn. van Duivendijk.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016





~Scheepswerf Hoogerwaard, Rotterdam. In 1901 gesticht door C. Hoogerwaard. Later bij de in gebruikname van het terrein aan de Waalhaven (Pier 8, Zuid) werd het N.V. Scheepstimmerwerf C. Hoogerwaard. Na de overname in 1953 door de familie den Heeten werd het een besloten vennootschap, maar de naam bleef verder ongewijzigd. Thans (2012) noemt men zich Scheepswerf Hoogerwaard B.V..




~Sietse Hoogeveen, Veenwouden. Ook bekend als Scheepswerf Veenwoudsterwal. Houtbouw, friese pramen. Vermoedelijk gaat het hier om de zogenaamde Veenwoudster (Valomster) praam.




~N.V. Scheepswerf Hoogezand, Bergum. 1963




~Scheepswerf Hoogezand, zie Jac. Bodewes, Hoogezand.




~Fa. G. Hoogkamer & Zonen, Brouwersgracht. 173-175, Amsterdam. 1915? Scheepsmakers en verhuurders van vaartuigen.




~Jan Hoogland, Volendam. 1923-1953 Voortzetting van de werf van Pieter Spaander.




Y.A. Hooites, Foxhol geen gegevens bekend. Moet rond 1900 actief geweest zijn. Misschien gaat het om een onduidelijkheid in verwerking van plaatsnamen en gemeentenamen en grenzen.




J.A. Hooites, Hoogezand/Foxholsterbos. Was rond 1875 actief. Uit Marhisdata blijkt dat men in de familie Hooites voornamelijk voor de zeevaart bouwde.




~Scheepswerf De Hoop, Hoogte kadijk 121 (Overhaalsgang), Amsterdam. In 1899 werden twee loodsen te huur aangeboden. Verder niets bekend.




~Scheepswerf De Hoop, Prinseneiland 10, Amsterdam. Nog geen gegevens.




~Pabe van der Hoop, Bolsward. Scheepstimmerwerf 'De Hoop' aan de Gleibakkerij bij het Kruiswater te Bolsward. In 1926 verkocht aan Sietse van der Werff.




~Scheepswerf De Hoop, Den Helder. Zie Firma Visser, Den Helder.




~Scheepswerf De Hoop, Hardinxveld. Zie bij Klaas van Aken.




~De Hoop Scheepswerven, Heusden. 1999-2005 Voorheen Verolme Scheepswerf Heusden. Onderdeel van De Hoop, Lobith. In 2005 gaat de werf falliet. In 2006 nemen TeamCo Shipyard, De Ruiter Watersport en Van Sluisveld Marine Construction het werfterrein over. In 2007 volgt overname door IHC Merwede onder de naam Verenigde Scheepswerf Heusden tot heden




~Scheepswerf de Hoop, Krimpen a/d IJssel: zie van der Giessen.




~Scheepsbouw- en reparatiewerf De Hoop, Leeuwarden: zie bij De Roos, Leeuwarden.




~Scheepswerf De Hoop, Leiden; zie Gebroeders Tijssen.




~Scheepswerf de Hoop: zie Boot, Leiderdorp.




~N.V. Scheepswerf de Hoop, Lobith-Tolkamer. In 1889 beginnen Harmannus Halbanus en Geert Bodewes uit Martenshoek een werf voor ijzeren schepen op de Lobithsche Wel. In 1896 vertrekt Hermannus om in Millingen een werf te beginnen. Samen met de jongere broer Joost zet Geert de werf onder de naam Gebroeders Bodewes voort.
Rond 1909 wordt de werf Schoenmakers tussen Deukerdijk en Groenestraat te Pannerden overgenomen en ingericht voor de bouw van ijzeren schepen. Joost krijgt hier de leiding. In 1913 gaan de gebroeders uit elkaar en wordt het bedrijf in Tolkamer door Geert Bodewes met zijn zonen Jan en Geert onder de naam Lobithsche Scheepsbouw Maatschappij voortgezet. In 1918 werd het bedrijf omgezet in een vennootschap onder de naam N.V. Lobithsche Scheepsbouw Maatschappij v/h Gebroeders Bodewes.
Begin twintigste eeuw bouwde men voornamelijk sleep- en zeilschepen voor de rivieren. Zowel kleine als ook grote schepen, tot ca. 80 meter, liepen van de werf. Vanaf 1916 richtte men zich echter wat betreft nieuwbouw meer op de zeevaart.

Tijdens de crisis komt de werf in moeilijkheden en na twee slechte jaren wordt het bedrijf in 1925 geliquideerd. Vervolgens in 1927 ter veiling aangeboden en komt uiteindelijk in 1929 in handen van de N.V. Scheepswerf De Hoop te Pannerden. De aandacht van de nieuwe eigenaar richt zich vervolgens meer op de werf te Lobith dan op de werf in Pannerden waar de activiteiten al in 1931 (min of meer) tot een eind komen. In 1934 verkrijgt de toenmalige directeur Eiso Wortelboer de werven in zijn bezit, maar werk is er niet en het personeel op beide werven wordt ontslagen.
Nog het zelfde jaar gaat de houtafdeling echter als timmerfabriek aan de slag. Vermoedelijk wordt er toch ook nog reparatiewerk verricht. Tijdens de oorlogsjaren 'verhuist' de zetel van N.V. Scheepswerf De Hoop officieel naar Lobith. Bouwactiviteiten waren er voor Duitse rederijen en het leger.

Na de oorlog wordt de draad weer opgepakt waarbij men zich voornamelijk op de zeevaart richtte. Daarnaast verrichtte men scheepsreparaties en nieuwbouw voor de binnenvaart. In de jaren tachtig kwam de werf in financiële moeilijkheden en werd in 1987 failliet verklaard.
In 1988 start de afgeslankte werf onder Frederik Wichhart opnieuw. In 1991 komt De Hoop International, zoals ze dan heet, in handen van 'Workshipyard' Rotterdam van Willem Cordia nog het zelfde jaar komt de werf in handen van J.R.H. Smit uit Groningen.
In 1998 werd Verolme, Heusden overgenomen en herdoopt in 'De Hoop', Heusden. Er ontstond een nauwe samenwerking tussen de twee werven. De werf Heusden werd in 2006 weer verkocht.
In 2000 werd er een werf in Houma USA ingericht. Deze wordt in 2006 weer verkocht.
In 2007 werd 'De Volharding' ex-Bodewes, Foxhol gekocht en herdoopt in 'De Hoop' Foxhol. De werf in Foxhol gaat maart 2017 failliet.
De locatie Lobith is heden (2017) nog actief. Men bouwt ondermeer schepen voor de off-shore industrie en rijnpassagiersschepen.
Bron De Hoop, 125 Miracles, Hans de Beukelaer & Egbert Wever





~Scheepswerf De Hoop, Muiden; zie Schouten.




~Scheepswerf de Hoop, Pannerden. In 1906 door de gebroeders Bodewes van de Hoop uit Lobith gesticht. Het ging daarbij om de voormalige werf van Schoenmaker, welke, rond 1890, tussen de Deukerdijk en Groenestraat opgericht was. De werf kwam onder leiding van Joost Bodewes.
In 1913 komt de werf volledig in het bezit van Joost die de werf van dan af Scheepswerf De Hoop noemt. In 1923 overlijdt Joost. De werf gaat met als firmanten de weduwe van Joost en zijn broer Harmannus door als N.V. Scheepswerf De Hoop Pannerden. Tijdens de crisisjaren krijgt Ing. Kaspar Berninghaus uit Duisburg-Ruhrort een meerderheid belang in de werf om vervolgens in 1932 deze geheel in zijn bezit te krijgen. De werf die zich voornamelijk richtte op rivierschepen was echter al in 1931 (min of meer) stilgelegd. Als in Berninghaus in 1934 overlijdt komen de aandelen in bezit van zijn weduwe, die de beide werven (Lobith en Pannerden) doorverkoopt aan de toenmalige directeur Eiso Wortelboer. In 1934 wordt ook het personeel ontslagen. De werf lijkt echter in 1940 toch nog, mogelijk alleen als reparatiewerf in gebruik te zijn. Over de activiteiten tijdens de oorlog is weinig bekend. Wel is bekend dat de werf wegens vergoeding van oorlogsschade en wegens onteigening in verband met rivierverbetering na de oorlog nog wat opleverde.
De zetel van de firma N.V. Scheepswerf De Hoop was in 1942 al verplaatst naar Lobith.




~Scheepswerf de Hoop: zie Gebroeders Paans, Roodevaart.




~Scheepswerf Hoop, Schiedam. Enig bekende eigenaren Klein Hesselink en Damen Shipyards Group. Bestond van circa 1906 tot 1 januari 2007.




~Scheepswerf Hoop, Nieuwe Haven, Lange Nieuwstraat 43, Schiedam.
zie C. Verboom (tot 1912) en J. van Duijvendijk (1923-1925).




~Scheepswerf de Hoop: zie A.C. van Dam, Vlaardingen.




~Scheepswerf De Hoop, Vlaardingen; zie A. de Jong en Jacob Verweij.




~Scheepswerf De Hoop der drie Gebroeders, Roodevaart-Moerdijk; zie Gebroeders Paans.




~Scheepswerf Hoornaert, Sluiskil. (1918)-1964-heden (2017). Beter bekend als Machinefabriek en scheepswerf 'De Schroef'. Zie verder aldaar.




~Scheepswerf Hoornse Diep, zie J.H. Bodewes, Groningen.




~J. Ten Horn, Veendam. Aak, tjalk, praam en spitse praam. ca 1882 - 1907. De werf zou aan het Beneden Oosterdiep gezeten hebben. In plaats van J. ten Horn wordt er ook gesproken over Carl ten Horn. Men bouwde ondermeer Tjalken, aken en sleepscheepjes (<24 meter).




~Fa. K. Hortsing, De Poffert / Leek. In 1878 door Jakob Jans Mulder gesticht. Later bekend als werf 'De Spitse Horn'. Sinds 1888 geleid door Kornalis Hortsing en in 1893 in zijn bezit geraakt. Men bouwde er onder meer 'pramen'. De werf lijkt op houtbouw ingericht geweest te zijn. De meetbrieven vermelden een stalen praam. Krantenadvertenties melden sinds 1897 met enige regelmaat ijzeren of stalen vaartuigen te koop bij de werf. Het is echter niet duidelijk of dezen er ook gebouwd zijn. In 1934 overlijdt Hortsing. De werf wordt ontmanteld.
De werf ligt op de landtong tussen het Hoendiep en De Gave tegenover het buurtschap de Poffert. De Poffert resorteerde onder Hoogkerk, maar de werf viel in de meeste jaren onder het gebied van Leek. De verwarring wordt vergroot door het feit dat ca. 250 meter oostelijk, ook aan de zuidzijde van het Hoendiep, ook tegenover de Poffert en ook onder Hoogkerk de werf van E. Apol gelegen was en deze werf (sinds 1978?) Scheepswerf De Poffert genoemd wordt.





~Machinefabriek Houben NV., Maasbracht. 1964 - 1970.




~Firma Houtman, Buinermond/Nieuw-Buinen. Moet rond 1900 geweest zijn. Mogelijk is er een relatie met Holtman, Stadskanaal; of heeft men dat slechts gedacht.




~van Houwelingen, Amsterdam. Staat te boek als bouwer van dekschuiten, maar buiten de liggers van de meetdiensten daarvan geen bewijzen kunnen vinden.





~van Houweling, Delft. (Voorheen makelaars in schepen te Rotterdam) Gevonden in een krantenbericht (Delftsche Courant 10 juli) uit 1922 omschreven als gevestigd aan de Rotterdamsche Schie. Het zelfde jaar verhuisd A.F. Houweling, scheepsbouwkundige van Rotterdam naar de Rotterdamsche weg 18/20 te Delft.





~Gebroeders (van) Houweling, Willemstad (NB) 1906-1918. In 1906 kopen broers en zus Houweling uit Rotterdam de werf van Melis Dzn. van Duivendijk te Willemstad. De werf lag aan de noordzijde achterin de haven. Men schijnt de houtbouwwerf spoedig ingericht te hebben voor staalbouw want reeds in 1909 loopt daar een stalen boeieraak van 40 ton van stapel. Naast boeieraken bouwde men ook motorschepen en zelfs een westlander! Uit advertenties valt op te maken dat Houwelign gedurende de eerste wereldoorlog het moeilijk heeft de eindjes aan elkaar te knopen. Uiteindelijk valt in 1918 het doek. Op 28 februari 1918 werd het bedrijf geliquideerd.
Het Rotterdamsch Nieuwsblad vermeldt dat het schip uit 1909 een boeieraak is. Gezien de maat en het materiaal ben ik geneigd te denken dat het om een boeierschuit gaat. Ook in latere berichten is soms sprake van deze verwisseling.
In advertenties is geregeld de naam Gebroeders van Houweling geschreven. Het tussen voegen van dit 'van' is hoogst waarschijnlijk een vergissing.






~van Houwelingen, Amsterdam/Ouder Amstel. 1889-1921 Behalve bij de liggers van de meetdiensten geen gegevens gevonden.





~van Houwelingen, 's-Hertogenbosch. Bouwde tussen 1900 en 1903 een aantal sleepschepen van 40 tot 48 meter. Verder niet bekend.




~Scheepswerf Firma Houweling, Loenen (a/d Vecht). Boerenschuiten.




~Scheepswerf Hou Zee, Schiedam; zie J.C. Ouwens.




~Scheepswerf Hubertina, Noorder Buitenspaarne, Haarlem. ca.1900- 1929 mogelijk 1931. Ook bekend als de werf van W.M. Jacobs.



~Huijgens en van Gelder, Amsterdam. 1880 - 1900 De werf was een voortzetting van Scheepswerf Concordia van Meursing, Meursing en Huijgens en was gevestigd aan de Oostenburgerdwarsstraat. Men bouwde voornamelijk zeegaande schepen maar men kreeg al spoedig last van de geringe diepgang van de gracht. In 1902 ging een deel van de werf over in handen van Seijmonsbergen.




~Fa. D. Huiskens en W. van Dijk, Lijnbaan, Dordrecht. In 1892 opgericht als werkplaats voor stoomwerktuigen. Betrok in 1898 een terrein aan de Lijnbaan en bouwde ondermeer sleepboten. In 1926 werd de firma opgeheven.




~Huisman, Meppel. Werf en machinefabriek; fabrikant van HaEs motoren. Als werf schijnt men niet veel betekent te hebben. Tot nu toe is alleen een tjalk uit 1904 bekend.




~R. Huisman, Rohel en Augustinusga (Achtkarspelen). 1954-1965 Eerst voornamelijk sleepboten later ook vrachtschepen tot 55 meter.
Te Rohel was naast deze werf ook nog de werf van Kuiper, Scheepswerf Rohel, en de jachtwerf van Brandsma actief. R. Huisman jr. komt in 1957 door een ongeval bij de werf om het leven. Wie de werf voortzet is niet bekend.





~J. Huisman, Verlaat Steenwijk, Steenwijkerwold. Punters en pramen. Jan Huisman (1879-1953) was een zoon van  Jan Huisman (1845 - 1908), die ook al scheepstimmerman was. Zijn vader Jan Jans Huisman een timmermansknecht kwam uit Wanneperveen-Blauwe Hand.




~Huisman, Wanneperveen (Ronduite, Kettingbrug, Zandbelt, Belt-Schutsloot). Geslacht van scheepstimmerlieden  vermoedelijk reeds in de 18de eeuw actief en (later) vooral bekend van de bouw van punters. Het was vooral de werf aan de Ronduite die bekendheid als punterwerf kreeg.
Het geslacht begint met Pieter Jans Huisman, gevolgd door zijn zoon Jan Pieters Huisman. Het bedrijf was gevestigd te Kettingbrug. Pieter en Barteld Huisman, zoons van Jan Pieters, hadden in de tweede helft van de 19de eeuw een werf nabij Belt-Schutsloot. Zij gingen later terug naar Kettingbrug. Hun broer Jan begon rond 1880 een werf aan de Ronduite. Twee van zijn zoons volgden de voetsporen van hun vader. Peter, deze ging na bij zijn vader gewerkt te hebben naar het bedrijf te Kettingbrug en was daar tot 1945 werkzaam. Zijn broer Wolter volgde zijn vader in het bedrijf aan de Ronduite op. Wolter, geassisteerd door zijn zonen Jan en Jacob verwierven faam met het bedrijf dat toen bekend stond als W. Huisman & zonen, Ronduite. Naast punters en aanverwante modellen heeft men ook Vollenhovense bollen, Bonzen, e.d. gebouwd. Later (1932) is men onder leiding van Jan Huisman geleidelijk aan overgestapt naar de jachtbouw. In 1971 werd het bedrijf door Jan's zoon Wolter naar Vollenhoven verplaatst.




~Gebroeders van Hulden, Slikkerveer. Lm. 1922




~F. J. Hunter Haarlem. -1921(?) - 1932 Ook bekend als Scheepswerf en werktuigenfabriek Het Spaarne. Het bedrijf werd augustus 1932 failliet verklaard. Ook de naam G.J. Baar wordt in verband met "Het Spaarne" genoemd.




~Scheepswerf De Hunze, Foxhol. Tot nu toe slechts enkele vermeldingen (allen 1961) gevonden.




I




~Scheepswerf De IJhoek, Amsterdam; zie Staal en Haalmeijer.




~Scheepswerf 'De IJssel', Krimpen a/d IJssel. Zie Roeland v. Duijvendijk.




~IJssel van Vliet Combinatie, YVC, Capelle a/d IJssel. In 1977 ontstane fusie tussen N.V. Scheepswerf De Groot en Van Vliet, Slikkerveer en de N.V. IJsselwerf, Capelle a/d IJssel. (In internationaal verkeer werd IJsselwerf met een Y geschreven.) De werf van De Groot en van Vliet te Groot-Ammers gaat dan YVC Groot-Ammers heten.
In 1979 werd YVC samen met Vuyk eigenaar van de scheepsreparatiewerf en Machinefabriek Waalhaven B.V.. In 1981 werd Vuyk uitgekocht, maar enkele jaren later sloot men het bedrijf.
In 1986 kocht YVC een deel van de failliete reparatiewerf van Boele te Bolnes, het welk de naam YVC Bolnes krijgt. De werf van De Groot en van Vliet te Slikkerveer wordt in 1987 gesloten. De nieuwbouw gaat naar Capelle, de reparatie naar Bolnes. Ook de Capelse reparatie afdeling verhuisd op den duur naar Bolnes. Groot-Ammers verzorgt de toelevering.
In 1996 begon de werf uit zijn jasje te groeien. De boegen van de nieuwbouwschepen staken inmiddels buiten de bouwloods tot aan de IJsseldijk. In 1999 kocht men daarom de Dok- en Werfmaatschappij Wilton Fijenoord Schiedam, welke omgedoopt werd tot Rotterdam United Shipyards. In de jaren 1999-2000 werden de activiteiten van Bolnes naar Schiedam verplaatst. De nieuwbouw op de IJsselwerf raakt in 1999 in moeilijkheden. Eind 2001 moet men de werf sluiten.
Ook in Schiedam ging het bergaf. Eind 2003 werd de werf overgenomen door Damen Shipyards, Gorinchem.
Belangrijkste bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~N.V. IJsselwerf, IJsseldijk nabij Poolvosweg, Capelle a/d IJssel / Rotterdam. 1946 tot 1977-(2001). De werf wordt in 1946 door de familie Teeuwen eigenaren van N.V. Scheepswerf H. de Hoog Rotterdam. Gekocht voorheen was daar de werf van Marckmann en Faasen gevestigd. De eerste jaren hield men zich uitsluitend met reparatie bezig. Vanaf 1950 bedrijft men ook nieuwbouw.
In 1977 wordt de werf onderdeel van de IJssel-van Vliet Combinatie, YVC, geworden. Men bouwde bijna uitsluitend zeegaande vaartuigen. De reparatieafdeling was gericht op de binnenvaart en KHV.
Rond 1988 wordt de reparatie afdeling gesloten. Als men eind 1999 geen nieuwe opdrachten meer heeft, wordt de werf verhuurd aan Van Der Giessen-De Noord. Na 2001 kwam het terrein in gebruik bij Smits Machinefabriek en Scheepsreparatie. Men pleegt dan geen nieuwbouw meer. Smit gaat in 2011 failliet. In 2013 vestigt Zwijnenburg Jachtbouw zich op deze locatie.
Het gebied waar de IJsselwerf stond, het Kralingse veer, is van 1941-1978 Gemeente Rotterdam geweest.
Belangrijkste bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~IJsselwerf, Gorinchem. Zie bij scheepswerf Fortuna, Gorinchem en bij Bijkers Aannemersbedijf N.V. Gorinchem.




~IJsselwerf, Kampen. Zie IJsselwerf Scheepsbouw en Machinefabriek Utrecht, Scheepswerf Peters en/of W. van Goor, kampen.




~N.V. IJsselwerf Scheepsbouw en Machinefabriek, Utrecht. Van voor 1916 tot na 1933  De werf was echter niet te Utrecht maar te Kampen gevestigd. De werf was de voormalige werf van Van Goor, Kampen, die noodgedwongen omgezet werd tot een NV, waar van Goor zich in 1918 uit terugtrok om zich drie jaar later in Monnickendam in te kopen..
Ook geschreven als IJselwerf met één S.
In 1919 nam men ook de complete Scheepswerf Fortuna te Gorinchem over. Deze wordt dan ook IJsselwerf genoemd. Ik heb echter niet kunnen achterhalen of dit op enig moment de officiële naam werd.




~IJzeren Scheepsbouwwerf Sneek, zie Barkmeijer, Sneek.




~Scheepswerf Holland, Groningen. Bekend van slechts een handvol schepen in 1944.




~IHC Holland, Sliedrecht. Volledige naam: Industriële Handels Combinatie Holland NV., thans ook IHC Merwede. In 1965 uit een gedurende de oorlog ontstane samenwerkingsverband ontstane maatschappij. Aan de samenwerking namen onder meer deel: de Werf Gusto in Schiedam, Verschure in Amsterdam, Werf Conrad in Haarlem, L. Smit & Zn. in Kinderdijk, J. & K. Smit in Kinderdijk en De Klop in Sliedrecht. In latere jaren kwam ondermeer de scheepswerf Merwede (1993) en van der Giessen-De Noord (1996) onder het beheer van IHC. De werven bouwen diverse soorten baggermaterieel.




~IHC Merwede, zie IHC Holland.




~IHC Verschure: zie Oranjewerf.




~Scheepswerf De Industrie, zie D. Boot, T. Duijvendijk, beide Alphen a/d Rijn en P. Smit jr. Rotterdam.




~Industriële Handels Combinatie, zie IHC Holland.




J




~Scheepswerf De Jaagschuit, zie Bernhard, Amsterdam.




~Scheepswerf Het Jacht, zie Bernhard, Amsterdam-Nieuwendam en Meursing Amsterdam.




~Scheepswerf Het Jacht, Omval, Amsterdam. Naar het schijnt heeft rond 1900 aan de Oude Keulse Vaart een scheepswerf voor houten schepen met de naam Het Jacht bestaan.




~Scheepswerf Jachtwijk, zie Gebr. Bodewes, Martenshoek Hoogezand.




~Firma W.M. Jacobs, Veerpolder, Haarlem. ca.1900- 1929 mogelijk 1931 Ook bekend als Scheepswerf Hubertina. Later mogelijk bekend als N.V. werf Hubertina v/h W.H. Jacobs Machinefabriek en als Scheepswerf v/h Jacobs en Burger.




~Scheepswerf Sint Jago, Amsterdam; zie H. en J. Suyver.




~Scheepswerf Jansen, Wageningen. Gevestigd op gemeentelijk terrein dat voorheen verhuurd werd aan de Gebroeders van Rijswijk. De werf verdween bij herstructurering van de haven in 1966. Verdere gegevens ontbreken.




Janson Shipyard, Veerdam 1, Aalst. Onderdeel van een groter concern. De werf bestond vanaf 1975 en werd december 1977 al weer failliet verklaard. Later kwam op de lokatie Neptune Shipyards.




~J.L. Janssen te Druten, van de jaren van voor 1915 tot 1977. Binnenvaartschepen.




~Hermanus en Willem Janssen Lobith-Tolkamer aan 'het Hol van Moses'. 1882 - tot na 1910. Reparatiewerf voor houten schepen. Nieuwbouw van houten roeiboten.




~Scheepswerf Jantine, Loosduinen/Den Haag; zie P. van Straaten.




~A.L.M. Jentjens, Veghel. 1952. Verder niets bekend.




~Jodonge, St. Pieter, Maastricht. De werf werd rond 1900 overgenomen door de neven Closset uit Visé.




~P.D.N. Jonckheer, Vlaardingen. Zie bij Matex, Vlaardingen.




~Gebroeders de Jong, Alphen a.d. Rijn. 197?-heden?




~ De Jong's Scheepsbouw NV., Enkhuizen. Ook bekend als Enkhuizer Scheepswerf Fa. J.M. de Jong Az.. Geen verdere gegevens bekend.




~Y de Jong, Gouderak. 1900-1915 Bouwde onder andere motoraakjes van zo rond de 14 meter.




~de Jong, Groot Ammers. ms 1927. Geen gegevens bekend.




~Scheepswerf Wobbe de Jong, Hoornsediep/Hoornsedijk*, Groningen. Ook bekend als Scheepswerf Scandinavië en Gebroeders de Jong. Oudste vermelding volgens de liggers van de scheepsmeetdienst is 1916. De jongste vermelding is 1924. In 1925 wordt de werf met enige regelmaat te huur aangeboden. Voor zover bekend bouwde men voornamelijk Luxe-motors. De werf werd in 1927 overgenomen door de Noord Nederlandse Scheepswerven en kreeg toen de naam Eendracht. In 1937 wordt de werf verkocht aan sloepenbouwer Kerstholt.
*Sommige bronnen stellen als juiste locatie ca. 500m ten Zuiden van de Emmasingel.




~IJpe de Jong, Ruischerbrug? Ten Broek, Groningen. 1852 tot 1926, daarna nog enkele jaren N.V. Bos en Dijkman. Nah et overlijden van IJpe in 1908 staat de werf bekend als Weduwe IJ de Jong.
In 1918 zit de werf, volgens een krantenadvertentie, aan de Hoornschedijk. Of hier een relatie is met de werf van de Gebr. de Jong is niet bekend.




~de Jong, Heeg. 1906-1914 Bouwde voornamelijk skûtsjes tot een lengte van 18 meter.




~Firma de Jong, Landsmeer. Vermoedelijk 1945 - 1950. Lokatie niet bekend.




~Jacob de Jong, Lekkerkerk. ca. 1867 tot 1877. Voorheen de werf van Van Duijvendijk. Jacob komt door het huwelijk, in 1851, met de weduwe van Duijvendijk als scheepsmaker op de werf. Na het overlijden van Annigje van Duijvendijk-Visser in 1867 komt de werf volledig in zijn beheer. In 1877 noodzaken financiële problemen hem de werf aan Jan van Leeuwen, uit Lekkerkerk te verkopen.




~Scheepswerf en Machinefabriek A. de Jong N.V., Scheveningen. zie bij A. de Jong, Vlaardingen.




~Scheepswerf en Machinefabriek A. de Jong N.V, Schiedam. -1964 - 1975+ zie bij A. de Jong, Vlaardingen.




~A. de Jong, Havenstr. 37, Vlaardingen. Scheepswerf en Machinefabriek. (1877) - 1895 - 1914 - 1966 - (heden)
Ook bekend als Scheepswerf De Zeeuw. De Jong begon in 1877 te Scheveningen en vestigde zich in 1895 in Vlaardingen alwaar hij in het totaal 5 hellingen opkocht. Men richtte zich op de bouw van loggers en dergelijke maar bouwde voor de binnenvaart ondermeer een aantal sleepboten, motorbeurtscheepjes en ook westlandertjes.
In 1914 nam men de werf van Jacob Verwey, ook bekend als de Hoflaanwerf, anderen zeggen 'De Hoop', in huur. Wanneer de werf hun eigendom werd is niet bekend. Mogelijk werd de werf in 1930 weer afgestoten.
In 1928 verwierf men de werf van Pronk aan de Kortedijk 
In 1966 is de Scheepswerf en Machinefabriek A. de Jong N.V. verplaatst naar Schiedam alwaar men sinds 1955 een machinefabriek bezat. Het oude bedrijf in Vlaardingen is in 1968 aan de gemeente verkocht. In 1976 verhuist de A. de Jong Groep, zoals men zich inmiddels noemt, naar de 's-Gravelandsepolder te Schiedam.




~M. de Jong en S.J. Boot, Moerdijk. 1930. Verder niet bekend.




~De Jonge en Plate, 's Hertogenbosch. 1868-1875. IJzergieterij, constructiewerkplaats, scheepswerf.




~De Jong en Smit, Bolnes (Ridderkerk-IJsselmonde). 1921 - 1975
De werf staat volgens de liggers van de meetdiensten in 1912 te boek als gevestigd te Slikkeveer. Dit berust echter op een vergissing.




~de Jong en Snoey, Havenweg 3, Goes. -1967-1986+ bouwde onder meer een paar passagiersschepen. Verder meer op landbouwgebied actief.




~Scheepswerf Jan Jongert, Medemblik. Heeft in de jaren zestig enkele kleine, minder dan twintig meter lange, beroepsvaartuigen gebouwd.




~De Jongh, Oude Water. Volledige naam N.V. Machinefabriek De Hollandsche IJssel voorheen de Jongh en Co.
Bouwde baggermaterieel. In 1872 opgericht door Ir. Gerrit Johan Wilhelm de Jongh.




~Firma Jonker, Amsterdam. Niet voldoende bekend. De N.V. Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen Henk Jonker & Zn. wordt tussen 1928 en 1931 genoemd in verband met de bouw van dekschuiten. Het gaat waarschijnlijk om een voortzetting van de in 1806 aan het begin van de Bickersstraat gevestigde grofsmederij Hendrik Jonker. Het complex stond mogelijk ook bekend als De Reus (van Bicker). Eind 1966 fuseert het bedrijf met Du Croo & Brauns aan de Valken weg. In 1967 sluit het bedrijf op het Bickerseiland zijn deuren. De panden en terreinen schijnen echter in het bezit te blijven van Jonker - Du Croo

~Jonker Du Croo Machinefabriek Amsterdam. In 1966 intstaan door een fusie van Jonker en Du Croo & Brauns. In 1968 ingelijfd bij Lubbers-Hollandia. In 1974 gesloten.
Er schijnt tussen 1968 en 1970 ook nog een jachtwerf te Staveren onder deze naam geopereerd te hebben.




~Jonker en van Otegem, Grasweg, Amsterdam. 1917 Slechts van de bouw van enkele vaartuigen bekend. Vermoedelijk een voortzetting van de werf van van Otegem.




~Gebr. Jonker, Kinderdijk (Gemeente ALblasserdam). 1876 - 1926. Men bouwde veel sleepschepen, maar ook motorschepen en sleepboten.




~H.W. Jonker, Sappemeer/Kalkwijk. 1792-1824. De werf zat vlak naast de Bonthuizerbrug. Volgens sommige bronnen zou de werf daar rond 1890 nog gezeten hebben, andere bronnen beweren echter dat de werf in 1824 opgeheven werd. (De brug was genoemd naar het Bonte Huis, thans Kees de Haanstraat 1).




~A. Jonker, Slikkerveer. Houtbouwwerf. Vermoedelijk 1812-1835. Men bouwde onder meer Zeeuwse tjalken. Overgenomen door J. Jonker die de werf tot 1872 beheerde. Daarna is de werf mogelijk verhuisd naar Kinderdijk.



~Scheepswerf Jonker & Stans, Hendrik Ido Ambacht. 1903-1967




~Scheepswerf Jonkerpaans, Kilkade, Dordrecht. 1964 - 1980. Ook geschreven als Jonker Paans en als Jonker & Paans. Bouwde behalve pleziervaartuigen (kilkruiser) ook een aantal duwboten en andere binnenvaartschepen.




~Gebr. Jooren., Werkendam. -heden?. In de liggers vermeld in verband met de bouw on 1973 van twee pontons




~Siemen Jordens, Broekerhaven. 1918
Houten sleephelling, mogelijk alleen voor de visserij. Zie ook Scheepswerf Broekerhaven.




~Scheepswerf Juliana, Papendrecht; zie van der Schuijt.




K




~Scheepswerf De Kaag, zie Akerboom en van Lent, Kaag.




~Scheepswerf De Kaap, Staphorst-Meppel. In 1938 door Wietse van der Werf, zoon van Van der Werf uit Hijkersmilde, gestichte werf op de hoek van het Meppelerdiep en het Vrouwenrak. Oorspronkelijk lag dit terrein binnen de gemeente Staphorst maar in 1961 werd het bij Meppel gevoegd. In 2003 verkocht Klaas van der Werf het bedrijf aan Bodewes Hasselt en Geertman Zwartsluis. Het bedrijf wordt tegenwoordig geleid door de directeur/directrice van 'Scheepswerven Bodewes'.
Naar men zegt werd de werf in 1938 opgebouwd met de inventaris van scheepswerf van Sietse van der Werff uit Bolsward.




~Scheepswerf Kaat, Hoorn. Waarschijnlijk midden 19de eeuw tot circa 1910. Houtbouw en reparatie. Op deze kleine werf bouwde men ondermeer de  Hoornse botter.




~A. Kalkman, Kralingseveer, Capelle a/d IJssel. Bij de tegenwoordige IJsseldijk t.h.v. de  IJsselwerf. In 1873 begonnen als smederij. In 1877 bouwt men het eerste ijzeren schroefstoomschip. Ook zoon jan had sinds 1880 een scheepswerf. Deze lag direct naast (oostelijk). In 1883 begint de samenwerking tussen de twee werven en worden het de Firma A. Kalkman & Zn. In 1910 beëindigd men de activiteiten. Men wordt in eerste instantie opgevolgd door Wouter Schram twee jaar later gevolgd door Marckmann en Faasen.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~N.V. Scheepswerf Kampen, Kampen. 1955 - 1959. Directeur J.G. Dutmer. Bouwde motorschepen tot zo een tachtig meter lengte.




~J. Kars, Oude Pekela. van voor 1899 tot na 1932. Naar het schijnt begonnen onder C. Kars en voortgezet door J. Kars. Men bouwde voornamelijk Groninger bollen tot ca. 21 meter later ook motoschepen tot ca. 27 meter.




~Baas Kater, Durgerdam. Bouwde en repareerde ondermeer houten vissersvaartuigen. De werf bestond reeds in 1798 en had begin twintigste eeuw 5 sleepbedden. De werf werd in 1897 door Klaas Kater uit Monnickendam overgenomen en vervalt later aan Cornelis de Haas uit Monnickendam met Joris en Pieter Kater als zetbazen. In 1923 wordt de werf verkocht aan Bernhard, Nieuwendam. Deze plaatst de werf onder leiding van R de Jong, welke wordt opgevolgd door IJ de Jong.




~Kater, Monnickendam. De familie Kater is reeds voor 1800 in de scheepsbouw in Monnickendam actief. Er waren twee werven die 'Aan 't  Prooien' en die 'Aan de haven'. Er werden ondermeer botters en kwakken gebouwd. In 1898 wordt, na het overlijden van Klaas Kater, de werf aan het Prooien voortgezet door schoonzoon Cornelis de Haas, die al begin jaren 90 van die eeuw de leiding op zich genomen heeft. Zijn zoon Klaas de Haas verkoopt in 1922 de werf aan van Goor uit Kampen.
De werf aan de haven gaat in 1919 over in handen van Albert Hakvoort uit Urk. De laatste Kater, Dirk, blijft tot 1926 bedrijfsleider op de werf.




~Gerrit Kater, Nieuwendam. Scheepstimmerman vanaf ??? tot 1832.
Gerrit Kater bezat volgens de kadasterkaarten uit 1832 drie kavels te Nieuwendam. Er was een kavel binnendijks aan de Kleine Die. Mogelijk kwam hierop later (1909?) de werf de Halve Maen van G de Vries Lentsch. Vervolgens was er een kavel buitendijks aan de Grote haven westelijk van het insteekhaventje. Hierop verscheen enige decennia later de werf van H. Meursing, later gevolgd door de werf van Bernhard. Tenslotte was er nog een kavel oostelijk van de insteekhaven. Dit behoorde in die tijd waarschijnlijk ook aan Meursing, die in 1878 een deel aan de zuidkant daavan overdroeg aan G. de Vries Lentsch.




~De Keijzer, Alblasserdam. 1907
Volgens de beschikbare gegevens zijn er slechts twee schepen onder de naam van deze werf gebouwd. Een sleepschip van 56 meter en een zeilschip van nog geen twintig meter.




~G. van Kempen, Zwammerdam. 1860-???? Voortzetting van de werf van Voorend.




~F. Kemper, 's Gravelandsche polder 75, Schiedam. In 1929 wordt een hinderwetvergunning tot de (weder)oprichting van een scheepswerf verleend. Het gaat hier om de 'voormalige' Scheepswerf De Schie. In 1934 krijgt men vergunning tot verkoop van benzine. Verdere historie nog onbekend. De Firma Kemper stond bekend als jachtwerf.




~Fa. Kemper en Mekkring, Groningen. Alleen bekend van de bouw van een aantal beunbakken in 1966. Hadden het plan om in Zoutkamp een reparatiewerf te beginnen.




~Scheepswerf Th Kempers, Alphen a.d. Rijn. 1895-1936.... Bouwer van uiteenlopende schepen waaronder (heve)aken, vletten, motorschepen, westlanders en zelfs een Lemmeraak. De werf richt zich eind jaren zestig steeds meer op de jachtbouw en is daarin redelijk succesrijk. De werf was een voortzetting van de werf van de Weduwe de Vogel.




~Scheepmakerij C.J. Kerkvliet, Hazerswoude. 1887 - 1967. Bouwer en verhuurder van houten vletschouwen. Naar het schijnt is men daar tot in 1960 mee door gegaan.




~Scheepswerf Jacobus Kersch, Amsterdam. 18??-1929 Begonnen met de werf Welgelegen aan de Baarsjesweg in de toenmalige gemeente Sloten NH (thans kigt daar de Wiegbrug) De werf was eigendom van Michael Kersch en Marrijtje Blom. Overgenomen door Jacobus Kersch Jr. In 1903 in verband met de aanleg van de tram Zandvoort-Amsterdam, verplaatst naar de Jacob Catskade 49? al waar men een werf met twee hellingen had. De werf wordt in 1916 overgenomen door zijn zoon Jan Albertus Kersch. In 1920 treed zijn broer Johan Hendrik tot de firma die dan een VOF wordt toe.In 1923 overrlijdt J.A. Kersch waarna de werfactiviteiten lijken te beëindigen.
Gegevens onder meer uit Gemeente Archief Amsterdam toegangsnummer 1544, telefoongids 1915





~H. Kerstholt, Groningen. Bijboten, sleepboten, 1937 Tot eind jaren 60 van de 20ste eeuw. Ook bekend als: Sloep- en Bootbouwerij H. Kerstholt. Men was gevestigd aan de Hoornsedijk 144. Sommige bronnen vermelden dat Kerstholt in de jaren 50 aan het Heveapad te Hoogezand zat.




~J.J. Keuning, Groningen. Geen gegevens bekend. Ook niet met zekerheid bekend of het echt om een werf gaat.




~Firma John Kievits & A.A. Wilton v Reede Cz., Hoogendijk, Papendrecht. 1896 tot 1905, wanneer de werf overgekocht wordt door van der Schuyt.




~N.V. Scheepswerf en Reparatiebedrijf De Kil, Dordrecht. Schijnt tussen 1970 en 1976 actief geweest te zijn. Bouwde voornamelijk tankschepen van rond de honderd meter.




~Machinefabriek Kinderdijk, Kinderdijk. Zie Diepenveen, Lels en Smit.




~De kleine Helling, Harderwijk; zie Onze Toekomst (Visscherij-beroepsvereeniging), Harderwijk.




~Scheepswerf Klaassen, Voorburg. Geen gegevens bekend. Mogelijk handelt het zich om een jachtwerf en dan zou men weleens Voorschoten kunnen bedoelen.




~Van der Kleij, Heuvelweg, Wateringen. De werf bouwde onder meer westlanders, meestal niet langer dan 15 meter. De werf zou medio achttiende eeuw gesticht zijn. Achtereenvolgens verschijnen de namen van der Spek, van den Ende en Arnold Bos. In 1896 wordt K van Rossum eigenaar, maar hij gebruikt vermoedelijk een zetbaas. In 1909 wordt de werf verhuurt aan Evert Cornelis van der Kleij. In 1929 wordt hij eigenaar van de werf. Evert Cornelis wordt opgevolgd door zijn zoon Jan. Na demping van de Wateringse vaart in 1959 sluit de werf haar deuren en wordt ontmanteld.




~Firma Klein Hesselink, Scheepswerf De Hoop, Schiedam. Bestond van circa 1906 tot 1 januari 2007. Sinds 1987 was het een onderdeel van de Damen Shipyards Group.



~Gebroeders de Klerk, Kruispolder, gem. Hontenisse. Ook geboekt als Graauw en De Paal. Mogelijk droeg de werf de naam 'Vertrouwen'. Hoogaarsen, Hengsten. Naar het schijnt rond 1849 gesticht. Rond 1970 Verhuisd naar Walsoorden en nog steeds (2014) actief. Naar het schijnt heeft men in de jaren zestig een werf in Sluiskil gehad. Deze is tot na 1975 in bedrijf gebleven. Exacte data onbekend.




~ Adri Klip, Opperduit/Lekkerkerk. 1964 - 1965 De werf werkt onder de naam T. van Duijvendijk's scheepswerf b.v. waarvan dhr. Klip een werknemer was. Toen het in de scheepsbouw bergafwaarts ging nam Klip voornoemde werf over. In 1970 verwierf hij bovendien de werven van Boot in Alphen a/d Rijn 'De Industrie' en 'De Vooruitgang' en in 1972 de Zaanlandse Scheepsbouwmaatschappij. De werven werken dan allen onder dezelfde naam van Van Duijvendijk. In 1976 valt echter het doek voor deze onderneming.




~Johs. Kloos, Hoogte Kadijk, Amsterdam. Scheepswerf 't Kromhout. De werf is vermoedelijk tussen ca. 1867 en 1869 onder leiding (of in het bezit van) Johannes Kloos geweest. Na 1869 gaat de werf verder onder Daniël Goedkoop. Jr.




~F. Kloos en Zoon's werkplaatsen N.V. Kinderdijk. De werf werd door voormalig molenbouwer Floris Kloos rond 1850 gesticht. Al spoedig schakelde men over op ijzerbouw en deed men ook zeer veel constructiewerk. De meeste vaartuigen die gebouwd zijn waren bestemd voor de zeevaart. Ook is er veel aannemersmaterieel gebouwd. In 1978 wordt het bedrijf overgenomen door Hollandia, de firma krijgt de naam Kloos Kinderdijk. Na in volgende overname in 1985 blijft men onder de naam Kloos Constructie B.V. nog twee jaar bestaan. Voor zover bekend werd het laatste schip voor de binnenvaart in de jaren tachtig gebouwd.




~Scheepswerf De Klop, Coevorden. Zie Bouman, Coevorden,




~Scheepswerf 'De Klop', Sliedrecht, voorheen te Zuilen (Utrecht). De werf werd in 1913 te Zuilen gesticht maar verhuisde in 1916 naar de Industrieweg te Sliedrecht. Na een voorlopige samenwerking gedurende de oorlogsjaren ging het bedrijf in 1965 op in IHC. Hoelang de locatie daarna nog in gebruik is gebleven is mij nog niet bekend.




~Koers, Arnhem. Houtbouw, Dorstense aak, 19de eeuw.




~Koerts, Kielwindeweer. Rond 1878. Wordt genoemd in verband met het opgegraven overschot van de tjalk Zeehond.
Kranten uit die tijd vermelden wel een Koerts en Kolk te Oude Pekela, andere bronnen een houtzagerij Koerts in Oude Pekela die ook enkele schepen bezat. Duidelijk is echter wel dat het om zeegaande schepen gaat. De tjalk is dus mogelijk een gelegenheids exemplaar. Sommige bronnen opperen de mogelijkheid dat de tjalk fungeerde als bruidsschat.




~H. Kok, Amsterdam/Ouder-Amstel. Onbekend.




~Pieter Kok, Keeten (Nijverheidsweg), Capelle a/d IJssel. De werf was gevestigd nabij het huidige nummer 120. Pieter Kok huurde daar in 1816 een terrein dat hij 1828 in eigendom kreeg. Vanaf 1844 neemt Anthonie Kok het roer over en deze wordt in 1852 eigenaar van de werf. In 1870 gaat de werf over naar Hendrik Benard.die na drie jaar de werf verlaat waarna Adrianus Vuyk de werf overneemt.
Vlak naast Pieter Kok zitten tot circa 1822 Jan en Cornelis Blom. Vanaf circa 1823 tot 1862 huren Klaas Kok en later Arie Kok en Johannes Hoogendijk dit terrein, daarna vestigd zich hier de IJzerpletterij van Capelle. In 1906 wordt ook dit terrein door A. Vuyk overgenomen.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~Th. Kok, Gouda. -1922 - 1925+ Bouwer van open schuiten.




~Joost Kok, Huizen. Botters. Joost Kok raakt in 1890 als Firmant en scheepstimmerman betrokken bij de werf van Lindeboom en Kooy. Wanneer dezen in 1916 het bedrijf verlaten gaat Kok alleen verder. In 1936 verhuisd de inmiddels sterk gekrompen werf naar het noord-oostelijk deel van de haven. De bouwloods werd in 1967 door brand verwoest. Daarbij gingen de mallen aan de hand waarvan de botters gebouwd werden verloren. De werf gesloten.




~Gebr. Kok, Vinkeveen. 1890-1928 of later. De werf werd in 1754 gesticht en bestaat heden (2014) nog steeds. In genoemde jaren bouwde men voornamelijk scheepjes tot 20 meter, waaronder bokken. Later wordt het Scheepswerf Th. Kok v/h Gebroeders Kok, en weer later Scheepsbouw Achterbos, Theo Kok. Men houdt zich thans voornamelijk met pleziervaart bezig.




~Firma Kok, Zoeterwoude. Onbekend - 1907. In 1907 ging het bedrijf failliet en werden de terreinen overgenomen door de naast gelegen werf van van Beveren.




~van der Kolk, Dokkummer Ee / Eestraat, Leeuwarden. Eind 19de, begin twintigste eeuw. Werf met minstens twee sleephellingen. Enige nieuwbouw van roefschepen en overdekte pramen. Later overgenomen door Ate en Pieter Huberts Westerhuis, die uit Wartena kwamen.
Bron: skutsjejongerein.nl





~De Koning, Hoogezand. rond 1910. Alleen bekend van één of twee nieuwbouw schepen van circa 66 meter.




~fa. G.A. Koning, Lisse. 1961? - 1966? Bouwde vaartuigen tot een meter of 12.




~P. de Koning, Papendrecht. Ook bekend als Scheepswerf De Veerdam. De werf was gelegen aan de Veerdam hoek Bosch. 1910-1929. Opgericht door Pleun de Koning Gerritz. in samenwerking met zijn broers Pieter en Gerrit.
Dit is een andere werf dan Scheepswerf "De Buitenwerf" Veerdam.




~Scheepswerf Koning David, Amsterdam; zie Hinloopen.




~Koning William, Hoogte Kadijk 145 (de Hoogte van den Kadijk), Amsterdam. 1838-heden (2017) Thans alleen reparatie, vrij kleine langshelling. Tussen 1900 en 1963 vooral bouw, onderhoud en verhuur van dekschuiten. Thans m.u.v. dekschuiten van gering belang voor de beroepsvaart.
In 1838 zwaaide scheepsbouwmeester C.E. Duijts Cnz daar de scepter. Gebouwd werd onder meer een tweemast schoener voor een lijndienst goederen en passagiers tussen Rotterdam en Antwerpen voor de Rotterdamsche Stoomvaart Maatschappij, Rotterdam. De stoommachine voor dit schip werd geleverd door Christiaan Verveer uit Amsterdam.
Tussen 1853 en 1865 was de werf in bezit van Arie van der Hoog die in 1865 zijn geluk in Edam gaat beproeven.
In 1884 heeft de smid H. van Engelen zich op de terreinen gevestigd.
In 1887 worden de terreinen met daarop een scheepstimmerwerf en enige woonhuizen wordt tevens aanbevolen voor het laden en lossen van diepgaande zeeschepen als mede voor het optichten van fabriekmatige inrichtingen.
In 1893 is de heer C. van Haemstede Obelt eigenaar van de terreinen. Er wordt een (tweede?) smidse geplaatst. Tevens heeft men het voornemen een opslag van huiden, beenderen, haar, lompen en hoorns in te richten.
Vanaf 1898 tot 1963 wordt de scheepswerf op deze terreinen geleid door A van den Ende.
C. van Haemstede Obelt huurt vanaf 1907 van de gemeente voor een periode van twintig jaar alle terreinen tussen de werf en de Entrepotsluis. De terreinen aangeduid als 'Koning William' omvatte daardoor niet alleen een scheepshelling en de huidenberging. In 1912 had Dhr Caspar Bakker daar tevens een houthandel en duigenzagerij. Deze brande bij een omvangrijke brand in 1913 echter af.





~Scheepshelling Koningspoort, Rotterdam. In 1983 gebouwde en op op 16 september geopende reparatiewerf ten behoeve van 'historische' schepen. 38 meter lange dwarshelling met 5 karren en een maximale belasting van 150 ton. Naar men zegt is een deel van de inventaris afkomstig van de voormalige scheepswerf Koningspoort van Barkmeijer Vierverlaten.




~Scheepswerf De Koningspoort, zie J.J. Mulder, J.F. Smit en Gebr. Barkmeijer Vierverlaten.




~Koninklijke Fabriek voor Stoom- en andere werktuigen, Oostenburg/Conradstraat, Amsterdam. 1827-1845- 1891. In 1827 opgericht door Paul van Vlissingen in samenwerking met A.E. Dudok van Heel. Vanaf circa 1845 bouwde men zowel zeeschepen als stoomschepen voor de binnenvaart. Zie Firma Van Vlissingen & Dudok van Heel van Amsterdam. Na 1890 werd de machinefabriek bekend als Werkspoor. De werf ging na 1894 verder als N.S.M.




~Koninklijke Nederlandse Grofsmederij Leiden, Zuidsingel 66, Leiden. 1836-1978. De smederij (gesticht in 1836) en de werf waren gelegen op de plaats van het huidige Ankerpark. In 1898 kreeg het bedrijf een vestiging op de Waard bij de Kettingbrug. In 1914 werd deze vestiging opgeheven.
Wat binnenvaartschepen betreft, men bouwde namelijk ook zeegaande schepen, liepen er vrij veel stoomschepen (tot circa 32 meter), maar bijvoorbeeld ook pakschuiten van stapel.




~Scheepswerf Kooijman, Sliedrecht. Voor zover bekend wordt de werf slechts éénmaal vermeld en wel in verband met de bouw van de sleepboot Suzanna.




~Kooiman, Zwijndrecht. 1884 - heden. Sleepboten, mosselkotters, vrachtschepen.
Thans gevestigd aan de Swinhaven te Zwijndrecht. Onderdeel van de Kooiman Groep waartoe ook Scheepswerf Hoebé en Scheepswerf van Os, Yerseke behoren.




~Scheepswerf De Koophandel, Slikkerveer; zie Joh. Pas.




~Scheepswerf en Machinefabriek voorheen H.J. Koopman N.V., Lijnbaan, later Noorderstraat, Dordrecht. 1873- 1957. Voor 1900 kopergieterij en smederij aan de vest. In 1968 werd het bedrijf door scheepswerf De Biesbosch overgenomen.




~A. Koopmans, Urk. 1862 reparatie en bouw houten botters. Rond 1900 gaat de werf over in handen van Metz.
Er zouden op de werf ook Friese bollen gebouwd zijn.




~Firma Kooyman, Harlingen. Vermoedelijk rond 1925 opgerichte scheepswerf ten behoeve van het onderhoud van het baggermaterieel en de sleepboten van het bedrijf. Hun in 1938 gebouwde sleepboot Alcyon werd aldaar gebouwd.




~Scheepsbouw en Reparatiewerf Firma Gebroeders H. & G. De Korte, Moerdijk. ca. 1903-1932 Veel sleepschepen (Kempenaars), een enkele klipper en wat motorschepen. De werf stond ook bekend als 'Scheepswerf Moerdijks Welvaren'. Volgens een krantenbericht uit 1928 zouden de Broers de Korte pas in 1903 de werf in bezit gekregen hebben. In 1928 werd de firma omgezet in de N.V. Gebr. De Korte's Scheepswerf "Moerdijks Welvaren". Op 21 december 1931 werd de werf falliet verklaard. In 1934 kreeg het terrein een andere bestemming.
De werf scheen achterin de haven van Moerdijk aan de oostzijde gevestigd te zijn.




~J. Koster Hzn., J., Winschoterdiep, Groningen (afkomstig uit Stadskanaal). 1918 tot midden jaren 60. Opgegaan in NV Nieuwe Noord-Nederlandse Scheepswerven, Groningen. Ook bekend als scheepswerf 'Gideon'. Men richtte zich voornamelijk op de bouw van zeegaande vaartuigen.




~Roelf en Jan Koster, Scheepswerfstraat 10, Stadskanaal. (Tegenover de werf van van der Werff) 1904-1932 ?? In 1873 begonnen als smederij van Hendrik Koster. Zijn zoons nemen in 1904 het scheepsbouwen ter hand. J. Koster begint in 1918 een schipswerf te Gideon, Groningen.
In Stadskanaal bouwde men veel bolpramen. Deze werden vaak op risico gebouwd. Dat wil zeggen dat er vooraf geen kopers waren. De bouwactiviteiten liepen in de jaren dertig reeds terug. Daarna is men meer in het constructiewerk actief. In 1994 sluit het bedrijf.




~Scheepswerf Kraaier, Zuiddijk 416, Zaandam. (Direct ten zuiden van Vooruit, Zaandam.) In 1920 op een andere locatie begonnen als kano bouwer, maar na 1945 stapte men over op de bouw van stalen schepen tot 1000 ton. Ook bekend als Kraayer. In 1958 ging de werf over in handen van directeur de Beer en werd het Scheepswerf De Beer.




~Fa. K. Kramer, Broekoord, Andijk. Scheepswerf 'De Tijdgeest'. Schuitenmakerij uit begin 20ste eeuw.




~Machinefabriek Kramer, Kalf, Zaandam. De locatie staat ook bekend als De Hemmes. Voornamelijk motoren inbouw en bovenwaterlijnreparaties. Rond 1920 gesticht en momenteel actief onder de naam Kramer Scheepsmotoren VOF.




~Scheepswerven Kramer en Booy N.V., Kootstertille. 1956-1976. De werf hield zich voornamelijk met de bouw van zeegaande schepen bezig.




~firma Krijgsman, Gorinchem. Rond 1930. Bouwde een sleepschip en enige elevatorbakken. Maximale lengte 40 meter.




~Firma Krikke, Heerenveen. Jaren vijftig, zestig. Baggermaterieel voor eigen gebruik.




~Kroese, Hoogezand. Ook geschreven als Kroeze. 1899- >1937 Bouwde onder meer aken, klipperaken en motorschepen. Men zat aan de Verlengde Zuiderstraat, later werd dit de Hoofdstraat (zo om en nabij nummer 80).
De juiste schrijfwijze van de naam meen ik te mogen afleiden uit kranten advertenties, zoals die in de Leeuwarder courant van 13-03-1937.





~Kroese, Vinkeveen. Bouw en onderhoud van houten pramen en bokken. Men was gevestigd aan het Donkereind.




~Scheepswerf Kroese, Vollenhoven. De uit 1855 stammende werf wordt na een wat moeilijke start in 1893 verhuurd aan de scheepsbouwer Jan Kroese Roelofszn. Deze krijgt rond 1900 de werf in eigendom. Na de afsluiting van de Zuiderzee gaat het bergafwaarts met de werf en de oorlog vormde de genadeklap. De werf werd echter pas in 1956 geheel opgeruimd. Men bouwde voornamelijk houten vaartuigen voor de visserij, waaronder Zeepunters. Volgens een enkeling geschreven als 'Kroeze' in plaats van 'Kroese'.




~G. Krom & Zn, Honselaarsdijk. Wl. 1900. Voorheen de werf van een Van Waveren. (Welke van Waveren werd niet vermeld).
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl. Volgens deze bron zou de werf gelegen zijn achter wat nu de Amalia van Solmsstraat is. Een op de website getoonde foto maakt een lokatie aan het eind van de Prinsengracht bij Achter de Bergen waarschijnlijker.





~Scheepswerf Krom en Regt Dokkemer Ee, Oldegalileën, Leeuwarden. Zie bij Johannes de Roos.




~S. Krom, Zaandam. Kleine houtbouw werf voor boerenvaartuigen.




~D.J. Kromhout, Hoogte Kadijk, Amsterdam. De bekende werf werd in 1757 door de vrouw van Doede Jansz. Kromhout gekocht. Het terrein dat bekend stond als Hulster erf werd omgedoopt in Het Kromhout. In 1792 koopt Catharina Camerling de werf (zij overleed in 1808), in 1823 wordt Isaak Nederberg de eigenaar en in 1837 Cornelis Duijts. Rond 1854 koopt Duijts van de gemeente ook de grond van de werf Koning William (die naar het schijnt onmiddelijk weer verkocht of verhuurd werd) en bezat daarmee 5 werven aan de Hoogte Kadijk.
In 1863 wordt de werf van Nicolaas Van der Werff en in 1867 wordt de werf voor fl. 16.500,- aan D. Goedkoop Sr. verkocht.




~Museumwerf 't Kromhout, Hoogte Kadijk Amsterdam. 1972-heden. Vrij kleine overdekte langshelling en sleephelling, reparatie. Thans van gering belang voor de beroepsvaart. Tot circa 1967 in het bezit van Scheepswerf de Wed. Ceuvel geweest.




~Scheepswerf 't Kromhout, Hoogte Kadijk Amsterdam.
Zie D.J. Kromhout, Johs. Kloos, D. Goedkoop, en Wed. J. Ceuvel, Amsterdam.
Ondermeer in kranten wordt een tweede werf 'Het Kromhout' aan de houthaven genoemd. Het gaat hier vermoedelijk om een houtwerf, een houthandel, niet om een scheepswerf.




~Het Kromhout, Gouda. Zie van Vlaardingen.




~Scheepswerf De Kroonprinses, Gouderak, zie Gebroeders Prins.




~van Kuikhoven, Harderwijk. Eind 19de eeuw. Houtbouw visserij. De werf ging in 1901 over in handen van Johan Oost.




~van der Kuijl, Slikkerveer. 1870-1909. Bouwde ondermeer sleepschepen van aanzienlijk formaat.




~Fa. Gebr. Kuijper, Schoorldam. 1912 - 1983. De werf is ontstaan in 1623. Twee jaar later komt de werf in handen van de familie Vlam die het bedrijf tot 1928 in bezit houden. Men gaat dan samen met de Gebroeders Kuijper verder. (Bron Staatscourant 11-10-1928) Van 1928 tot 1930 is men actief onder de naam NV. Scheba, men bouwt en exploiteert baggermaterieel. Het bedrijf gaat in 1930 failliet. In 1931 maakt de werf onder Niek Kuijper samen met Jaap Bakker onder de naam Bakker en Kuijper een nieuwe start. In 1936 haakt Jaap Bakker af en gaat Niek Kuijper alleen verder. In 1967 wordt de Firma een BV waarvan de kinderen Kuijper de firmanten zijn. Men schakelt geheel over op de jachtbouw waar men overigens al in 1934 mee begon. In 1980 begint de neergang. Ondanks pogingen tot een herstart komt het bedrijf na het faillisement in 1983 niet echt meer van de grond en blijft het alleen voor klein reparatiewerk actief.




~Fam. H. Kuiper, Schilhoek, Leek. ????-1905 Ook bekend als het Hoofddiep te Nietap. De houtbouwwerf met een kant en een sleephelling brandde in 1905 af. OP die plaats verscheen later de werf van Veenstra.




~Eduard Roelf Kuiper, Rohel (Achtkarspelen). Soms noemt men als lokatie Buitenpost. Naar men zegt heette deze werf vroeger 'De Rode Helling' en is Rohel hier naar genoemd. In 1907 vestigde Eduard Kuiper, zoon van Hajo Kuiper uit Nietap-Leek, zich op de scheepswerf van de onlangs gestorven Jan Lykeles Hoekstra. De scheepswerf hield zich bezig met de bouw en reparatie van ijzeren en stalen schepen. De werf stond ook bekend als Scheepswerf Rohel. In 1950 wordt de werf op dat moment in beheer bij Petrus Meijboom failliet verklaard. De werf schijnt daarna opnieuw van start te gaan. Om vervolgens in 1955 door Eduard E Kuiper te koop gezet te worden. In 1957 is men, getuige een advertentie, echter opnieuw actief. De werf werd naar men zegt uiteindelijk in 1966 definitief gesloten en verkocht.




~Firma Kunst, Zwartsluis. 1979-1982 Was gevestigd op de voormalige werf van Van Goor en werd in 1982 overgenomen door Poppen.




~Scheepswerf Kuy en van Ree, Overschie/Rotterdam. 1915-1923 Bouwde voornamelijk stoommachines. De werf in Rotterdam scheen al failliet te gaan voordat er een schip van stapel liep. Voordien maakten zij gebruik van de Scheepswerf Maasdijk te Schiedam. Juni 1922 werd faillisement aangevraagd.




L




~Fa. Laan en Kooy Scheepsbouw en Machinefabriek, Den Oever. -1950? - 1985+ Voornamelijk bekend van motoren (Scania), reparatie, afbouw, en nieuwbouw van de vissersvloot.




~Gebroeders van der Laan, Woubrugge, 1919-1940-heden. Gesticht door D. en A. van der Laan en gevestigd aan het eind van de Vrouw Geestweg bij de Woudwetering. Men pleegde nieuwbouw tot circa 30 meter lengte. Tot WO II werden er circa 80 schepen gebouwd. Na de oorlog richtte men zich op de berging en reparatie van pleziervaartuigen. In 1956 trok D van der Laan zich uit het bedrijf terug....... Rest onbekend.




~D. Landeweer's Machinefabriek en scheepsbouw, Leeuwarden. Voortzetting van Molema, Landeweer en Stemmer. 1914-1934.




~Landeweer en van Somer, Drouwenerstraat 7, Stadskanaal. ca. 1904-1907? Houten pramen. Mogelijk heeft van Somer ook een tijd de werf alleen in beheer of op naam gehad. Het bedrijf was ook bekend als turfstrooiselfabriek en houtzagerij en heeft tussen 1885 en 1930 bestaan.




~N.V. Constructieve Werkplaatsen Machinefabriek en Scheepswerf voorheen H.F. Landman en Zn., Schiedam. 1907 (inschrijving bouw van een pont)




~Scheepswerf 's Lands Welvaren, Zie Figée Vlaardingen en Maassluis.




~Constructiebedrijf IJ. de Lange BV, Heerjansdam. 1977 Bouwde vermoedelijk wat voor eigen gebruik.




~K. Langenberg, Nieuwenbrug, Heerenveen. 1820-?? Reparatiewerf aan de Heerensloot. Tegenwoordig alleen nog als ontwerpbureau voor pleziervaartuigen actief.




~J. Langenberg, Leeuwarden. 1920-1964 Nieuwbouw roeischuitjes en motorvaartuigjes, waaronder notarisbootjes. Later uitsluitend nog pleziervaart.




~Langeveld en van Vliet, Hardinxveld. Beter bekend als Scheepswerf en machinefabriek De Merwede.




~Lankhaar, Sappemeer. 1761-1771+




~Herbert Lans, Dorpsstraat (Bovenstraat), IJsselmonde 1859 - ? Herbert Lans koopt in 1859 de werf van Roeland Lzn. van Duijvendijk (ISM-1).
Voor zover ik kon nagaan moet de locatie te IJsselmonde ongeveer overeenstemmen met de Bovenstraat 94.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Firma A. Lanser, Sliedrecht. 1915 - 1988.   Bouwer van dekschuiten, pontons en elevatorbakken. Sinds 1929 een enkele maal Scheepsbouwwerf Weduwe A. Lanser genoemd. De werf zat aan de Baanhoek net ten westen van de spoorbrug.




~G. Lanting, Delfzijl. circa 1900 - 1909+ Volgens sommige bronnen zou deze werf in Hoogezand gezeten hebben. De liggers van de meetdiensten vermelden echter Delfzijl. Misschien gaat het om een familielid of een eerdere vestiging.




~F. Lantinga, IJlst. Bouwer van kleine houten scheepjes waaronder de nodige boeierjachten.




~Lasco Staalbouw B.V., Sliedrecht. Thans toeleveringsbedrijf voor de baggerindustrie, maar heeft vroeger (1963) naar het schijnt ook complete vaartuigen (demontabele snijkopzuiger) opgeleverd. Ze stonden toen te boek als Lasco Konstructie Bedrijf Sliedrecht.




~Scheepswerf J. & S. Lastdrager, Den Helder. Mgelijk alleen reparatie. Reeds in de negentiende eeuw (1861?) bestaande werf in 1928 overgenomen door de firma Visser, Den Helder. Zie verder aldaar.




~Firma Lastdrager, Enkhuizen. ????-1903. Eerst aan de St-Pieterhaven, later aan de Paktuinen. Voornamelijk reparatie van houten scheepjes. Men zou echter vroeger ook schokkers en aalbootjes (Enkhuizer bollen?) gebouwd hebben. (De Enkhuizer botters schenen echter in het Gooi gebouwd te worden, maar waar de zegenboten en ansjovisjollen die men in Enkhuizen gebruikte vandaan kwamen is, me niet bekend.)




~Firma Ledeboer en Plokker, Kralingen, Rotterdam. circa 1908. Ook bekend als Scheepswerf en Machinefabriek Maranatha.



~Firma Leenman, Zwolle. 1929-heden?. Voornamelijk machinefabriek, dus bovenwaterlijnreparaties en moderniseringen. Sporadisch nieuwbouw van scheepjes tot ca. 20 meter. Bekend van de na-oorlogse modernisering van veel stoomsleepboten. Deze kregen dan een zogenaamde Leenmansroef.




~Leemburg, TerHerne. Vrij kleine dwarshelling, weinig van belang voor de beroepsvaart. Aannemersbedrijf voor beschoeiingen e.d




~Jan van Leeuwen, Lekkerkerk. 1877 tot 1892. Voorheen de werf van Van Duijvendijk (LKK-1a). Van Leeuwen neemt de werf over van Jacob de Jong. In 1892 wordt de werf weer doorverkocht. Het buitendijkse deel, met daarop de werf komt in december 1893 weer in handen van de Familie van Duijvendijk als Teunis van Duijvendijk Janszn. wonende te Lekkerkerk de werf in bezit krijgt.




~Scheepswerf en Machinefabriek Leidschendam, Leidschendam; zie Scheepswerf Ravenstein.




~Firma J. Lek, Koedijk 181, Koedijk. Schuitenmakerij uit begin 20ste eeuw.




~Scheepswerf De Lek, Krimpen aan de Lek. 1951 - 1982. (Directeur J.P. Goudriaan tot 1955) Bouwde meest kleine schepen, veerpontjes, motorsleepboten.




~Ph. Lentingh, Amsterdam. 1882-1897. Ketel- en machinefabriek bij de Kattenburgerbrug aan de Nieuwe vaart. Volgens de meetbrieven zouden er twee stoomsleepboten onder zijn naam gebouwd zijn. Na 1890 wordt het adres 3de Wittenburgerdwarsstraat 3 en weer later wordt het de Ruyterkade 98.




W. de Leon, Amsterdam (Sloten?). Onbekende werf. De liggers der meetdienst vermelden twee houten schuiten (voor eigen rekening) uit 1900.




~J v. Lier, Millingen. Houtbouw, rivierschepen, 19de eeuw. Later mogelijk bekend als van Lier en Ritzes.




~K. Lier, Zwartsluis. 1855-1856.





~Scheepswerf "De Liesbosch", Jutphaas. De werf werd in 1903 door de uit Smilde afkomstigen Jan-Abraham en Gerrit Sander Fernhout gesticht, maar heeft nadien diverse eigenaren gekend. Hieronder bevonden zich ondermeer Pieter Vuyk, Cornelis Marrinus van Rees, Johannes Josephus de Poorter en de NV Amsterdamse Ballast Maatschappij,
In 1933 werd de werf verkocht aan J.Th. Fikkers, die voorheen een werf te Muntendam had.
De werf dankt zijn naam aan het terrein waarop het gevestigd werd. De werf werd in 1989 gesloten. Men heeft voornamelijk motorschepen gebouwd.




~Limborgh, Jilles van, Lekkerkerk 1900 tot ca. 1920, daarna Nieuw-Lekkerland. Ook bekend als van Limberg.




~Limborgh, Jilles van, Nieuw-Lekkerland, ca. 1920 tot in de jaren 30. Voor 1920 in Lekkerkerk. De werf zou De Onderneming geheten kunnen hebben. De naam werd ook geschreven als van Limberg en tevens lijkt er tijdelijk bedrijf gervoerd te zijn onder de naam Limberg en Jansen.




~H.J. Limborgh, Groningen. 1836-1840




~Limburg en Janse, Nieuw-Lekkerland. Scheepswerf "De Onderneming". 1922 - 1925. Bouwde stalen motor-, vissers- en sleepschepen tot circa vijftig meter lengte.




~Lindeboom en Kooy, Huizen. 1882 - 1916. Houtbouw Botters. Rond 1890 komt Joost Kok als Fimant bij het bedrijf. In 1916 stappen Kooy en Lindeboom uit de samenwerking en gaat het bedrijf onder de naam Kok verder.




~Scheepswerf Lisse, zie Akerboom, Lisse.




~NV. Lith en Madern, Waalhaven, ZuidOost,Rotterdam. 1912 tot circa 1975? Vermoedelijk beter bekend als N.V. Scheepswerf en Machinefabriek 'Waalhaven' al dan niet met de toevoeging 'voorheen Lith & Madern'.




~Joh. Loeff & Co., 's-Hertogenbosch. 1864-1867. Scheepswerf, machinefabriek en kopergieterij.




~Fa. Loning, Groningen. circa 1955 tot circa 1967. Eerst machinefabriek later sporadisch bouwer van woonschepen en arken.




~Firma Loomeijer en Meijer, Sliedrecht. Wordt begin twintigste eeuw genoemd als bouwer van enkele schepen. Verder niet bekend.




~Van Loon, Groot-Ammers. ca. 1900 - 1905. Paviljoentjalk, (boeier)aak.
 




M




~J.J. van der Maaden, Amsterdam. Vooral bekend als stoomvaart maatschappij, maar men heeft naar het schijnt tussen 1850 en 1880 ook een aantal schepen gebouwd. Waar of bij wie dit gebeurt is, is niet bekend.




~Maas shipyard, Waterhuizen. Zie Gebr. van Diepen.




~A.E. Maas, Maassluis. Opgericht 1868. Scheepswerfwerf 'De Toekomst'. Twee sleephellingen aan de westzijde van het kerkeiland. In 1894 verkocht aan A.J. v.d. Paauw.




~Scheepswerf Maasbracht, Sluisweg 9, Maasbracht. 1959 - 1980 Dwarshelling tot 115m.




~Fa. Maasdam en Dekker, Nieuw Beijerland gelegen aan de veerstoep. Nieuwbouw en reparatie. Van ca. 1948 tot circa 1975.
Voortgekomen uit een bedrijf dat tot die tijd alleen bovenwaterwerk verrichtte. Het groeide uit tot een werf voor schepen tot ca. 50 meter lengte. Na de deltawerken en de samenhangende verlaging van de waterstand in het Spui werd de helling onbruikbaar en was men gedwongen het bedrijf te sluiten.




~Scheepswerf Maasdijk; zie Kuy en van Ree.




~W.F. Maas en Zonen, Heerengracht, Leiden. Scheepswerf De Rijn. 1827-1956. Verhuisde in 1904 naar de Rijnkade aldaar en bouwde tussen 1905 en 1930 voornamelijk motorschepen tot een lengte van 30 meter. Op 19 okt. 1956 bij publieke verkoop gekocht door N.V. Smit Röntgen te Leiden.




~Scheepswerf Maasdok, Klipperweg 10, Maastricht. -1968 - 1994 Later Scheepswerf Maastricht geheten.




~Machinefabriek Maaskant bv, Bruinisse. ca. 1948-2007 Vooral bekend van de bouw van vissersschepen. Legde zich de laatste jaren vooral toe op de bouw van vislieren.




~Wed. van Maastricht, Hedel. circa 1913 tot 1953 Bouwde ondermeer sleepschepen tot 50 meter. Voor 1923 T. van Maastricht genoemd.
Mogelijk is dit een voortzetting van de werf van de Gebrs. van Dongen welke in 1909 te koop stond.




~N.V. Scheepsbouwwerf Maastricht, Maastricht -1920 - 1924+ Bouwde (onder meer) sleepschepen tot 50 meter lengte.




~Scheepswerf Maastricht B.V., Klipperweg 10, Maastricht. +1994 - 2009+ Vermoedelijk eerst Scheepswerf Maasdok geheten.




~Scheepswerf Made BV, Made. Eind jaren tachtig. Verder niet bekend. In Made is rond 1975 nog wel een scheepswerf Trikon geweest, terwijl er in de jaren zeventig een constructiebedrijf-jachtwerf Loose was.




~Scheepsreparatiebedrijf J Maessen, Maasbracht. 1963-1979-2000?. Slechts sporadisch enige nieuwbouw. Verder scheepsreparatie en motorleverantie en inbouw.




~N.V. Dok- en Scheepsbouw Mij Makkum, Workummerdijk 10, Makkum. In 1960 opgericht door Douwe en Wiebe Amels, zoons van Cornelis Amels. De werf heeft minstens tot 1980 bestaan.




~Mak, Middelburg. In 1936 door brand verwoest. Verder geen gegevens bekend.




~C.J. Maks Sr., Prinseneiland 24, Amsterdam. 1893 Verder geen gegevens bekend.




~J.B. van Manen, Berlikum. 1908-1937+ Ondermeer bekend van een motorscheepje van 14 meter en een sleepboot van achteneenhalve meter. Vanaf 1935 en in samenwerking met B. Renzema meer op de pleziervaart gericht, terwijl men ook het verhuren van vaartuigen ter hand neemt.




~Marckmann en Faassen, Kralingseveer, Capelle a/d IJssel. Bij de tegenwoordige IJsseldijk t.h.v. de IJsselwerf. Marckmann en Faassen uit Rotterdam nemen rond 1912 de door Schram gekochte werf van Kalkman over. Men noemt zich 'N.V. Marckmann en Faasen' met als vestigingsplaats Rotterdam. In 1924 stapt Faasen uit de vennootschap. In 1928 wijzigt daarom de naam in N.V Marckmann's Machinefabriek en Scheepswerf, Rotterdam. Na 1932 stoppen de scheepsbouw activiteiten bijna geheel. Men bleef echter actief in de scheepsreparatie en de machine- en ketelbouw. In 1943 komt het bedrijf in handen van de schoonzoon van Dhr. Marckmann, Dhr Edwin Stöhr. Na de oorlog werd er door de staat, met als reden vijandelijk vermogen, beslag op de werf gelegd. In 1946 wordt N.V. Scheepswerf H. de Hoog uit Rotterdam de eigenaar. Met ingang van 1947 werd de naam NV IJsselwerf.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~N.V. Marckmann's Machinefabriek en Scheepswerf, Nassauhaven, Rotterdam. Rond 1901 begonnen als stoommachine- en ketelfabriek. In 1912 kopen zij de terreinen voor een werf te Capelle a/d IJssel. Alhoewel er eind 1913 ook in Capelle een volledige machinefabriek actief is, blijft ook de vestiging Rotterdam nog een groot aantal jaren meedraaien. Bij de splitsing van het bedrijf in 1928 is het vermoedelijk in handen van Faasen gekomen. Het verdere lot is me niet bekend.




~ Martenshoekster Scheepsbouw Maatschappij. In 1951 door een samenwerking tussen de gebroeders Coops en Bernard Fikkers ontstane maatschappij, die een voortzetting vormde van Bernard Fikkers Scheepswerf N.V.. In 1958 opgeheven.




~Gebroeders Matena, Papendrecht. Het werfje zat aan de Papendrechtsgeul. Vermoedelijk daar waar deze tegenwoordig afgedamt is.




~NV. Matex, Vlaardingen. In 1910 door van Ommeren opgerichte maatschappij tot exploitatie van tankopslag. In 1929 kwam er een vestiging aan de Wilhelminahaven. Dit werd de Nieuwe Matex genoemd.
De directeur van deze vestiging werd P.D.N. Jonckheer. Jonckheer exploiteerde tussen 1929 en 1933 tevens de naast de Nieuwe Matex gelegen werf (voorheen) De Hoop van de Gebroeders van der Windt.
Mogelijk had Jonckheer of de Matex ook een aandeel in scheepswerf De Vooruitgang van de Gebroeders van der Meer aan de Kalkhaven.




~ N.Th. v.d. Meer & Zn., Oude Wetering. Scheepswerf 'De Wetering'. 1911- heden? Ondermeer bijboten.




~Gebroeders van der Meer, Nieuwe Haven, Lange Nieuwstraat 43, Schiedam. Scheepswerf De Hoop. In de 19de eeuw gesticht door L.C. Verboom en na zijn dood verhuurt aan de Gebroeders van der Meer. De werf wordt in 1912 verkocht aan de Scheveningse reder A. v.d. Toorn verkocht.




~Gebr. v.d. Meer, Kalkhaven, Vlaardingen. Andere bronnen hebben het over de Wilhelminahaven zuidoostzijde. De werf De Vooruitgang werd in 1909 door Pieter en Pieter Cornelis van der Meer opgericht. Van 1919 tot 1933 was de werf, mogelijk slechts voor een deel, ingelijfd bij de NV. Vereenigde scheepswerven Gebr. Van der Windt. Van 1929 tot 1933 krijgt ook NV. Nieuwe Matex een indirect belang. In 1933 gaat de werf over in handen  van NV. Scheepsbouwwerf De Nieuwe Maas.




~Scheepswerf De Meerboom, zie Akerboom Oestgeest.




~Scheepswerf Meerman, Arnemuiden. 1786-2003. Vooral bekend van de bouw van houten vissersschepen.




~Gebroeders G en J Meijer, aan het Damsterdiep te Appingedam. van voor 1924 tot na 1927. Nieuwbouw schijnt zich beperkt te hebben tot enkele bolschepen met een lengte van rond de 21 meter.




~Scheepsbouwwerf J. Meijer, Leeuwen. In 1814 wordt Cornelis Meijer de eigenaar van de scheepswerf te Leeuwen. In 1845 neemt hij de werf van zijn buurman Willem Meijer, die naar Nijmegen verhuisde, over. Het zelfde jaar overlijdt Cornelis Meijer. Zijn Weduwe, die een jaar later hertrouwt, zet het bedrijf voort.
De zoon van Cornelis, Johannes verlaat op 28-jarige leeftijd de werf om voor zich zelf te beginnen. In 1864 sticht Johannes te Zaltbommel een werf. In 1889 koopt hij in Leeuwen voor zijn zoons Wilhelmus en Gerardus de werf van Bernardus Tonissen. Vervolgens koopt hij in 1891 ook de werf van zijn schoonvader over. In 1894 laat hij een tweede helling te Leeuwen aanleggen. In 1910 werd ook de houtbouwwerf 'De Eendracht' van het vennootschap van den Heuvel, van Lent, van Teeffelen, Gubbels en Salet overgenomen. Men spreekt dan van J. Meijer scheepsbouw N.V. of van N.V. Meijers Scheepsbouw Mij.
Bij de Katholieke stakingsonlusten van 1916 speelt de werf van Meijer een bedenkelijke rol. Na de watersnood van 1926 lopen de werkzaamheden terug. Rond 1930 worden alle activiteiten verplaatst naar Zaltbommel.




~Meijer en Thijssen, Leiden. Niet voldoende bekend.




~J. Meijer, Leidschendam. 1922 - 1932 Bouwde scheepjes tot ca. 24 meter. Onderm meer westlanders, motorscheepjes em sleepbootjes.




~Gerhardus Bernardus Meijer, Marktkade, Musselkanaal. 1894 tot minstens 1907 Ook bekend als Scheepswerf Werklust. Mogelijk is de werf daarna nog twee jaar voortgezet door De Boer.
De Boer had echter ook een werf aan de Schoolkade/Cereskade.





~Scheepswerf J. Meijer en Co., Zaltbommel. Ca. 1864-1904-1942. De voorvader van Johannes Meijer was tot 1875 eigenaar van de dwarshelling te Ooij nabij de vluchthaven Het Meertje. De werf staat bekend als Scheepswerf Het Meertje en was gevestigd vlakbij het Hollands-Duits gemaal aan de Ooysedijk. In 1904 wordt de werf omgezet tot een NV en gaat dan  N.V. J. Meyer's Scheepsbouwmaatschappij heten. De zoon van Johannes Meijer, Cornelis Meijer, wordt directeur. Rond 1910-1911 loopt hier, naar men zegt, de eerste Waalschokker, van stapel.
De werf gaat in 1930 failliet, de familie Meijer trekt zich terug, maar de afwikkeling van het faillisement zal tot circa 1942 gaan duren. Daarna valt de werf onder de Duitse bezetter. Na mei 1945 tot 1948 komt de werf in beheer bij de Nederlandse staat en gaat in 1948 verder als Scheepswerf N.V. De Waal.




~Scheepswerf Linkeroever Meijntjens:
Belgische scheepswerf.




~Scheepswerf Meinds, Cereskade, Ceresdorp, Stadskanaal. 1960-1968.
Uit een bestaande luchtfoto valt af te leiden dat de werf ongeveer rond de huidige nummer 12 aan de Cereskade gezeten moet hebben.




~Jan Mensing, Amsterdam. ca. 1880-1910 bouwde schroefschepen en dekschuiten over het algemeen tot 20 meter lengte. Locatie van de werf onbekend.




~N.V. Scheepswerf en Machinefabriek Merwede voorheen van Vliet & Co, Hardinxveld.
Christiaan en zijn zoon Gerrit Jacobus van Vliet stichten in 1902 samen met geldschieter Paulus Langeveld te Hardinxveld "Langeveld en Van Vliet scheepswerf de Merwede".
In 1904 trok Langeveld zich terug en werd het "Scheepsbouwwerf de Merwede van Vliet & Co.". In 1913 werd de Merwede een NV en plaatste dit voor de naam. In 1943 werd de naam gewijzigd in: "N.V. Scheepswerf en Machinefabriek De Merwede voorheen Van Vliet en Co." In 1972 werd de N.V. omgezet naar een B.V. De werf komt in 1991 in handen van IHC. Omstreeks 2002 wijzigt de naam in Merwede Shipyard. In 2005 wordt het IHC Merwede. De werf bouwde in de begin jaren veel sleepschepen, later veel baggermaterieel.
Bron: 100 jaar Scheepswerf Merwede. Auteur D.W de Jong.




~Scheepswerf De Merwede, Papendrecht: zie C. Gips, Dordrecht.




~Firma Metz, Urk. ca. 1900-2004 Men zette rond 1900 de werf van Koopmans voort en bouwde ondermeer enkele houten botters. Vanaf ca. 1931 volgt de overschakeling naar stalen schepen. Eerst alleen onderhoud en reparatie maar spoedig ook nieuwbouw. In 2004 overgenomen door Balk uit Elburg.




~Tjeerd van der Meulen, Broek, Friesland. Kleine reparatiewerf met houtbouw.




~ Gebroeders Meursing, Amsterdam. De Gebroeders Meursing bezaten drie werven. Het begon rond 1835 met Hooite Wichers Meursing en de werf Concordia aan de Grote Haven te Nieuwendam. Het terrein was voorheen in gebruik bij de Scheepstimmerman Gerrit Kater Pz (uit Monnickendam) die in 1932 overleed. Alhoewel Meursing zich in Nieuwendam richtte op de bouw van zeegaande schepen, zijn er toch ook binnenvaartschepen gebouwd. Na de dood van Hoite Wichers gingen zijn zonen verder en kwamen De Nachtegaal op Bickerseiland (1850) en de werf Concordia op Oostenburg erbij. De werf Concordia in Nieuwendam ging in 1899 over in handen van H. Bernhard en ging toen 'Het Jacht' heten.
Concordia op Oostenburg, wat voorheen een der gemeente werven was, lijkt niet alleen in handen van W.H. Meursing geweest te zijn. Er bestond tot van 6 april 1857 tot 1 april 1863 een verband tussen W.H. Meursing, A.H. Meursing en E.J. Blok onder de naam Fa. Meursing & co. Op 1 april 1863 kwam tot stand een samenwerking tussen W.H. Meursing, A.H. Meursing en W.A. Huygens. Deze samenwerking heeft tot ca. 1880 bestaan. Vervolgens kwam de werf Concordia in handen van Huijgens en van Gelder en in 1902, in die van Seijmonsbergen.
Bronnen: oude kranten via Delpher, Stichting Maritiem Historische databank en andere.




~E.H. Meursing, buiten de Kranenpoort, Groningen. Scheepswerf De Buitenwerf. 1852 (Zeegaande schepen?)




~Pieter Mijs, Wilhelminalaan?, Alphen a/d Rijn. Bouw en verhuur van ijzeren vletten (Leidse vlet?) en schouwen (Vlotschouw?). Van de continuiteit van de werf is niet veel bekend.  1888 wordt als vroegste oprichtingsdatum genoemd, maar in 1894 en 1897 schijnt Mijs weder om betrokken te zijn bij de oprichting van een? werf. In 1904 vormen Pieter Mijs en timmerman Willem Bijl de vennootschap Fa. Mijs & Co. tot bouw, in- en verkoop, en verhuur van vaartuigen. Op 1-10-1908 wordt de Firma ontbonden en een dag later wordt de werf verkocht aan D. Boot, die daar de scheepswerf De Industrie vestigd.
1888 is het oudst bekende jaartal waarbij er gesproken wordt over de oprichting van een scheepmakerij. Of die scheepmakerij er werkelijk ook dat jaar er nog gekomen is, is niet bekend.




~Scheepswerf van Mill, Rivierdijk 458, Hardinxveld-Giessendam. In de jaren zestig ontstaan. Onder andere bekend onder de naam B Van Mill's Jachtbouw en scheepsbouw en Constructiebedrijf. Naar het schijnt verliet in 1986 het laatste schip de bouwloods. Sinds 1992 Scheepswerf & Machinefabriek Hardinxveld BV (Neptune Shipyards).




~Scheepswerf en Timmerfabriek Minerva, Tasmanstraat 8 Amsterdam. 1950?-1965
Heeft onder meer een aantal Kempenaars gebouwd.




~Gebr. Mittendorff, Avereest/Dedemsvaart. Van (1860)-1874 tot 1936. Achtereenvolgens: Hermannus Henricus Antoon Mittendorff (1876-1896), Bernardus Alexander Mittendorff (1896-1922), Hermanus Hendricus Antoon Mittendorff (1922-1936) Ook heeft men enige tijd bekend gestaan als Weduwe B.A. Mittendorff en vanaf 1925 als Gebroeders Mittendorff.. Veelzijdige werf die ondermeer aken, tjalken, klippers, steilstevens als ook motorschepen bouwde.
De werf sloot in 1936. Voor zover bekend werd daar als laatste een sleepboot opgeleverd; de 'Jenja'van J J Lindeboom te Hasselt. Bron T. Fluks.




~Scheepswerf Moed en Trouw, De Paal, Walsoorden; zie Verras.




~Jan Jansz Moedt Haskerdijken. ??-1869 Scheepstimmerwerf. In de jaren zeventig was er nog een houten sleephelling te Haskerdijken zichtbaar.




~Scheepswerf Gebroeders Moerbeek, Amsterdam. 1898-1932. Bouwer en verhuurder van grondbakken (bakschepen) en dekschuiten (dekaken).




~Firma J. Moerbeek, Purmerend. Scheepswerf Purmerend. Jaren dertig. Verhuurder en bouwer van boerenschuiten en kleine baggervaartuigen.




~Scheepsreparatiewerf 'Moerdijk', Dinteloord. Nog geen gegevens bekend.




~Scheepsreparatiewerf 'Moerdijk', Moerdijk: zie De Groot, Moerdijk.




~Scheepswerf Moerdijks welvaren, Moerdijk; zie Gebroeders de Korte.




~Andries Lucas Mol , Avereest/Dedemsvaart (1821-1845). De werf, voorheen van Koert Schippers-Winkel, lag bij de hoek van Het Rak met de huidige Langewijk. De werf werd na 1845 voort gezet door Steven Boersma (1845-1852). Mol verhuisde in 1845 naar een werf een paar honder meter noordelijker. In 1865 werd hij opgevolgd door zijn zoon Andries junior, die de werf in 1866 overdeed aan Geert Holvast. Bron: Historische Vereniging Avereest.




~J. Mol, Avereest/Dedemsvaart. Ongeveer ter hoogte van het huidige Moerheimstraat 55. Om 1862 vestigde zich hier Jan Mol (1830-1903), in 1903 opgevolgd door Jan Mol jr. (1876-1933) Deze leidde samen met zijn neef Jan Mol de werf tot 1930. De werf stond indertijd bekend als J. Mol & Co. De werf begon al vroeg met de bouw van motor(beurt)schepen. Verder bouwde men begin twintigste eeuw ondermeer aken en klipperaken.
Wat er tussen 1930 en 1953 met de werf gebeurt is, is mij nog niet bekend. In 1953 overleed Jan Mol en werd het geheel verkocht aan een particilier, dhr Kwint. Deze verhuurde de werf aan Geertman. In 1956/1957 kwam Geertman erachter dat hij wel erg veel huur betaalde en vertrok naar Zwartsluis.
Van 1957 tot 1960 heeft van Wieren de werf nog gehuurd, hij bouwde mooie woonarken.
Het laatste schip dat de werf (onder Geertman) verliet was de spits 'Francina' van M Smit uit Veere. Bron: T. Fluks en de Historische vereniging Avereest.




~Molema, Landeweer en Stemmer, Leeuwarden. Scheepsbouw en (stoom)machinefabriek. In 1899 tussen het Vliet en Nieuwe kanaal (ter hoogte van de latere 'centrale') door Roelof Molema en Derk Landeweer gestichte onderneming, welke een jaar later aangevuld werd met Stemmer. In 1917 werd de maatschap ontbonden en ging Landeweer alleen verder. Het bedrijf ging uiteindelijk in de crisisjaren (1934) ten onder.




~J v.d. Molen & Zonen, Zuiddijk 216-220  Zaandam. De werf was actief met de bouw van sleepboten, dekschuiten en bakken. Later ook met de bouw van viskotters.Ook bekend als Scheepswerf Zaandam. Tegenwoordig (minstens sinds 1972) Holland Launch Zaandam geheten. (Of is dit misschien toch een ander?) Anno 2013 gevestigd aan de Sluispolderweg 65, d.w.z. aan het Noordzeekanaal. Zuiddijk 404 valt al vele jaren onder het terrein van Vooruit, Zaandam.




~Scheepswerf Molenaar, Diederik Sonoyweg, Zaandam. 1942-heden. Opgericht onder de naam "De Zwan" en gevestigt op De Hemmes (Kalf). In 1955 verhuist het bedrijf naar de overkant van De Poel, naar de Diederik Sonoyweg. De werf heeft ondermeer Amsterdamse rondvaartboten gebouwd.




~N.V. Motor-Industrie, Papendrecht. 1924-1931? De Volledige naam was: N.V. Motor Industrie voorheen J.& A. van der Schuijt zie verder bij van der Schuijt.




~Motoren en Machinefabriek 'Kinderdijk', Krimpen aan de Lek. Vanaf circa 1964 tot in de jaren 80. Niet helemaal duidelijk of het hier echt om een werf gaat of dat er gebouwd is onder de naam van.




~Jakob Jans Mulder, Leek/ De Poffert. Scheepswerf De Spitse Horn. Aak, Gr.Tj., Z.Tj. 1877-1917?
De werf ligt op de landtong tussen het Hoendiep en De Gave tegenover het buurtschap de Poffert. De Poffert resorteerde onder Hoogkerk, maar de werf viel in de meeste jaren onder het gebied van Leek. De verwarring wordt vergroot door het feit dat ca. 250 meter oostelijk, ook aan de zuidzijde van het Hoendiep, ook tegenover de Poffert en ook onder Hoogkerk de werf van E. Apol gelegen was en deze werf (sinds 1978?) Scheepswerf De Poffert genoemd wordt.
De landtong wordt in 1877 door Mulder gekocht en als scheepswerf geschikt gemaakt. In 1888 komt de leiding in handen van Kornelis Hortsing, die de werf in 1893 koopt.




~Gebroeders Mulder, Leiderdorp of Leiden. Zou rond 1900 twee motorschepen gebouwd hebben. Verder niet bekend.




~Lucas Mulder, Martenshoek, soms ook geboekt als Foxhol. 1909 tot ca. 1922? daarna Mulder en Suurmeijer




~Albert Mulder, Scheepswerfkade 19, Stadskanaal. ? - 1870. De werf lag ten zuiden van de werf van van der Werf. De werf wordt in 1870 door Lucas Pieter Mulder (geen familie) overgekocht. Albert vertrekt naar Gasselterijveen en wordt boer.




~Lucas Pieter Mulder, nabij het eerste verlaat, Stadskanaal. Aak, Ztj, St, Gr.Bol Gr.Tj, Lm.
1852-1911. Volgens berichten zat de werf aan het Noorderdiep ongeveer 100 meter ten zuidenoosten van het eerste of Springerverlaat. Het Noorder of boerendiep loopt ten oosten evenwijdig aan het kanaal. In 1903 wordt de werf overgenomen door kleinzoon Lucas Mulder. Wegens de beperkte mogelijkheden op deze locatie begint deze in 1909 een werf in Martenshoek en sluit hij in 1911 de werf te Stadskanaal.
- Lucas Pieter koopt in 1870 een tweede werf. Deze ligt wel direct aan het kanaal en wel ter hoogte van de huidige Scheepswerfkade 19, ten zuiden van de aardappelmeelfabriek en de werf van van de Werff dus. Hij nam deze werf over van Albert Mulder (geen familie). In 1903 neemt de zoon Willem Mulder de werf van zijn vader over.




~Pieter en Aalie Mulder, Scheepwerfkade, Stadskanaal. Behalve de werf van hun vader (thv. het huidige nummer 19), die zij in 1936 verkrijgen, kopen zij in 1932 de werf van van der Werff (thv. het huidige nummer 8). Deze reparatiewerf blijft tot 1987 bestaan. De werf staat ook bekend als de werf bij de aardappelmeelfabriek.




~Willem Mulder, Scheepswerfkade 19, Stadskanaal. 1870-1985. In 1903 neemt Willem Mulder de werf  over van zijn vader Lucas Pieter Mulder. Willem wordt in 1936 op zijn beurt opgevolgd door zijn zoons Pieter en Aalie Mulder. In 1985 sluit de werf en wordt het terrein verkocht en vervolgens voor woningbouw benut.




~Jakob Jans Mulder, Vierverlaten. Scheepswerf 'De Koningspoort'. Deze verkreeg het terrein in oktober 1852 en bouwde daar een scheepstimmerwerf. De werf lag aan de oostkant van het Konigsdiep een 200 meter ten zuiden van de aansluiting met het Hoendiep. Men bouwde er voor de zee- en binnenvaart. Vanaf 1880 volgt de omschakeling naar staalbouw. November 1893 wordt de werf, gelegen aan het Koningsdiep verkocht aan de zoon Wolter Mulder. Deze verkocht de werf in 1917 aan J.F. Smit uit Sappemeer.
Bron: Werven in Hoogkerk door G. Snijder. Bokkepoot 41/233





~Mulder en Rijke, IJmuiden en Lemmer. Ontwerper en bouwer van polyester vaartuigen met een beperkte lengte.




~Mulder & Suurmeijer, W.A. Scholtenweg, later Scheepswervenweg nr. 13, Foxhol. Soms ook geschreven als Mulder en Zürmeijer. Scheepswerf 'De Vooruitgang'. Voor 1922 of 1924  mogelijk alleen Mulder. Later alleen verder als Suurmeijer. Volgens krantenberichten in 1979 beëindigd. Waarna het terrein in 1980 overgenomen werd door Bijlholt (of bedoelt men Damen Shipyards).




~Gebr. Muller, Foxhol - Hoogezand. 1940-1966 Voortzetting van de werf van Muller en Bröerken. Ook bekend als Scheepswerf Foxhol voorheen Gebr. Muller. De werf werd in 1966 of 1969 overgenomen door Bijholt en gaat verder als Scheepswerf Foxhol.




~Muller en Bröerken, Foxhol. 1927-1940 Ook bekend als Scheepswerf 'Foxhol'. Daarna ging Bröerken met de scheepswerf te Westerbroek verder.




~Gebroeders Muller, Foxhol/Foxholsterbosch. 1910 - 1927. Na een vijfjarig avontuur in Musselkanaal vestigen de Gebroeders Muller zich in 1910 te Foxhol. In 1927 gaat men een binding aan met Bröerken waarna men verder gaat als Scheepswerf 'Foxhol' Muller en Bröerken.




~Gebroeders Muller, Sluiskade/1e Exloërmond, Musselkanaal. In 1905 huurt men de houtbouwwerf van de Gebroeders Vegter over en schakelt om op staalbouw. In 1910 vertrekt men uit Musselkanaal en begint men een werf te Foxholsterbosch.




~Museumwerf Vreeswijk, Vreeswijk. 2006-heden. Gevestigd op de voormalige werf van Buitenweg. Dwarshelling, reparatie en restauratie.




N




~Scheepswerf de Nachtegaal (Naghtegaal) was gevestigd aan de Grote Bickersstraat 78. De werf van de Gebroeders Meursing heeft, als ik goed in gelicht ben, tussen 1850 en circa 1910 bestaan. De werf zou na 1880 in handen van H. en J. Suyver gekomen zijn.




~Firma Nanninga, Meijer en de Groot, Korte Papaverweg Amsterdam. Ook bekend als Machinefabriek en Scheepswerf "De Volharding". In de oorlogsjaren is De Groot weggevallen. In 1967 nam men de werf van Ceuvel aan de Hoogtekadijk over en ging vervolgens Ceuvel-Volharding heten.




~N.V. De Narwal, Amsterdam/Ouderamstel. 1925 tot ca. 1940. Scheepswerf De Amstel. Vermoedelijk is de leiding in handen van C.J. Baas. Zie verder bij scheepswerf De Amstel.




~Nauta Constructie Harlingen b.V, Harlingen. 1978-1984.




~Nederlandse Dok Maatschappij, Klaprozenweg, Amsterdam N. Rond 1920 gesticht en rond 1925 operationeel. De dokken lagen een eind ten westen van de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij, waarmee men in 1946 samen ging. Op de tussen liggende gronden verscheen toen onder meer de reparatie en afbouwhaven. Naar het schijnt is er het nodige voor de binnenvaart gebouwd. Hiervan is echter weinig in de liggers der meetdiensten terug te vinden.




~Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij, Klaprozenweg/Cornelis Douwesweg Amsterdam. 1946 - 1978.
Ontstaan door een samengaan van de Nederlandse Dok Maatschappij en de Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij. De werf bestond uit een nieuwbouw afdeling (de voormalige NSM) en een reparatie afdeling (voormalige NDM). Tussen de twee delen lag een ruime reparatie en afbouwhaven. De werf heeft tussen 1960 en 1965 enkele schepen voor de binnenvaart gebouwd, maar men legde zich voornamelijk toe op de bouw en reparatie van zeeschepen.
Na de ondergang van de NDSM in 1978 verrees op dezelfde lokatie in afgeslankte vorm en in samenwerking met de ADM weer een nieuwbouwwerf met de naam Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij B.V. In 1980 verhuisd de Amsterdamse Droogdok Maatschappij eveneens naar deze locatie en wordt de nieuwe NSM min of meer ingelijfd. In 1986 valt opnieuw het doek.
De reparatiewerkzaamheden worden daarna weer opnieuw ter hand genomen door Shipdock B.V. Met ingang van 2015 werd stokje weer overgegeven aan Damen Shiprepair Amsterdam.




~Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij, Conradstraat, Amsterdam. 1894 - 1925, Klaprozenweg/ Cornelis Douwesweg 1919 - 1946 Bouwde ondermeer een aantal rijksponten en bekende passagiersschepen. De werf begon als initiatief van Paul van Vlissingen en werd in 1894 opgericht. Het geheel stond onder leiding van Daniel Goedkoop. De werf stond plaatselijk bekend als Werf Conrad. Voorheen was dit het terrein van Firma Van Vlissingen & Dudok van Heel en de de Koninklijke Fabriek voor Stoom- en ander werktuigen.
In 1915 start de verhuizing naar Amsterdam noord alwaar de werkzaamheden in 1926 een aanvang nemen. Vanaf 1946 voortgezet als Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij. In Noord heeft de werf tussen 1960 en 1965 enkele schepen voor de binnenvaart gebouwd, maar men legde zich voornamelijk toe op de bouw en reparatie van zeeschepen.




~Gebroeders Nederlof, Geertruidenberg. In 1923 wordt H.C. Nederlof medevennoot van  D.L.J. Akkermans in  N.V. Scheepswerf 'De Amer' welke tot dat jaar door de Gebroeders Tak bestuurd werd. Getuige een advertentie blijkt dat de Gebroeders Nederlof het roer spoedig geheel over genomen hebben, want reeds in 1924 spreekt men van de Scheepswerf van de Gebroeders Nederlof. In 1939 is het T. en M. Nederlofs Reparatiebedrijf, in 1941 is het Scheepswerf Nederlof, in 1948 T. Nederlofs Reparatiebedrijf.
In 1953 trekken de eigenaren zich terug en wordt het bedrijf verhuurt. Huurders zijn achtereenvolgens: Frank Rijsdijk, 1955 Johannes Cornelis van Tienhoven. In 1960 zijn de toenmalige huurders, Gerrit Jan Rijsdijk, Leendert Klootwijk, Machiel Bezemer en Maurice Gaston Uijtterschout, verenigd in N.V. Mij. tot Exploitatie van Scheepsbouw en Reparatiebedrijf T. Nederlof. Deze maatschappij gaat in 1965 falliet.
In 1967 gaan nieuwe huurders, Teunis Meeuwis Nederlof, Huibert Cornelis Nederlof en Hubertus Nieuwenhuijsen, verder in de N.V. Scheepswerf en Machinefabriek voorheen T. Nederlof. In 1979 splits men het bedrijf in een beheersmaatschappij B.V. Scheepswerf en Machinefabriek voorheen T. Nederlof en de werkmaatschappij 'Nederlof Scheepsbouw' kort daarna werd het Scheepswerf Nederlof B.V. en in 1989 Scheepswerf en Machinefabriek Nederlof. Men bouwde vroeger vrijveel baggermaterieel. Sinds 1981 wordt er geen nieuwbouw meer gepleegd. Het bedrijf bestaat anno 2013 nogsteeds en is nu in handen van M.C.M. Nieuwenhuijsen
(
Bronnen verzameld door George Snijder aangevuld met krantenadvertenties en berichten.
)




~T. Nederlof, Sliedrecht. Rond 1894 begonnen. In 1903 geregistreerd als Scheepsbouwwerf Baanhoek. Als aandeelhouders worden genoemd: H.K., A. en G.M. Nederlof. Tot directeur werd H.K. Nederlof aangesteld. Rond 1925 beëindigd. Men bouwde ondermeer klippers en later baggermaterieel. Er werden ook zeegaande schepen gebouwd.




~Nederlandse Stoomboot Mij, Rotterdam. 1823 bouwde vermoedelijk ook sleepschepen.




~Scheepswerf Neerlandia, Haven 1, Hillegom. In 1950 overgenomen door A. Zwart uit huizen. Eerste jaren alleen reparatie later ook nieuwbouw en ging in 1972 of 1973 failliet.




Neptune Shipyards, Neptune Marine, Veerdam 1, Aalst. Geen gegevens bekend. Lijkt zich meer te richten op afbouw.
Onderdelen van het concern houden zich bezig met jachtbouw. Eerder (vanaf ca. 1985?) mogelijk Neptunus Shipyard geheten. Dit bedrijf ging in 1992 grotendeels in vlammen op. Gevestigd op de lokatie waar eerder Janson Shipyard gevestigd was.




~Scheepsreparatiebedrijf Niehuis en Van den Berg, Waaldijk Rotterdam. 1940(?)-2002 Scheepswerf Niehuis en v.d. Berg, Maashaven Rotterdam 1950-1966, daarna Eemshaven.
Het lijkt er op dat het bedrijf dat zich richtte op reparatie van zeegaande schepen, maar enkele sleepboten en schuiten voor eigen gebruik gebouwd heeft. In 1987 overgenomen door Damen Shipyards.




~Scheepswerf Nieland, Kiel-Windeweer. Waarschijnlijk gevestigd Sluisweg 9. Sommigen zeggen dat dit voorheen de werf van Wolthuis was, die volgens mijn gegevens echter op nummer 13 zat.
In 1887 was er een werf Nieland in Kiel-Windeweer, maar mogelijk was dat niet op de werf van Wolthuis. Die vertrok namelijk pas in 1921 uit Kiel-Windeweer.
Meetbrieven vermelden voor Nieland bouwjaren 1924-1928, daarna lijkt de werf verdwenen, maar eind twintigste eeuw schijnt er toch weer een werf Nieland te bestaan.




~Niestern, Delfzijl. Gr.Tj. 1907 Niet bekend of dit een ander is dan Gebr. Niestern Farmsum/Delfzijl.




~Niestern & ten Velde, Martenshoek. ca. 1880-1900 De werf bouwde tjalken en schoeners voor de kustvaart.




~Gebr. Niestern, Farmsum/Delfzijl. Scheepswerf De Concurrent, Aak ca 1900. Lijkt hoofdzakelijk zeegaande schepen gebouwd te hebben. Vanaf 1917 ook bekend als: Scheepsbouwmaatschappij Farmsum (Voorheen Gebr. Niestern, Farmsum.
Niestern Delfzijl is in 1973 gefuseerd met Scheepswerf Appingedam, zie: Appingedam Niestern Delfzijl.




~ Niestern Sander, Farmsum/Delfzijl. 1980 - heden?




~Niestern, Groningen. Nieuwbouw en reparatie. ca. 1955-?




~Niestern Scheepsbouwuni NV., Hellevoetsluis. 1952-1972. De werf maakte ondermeer gebruik van het Dok Jan Blanken.




~Niestern, B., Martenshoek. 1876-1889. Verder als Niestern & ten Velde, Martenshoek.




~Niestern & Kuiper, Winschoterdiep, Groningen.  Ook bekend als De scheepsbouw Uni, deze werf was een voortzetting van de werf Drewes. Er naast lag aan de ene zijde de werf van de Noord Nederlandse Scheepswerven, aan de andere zijde De scheepswerf Gideon voorheen J. Koster.




~ Niestern & ten Velde, Martenshoek. Ztj. 1889 - heden?




~Jaan Nieuwboer, Nijkerk. Van 1882 tot 1895 huurde Jaan, zoon van Hendrik Willem Nieuwboer uit Spakenburg, de scheepswerf van de gemeente Nijkerk. Zie bij Nijkerk.




~Scheepswerf Nieuwboer, Spakenburg, Bunschoten. Houtbouw, botters. In 1829 werd door Willem Nieuwboer de voormalige werf van Joost Hendrick Croes gekocht. Zijn zoon Hendrik Willem ontwikkelde de Zuidwal botter. De werf is tot 1986 in de familie gebleven en bestaat heden (2012) nog steeds.




~Scheepswerf Nieuwendorp, Sliedrecht. Bouwer van houten Sliedrechtse roei- en ankeraken.




~Scheepsbouwwerf 'De Nieuwe Maas', Vlaardingen. ca.1929-1940. Vermoedelijk een voortzetting van de werf van Matex, daarvoor van Van der Windt.




~Scheepsbouwmaatschappij 'Nieuwe Waterweg', Calandstraat, Rotterdam.




~De Nieuwe Werf, Kinderdijk; zie gebroeders Pot, Bolnes, Kinderdijk.




~Scheepswerf Nijdam, Lemmer. ca. 1900 reparatie van houten vaartuigen?




~Scheepswerf Nijdam, Oud Vaart, Sneek. Tweede helft 19de eeuw.





~Scheepswerf Nijkerk: ook bekend als scheepswerf Wullenhoven. Gesticht in circa 1825. In 1836 in het bezit van de gemeente gekomen. Van 1870 tot 1881 verhuurd geweest aan Jannes ten Kaate. Daarna werd de werf van 1882 tot 1895 verhuurd aan Jaan Nieuwboer uit Spakenburg, van 1895 tot 1905 aan Klaas Kornet, in 1906 aan G. van Gelder en van 1907 tot 1930 wederom aan Klaas Kornet.




~Scheepswerf De Nijverheid, zie G. Barkmeijer, Dokkum (Aalsum).




~Scheepswerf De Nijverheid, Krimpen a/d IJssel: zie van der Giessen.




~Scheepswerf de Nijverheid, Woerden. Zie Vermeulen




~NV Scheepswerf en Machinefabriek Nimmer Rust Lekkerkerk. 1919-1922 Ook geschreven als Nimmerrust. Gevestigd tussen (de toenamlige) kmr 127-128. Bouw van vaartuigen tot 40 meter. De werf lijkt onderdeel van Bureau Wijsmuller en heeft enige tijd als directeur Dhr. B. van Praag.




~Gebroeders Nobel, Gouderak. -1922 - 1928+ slechts van de bouw van enkele scheepjes bekend.




~Scheepswerf De Nooit Gedacht, Muiden; zie Schouten.




~Scheepswerf Nooit Gedacht, Vreeswijk. Zie Scheepswerf Buitenweg, Vreeswijk.





~Scheepswerf 'De Noord', Alblasserdam. Vanaf 1904-1962-(2003). Bouw van diverse soorten binnenvaartschepen veelal voor de Rijnvaart. In de jaren 20-30 N.V. Industriële Mij. De Noord en in 1962 na een fusie met van der Giessen, v.d. Giessen-De Noord geheten.





~Noordeloos Cascobouw B.V., Werkendam. ca. 1987- heden (2012). Gespecialiseerd in de bouw van aluminium casco's.




~Scheepsbouw en Handelsonderneming Het Noorden, Foxhol. Midden jaren vijftig tot 1963 Bekend van twee beunschepen en een motorsleepboot.
Verdere gegevens ontbreken.




~N.V. Handel Mij. B.M. van Noordenne, Hardinxveld Giessendam. ca. 1970 - 1975 Bouw van enkele vaartuigen vermoedelijk voor eigen gebruik.





~Noord-Nederlandse Scheepswerven, Groningen. 1923-1986 In 1923 begonnen als scheepswerf 'Noordster' aan het Hoornsche Diep te Groningen. In 1927 kocht men de daarnaast gelegen werf van W. de Jong en van de houthandel Woerlee en gaf de werf de naam De Eendracht. In 1937 werd deze werf verkocht aan Kerstholt.
In 1930 werd de voormalige scheepswerf van J.Th.Wilmink aan het Winschoterdiep overgenomen. In 1964 volgde een samenwerking met de 'Scheepsbouw Unie' en J. Koster Hzn onder de naam Nieuwe Noord-Nederlandse scheepswerven.




~Scheepswerf de Noordster, Groningen. Zie: Noord-Nederlandse Scheepswerven en/of W. Rubertus.





~Scheepswerf A. Nugteren, Klaprozenweg 31, Amsterdam-Noord. Scheepswerf Ral ook foutief geschreven als Scheepswerf R.A.L. In 1946 gesticht door Arie en Dirk Nugteren. In 1949 sloot Willem Nugteren zich daarbij aan. In eerste instantie was de werf waarschijnlijk uitsluitend een reparatiewerf. Volgens Moormans jaarboek voor scheepvaart en scheepsbouw 1958 beschikte men echter rond 1958 niet alleen over twee langshellingen van 35 meter maar ook over een bouwhelling met een lengte van 50 meter. Voor zover bekend zijn er echter slechts enkele schepen op deze werf gebouwd. De werf droeg dezelfde naam als de houten zeilboot die A. Nugteren als tiener bouwde, namelijk die van de watervogel 'ral'.
Arie Nugteren  begon in 1956 een nieuwe werf te Sneek: de Sneker Scheepsbouw Unie, en liet het beheer van de werf in Amsterdam aan de broers Willem en Dirk over. Rond 1960 stichtten ook deze broers een nieuwe werf te Irnsum, Friesland. Volgens onbevestigde berichten zou in 1961 het laatste schip in Amsterdam te water gelaten zijn. Waarna de werf gesloten werd.(Bronnen: Dhr. R Nugteren, Damen Shipyards Bergum, diverse kranten waaronder de Friese koerier van 24-06-1961, de liggers der meetdiensten bij de L.V.B.H.B., de Amsterdamse beroepengidsen/telefoonboeken 1957, 1958 en 1959 (met dank aan M. de Graaf), en diverse verspreide bronnen.)




~Gebr. Nugteren, Irnsum. Ook bekend als Scheepswerf Ral, (Soms foutief geschreven als R.A.L.)  Opgericht 1960. Eigenaren Dirk en Willem Nugteren. Op 18-11-1961 liep het eerste schip van stapel. De werf bouwde ondermeer beunschepen en viskotters. In 1983 kwam er een einde aan de activiteiten van het bedrijf. Het bedrijf is min of meer een voortzetting van de werf in Amsterdam-Noord aan de Klaprozenweg 31. Ook die werf heette Ral. In verband met personeelstekorten verhuisde men echter naar Irnsum. In 1981 zijn, bij gebrek aan winstgevende opdrachten, de activiteiten gestaakt en in 1985 is de werf verkocht aan Van der Werff en Visser uit Gorredijk/Ter Wispel, die op hun beurt in april 2004 failliet gingen.




~Scheepswerf A. Nugteren, Valkstraat in Sneek. Ook bekend als de Sneker Scheepsbouw Unie. Deze werf heeft van 1956 tot 1-4-1968 bestaan. Er werden ondermeer kempenaars gebouwd. Arie Nugteren had tijdelijk, namelijk vanaf 1957 tot 1962, ook de voormalige werf van Barkmeijer aan de Woudvaart als reparatiewerf in beheer.
(Bron: ondermeer Leeuwarder courant 09-02-1968)




O




~Firma Oldenhage, Lisse. 1925? - heden (2015). Bekend als reparatiewerf aan de Ringvaart. Vroeger meer noordelijk op een eiland gelegen.
Uit krantenberichten is op te maken dat de werf rond 1934 reeds bestond. Er wordt echter wel beweerd dat de werf reeds 100 jaar oud zou zijn.




~Scheepswerf De Onderneming, Landsmeer. Zie T.A. de Groot.




~Scheepswerf De Onderneming, Nieuw-Lekkerland, zie J van Limberg.




~Scheepswerf De Onderneming; zie N.W. Verboon, Vlaardingen.




~Scheepswerf Het onvolmaakte Schip Dokkumer Ee, Oldegalileën, Leeuwarden. Zie bij Johannes de Roos.




~Visscherij-beroepsvereeniging 'Onze Toekomst', Harderwijk. Ook bekend als 'De Kleine Helling'. Door de vereniging in 1911 gestichtte werf voor het onderhoud van vissersvaartuigen. Vanaf 1934 wordt de werf voor eigen rekening geëxploiteerd door Aart Hamstra. In 1957 worden de werkzaamheden gestaakt.




~A. Ooms, Groot Ammers (Ammerstol). Aak. Lm. 1903 - circa 1930. Naar het schijnt opgevolgd door J. Ooms. De werf heeft waarschijnlijk tot na 1963 bestaan.
Er is nog de nodige onduidelijkheid over de scheepswerf of werven te Groot Ammers. Zie ook van Loon en Scheepswerf Groot-Ammers.




~Johan Oost, Harderwijk 1901-1969 Botters en diverse andere vissersvaartuigen. Ook bekend als Scheepswerf Veluvia. In 1901 nam Johan Oost de werf van Van Kuikhoven over. In 1905 kocht hij ook de werf van Ten Cate, sloot de werf en verkocht het terrein aan de gemeente. Tot de afsluiting van de Zuiderzee heeft de werf volop werk gehad. Langzaam volgde de overschakeling op ijzerbouw en na een kleine opleving na de oorlog kwam er in 1969 een einde aan de werf.




~Teunis Oostlander, westelijk van de Buitenhaven, Geertruidenberg. 1902-1907. Voorheen de werf van Cornelis Pzn. en later Pieter Czn. Van Duijvendijk. In 1907 richt men de Firma Theissing en Oostlander op en verhuisd men naar de rechteroever van de Donge, naar 'De Vondeling', Raamsdonksveer en begint daar een nieuwe werf.




~T. Oostlander en W. Theissing, Raamsdonksveer. Zie Theissing en Oostlander-Scheepswerven Geertruidenberg-Raamsdonksveer.




~N.V. Oranjewerf, Zuiderzeeweg/Nieuwendammerdijk 538, nabij Oranjesluizen Amsterdam. ca. 1949-heden. Drijvend dok en grote helling, reparatie en nieuwbouw.
In 1949 schijnt de Oranjewerf door ir. J.T. Duyvis, Th.A. van der Laan, ir W. van der Laan, W. Bernet & Co., Blom en Van der Aa, De Hollandsche Bank Unie (H.B.U.), Verschure & Co., W. en A. Scheer, gebr. Scheuer, de Koninklijk Nederlandsche Stoombootmij. en de Hollandsche Stoomboot Maatschappij gesticht te zijn. In 1953 neemt Verschure de werf in zijn geheel onder zijn beheer. Als eerste plande men de bouw van een grote dwarshelling. In 1959 laat men een 130 meter lang, 27 meter dok uit Kiel overkomen. Dit dok bepaalde een hoge mate het gezicht van de werf :-).
Bron: verspreide berichten, Dagbladen via Delpher, Beeldbank Amsterdam.




~Van Os, Yerseke. Nog niet bekend. De werf is nog steeds actief.




~Van Otegem, Zaanhof/Prinseneiland 28, Amsterdam. van voor 1905 tot 1916. Mogelijk rond 1914 verhuisd naar de overkant van het IJ. In 1916 failliet verklaard. Bouwde onder meer enkele dekschuiten.
In 1917 mogelijk verder gegaan als Jonker en van Otegem aan de Grasweg.




~Scheepswerf A.J. Otto en Zonen, Kortlandsesluis, IJsseldijk 191 (tegenwoordig 363), Krimpen a.d. IJssel. 1852 - 1910. Bouwer van stalen schepen waaronder stoomschepen, sleepschepen, klippers maar vooral veel kraken! De werf beschikt in 1910 over een dwarshelling van maar liefst 93 meter. Begonnen als scheepswerf Jan Otto & Zoon met de bouw van houten zeegaande zeilschepen. Naar men zegt bestond de werf al sinds 1610. In 1910 onverwachts failliet gegaan. Dit terrein kwam in 1939 in handen van Johannes Leendertzn. van Duijvendijk die daar onder de naam Joh. van Duijvendijk vanaf 1940 bedrijf voerde. Tussen 1910 en 1939 schijnt het terrein braak gelegen te hebben. Op het laatst schijnt de Nederlandse staat de eigenaar geweest te zijn.




~Scheepswerf Oude Maas. Zie Gebr. van Duijvendijk, Puttershoek.




~Goris Oudenaarde, Schielands Hoge Zeedijk, Keeten, Capelle a/d IJssel. Thans Nijverheidsstraat ongeveer t.h.v. nr 56. Goris Oudenaarde kocht in 1873 de oostelijke werf van Hoogendijk over. Reeds in 1882 komt Goris te overlijden. De werf wordt nog twee jaar door zijn Weduwe voortgezet, waarna de werf aan zoon Pieter verkocht wordt. Deze overlijd in 1890. Twee jaar later komt het terrein in handen van de Zuid-Hollandse Glasblazerij. In 1961 worden A. Vuyk en Zonen eigenaar van het terrein waarmee dan de oostelijke en westelijke (t.h.v. nummer 50) werf van van Hoogendijk weer te samen komen.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~Goris Oudenaarde, Stormpolder / IJsseloever, Krimpen a/d IJssel. Verwierf door vererving in 1868 de werf van zijn schoonvader Hendrik Lans. Na zijn dood, in 1882, komt de werf in 1884 aan zijn zoon Pieter. Na zijn dood in 1890 verwerft van der Giessen in 1891 de werf aan de Stormpolder.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~De Oude Werf, Kinderdijk; zie gebroeders Pot, Bolnes, Kinderdijk.




~J.C. Ouwens, 's-Gravelandschepolder 731, Oude Spuihaven, Schiedam. In mei 1922 werd samen met T. Maat een scheepswerf gesticht. April 1925 gaat deze firma failliet. In 1927 wordt door Ouwens een terrein aan de Spuihaven gehuurd. Een gedeelte daarvan werd reeds door de heer Van Helden die een timmerwerfje van roeiboten had, gehuurd. In 1930, 1932 en 1938 volgen enige mutaties in terreinen. In 1942 staat men bekend als Jacht- en Scheepswerf voorheen J.C. Ouwens. Vanaf 1955 tot 1966 legt men zich toe op de recreatievaart.
Mogelijk was J.C. Ouwens voor 1922 reeds actief aan de Wilhelmina haven alwaar de Scheepswerf  Hou Zee gevestigd was. Of deze naam ook op de nieuwere locaties gebruikt is, is me niet bekend.




~Overmaat en Rijnders, Gouderak 1941 - 1943.
Overmaat en Rijnder kopen de voormalige werf van de Weduwe A van Duivendijk van de Scheveningse advocaat Jalink. Zij verkopen de werf op hun beurt aan J.G. Wortelboer en co.




~Scheepswerf E. Overmars, Hasselt (Ov). Eind negentiende eeuw. Bouwer van houten (Overijsselse) pramen. Het bedrijf was in 1923 in handen van H.J. Overmars en wordt dan nog steeds scheepswerf genoemd.




~Scheepswerf De Overtoom, Amsterdam. Beter bekend als Scheepswerf De Overtoom, Oostzaan.




~Scheepswerf De Overtoom, Oostzaan. Voormalige werf van Pauw en later van Van Dongen. De werf kwam in 1909 in bezit van H. Bernhard, al wordt hier en daar ook de naam Seijmonsbergen met bijbehorende jaartallen 1904 en 1914-1916 genoemd.




P




~Gebroeders Paans, Roodevaart-Moerdijk. Ca. 1847-1981. Bekend van de bouw van klippers. Verder veel motor en stoomschepen. Ook Scheepswerf De Hoop der Drie Gebroeders geheten. Na de oorlog liep de bouw van beroepsvaartuigen terug. In 1977 noemt men zich nog scheepswerf, maar in 1979 is het al ingekort tot Paans B.V. Tegenwoordig (2013) is aan het terrein ondermeer Kouwenberg Scheepstechniek gevestigd.
De werf lag binnen de sluis in de Roodevaart aan 'Roodevaart nummer 40-44'. Deze sluis had officiëel een doorvaart breedte van 6,4 meter. Naar het schijnt kon men met veel pijn en moeite schepen tot 6,6 meter breed door de sluis krijgen.
Sommige bronnen maken melding van een werf van Willem Paans te Klundert. Hiervan zijn verder geen gegevens bekend.




~Panhuis, van, Nienoord. tot 1827, later Barkmeijer.




~Pannevis, Emmalaan, Alphen a.d. Rijn / Oudshoorn. 1880-1938  Bouwde ondermeer klippers en Luxe-motors.
De werf ging in januari 1938 over in handen van G. de Vries Lentsch jr.
Bouwlijst.




~Papendrecht, Rotterdam. Tj. Tj. 1898




~Joh. Pas, Slikkerveer. NV Scheepswerf "de Koophandel". 1915




~Pasveer, Ter Aar. Zou in de twintiger jaren daar een werf gehad hebben.




~J. Pattje, Waterhuizen 7, Waterhuizen. Z.tj., Lm, 1778 - heden. Ook bekend als:Scheepswerf Waterhuizen en later als Pattje Shipyards. Vlak er naast zaten de gebroeders van Diepen. Tot in de jaren zeventig bouwde men geregeld binnenvaartschepen, daarna neemt deze activiteit sterk af.




~A.J. van der Paauw, Maasluis. In 1894 nam van der Paauw de werf 'De Toekoms' van A.E. Maas over en noemde hem 'Volharding'. De 'Volharding' werd in 1911 verkocht aan Parre, die hem in 1932 verkocht aan Henk de Haas. De werf lijkt alleen scheepsreparaties verricht te hebben.




~T. Pauw, Marken. 1844-1850. De werf moest in verband met de uitbreiding van de haven verdwijnen.
Een zekere Thomas Pauw zou ook te Muiden een werf gehad hebben of dit dezelfde Pauw is, is niet bekend. Deze werf werd door Schouten opgekocht. In tegenstelling tot wat sommige bronnen melden, blijkt uit een advertentie uit 1879 dat Dhr. T. Pauw in dat jaar nog steeds een werf te Muiden bezat.




~H. Pauw Jzn, Oostzaan. De werf werd voor 1880 door J. Pauw gesticht en heeft mogelijk tot 1904 bestaan. De werf was nabij De Overtoom te Oostzaan-Zuideinde gelegen.
De werf wordt in verband met de bouw van botters gebracht, maar vermoedelijk is dit een vergissing met Pauw te Marken en het feit dat er één of twee botters met als thuishaven Oostzaan waren.




~Parre, Maasluis. Koopt in 1911 de werf 'Volharding' van Aj.J. v.d. Paauw en verkoopt deze in 1932 aan Henk de Haas. De werf lijkt alleen scheepsreparaties verricht te hebben.




~Firma Pehlig, Alkmaar. naar het schijnt is het bij de bouw van een paar motorsleepboten in 1922 gebleven.




~Firma H.T. Peltenburg en Zn., Dubbelbuurt, Zuider Buitenspaarne (oost), Haarlem. ca. 1878-1918. In 1895 was het na de werf Conrad de belangrijkste werf in Haarlem. Naar het schijnt werd de werf gecombineerd met een houthandel.
In 1840 was er reeds een scheepmaker Peltenburg in Haarlem actief. Nadere informatie ontbreekt echter.




~De Koninklijke Fabriek Penn en Bauduin, 's-Gravendeelsedijk/Mallegat/Van Leeuwenhoekweg, Dordrecht. Vanaf ca. 1843 tot eind twintigste eeuw. IJzergieterij en constructiebedrijf (Bruggenbouw) Tevens scheespreparatie bedrijf, bouwde in de jaren zeventig ook twee kraanpontons.




~Johannes Gerardus Peters, Dedemsvaart - Avereest. Ook bekend als Scheepswerf Zomer. 1882-1896. Ongeveer thv het huidige Langewijk 81.
Daarna verhuisde men naar de werf van de Firma Weener ongeveer thv het huidige Hoofdvaart 2. Bron Historische vereniging Avereest.

~J.G. Peters, Dedemsvaart - Avereest, Kampen. Ook bekend als Peters Scheepsbouw, Dedemsvaart. 1896 tot 1969. Daar waren achtereenvolgens J.G. Peters (1896-1924) H.B Peters (1924-1964) en J.G. Peters (1964-1969) actief. De werf was eerder van de firma Weener, terwijl men zelf van een werf aan de huidige Lange Wijk nummer 80 kwam. Peters heeft opvallend veel klipperaken gebouwd. Ook hebben ze een naam op het gebied van steilstevens.
In 1969 ging de laatste nieuwbouw het werfgat uit. Het betrof een viskotter voor Perzië ( Iran).L:18.85 mtr.Br:5.15 mtr.Holte:2.70 mtr. 200 pk Gardner 8LB3. Bron: T. Fluks.


Na hun periode in Dedemsvaart verhuisde het bedrijf naar Kampen, alwaar men tot 2014 actief was onder de naam Peters Shipyard en inde jaren tachtig als Scheepswerf Peters IJsselmeer. De werf stond ook enige tijd bekend als IJsselwerf-Peters Kampen. Het is me niet bekend of deze werf iets met de werf van IJsselwerf, Utrecht te maken heeft.




~Scheepswerf "Phoenix", Damsterdiep bij de  Fivelingosluizen, Delfzijl. Niet ver van scheepswerf Concordia.




~Scheepswerf "Phoenix", Hoge Morsweg, Leiden. circa 1928 - 1948.




~Pier Piersma, Heeg. Houten sleephelling.




~Scheepswerf Piet Hein, Bolnes en Papendrecht; zie W. Schram en zonen.




~Jan Pijlman, Vierwindenstraat, Amsterdam. Ook bekend als Scheepswerf d' Risico. Gelegen naast de werf van Bierenbroodspot.
J. Pijlman scheen ook op Prinseneiland 10 een scheepswerf te bezitten. Deze droeg de naam De Hoop.




~Scheepswerf de Pijp, Drachten. zie B. T. Roorda, Drachten.




~Fa. Pik, Veendam. In 1765 bij het Westerdiep, thans Buitenwoelkade / Prins Hendrikplein, Veendam. Later (eind 19de eeuw?) mogelijk verhuisd naar Farmsum. (Sommige bronnen geven als adres Verlengde Kerkstraat. Dit adres is tegenwoordig echter niet meer te vinden.)




~Firma A. Pilkens., Rechtestraat 102, De Rijp. Schuitenmakerij uit begin 20ste eeuw.




~P.C. v.d. Plas Czn, aan de Hollewatering te Kwintsheul. van voor 1851 tot 1937. Men bouwde onder meer westlanders.
De basis voor deze werf schijnt al in de tweede helft van de zeventiende eeuw gelegd te zijn. Van Meurs en Olsthoorn zijn namen die met de werf verbonden waren tot in 1851 Pieter van der Plas Sr. zich daar vestigd. Vervolgens zijn het zijn zoon Cornernelis en diens zoon Pieter Cornelis die de werf drijven. Tijdens de crisis gaat de werf failliet en wordt opgeheven.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl





~G. G. van der Plas, Mors, Oegstgeest. 1896




~van der Plas, Wateringen. Eigenlijk onjuiste vermelding. Van der Plas had de werf op de hoek van de Gantel en de Hollewatering een gebied dat tot Kwintsheul gerekend wordt.




~Fa. Plezier en Kool, Jutphaas. Jaren twintig. Bouwde ondermeer enkele vrachtschepen voor N.V. Reederij de Tijdgeest.




~Scheepswerf van der Pol, Ringdijk, Zwijndrecht. 1928 - 1958.




~J.J. Poorter, Jutphaas. Beter bekend als scheepswerf 'De Liesbosch'.




~H. Poppen, Lemmer. Zoon van J. Poppen, Winsum. Nam in 1960 de scheepswerf van De Boer in De Lemmer over. De werf hield zich voornamelijk bezig met reparaties. De werf moest in 2000 haar deuren sluiten. In 1963 nam Poppen ook de werf van Appelo in Zwartsluis over.




~J. Poppen, Winsum. In 1946 gestichte scheepswerf welke zich bezig hield met reparaties en verlengingen.




~Hildebrand Poppen, Zwartsluis. Zoon van J. Poppen, Winsum. Kocht in 1963 (terwijl hij reeds de werf in De Lemmer bezat) de werf van de Gebroeders Appelo aan de Zomerdijk 64 te Zwartsluis. In 1981 gaat de directie over in handen van zijn zoon Jan. In 1983 wordt de naastgelegen werf van Kunst, voorheen van Goor en Spiekman opgekocht. In 2003 wordt er een nieuwe hellling 110 meter gelegd.




~Scheepswerf Gebroeders Pot, Bolnes, Kinderdijk, Slikkerveer.
Familie van scheepsbouwers die al in de zeventiende eeuw een werf hadden.
In 1753 bezaten zij een werf 'De Oude werf te Kinderdijk deze werd in 1858 opgeheven.
In 1839 werd er door Arij Pot een 'Scheepswerf Gebroeders Pot' te Bolnes/Ridderkerk gesticht. In 1966 wordt de werf verkocht aan de Firma Broere te Bolnes.
Eveneens in 1839 richt Bastiaan Pot 'De Nieuwe Werf' te Kinderdijk op. De werf ligt naast de Oude Werf. In 1852 begon deze werf tevens met de fabricage van geklonken metalen molenroeden en stalen masten voor schepen. Getuige een bericht in het Algemeen Handelsblad van 1911 was de werf gevestigd aan de Elshout te Kinderdijk. Deze werf sluit in 1916.
Joost Pot Arijzoon stichtte in 1850 of 1855 een werf te Slikkerveer in 1871-1872 verkoopt hij de werf en sticht een nieuwe te Vlaardingen op. De werf te Slikkerveer wordt door Pieter Smit Fopz. voortgezet.
In 1896 werd er door de Scheepswerf gebroeders Pot en de Scheepswerf Boele te Slikkerveer een nieuwe reparatiewerf te Bolnes gesticht. Deze werf kreeg de naam Firma Boele & Pot. Ook op deze werf werd al spoedig nieuwbouw gepleegd. In 1905 trekt Pot zich uit deze werf terug, maar pas in 1915 komt de werf volledig onder de naam van Boele, Bolnes.
De werven bouwden over het algemeen zeegaande schepen, waaronder ook Haringloggers. De werf de Gebroeders Pot en die van de Firma Boele en Pot bouwden ook binnenvaartschepen




~Gebr. Pot, Elshout. Dit berust op een vergissing. Elshout is naar men zegt de oorspronkelijke naam van het dorp Kinderdijk, mogelijk dat de naam nog in een wijk of buurt voortleefde.




~J. Pot, Tussen Nieuwe Mattex en Oosterhoofd, Vlaardingen. De werf werd in 1872 gesticht. De nieuwbouw activiteiten werden in 1893 stopgezet. Uiteindelijk sloot de werf in 1909.




~Fa. J. Potveer, Obdam. Schuitenmakerij uit begin 20ste eeuw.




~Fa. F. Potveer, Krankhoorn, Warmenhuizen. Schuitenmakerij uit begin 20ste eeuw.




~J. Pretorius, Stoombootweg 59, Landsmeer. Bestond begin jaren dertig.




~Fa. Prins, Arnhem. Naam waaronder de Arnhemse scheepsbouw maatschappij bij de plaatselijke bevolking bekend stond.




~Scheepswerf Prins, Gouda. ca. 1913 - ca. 1934. ??




~Scheepswerf Gebroeders Prins, Gouderak. 1909-1910 Ook bekend als Scheepswerf De Kroonprinses.
De Albertus en Jan Prins kopen de werf De Kroonprinses van H.M. Degenaar en B. Tans. Dezen hebben in 1906 de werf van de Gebroeder van Duivendijk van Nicolaas Roelandz van Duijvendijk gekocht. In 1910 wordt de werf, als "De Kroonprinses der Nederlanden" doorverkocht aan de firma H. van Vlaardingen, die op de tegenoverliggende oever een werf had maar i.v.m. de uitbreiding van de kaarsenfabriek moet verhuizen. Andere bronnen stellen echter dat de verhuizing pas in 1915 of zelfs 1919 plaats gevonden heeft.




~Fa. Prins, Hansweert. Vermoedelijk gaat het om Dhr. Prins. Directeur der NV Scheepswerf Zeeland.




~Scheepswerf Gebroeders Prins, Waddinxveen.

In ijzer of staal gebouwde schepen.


datum
actie
scheepstype/soort
grootte
opdrachtgever
woonplaats
13-11-1904 kiellegging motorboot 38 ton J. v.d. Sar
Reeuwijk
12-02-1905
te water
zandschip
40 ton
J. v.d. Sar
Reeuwijk




~A. Prins, Zwartsluis. 1867-1876. De relatie tot de andere 'Prinsen' in Zwartsluis en of men al dan niet op dezelfde werf actief was, is mij niet bekend.




~D. Prins, Zwartsluis. Circa 1900. De relatie tot de andere 'Prinsen' in Zwartsluis en of men al dan niet op dezelfde werf actief was, is mij niet bekend.




~J. Prins Jr., Zwartsluis. 1854-1877. De relatie tot de andere 'Prinsen' in Zwartsluis en of men al dan niet op dezelfde werf actief was, is mij niet bekend.




~J. Prins Sr., Zwartsluis. 1863-1866. De relatie tot de andere 'Prinsen' in Zwartsluis en of men al dan niet op dezelfde werf actief was, is mij niet bekend.




~Fa. Pronk,  Kortedijk, Vlaardingen (1896-1924)
Albert Pronk begon in 1896. Van 1924 tot 1928 werd het terrein gehuurd door de gebroeders Van der Windt. Daarna kwam het terrein aan Scheepswerf Albert de Jong




~Jan Punter, Wetering (ov). Houtbouwwerf. Men bouwde Giethoornse bokken en vlotten, als ook Kalenbergerbootjes.

R




~Scheepswerf De Raaf of De Zwarte Raaf, zie E.J. Bok, Amsterdam. Bron Nieuws van de Dag 7-4-1884.




~Scheepswerf Ral, Irnsum; zie Gebr. van Nugteren, Irnsum.




~Gebroeders Ravestein, Deest. 1976 tot 2017 of later. Gebouwd zijn ondermeer speciale vaartuigen en vrachtschepen enduwbakken. Maximale lengte tot ca. 77 meter.




~Scheepswerf Ravestein, Sluiskant 1, Leidschendam. (1921-1974) In 1921 door Lo van Ravenstein opgerichte onderneming. Ook bekend als  N.V. Scheepswerf en Machinefabriek "Leidschendam". Later werd dit de jachtwerf Tengro. Tegenwoordig is dit de passantenhaven en herinnert alleen de straatnaam Scheepswerf nog aan wat er werkelijk was.




~J.Regtvoort, Zwammerdam. Ca. 1874 tot ca. 1932. Men bouwde vermoedelijk uitsluitend stalen schepen, waaronder veel schepen voor de regionale vaart.




~Fa. Reinek, Vosseweg-Winschoterdiep, Winschoten. 1962-1976. Scheepsreparatie en bouw van pleziervaartuigen.




~N.V. Scheepsbouwwerf voorheen C.M. van Rees, Sliedrecht. 1880-1983. De werf werd in 1880 door C.M. van Rees gesticht aan het Kleine Diep te Sliedrecht. Men bouwde uitsluitend baggermaterieel en beschikte later over de dochteronderneming N.V. Zuid-Holland, Mij tot Explotatie van Aannemersmaterieel. In 1979 fuseerde men met IHC Holland.
Men zegt dat C.M. van Rees ook nog enige tijd eigenaar van scheepswerf 'De Liesbosch' geweest is.




~Scheepswerf Reimerswaal, Hansweert. 1985-heden. Oorspronkelijk gevestigd aan de Westerschelde, op de locatie van Scheepswerf Zeeland van Van Beekum, na 1990 over geaan naar de locatie aan het Kanaal door Zuid-Beveland (net binnen de sluis). Het reparatiebedrijf beschikt over twee dokken, resp. 110 en 120 meter lang.




~Reitsma, Midsbourren 32, Wartena. 1977 of eerder tot in de jaren 80. Ook bekend als Scheepswerf Vooruit en later als Scheepswerf Wartena van Hoekstra




~Remkes, Veendam. Gr.Bol, St. 1910-1931




~Remkes & Bodewes, Beneden Dwarsdiep, Veendam. Gr.Bol, St. <1923 ->1929
Voorheen de werf van de Gebr. van der Wijk.




~Scheepswerf De Reus (van Bicker), Amsterdam; zie firma Jonker.




~Fa. S.J. De Reus en zn., Haarlem. 1921 verder niets bekend. Waarschijnlijk een schrijffout en moet het Beus zijn.




~Frederik Reuvers, Dedemsvaart. 1868-1892. Hij werd opgevolgd door Bernardus Reuvers. Was gevestigd ongeveer thv het huidige Langewijk 95. Bron Historische vereniging Avereest.




~Firma Gebroeders Ribbens, C. Bakker & Co., Scheepswerf Zeeland, Hansweert. zie bij H.J. van Beekum, Hansweert




~Firma H.H. de Ridder, Voorhaven Westzijde, Rotterdam. Ook bekend als Scheepswerf & Machinefabriek Delftshaven voorheen H.H. de Ridder, Rotterdam-Delfshaven. Mogelijk sinds 1864 tot circa 1917. Bouwde voornamelijk stoomsleepboten. (Op de machinefabriek en in het telefoonboek van 1915 staat de naam geschreven als  'DelfTshaven'.)




~J.M. van Riet, Sliedrecht. circa 1880-1925. Bouwde vermoedelijk dekschuiten en baggermaterieel.




~Scheepswerf "De Rietpol" v/h Kramer & Booy- J.E. Verharen, Spaarndam. Bouwde eind jaren 60 enkele sleepvletten. Schijnt ook coasters gebouwd te hebben.




~Scheepswerf De Rietvink, Amstel, Amsterdam De werf was gelegen nabij de Oude Amstelhaven, de vroegere invaart van de Keulse vaart.




~Maarten Rijgersberg, Honselaarsdijk / Poeldijk. ca. 1890 - 1943. Naar men zegt gesticht rond 1890 en gelegen aan de zuidoever van de Gantel een eindje Westelijk van de vroegere Groenteveiling. In 1910 over genomen door zijn zoon Gerard Rijgersberg na zijn overlijden zet zijn vrouw de werf onder leiding van Joop Hogervorst tot 1943 voort. Zij verkoopt vervolgens de werf aan A.P. van Zeijl.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl.
Op de locatie Pouwelslaan 1 in Honselersdijk is nu nog een loods te vinden waarop een bord met de tekst opgericht 1875 Jachtwerf van Zeijl verbouwd 1957. Het terrein toont in Google streetview nog twee verlaten wagenhellingen.





~Klaas Rijgersberg, Poeldijk. ?? - 1933 - ca. 1972 De werf lag oostelijk van Poeldijk aan de Gantel nabij wat nu de Wateringseweg 69 heet. In 1933 verhuisd hij naar een terrein net ten westen van de vroegere Bloemen-Groentenveiling, nu het adres Saturnus 13. De werf aan de huidige Wateringseweg 69 doet hij over aan zijn broer Adriaan. In de jaren zeventig is de werf op Saturnus 13 gesloten. Verdere gegevens zijn niet bekend.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl.





~Adriaan Rijgersberg, Poeldijk. 1933-1970. In 1933 neemt Adriaan de werf aan de Gantel bij de huidige Wateringseweg 69 van zijn broer over. Op de werf werden tot 1959 aan toe schuiten gebouwd. Daarna, tot de sluiting rond 1970 werd er alleen nog onderhoud verricht.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl.





~Firma Rijkée & Zn., Scheepsbouwerstraat, Rotterdam. 1877 - 1930. Bouwde schepen tot circa 67 meter lengte.




~Firma Van Der Rijken, havendijk 29, Waspik. 1866-1924 In 1866 wordt door Johannes van der Rijken de scheepstimmerwerf van Cornelis Ruijtenberg te Waspik gekocht. In 1892 overlijdt Johannes, zijn zonen Willem en Nicolaas zetten het bedrijf voort onder de naam De Erven van der Rijken. In 1896 worden Willen en Nicolaas officieel eigenaar van de werf. In dat jaar stapt men over op de bouw van stalen schepen. In 1924 komt de werf in handen van de N.V. Frank Rijsdijk's Scheepssloperij (Hendrik Ido Ambacht) en de firma W. Schram en Zonen (Bolnes). De werf draagt dan kortstondig de naam Firma Schram voorheen Gebroeders van der Rijken. Nog het zelfde jaar wordt de werf verkocht aan N.V. Scheepsbouwwerven voorheen P en A Ruijtenberg.




~J.C. Rijkhoff, Lange Bleekerspad-Steenpad, Amsterdam. Van voor 1890 tot 1907 of later. Tot de herinrichting van de buurt rond het huidige Bellamyplein (ca. 1903), daarna verhuisd naar de Bickersgracht 60.




~Rijkswerf Amsterdam, Oosterdok/Kattenburgerstraat, Amsterdam. 1655 -1916. Bouwde voor de krijgsmacht enkele binnenvaartschepen. De locatie stond ook bekend als het Marine Dok.




~Rijkswerf Hellevoetsluis, Rond 1930. Bouwde enkele sleepboten. Ook Marinewerf genoemd.




~Rijkswerf Willemsoord, Willemsoord, Den Helder. Ook Marinewerf genoemd. Sinds 1822-1995. Heeft ondermeer voor de landmacht enkele sleepboten en transportvaartuigen gebouwd.




~Scheepswerf 'De Rijn', Leiden: zie W.F. Maas en Zonen.




~B. van Rijn, 's-Gravelandschepolder 75, Schiedam (bij de spoorbrug). Scheepswerf en machinefabriek. Opgericht op 13 november 1922 en reeds in maart 1923 failliet gegaan. De liggers maken melding van de bouw van één schip.
Blijkens een personeels advertentie uit 1921 hield men zich voor de officiele vestiging al met scheepsbouw bezig. Het blijkt dan om de voormalige werf van Rutgers te gaan. Blijkens een personeelsadvertentie uit 1927 is men later toch weer actief. Mogelijk noemt men zich Werf Spoorbrug. officieel is de naam echter Scheepswerf De Schie. De werf staat van 1929 tot na 1934 op naam van F. Kemper.
(Scheepswerf De Schie wordt genoemd in de hinderwetvergunning van 19250




~Scheepswerf De Rijn, zie van Beveren, Zoeterwoude.




~Scheepsbouwwerf Rijn en Maas, Heusden; zie de Haan en Oerlemans.




~Scheepswerf Rijn en Schie, Leiden; zie Visser en Praat Rotterdam/Leiden.




~Scheepswerf Rijnstroom, Leiderdorp/Leiden; zie Gebroeders van Ulden.




~D.J. Rijnvis, Hoogeveen. 1895-1930. Tussen circa 1905 en 1910 wordt de werf Rijnvis en Eikelboom genoemd.




~van Rijsdijk, Hendrik Ido Ambacht. Scheepssloperij. Bouwde enkele drijvende werktuigen voor eigen gebruik. Frank van Rijsdijk verwerft in 1886 de terreinen waarop Cornelis Janszoon van Duijvendijk zijn werf gehad heeft. Arie van Rijsdijk voegt zich spoedig bij hem.
In 1907 omgedoopt tot Scheepssloperij Holland. Kort daarop begint Frank van Rijsdijk een eigen onderneming. Beide ondernemingen blijven met wisselend succes tot na de Tweede wereldoorlog. In 1963 fuseerde de beide bedrijven tot Frank Rijsdijk-Holland N.V. On 1980 werden de Hoogovens IJmuiden het moederbedrijf van de sloperij, na een fusie mey jet Duitse Klöckner werd van Rijsdijk Holland gesloten.




~Scheepswerf Gebroeders van Rijswijk, Wageningen. De werf was gevestigd op een gemeentelijk terrein dat tussen corca 1908 en 1930 verhuurd werd aan voornoemde broers. Men bouwde er ondermeer hevelaken en Hagenaars. Later was hier de werf van Jansen gevestigd.




~Scheepswerf d' Risico, Amsterdam; zie J. Pijlman.




~Scheepswerf Robertus, Groningen. ca. 1894-1913. Bouwde ondermeer tjalken en klipperaken.




~Roelofsma, Sappemeer. Gr.Bol 1924. Ook geschreven als Roelfsema, Roelfsma en Roelsma.




~Roels, H., Hoogezand. 1772-1781+




~Scheepswerf Rohel, Rohel; zie E.R. Kuiper.




~N.V. Rolas, Ridderkerk. dekschuit 1964




~Berend Tjeerds Roorda, Moleneind, Drachten. Ook bekend als Scheepswerf de Piip of De Pijp. De werf werd in 1902 gesticht en is vernoemd naar de nabij gelegen 'Pijpbrug' (Eens had hier werkelijk een stenen boogbrug gelegen!). In 1905 schakelde men over op staalbouw en ontwikkelde zoon Bouke hier het, later beroemd geworden, Piipster skûtsje. De werf gaat in 1911 failliet maar maakt vrijwel onmiddellijk een doorstart als Gebrs. B.T.W. en S. Roorda, Scheepsbouw- en Constructiewerkplaats. In de jaren twintig liep de bedrijvigheid terug. In 1933 werd het laatste schip opgeleverd.




~N.V. Scheepswerf voorheen A. Roorda, Sliedrecht. circa 1918 tot circa 1944? Gevestigd aan de Rivierdijk aan de oostzijde van het plaatsje. De werf was ook actief in de bouw van zeegaande schepen. In 1946 werd het terrein in gebruik genomen door Machinefabriek Vos.




~Jelle Roos, Urk. 1840 - 1929. Reparatie en bouw van houten botters. Naar men zegt zijn er op de werf slechts een drietal nieuwe botters gebouwd. De werf werd waarschijnlijk in 1886 overgenomen door Albert Roos. Na diens overlijden in 1929 staat de werf in geschreven als Gebroeders Roos. In de jaren 60, de werf was inmiddels sterk verouderd, is de werf gesloten en aansluitend gesloopt.




~Jan De Roos, 't Vliet bij de Poppebrug te Leeuwarden. (Bij de rotonde ten N van De Centrale) Verder nog niet bekend.
Vanaf 1902 werd de werf voortgezet door zijn zoons Roelof en Rykele. In 1903 werd de werf gesloten. Roelof ging verder in het verlengde van 't Vliet aan de Kleyenburg 76 De werf werd in 1912 voortgezet door zijn zoons onder de naam Gebroeders De Roos.




~Johannes De Roos, Dokkummer Ee, ten Noorden van Leeuwarden. 1901 tot 1920 Men bouwde ondermeer roefschepen (skûtsjes).
In 1901 vestigd Johannes de Roos zich aan de Dokkummer Ee bij de Oldegalileën (net ten zuiden van de Dammelaan). Al eerder is hier sprake van het bestaan van twee scheepshellingen namelijk Krom en Regt en Het Onvolmaakte schip. De terreinen schenen sinds 1889 door de naastliggende houtzaagmolen gebruikt te worden. Daarvoor was de werf 3 jaar in het bezit van scheepsbouwer Ate Pieters Westerhuis. De Roos kocht de helling Krom en Regt en maakte de overstap naar staalbouw.
In 1903 komt Jan van der Meijden naar de Dokummer Ee en wordt in 1906 medeeigenaar van de werf. Vanaf die tijd spreekt men van Fa. De Roos en van der Meijden (De naam wordt herhaaldelijk verkeerd geschreven!) en van Scheepsbouw- en reparatiewerf De Hoop. De werf heeft dan inmiddels drie sleephellingen.
De Roos overlijdt in 1937, waarna van der Meijden besluit de werf te sluiten.
Bron: ssrp.nl en skutsjejongerein.nl





~Van Rossen, Overschieseweg 2, Overschie. Mogelijk alleen een reparatiewerf met hellingen.




~Van Rossum's Scheepsbouw C.V., Dreumel. In 1930 begonnen met de bouw van stalen zeiljachten en roeiboten. In en na de oorlog bouw van parlevinkervletten, sleepvletten, sleepboten en later ook motorvrachtschepen (tot ca. 70m). In 1988 is het bedrijf beëindigd.




~Van Rossum, Papendrecht. Deze werf schijnt van 1892 tot 1899 als werf bestaan te hebben. Daarna was er nog wel een van Rossum motorenhandel in Papendrecht, maar geen werf meer. Toch maken sommige bronnen melding van het feit dat er in 1924 en 1931 toch een werf van Rossum geweest zou zijn. Een mogelijke verklaring is dat van Rossum misschien een belang had in Motoren Industrie N V te Papendecht. Deze namen in 1926 de werf van Van der Schuijt over. Deze werf schijnt tot in 1931 bestaan te hebben.




~Rotterdam United Shipyards, zie IJssel van Vliet Combinatie.




~Firma P De Rouwe, Landsmeer. Scheepswerf De Breek Mogelijk circa 1948 tot circa 1954. Locatie niet bekend.




~Scheepswerf W Rubertus, Haren. Ztj. 1901 - jaren 20.
Later verhuisd naar Scheepswerf De Noordster aan het Hoornsche Diep te Groningen. De werf werd in 1924 overgekocht door de Noord Nederlandse Scheepswerven.




~Scheepswerf de Ruiter, Hardinxveld-Giessendam. Voornamelijk jachtwerf maar heeft in de jaren zeventig een aantal (duw)sleepboten gebouwd.




~P. en A. Ruijtenberg, Kaatsheuvel. Hiermee worden de werven te Waspik bedoelt.




~P. en A. Ruijtenberg, Fort Lunette, Raamsdonksveer. In 1909 van de Firma Theissing, voorheen Theissing en Oostlander, overgenomen werf met dwarshelling. Naar men zegt lag de werf aan de oostoever van de Donge nabij Fort Lunette. De werf droeg in 1915 de naam: N.V. Scheepsbouwwerven voorheen P. en A. Ruytenberg, Werf 'De Vondeling'.
In 1980 wordt, bij gebrek aan erfgenamen, de werf verkocht aan P.C. Bons en C. Bakker en gaat dan B.V. Scheepsbouwwerf voorheen P. en A. Ruytenberg heten. Na het overlijden van Dhr. Bakker komt de firma in handen van de Familie Bons en is dat anno 2013 nog steeds, alleen praat men al sinds 2002 (mogelijk ook eerder) over Offshore Ruijtenberg B.V....... De werf ligt momenteel net iets ten noorden van Fort Lunette.




~R. Ruijtenberg, Steenpad-Haven, Raamsdonkveer. ????-1864. Daarna wordt de werf verkocht aan van Suijlekom.




~P. en A. Ruijtenberg, Waspik. later N.V. Scheepsbouwwerven voorheen P. en A. Ruijtenberg. Ook geschreven als Ruytenberg en als Ruitenberg.
De familie Ruijtenberg was al sinds circa 1744 actief. In dat jaar kocht Jan Ruijtenberg de werf van J.J. van den Hoeck aan de Vaartdijk aan de oostzijde langs de Kerkvaart (Thans Scharlo 26). Als zijn kleinzoon Johannes Ruijtenberg in 1827 sterft, laat deze zijn weduwe met een stel minderjarige kinderen en een schuldenlast achter. In 1829 gaat de werf falliet en wordt vervolgens door Gerrit Vermeulen Janz. opgekocht. In 1835 wordt de werf door Jan Adriaan Ruijtenberg echter weer teruggekocht. In 1842 gaat de werf over in handen van zijn broer Cornelis, maar wordt in 1848 weer Jan Adriaan teruggekocht .
In 1845 koopt Cornelis een tweede werf, deze was tot dan van Daniel Sneeuw. Deze werf wordt echter in 1866 weer aan Johannes van de Rijken doorverkocht.
Als Jan Adriaan in 1865 overlijdt gaat de werf over op Johannes welke dan pas 14 jaar is. Pieter de Roon, schoonvader van Jan Adriaan, voert tijdelijk het bewind. 6 jaar later wordt de boedel opnieuw verdeeld en worden Pieter Adriaan en Adriaan de eigenaren van de werf. Johannes probeert in 1873 een tweede werf te vestigen, maar moet deze al in 1874 weer aan zijn broers verkopen. Wat er nadien met deze tweede werf gebeurt is niet echt duidelijk.
Met de bouw van de Zeester, groot 125 last, begint in 1884 de periode van ijzerbouw. Adriaan is dan officiëel de eigenaar van de werf. In 1891 wordt het de 'Firma P. en A. Ruijtenberg'. In 1929, maar vermoedelijk al in 1915, is het de  N.V. Scheepsbouwwerven voorheen P. en A. Ruijtenberg geworden. Voor zover bekend werden in 1963 de nieuwbouw activiteiten gestaakt.
Sommige bronnen gaan er van uit dat de tweede werf, van Johannes gebleven is, maar stellen hem dan later, dus na 1874, toch weer in handen van P. Ruijtenberg. Ook de eigendoms verhoudingen tussen Pieter Adriaan, Johannes en Adriaan en de verschillende werven te Waspik en Raamsdonksveer zijn bij sommige bronnen anders.




~Scheepswerf De Ruiter, Hoogeveen. Bouwde midden jaren zeventig twee motorsleepboten. Verder niets bekend.




~J.J. Rutgers, 's-Gravelandschepolder 75, Schiedam. (Bij de spoorbrug.) Ook bekend als Scheepswerf De Schie. De werf was een voortzetting van de werf van v.d. Burg en was in het bezit van Rutgers vanaf ca. 1914 tot circa 1921. Daarna is B. van Rijn op deze locatie actief. Die gaat echter spoedig failliet waarna de werf weer in handen van Rutgers lijkt te komen. In 1929 begint F. Kemper op deze plaats een werf.




S



~Scheepswerf en Machinefabriek Van De Sande, Breskens. In 1914 begon J. v.d. Sande als motorleverancier en inbouwer. Na zijn dood in 1932 zetten zijn zoons de firma voort. In 1936 werd een eigen machinefabriek aan de haven ingericht. In 1949 betrekt men een nieuwe werkplaats aan de Havendam. In 1952 kreeg men samen met de Jachtwerf Gebroeders Maas de neschikking over een langshelling, zodat men niet meer op het zaat hoefde te werken.
In 1959 leverde twee nieuwbouw kotters op. De casco's waren bij scheepswerf Haak te Zaandam gebouwd. Tot 1962 werden op deze wijze nog 4 kotters opgeleverd. Vanaf 1962 bouwt men zijn eigen schepen, maar ook worden elders gebouwde casco's gemotoriseerd en afgebouwd. In 1971 volgde een bergingssleepboot. In 1973 werd de laatste kotter gebouwd en in 1979 volgt de peilvlet Hedinzee. In 1985 wordt Damen uit Gorinchem de eigenaar van de machinefabriek. De naam veranderde in Breskense Scheepsbouw en Machinefabriek (BSM).
In 1989 werd de oude helling afgebroken en maakte men ruimte voor een droogdok. Rond 2005 moet men wegens bouwvalligheid van de bedrijfsloods naar een nieuwe lokatie omzien. De machinefabriek verhuisde daarop naar een zusteronderneming in Oostende. In 2006 verdween ook het dok uit de haven. In 2008 sloot Damen de vestiging in Oostende.
Belangrijkste bron: http://rorifocus.nl/scheepswerf-van-de-sande.





~ Gebroeders Sander, Farmsum, Delfzijl. 1927 tot 1980. Naar men zegt was de werf eerst gevestigd aan het afwateringskanaal nabij de Nieuwstad, later aan het Oude Eemskanaal bij de IJzerweg. Ook bekend als: Scheepsbouw en reparatiebedrijf Gebr. Sander en vanaf 1929 als N.V. Scheepswerf Delfzijl v/h Gebr. Sander. Na 1980 fusie met Niestern, Delfzijl, en verder onder de naam Niestern Sander, Delfzijl.
De naam is Sander en niet Sanders zoals sommigen denken.




~Constructie en Scheepsbouw Van Santen BV, Sliedrecht. circa 1965 tot circa 2004.




~Scheepswerf Scandinavië, Groningen; zie W. de Jong.




~J. Schaap, Huizen. Jacob Schaap nam in 1868 de door Boelen en Boissevain gestichtte werf over.Er werden hier flinke aantallen botschuiten, kwakken en botters gebouwd. In 1924 werd de werf gesloten. De familie Schaap die meerdere ondernemingen bezat droeg de bijnaam 'de Potloodjes'.




~Schaap. J&W, , Hoogezand. Geen gegevens of schepen bekend! Schijnt rond 1900 wel als scheepsbouwer bij de KvK te boek gestaan te hebben. Bron; H.A. Hachmer, Voor en tegen de wind. Mogelijk bouwde men slechts zeer kleine vaartuigen of hield men zich uitsluitend met reparaties bezig.




~M. Schavels, Hoogezand. 1761-1763+ Verder niet bekend.




~Scheepswerf N.V. Scheba, Schoorldam; zie gebr. Kuijper.




~Scheepsbouw unie, Groningen. (Gevestigd op het terrein van Drewes.) 1939-1964 Daarna onderdeel van de (Nieuwe) Noord-Nederlandse Scheepswerven.




~Scheepsbouw Vereniging Hoogezand. Samenwerkingsverband van diverse werven. Opgericht 1900.




~Scheepsconstructie Nieuw-Lekkerland, Nieuw Lekkerland. 1979-1980. Motorschepen tot 85 meter.




~Kon. Mij. De Schelde, Vlissingen. De werf vestigde in 1875 op de terreinen van de vroegere Rijkswerven. Men heeft zich voornamelijk met zeegaande schepen bezig gehouden. Ze bouwden echter ook een veerboten, dekschuiten.




~T. Schepman, Kampen. -1890 - 1932. De werf bouwde onder meer stalen aken, klippers, tjalken en motorschepen, maar ook houten vissersvaartuigen.




~Firma Scheur, Giethoorn. Naar men zegt reeds in het begin van de 19de eeuw actief als punterbouwer.




~NV Sleephelling Maatschappij 'Scheveningen'. Bouw van baggermateriaal, visserijschepen, sleepboten en kleine binnenvaartschepen. Begonnen in 1914 als NV Scheveningsche Scheepsbouw Maatschappij, in 1923 voortgezet als NV Sleephelling Maatschappij 'Scheveningen', tot 1979.




~Scheepswerf De Schie, zie Akkerman, van Rijn en Kemper, Schiedam.




~NV Schiedamse Scheepswerf, Groot-Ammers. Na-oorlogse (1957) voortzetting van de werf van J.C. Ouwens. Ook bekend als de Hollandse Scheepsbouwwerf Groot-Ammers en later als N.V. Hollandse Scheepsbouw Maatschappij (H.S.M.). In 1970 werd de werf overgenomen door de Groot en van Vliet uit Slikkerveer/Ridderkerk. In 1977 geworden tot Scheepswerf Groot-Ammers van de IJssel-Vliet Combinatie.




~Machinefabriek voorheen Schipper en van Dongen, Geertruidenberg. Ca. 1910-1930. Het bedrijf was gelegen aan de oostkant van de Buitenhaven. Men bouwde vlampijpketels en machineonderdelen. Op naam van het bedrijf staat ook de bouw van een aantal stoomsleepboten. Deze zouden echter niet op deze locatie maar bij de Weduwe van Suijlekom aan de Steenpad in Raamsdonksveer gebouwd zijn.




~Scheepmakerij Koert Schippers-Winkel, Avereest/Dedemsvaart (1819-1845). De werf zat bij de hoek van Het Rak met de huidige Langewijk. Hij werd opgevolgd doort Andries Lucas Mol. Bron: Historische Vereniging Avereest.
, Andries Lucas Mol (1821-1845), Steven Boersma (1845-1852)



~Scheepswerf J. Schlieker & Zn., Sliedrechtsedijk, Sliedrecht. 1868 tot heden. Baggermaterieel, sleep- en werkvletten.




~Scheepswerf S. Schlieker, Sliedrecht. Sijmen Schlieker begon rond 1900 een scheepswerf. Deze werf ging echter in 1912 al failliet. Levert in 1909 een botter omgebouwd tot kuilvisser.




~Firma Schoenmaker, Bickersgracht, Amsterdam. Bouwer en verhuurder van dekschuiten en grondbakken. ca. 1903-1904.




~ fa.J.Schoenmakers, Oude Wetering. Scheepswerf "De Vlijt". Ca. 1892-1908.
Er is enige verwarring met Sjollema die op deze werf scheepsbouwmeester was en waarvan sommige bronnen beweren dat deze een eigen werf gehad zou hebben.




~Schoenmaker, Pannerden tussen de Deukerdijk en Groenestraat. Opgericht rond 1890 en in 1906 overgenomen door de gebroeders Bodewes uit Lobith en omgedoopt tot Scheepswerf De Hoop, Pannerden.




~G. Scholten, Hoogeveen. vanaf ca 1913 tot 1926. Daarna Scholten en Eikelboom tot circa 1931. Daarna weer alleen Scholten. Men bouwde klipperaken en motorschepen.




~Firma H. Scholte, Semskade Stadskanaal. circa 1860-1907 Vanaf 1888 onder beheer van de Weduwe G. Scholte. Men scheen voornamelijk pramen en tjalken (tot 21m?) te bouwen. In 1907 wordt de werf opgeheven.




~H. Schouten, Alkmaar. 1887. Wordt 1x genoemd in de liggers der meetdiensten Na 1913(?) Scheepswerf Volharding v/h H. Schouten & Co. Voormeer 19D Alkmaar.




~Scheepswerf Schouten, Hellingstraat, Muiden. Ook bekend als 'N.V. Scheepsbouwmij voorheen Firma H. Schouten' (opgericht 1903). De Schouten's verkregen in de loop van de 19de eeuw de scheepswerven 'De Hoop' (1844), 'Nooitgedacht' (1849), de werf van Pieter Pauw (????) en tot slot in 1904 'Het Hert' (Voorheen 'De Bloementuin'). Men bouwde diverse vaartuigen, waaronder ook schepen voor de visserij. In 1979 werd de werf verkocht aan A. van der Vliet uit Muiden. Er werden alleen nog reparaties verricht, maar in de jaren negentig kwam hier ook een eind aan.
Een uitgebreide beschrijving is te vinden op de site van het Historisch Archief Muiden en op www.ssrp.nl.
Als jaar van opkoop van de werf van Pieter Pauw wordt 1868 gemeld. Dit is echter integenspraak met een advertentie uit 1879 waarin men melding maakt van een werf van T. Pauw te Muiden.




~Firma W. Schram & Zonen, Bolnes en Papendrecht. Beter bekend als N.V. Scheepswerven "Piet Hein". 1909 - augustus 2003. Diverse binnenvaartschepen en baggermaterieel.
Het Rotterdams Nieuwsblad meldt op 2-11-1907: "Door den heer W. Schram, scheepsbouwmeester te Slikkerveer, is te Bolnes het terrein 'De Moriaan' (voorheen een kolenopslag) aangekocht, om daar een scheepswerf aan te leggen.". In 1908 neemt het ophogen en de aanleg van de helling een aanvang. In augustus wordt de aanleg door bezwaren van Rijkswaterstaat onzeker. Toch wordt in november 1909 een onderlosser van 40 meter voor Engelse rekening op stapel gezet (Rott. Nieuwsbl. 26-10-1909). In krantenberichten uit 1910 duikt voor het eerst de naam scheepswerf "Piet Hein" op. Scheepswerf Piet Hein wordt in de liggers vanaf 1927 vermeld.
Volgens sommige bronnen zou Schram in 1920 (een deel van) de werf van de Weduwe C. Boele te Bolnes overgenomen hebben. De afdeling Papendrecht zou uit 1940 stammen.




~Wouter Schram, Kralingse veer, Capelle a/d IJssel. 1910-1912 Bij de tegenwoordige IJsseldijk t.h.v. de IJsselwerf. Voorheen de terreinen van Kalkman & Zonen, die na zijn overlijden in 1910 geveild werden. Men suggereert dat Schram uit Bolnes de kavels uitsluitend gekocht heeft om de concurentie in de vorm J. van Duijvendijk uit Alblasserdam uit de buurt te houden. In 1912 verkocht Schram de terreinen aan de stoommachine fabrikanten en scheepsbouwers Marckmann en Faassen.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.





~W. Schram, Slikkerveer, van voor 1903 tot ca. 1908. Daarna verder te Bolnes-Papendrecht.




~Scheepswerf Schreur, Giethoorn. De werf vindt zijn oorsprong in het laatste kwart van de 19de eeuw als Jan Hendrik Smit, op de voormalige werf van  Koop Jacob Smit, aan het Binnenpad 135 een timmerschuur en helling plaatst. Via zwager Jan Harm Scheur (1877-1960), diens zoon Jan, kleinzoon Jan Harm en achter kleinzoon Jan blijft het bedrijf tot op heden actief. Nog steeds bouwt men Punters, Bokken, Vlotten en daarvan afgeleide vaartuigen zoals de Tussenpunter. Tegenwoordig bouwt men niet alleen houten, maar ook stalen en aluminium schepen.




~Scheepswerf 'De Schroef', Sas van Gent/Sluiskil. In 1918 begonnen als "Machinefabriek De Schroef", Terneuzen. In 1964 verhuisd naar de huidige locatie; het Kanaaleiland in Sas van Gent. De werf bestond in 1964 uit een dwars- en een langshelling. De langshelling verdween in 1980. De dwarshelling werd fors uitgebreid. In 1985 werd het eerste drijvende droogdok in gebruik genomen. Het bedrijf schijnt al die jaren geleid te zijn door de familie Hoornaert




~Gebroeders Schuitema, Wildervank. Gr.Bol 1905-1930 . Men zat aan het Oosterdiep (Nijverheidskade 84?).




~J. en A. van der Schuijt, Hoogendijk (aan de Noordhoek), Papendrecht. Vanaf circa 1905 tot 1926-1931. Het bedrijf bouwde naast diverse zeegaande schepen ook stoom- en motor(beurt)schepen ondermeer voor eigen rederij. Ook bekend als  N.V. Scheepswerf & Machinefabriek voorheen J.& A. v.d. Schuyt. en als Scheepswerf Juliana. Deze werf was overgenomen van de Firma John Kievits & A.A. Wilton v Reede Cz.
Rond juli 1924 wordt de werf 'overgenomen' door de N.V. Motor Industrie voorheen J.& A. van der Schuijt (waar van Rossum mogelijk een belang in had). Daarna heeft de werf nog tot 1931 bestaan.
Er gaat een gerucht dat Schram, Papendrecht (NV Scheepswerven Piet Hein) in 1940 de werf in bezit had (Bron: H.W.G. van Blokland-Visser) anderen melden dat dit reeds in 1926 het geval was (Oudheidkamer Ridderkerk).




~Scheepswerf Schut, Martenshoek. 1931-1949 Voornamelijk kleine motorvaartuigen, later jachtbouw.




~Fa Seijmonsbergen, Grote Wittenburgerstraat, Hoogte Kadijk en Oostenburgervoorstraat, Amsterdam. 1877-1978.
De werf begon, naar men zegt, in 1877 aan de Grote Wittenburgerstraat nr. 7. De werf droeg de naam Het Wapen van Amsterdam. Dat was mogelijk een werf die eerder van F. Haverkamp was.
Vervolgens lijkt Seijmonsbergen een werf op de Hoogte Kadijk gehad te hebben. In mei 1902 maakt S. Seijmonsbergen, Zaandam bekend dat zijn scheepstimmerwerf die aan de Hoogte Kadijk blijkt te zijn verplaatst is naar de werf Concordia aan de Oostenburgervoorstraat. Dat was de voormalige werf van Huijgens en van Gelderen. Later wordt het (kantoor)adres Oostenburgerdwarsstraat 2. Als overige werven worden genoemd de werf Prins Hendrik aan de Prins Hendrikkade Zaandam en de werf Ooster Kattengat aan de Zuiddijk, Zaandam.
Bron: Nieuws van de Dag, 11 mei 1902.

Seijmonsbergen bouwt niet alleen, maar verhuurt ook zogenaamde dek-aken (dekschuiten). In 1906 houdt hij daarvoor kantoor aan de Kraansluis. (Advertentie Nieuws van de Dag 12-11-1906) Naar men zegt gaat hij in 1914 een maatschap aan met van Raamsdonk en komt het tot oprichting van de Amsterdamse Schuitenverhuurderij.
Bij het vijftig jarig bestaan in 1927 wordt als leider van de werf Concordia de heer H. Seijmonsbergen genoemd. Tevens vermeldt men dat er naast de werf ook een motorenfabriek Concordia gevestigd is. (Deze wordt voort het eerst in 1918 in advertenties genoemd) De werf in Zaandam werd op dat moment geleid door S. Seijmonsbergen. Welke van de twee eerder genoemde Zaandamse werven dat geweest is, is niet bekend.
Bron: Algemeen Handelsblad 24-11-1927.

Na de oorlog worden er nog maar weinig dekschuiten gebouwd en richt men zich meer op sleepboten. In de jaren vijftig schijnt men een aantal kotters gebouwd te hebbem. In 1978 wordt de werf opgeheven.

S. Seijmonsbergen Oostzanerdijk 19, Oostzaan. Naar men zegt Scheepswerf De Overtoom. Voormalige werf van Pauw en later van Van Dongen. De werf kwam in 1909 in bezit van H. Bernhard en volgens bronnen binnen de familie Bernhard blijft dat tot 1983 het geval.
Toch vermelden diverse meetbrieven dat er tussen 1914 en 1916 diverse schepen (voornamelijk dekschuiten) door S. Seijmonsbergen te Oostzaan gebouwd zijn. In februari 1916, na de overstroming te Oostzaan, nam N.A. Berhard jr. de werf weer over.
Waarschijnlijk is de werf ook tussen 1914 en 1916 in handen van Bernhard en slechts verhuurd aan Seijmonsbergen of bouwde men in opdracht van Seijmonsbergen.


S. Seijmonsbergen, Utrecht. 1913-1918. Men bouwde dekschuiten. Verder niet bekend.

Scheepswerf Concordia Wartena. In Wartena werden volgend de liggers twee dekschuiten gebouwd. Eén voor Seijmonsbergen en één voor de Amsterdamse Schuitenverhuurderij waar Seijmonsbergen een belang in had. Waarschijnlijk gaat het om de werf van Bijlsma waar onder verantwoording van 'Concordia' gebouwd werd.

S. Seijmonsbergen Zaandam. Het gaat hier om twee werven. Eén aan de Zuiddijk ten noorden van de Hanepadsluis, Zaandam. Deze bestond van 1892 - 1932 De werf bouwde voornamelijk dekschuiten. Mogelijk werd deze werf soms(abusievelijk) Scheepswerf Concordia genoemd.
Tussen 1926 en 1933 duikt de naam van de werf Concordia te Zaandam op. Het kan hierbij om foutieve vermeldingen gaan, maar zeker is dit niet. De Amsterdamse werf van Seijmonsbergen werd wel Concordia genoemd, maar dat zegt weinig over de Zaandamse.

De tweede werf was de Prins Hendrik aan de Prins Hendrikkade. Jaartallen mogelijk gelijk aan die van de Zuiddijk, mogelijk is ook dat deze werf pas in 1902 begonnen is. Ook deze werf bouwde voornamelijk dekschuiten tot een meter of 25.




~J. Seip, Amsterdam, Ouder-Amstel. Onbekend.




~ Scheepswerf Sepers, Heerewaarden. Schepen tot circa 80 meter. Vermoedelijk pas na 1940 ontstaan. Thans  (2013) nog actief.




~Shipcon B.V., Dodewaard. 2010-heden. Voortzetting van Scheepswerf Doodewaard. Nieuwbouw en reparatie.




~Shipyard Constructions Hoogezand, Scheepswervenweg 13, Foxhol. 2010-heden. Scheepsbouw en reparatie. Voortzetting van Scheepswerf Foxhol onderdeel van Damen Shipyards.




~Sissing, Winsum. Gr.Tj. 1914




~J. Sjollema, Oude Wetering. circa 1890-1910 Was scheepsbouwmeester bij Scheepswerf De Vlijt van Schoenmaker te Oude Wetering. Het is niet echt zeker of hij ooit een eigen werf gehad heeft. Hij stierf in 1918.




~Scheepswerf Herman Hendriks Slager, Dedemsvaart. Nam rond 1900 de werf van J. Holvast aan het Rak over. Beheerde van 1903-1912 tevens een werf aan de Hoofdvaart bij het Ommerkanaal. Bron Historische vereniging Avereest.




~Scheepswerf De Sleep, Papendrecht: zie C. Gips, Dordrecht.




~S.L.M.: Zie bij Meijntjens.




~Scheepswerf J.C. Slob, Sliedrecht+Papendrecht. In 1947 begonnen als las- en constructiebedrijf te Sliedrecht. Later bekend als N.V. Scheepswerf en Lasbedrijf voorheen J.C. Slob. In 1961 met een scheepswerf aan de Ketelhaven te Papendrecht uitgebreid. Tegenwoordig (2012) onderdeel van de Koninklijke De Vries Scheepsbouw.




~J. Slot, Zwartsluis. 1866-1876.




~Wilhelmus Hendricus van der Sluijs, Oosthavenzijde, Schorredijk, Puttershoek. 1904 - 1972. Ook geschreven als van der Sluys.
Voorheen de werf van Pieter Czn. van Duivendijk, Jan Pieterzn. van Duijvendijk en de Gebroeders van Duijvendijk.
In 1972 wordt de werf overgenomen door het aangetrouwde familielid Gerrit Kampers die zich richt op de fabricage van en handel in aluminium (hef)stuurhuizen, olie bestrijdingsinrichtingen en vloeistofpompen. Het bedrijf staat tussen 1972 en 1987 bekend als (scheepswerf) van der Sluijs en Kampers B.V.. Kampers is tegenwoordig (2016) nog steeds actief op het gebied van scheepsconstructies en pompen.




~Scheepswerf Firma Sluimer, Hardinxveld-Giessendam. Jaren zestig?




~Th. Smeulers Bagger Mij., Jutphaas. Eind jaren zestig. Bouwde wat baggermaterieel vermoedelijk voor eigen gebruik.




~Smid, Hoogezand. Zou in 1905 een zeetjalk gebouwd hebben. Vermoedelijk een verschrijving; het zou E.J. Smit, Hoogezand kunnen zijn.




~J. Smit & Zn., Alblasserdam. Ook bekend als Scheepswerf voorheen Jan Smit Czn. Vanaf ca. 18?? tot 1950. De werf werd toen opgekocht door Verolme Scheepswerven N.V. De werf van Smit heeft hoofdzakelijk grote (67-110m) sleepschepen gebouwd.




~ J. Smit en Zn., Foxhol. Sinds ca. 1907 tot heden? De werf bouwde voornamelijk motorschepen. Sinds de jaren 50 bekend als: Scheepswerf Ferus Smit voorheen J.Smit en zn.. De werf was gevestigd nabij de brug de 'Bouwmansklap' over het (oude) Winschoterdiep. Rond 1964 begint men ook een werf aan de Scheepswervenweg 7, Westerbroek, noemt zich daar dan ook E.J. Smit Westerbroek. Voor zover bestaat deze werf nog steeds (2012).




~Smit, Middenbuurt Giethoorn. Bouw van houten Giethoornse punters en aanverwante vaartuigen.



~E.J. Smit en Zoon, Hoogezand. Ztj. 1785-ca. 1980 Scheepswerf en Machinefabriek. Was gevestigd aan de Brugstraat (tegenwoordig M. Veiningastraat - Abrahamskade) Voor 1937 echter verhuisd naar Westerbroek bij de huidige Energieweg 16. Lijkt aan de Energieweg uitsluitend zeeschepen gebouwd te hebben.




~Fop Jansz. Smit, Molenstraat 24, Kinderdijk. 1838/1842 - 1856/1866. Bouwde zeegaande schepen en stoomvaartuigen. De werf ging later, sommigen zeggen 1856, anderen 1866, over in handen van L. Smit.

~Scheepswerf en Machinefabriek L. Smit & Zn., Molenstraat 24, Kinderdijk. Gevestigd in 'Etablissement Fop Smit'. Voortzetting van de werf van Fop Smit. Leendert was de zoon van Fop Jansz. Smit. De werf heeft tot in de jaren 60 van de twintigste eeuw bestaan. Men bouwde ondermeer baggermaterieel en werkvaartuigen.




~J. & K. Smit, Molenstraat, Kinderdijk, echter ook Krimpen a/d Lek. 1847 - 1966 of later?. Bekend van de bouw van diverse zeegaande vaartuigen, waaronder sleepboten en baggermaterieel. De afdeling te Krimpen werd in 1853 gesticht en kwam onder leiding van Kornelis. Jan Smit bestuurde de werf te Kinderdijk.




~Machinefabriek Smit & Co, Molenstraat 6, Kinderdijk. 1917 tot 1968.  Voor zover bekend alleen machinebouw; stoommachines en Hollandia scheepsmotoren, voorheen de smederij van L. Smit?




~J. Smit Czn, Papendrecht. 1856-1882. Verhuisde nadien naar Alblasserdam en verkocht de werf aan Wilton v Reede.




~N. V. Machinefabriek en Scheepswerf v. P. Smit Jr., Oost-Varkenoordschedijk, Rotterdam. Ook bekend als Scheepswerf De Industrie.




~J. Smit,  Borgercompagniestraat-Oosteinde, Sappemeer. Kleine langshelling, vermoedelijk voor reparatie. De werf deed echter ook aan nieuwbouw. Op 1-12-1904 liep daar De jonge Geertruida voor D Schouten uit Monikkendam van stapel. Gevestigd naast bandenfabriek Hevea en houtzaagmolen Maathuis. Voorheen (tot 1903) de werf van Berg, na 1922 die van Wolthuis.




~Fop Smith, Slikkerveer, 1836 - 1872. Dependance van de werf Fop Smit, Kinderdijk. Later Jan Smit Fopszoon.



~Otto Smith, Cereskade, Stadskanaal. Otto Smith neemt in 1904 de werf van zijn pleegvader Andries Stavast over. Otto Smith bouwt tot in de jaren dertig een groot aantal schepen, waaronder ook motorschepen. De capaciteit van de werf schijnt tot circa 27,5 meter beperkt te zijn.
In 1951 verkoopt Smith de werf aan J. Meinds. Van Meinds zijn alleen een baggermolen en twee zandzuigers bekend uit 1962/63. De werf is in 1965 opgeheven en het hellinggat is gedempt. Van de gebouwen is niets meer over.
Bron: George Snijder.




~Jacobus Franciscus Smit, Vierverlaten. Scheepswerf 'De Koningspoort'. Smit nam in 1917 de werf van W. Mulder over. Ook nu worden er schippen voor de buiten- en ook een aantal voor de binnenvaart gebouwd. Al in 1930 ging de werf failliet en kwam deze in handen van de Gebroeders Barkmeijer.
Deze J.F. Smit was afkomstig uit Sappemeer. Andere bronnen vermelden echter Stroobos.
Bron: Werven in Hoogkerk door G. Snijder. Bokkepoot 41/233





~E.J. Smit, Westerbroek. Zie Smit, Hoogezand.




~Cornelis Smit, Zierikzee 1838. Cornelis Smit (1784-1855) uit Alblasserdam sticht op uitnodiging van de plaatselijke notabelen De stads Commerciewerf. In 1849 schijnt als scheepsbouwmeester C. Maks aangestelt te zijn, deze schijnt later in het bezit van (een deel van) de werf te komen. In 1867 zoeken de beheerders een nieuwe huurder voor de werf. Het verdere verloop is (nog) niet bekend. De De werf richtte zich voornamelijk op zeegaande schepen.




~Sneker Scheepsbouw Unie, Sneek; zie van Nugteren, Sneek.




~Firma C. Snoeij, Ouderkerk a.d. IJssel 1897 - 1946 - 1960 (ODK-2b). Ook geschreven als Snoei en als Snoey. In 1897 krijgt Cornelis Snoeij de werf van zijn neef Leendert Corneliszn. van Duijvendijk te Ouderkerk a/d IJssel geschonken. Onder leiding van zijn oom heeft hij daar het vak geleerd. Begin twintigste eeuw wordt de werf nog flink vergroot, maar na 1915 worden er slechts sporadisch nog nieuwe scheepjes gebouwd. Na zijn overlijden in 1946 nemen zijn zoons Gijs en Klaas de werf over. In 1960 wordt de werf gesloten.
De bouwlengte op deze werf scheen maximaal 23 meter te zijn. Men bouwde er vermoedelijk wat ijsselaakjes e.d.
Bron: verspreide berichten en "Het Liefst eigen baas" door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016
Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~R. Soppe en G. Soppe-Supheert, Coevorden. Scheepswerf De Vlijt reparatiewerf. (1961) - 198? - heden (2017). Voorheen de werf van Supheert.




~Firma Spaander, Volendam. 1884 Houtwerf met sporadisch wat nieuwbouw de werf kwam in 1923 in handen van Jan Hoogland.




~Fa. Spijker, Bickersgracht 40, Amsterdam. Men bouwde ondermeer en verhuurde ook dekschuiten en grondbakken.




~Frima L.J. Spijtel, Amsterdam. 1885 - onbekend. Gevestigd aan het huidige Spijtellaantje ten westen van de Schinkel. Men bouwde er vermoedelijk houten boerenvaartuigen.




~Scheepswerf De Spitse Horn, Vierverlaten; zie J & W Mulder en K. Hortsing De Poffert, Leek.




~Werf Spoorbrug, Schiedam; zie B. van Rijn.




~Dhr. Sprëe, Kampen (nabij de kalkovens). 1848




~W. Sprik, Krimpen a/d Lek. Behalve een vijftal sleepboten gebouwd in 1928-1929 zijn er geen activiteiten bekend.




~Firma Spoorijzer, Delft: zie J.C. Goudriaan.




~N.V. Spoorwegmaterieel en IJzerconstructie, Delft: zie J.C. Goudriaan.




~Fa. Staal en Haalmeijer, Dijksgracht-Grote Wittenburgerstraat, Amsterdam. 1890 Scheepswerf De IJhoek. Voorheen de Pruisische houthandel. Fa. Staal en Haalmeijer was eigenlijk een aannemersbedrijf.




~R. van der Staal, Veere. Eing 19de eeuw. Verder geen gegevens bekend.




~Stadsschuitenmakerswerf, Amsterdam; zie Gemeentewerf Amsterdam.




~W. en C. Stam, Nieuw Lekkerland. Scheepswerf Bijl. Circa 1924 tot minimaal 1964. Bouwde veel schepen voor de visserij.




~N.V. Stami, Maasstraat 10, Dordrecht. Bouwde ook zeegaande schepen. <1954 - ca 1980.




~Firma Stapel begonnen als Scheepswerf Vooruit ( 1903 - ca. 1936.) aan de Paktuinen te Enkhuizen. Eerste eigenaren de heren C. Stapel(1869-1936), G. Schild Jzn en mr. C.P. Donker, Enkhuizen. Zij vormden de Enkhuizer Bouwmaatschappij die in 1903 het terrein van de houtwerf van Lastdrager opkocht en er in plaats van huizen te bouwen er een scheepswerf begonnen. Rond 1914 trokken Schild en Donker zich uit de firma terug en werd het NV Werf Vooruit. De werf ging in 1936 failliet.
Over de verdere eigenaren van de werf is niet veel bekend. In de oorlog schijnen dat van der Beldt en Donker geweest te zijn. De werf lijkt tot circa 1950 bestaan te hebben.
In 1917 wordt er tevens een (grotere) werf te Spaarndam, de Scheepswerf Hollandia van Frans van Dijk, overgenomen en omgedoopt tot Spaarndammer Scheepswerf Stapel NV of ook wel Scheepswerf Vooruit Spaarndam genoemd. Men bouwde aldaar redelijk veel sleepschepen, dekschuiten wat klippers en motorschepen. In later tijd vooral baggermaterieel.
De werf in Spaarndam stond onder de hoede van zoon Cornelis (1893-1972) en later onder diens zoon Piet. In 1971 krijgt de werf de naam Scheepswerf Stapel B.V.  In 1988 komen er aan de werf activiteiten een einde. In 1993 tenslotte wordt het bedrijf te Spaarndam gesloten.
In 1968 krijgt Stapel ook nog een vestiging te Dinteloord/Dintelmond/Dintelsas. Deze wordt in 1986 gesloten.




~Stapel & Baerveldt, Zaandam. Beter bekend als Betona B.S.. In de jaren vijftig, zestig, bouwer van woonarken met betonnen bak.




~Fa. Stapels, Moerdijk. 1913 Slechts één vaartuig bekend. Zal een vergissing zijn.




~Andries Stavast, Cereskade, Stadskanaal. De werf aan de Cereskade is opgericht in 1875 door Andries Stavast (1841-1927) zoon van de Pekelder scheepstimmerman Lammert Jans Stavast. Er worden houten schepen voor binnen en buiten gebouwd, zelfs enkele schoeners met een maximum breedte van 6 meter. De werf heeft in het hellinggat een wagenhelling en een dwarshelling, maar nieuwbouw gebeurt voornamelijk aan de kanaalkant.
Na zijn huwelijk in 1904 met Afiena Marchiena Bossema neemt zijn pleegzoon Otto Smith de werf over.
Bron: George Snijder.




~Gebroeders Steentjes, Derde Laan, Wildervank. ca. 1900. Houten spitse praam. Houtzagerij en scheepswerf Later werd dit A. Meijer of de werf toen nog bestond of dat het alleen nog een houthandel was, is me niet bekend.




~Firma Steg, Annapolder. Slechts één vermelding. 1925.




~Scheepswerf Stella Maris, Amsterdam. Zie Breurken, Amsterdam.




~J.A. Stoel, Haarlem. Eind negentiende eeuw. Bouwer van minstens twee ijzeren vaartuigen circa 12 meter lang.




~W.F. Stoel & Zoon, Alkmaar. Zie Scheepswerf Nicolaas Witsen.




~H. Stofberg(en), IJsselvere/Oudewater. Circa 1843-1913. Men bouwde boerenvaartuigen en scheepjes voor de beurtvaart. (IJsselvere vormt de Zuid oever te Oude Water.)




~Gebr. Stofberg, Mijdrecht. 1793 tot heden. Oudste nog bestaande werf die binnen één familie is gebleven. Men bouwde diverse soorten kleine binnenvaartschepen, Hagenaartjes, tjalkjes, pakschuiten. Na 1920 richt men zich meer en meer op de bouw van pleziervaartuigen.




~P. van Straaten, Loosduinen (Den Haag). Ook bekend als Scheepswerf Jantine. De werf bouwde ondermeer Kagenaars en Westlanders. Uit registers zijn de volgende jaren af te leiden 1927-1937, andere bronnen maken als vroegste jaar 1904, maar misschien is dat gebaseerd op van Straaten in Den Haag. Mogelijk was er ook nog een N van Straaten die eerst te Monster zat en later de werf Jantine overgenomen heeft.




~ C.W. van Straaten, Rijswijk-Den Haag. 1888 - 1916? In 1914 was de werf was gevestigd aan de Trekweg bij de Binckhorst, toendertijd behorend bij Rijswijk? Men spreekt echter ook van de Bierkade 23. Rond 1917 werd de Bierkade gedempt. Waarschijnlijk is de Bierkade het oudste adres. Het laatste schip dat van deze werf liep was naar men zegt in 1914 en heette Adriana Maria.
Sedert 1911 staat de werf bekend als Van Straaten en van der Brink. Naar het schijnt hield de werf zich bezig met de bouw stoomsleepboten en stoombeurtschepen.




~Van Straaten, Voorburg. Vermoedelijk een verschrijving en bedoelt men C.W. van Straaten, Rijswijk.




~Jacob Striekaert, Scheepmakersdijk, Zierikzee 1840 tot ca 1864. Ook bekend als 'De Goede Intentie'. De werf richtte zich voornamelijk op de kleine zee- en kustvaart.




~Fa. Stroomberg, Hasselt (Ov). Rond 1875. Bouwer van onder meer houten Overijsselse) pramen.




~Weduwe D. van Suijlekom, Drimmelen. Vermoedelijk een soort depandance van de werf te Raamsdonksveer. De werf moet tussen ca. 1900 en 1916 bestaan hebben.
Naar men zegt had men landinwaarts een werf voor kleine scheepjes en in de haven aan de oostzijde een werf voor grotere schepen. Van de werf in de haven was in 1930 al geen spoor meer te ontdekken.
(Bron Heemkundekring Made en Drimmelen)




~G. v. Suijlekom, Oosterhout. van voor 1888 tot minstens 1917 zou daar een werf van Van Suijlekom geweest zijn.




~D.P. v. Suijlekom, Het Fort, Raamsdonkveer. (Ook geschreven als Suilekom en Suylekom.)
Evenals de hierna te noemen werf gesticht in 1864. In 1919 wordt de werf verkocht aan W of J van Schijndel.




~D. v. Suijlekom, Steenpad - Haven, Raamsdonksveer. (Ook geschreven als Suilekom en Suylekom.) 1864-19?? Aak, Htj, Kl, Kla, Lm. In 1864 koopt Dirk van Suijlekom uit Oosterhout de scheepstimmerwerf met langshelling van Rokus Ruijtenberg. Rond 1890 overlijdt Dirk en wordt zijn weduwe de eigenaresse; de naam wordt de Scheepswerf Weduwe D. van Suijlekom. Volgens sommige bronnen gaat de werf, die dan Firma D.P. van Suijlekom genoemd wordt, in 1916 falliet.
Er is echter een lastige samenloop met het vermoedelijke bestaan van nog een werf van Suijlekom welke ook 1864 gesticht werd, maar bij het Fort gelegen was. Eén van de werven en volgens mijn bronnen was dat die aan de haven is blijven bestaan.
Volgens krantenberichten was de werf echter in 28, 29, 37 en 49 nog volop actief en kreeg in 1963 één der medewerkers nog een lintje.....
Van Suijlekom heeft naar het schijnt tussen 1928 en 1932 een aantal (8?) stoomsleepboten in opdracht van en onder de naam van van Schipper en van Dongen, Geertruidenberg, gebouwd.
In een publicatie in ondermeer het Limburgs dagblad van 1949 wordt men genoemd i.v.m. de bouw van lichters voor Tsjechië.
Later was de werf bekend als N.V. Scheepswerf 'De Donge' voorheen Firma D.P. van Suijlekom & Zn. De werf lag aan de oostoever van de Donge tussen de haveninvaart van Raamsdonksveer en de Bergsedijk en was tot 2012 actief.




~Jan Supheert sr., Schoonebeek. 1945-1961. Kanthelling. In 1961 verplaatst Jan Supheert jr de werf naar de Stephensonweg te Coevorden. In de jaren tachtig overgenomen door zijn schoonzoon R. Soppe en thans bekend als Scheepswerf De Vlijt reparatiewerf.




~Suurmeijer, Foxhol. Scheepswerf  'De Voortuitgang'. Zie Mulder en Suurmeijer, Foxhol.




~H. Suuroverste, Groningen. Bouwde tussen ca 1930 en 1940 een vijftiental opdrukkers in het ruim van zijn schip.




~H. en J. Suyver fabriek van stoomketels en werktuigen. Bickerseiland, Grote Bickerstraat 80, Amsterdam. 1877 tot 1936
Oorspronkelijk op het terreinen van de voormalige scheepswerven De Hollandsche Tuin en St. Jago aan de Grote Bickersstraat. Tussen 1880 en 1901 verhuisde naar de terreinen van de werven Het Zeepaard en De Nagtegaal (van Meursing) bij de Zandhoekbrug. Op het hoogtepunt had Suyver 250 werknemers in dienst.
Pieken en dalen volgden. Na 1910 nemen de werfactiviteiten af. De hellingen lijken eind jaren twintig geheel verdwenen. In 1936 werd het bedrijf op die plaats en in die vorm beëindigd. In 1954 is op deze locatie de jutezakken fabriek van Roseboom actief. Op het voormalige werfterrein hebben zich dan ook weer werfactiviteiten ontwikkeld. Rond 1947 is dit namelijk de scheepswerf 'Westerdok' van Veldhuizen geworden.




~Scheepswerf Swankhuisen, Dedemsvaart/Hoofdvaart. 1899-1926. Voorheen de werf van Jokon Ten Hoeve (1891-1899) Bron Historische vereniging Avereest.




~IJsbrand Swart, Koog aan de Zaan. 1890 tot 1918. Bouw en onderhoud van houten vaartuigen, waar onder dekschuiten. Al sinds 1793 had de familie Swart de werf aan de Jan Bestevaerstraat te Koog. In 1890 lijkt de in 1848 geboren Ijsbrand de werf in beheer te krijgen. In 1918 komt de werf in handen van Tijs Teer die tot 1908 een werf aan het Arie de Bruijnspad had. De werf was toen mogelijk in handen van Jozef Swart.




~NV. Corn. Swarttouw's Constructiewerkplaatsen en machinefabriek, Schiedam.




~G. Swerver Jzn, Alkmaar. 1959 - ? Zie bij scheepswerf Nicolaas Witsen.




~A. Swets Scheepsbouw, Hardinxveld(-Giessendam). Bouwde onder meer in 1962 een paar passagiersscheepkes van bijna 26 meter.




~A. Syperda, Heeg. 1988-1989



T


~Gebroeders Tak, Slikpolder, Geertruidenberg. In 1906 vestigen P.L. en N.W.  Tak uit 's-Gravenmoer zich op de westelijke oever van de Donge aan de noordkant van Geertruidenberg. In 1910 wordt de naam Geertruidenbergsche Scheepsbouw en Reparatiewerf voorheen Gebroeders Tak.
In 1916 wordt de werf verkocht aan D.H. Wicherlink; de naam blijft naar het schijnt ongewijzigd.
In 1917 wordt de werf omgezet in een N.V. met als belangrijkste aandeelhouder J. Ribbens en gaat dan N.V. de Amer voorheen Gebroeders Tak heten. Scheepswerf de Amer gaat in 1923 over in handen van D.L.J. Akkermans en wordt dan 'N.V. Scheepswerf De Amer'.
P.L. Tak gaat verder met de werf van Van der Does in de haven van Raamsdonksveer




~P.J. Tak, 's Gravenmoer. 1859-1911 Bouwde stalen schepen tot 50 meter.
De lokatie van de werf liet de bouw van grotere en zwaardere schepen dan een sleepschip van vijftig meter niet toe. De werf kan daardoor onvoldoende concurerend werken en gaat in 1911 failliet. Bron George Snijder, Schippers van een gedempte haven.




~P.L. Tak, Raamsdonksveer. In 1923 neemt Tak de werf van Van der Does in de haven van Raamsdonkveer over. Later wordt dit Tak Jachtbouw.




~Scheepswerf Talsma, Edisonstraat, Franeker. Ook vestigingen te Heeg en Groningen.




~Scheepswerf Tammers, Alphen a/d Rijn. Deze scheepswerf zou rond 1900 bestaan moeten hebben.




~B. Tans, Gouderak. 1906 - 1909. Voormalige werf van Van Duijvendijk, In 1909 verkocht aan Prins.
Tans had een compagnonschap met H.M. Degenaar.




~B. Tans & Zn, Buizengat/Oude Plantage, Rotterdam.




~ Scheepswerf Teekens, Bodegraven. (1877)-1896-1914. Vrachtscheepjes 18-22 meter.




~Scheepswerf Tijs Teer, Arie de Bruijnspad, Zaandam. 1895-1908. Onderhoud van houten boten en schuiten. Van de genoemde straten in relatie tot deze werf lijkt anno 2013 alleen de Arie de Bruijnstraat (voorheen 'pad') nog te bestaan.
Het lijkt als of de werf op de hoek met de Willem Dreeslaan gelegen was.
Vervolgens lijkt Tijs Teer vanaf 1918 een werf aan de Jan Bestevaerstraat Zaandijk/Koog aan de Zaan te bezitten. Dit was de werf van IJsbrand Swart. Wat Tijs tussen 1908 en 1918 gedaan heeft, is mij niet bekend. Tijs Teer schijnt in ieder geval tot 1925 aan de J Bestevaerstraat actief geweest te zijn.




~Fa. Teer en de Boer, Zaandijk. Bekend als: Scheepswerf 'Achter de kerk'. Zaandijk. Zie Sibbele de Boer.




~K.R. Telgenhof, Coevorden. 1914-1940. Voornamelijk motorscheepjes tot ca. 31 meter. In februari 1940 overleed K.R. Telgenhof, daarna werd de werf nog enige tijd voortgezet door zijn weduwe K.R. Telgenhof-Tebberman. Op 12 juli 1940 ging de werf over naar A. Bouman.




~Gebr. R. & J.Telgenhof, Daarlerveen/Vroomshoop. Scheepswerf Twente. 1900-1937 (Mogelijk van verschillende familieleden geweest)  In eerste instantie alleen aken later ook motorschepen. Vanaf circa 1927 gaat men zich meer op constructiewerk, bruggenbouw, e.d. richten. Vermoedelijk tegen 1928 komt er een vestiging in Vroomshoop bij.
Te Vroomshoop komt de leiding bij J. Telgenhof, in Daarlerveen bij R. Telgenhof. Alhoewel er in de kranten geen meldingen zijn van scheepsbouw te Vroomshoop en van Telgenhof daar zich pas rond 1927 lijkt te vestigen, stellen de liggers dat daar vanaf 1902 tot 1939 schepen met een maximale lengte van rond de 26 meter van stapel gelopen zijn.
In 1936 wordt men failliet verklaard en in 1937 wordt de boedel geveild.
In 1942 blijkt Telgenhof weer in Daarlerveen actief te zijn. On 1944 wordt uitstel van betaling aangevraagd.




~Telgenhof, Hellendoorn. 1910. De liggers vermelden slecht 1 scheepje van 17 meter.




~Tellinghof, Vroomshoop. Mogelijk een verschrijving en bedoelde men Telgenhof in Daarlerveen.




~Fa. Ten Horn, Veendam. Zie bij de H van Horn.




~N.V. Terneuzensche Scheepsbouw Maatschappij, T.S.M., Terneuzen. 1924-1978. Bouwt diverse soorten schepen voor de binnen- en kustvaart.




~Theissing en Oostlander Scheepswerven Geertruidenberg-Raamsdonksveer, Fort Lunette, Raamsdonksveer. Na in 1907 de werf van van Duijvendijk te Geertruidenberg opgekocht te hebben. Begint Oostlander samen met Theissing een werf te Raamsdonksveer; Scheepswerf 'De Vondeling'. Dit lijkt Oostlander toch niet te bevallen want reeds in 1908 trekt hij zich terug en een jaar later gaat de overgebleven Firmant failliet. De werf wordt door de Firma P. en A. Ruijtenberg uit Waspik overgenomen.




~J.P.G. Thiebout, Amsterdam/Ouder Amstel. Beter bekend als Scheepwerf De Amstel. Zette rond 1909 de werf van Baaij en Thiebout voort. Bouwde pleziervaartuigen. De werf kwam rond 1925 in handen van NV 'De Narwal'.
Als adres wordt gegeven Binnenweg 33, later Ouderkerkerdijk 40. Of dit betrekking heeft op een verhuizing of dat de straatnamen en nummering gewijzigd is, of dat alleen het kantoor adres anders wordt, is me niet bekend. De werf gaat later over in handen van C.J. Baas en wordt dan een NV.




~H.P.J. Thiecke, Martenshoek. 1922-1928. Bouwde motorschepen tot ca. 135 ton. Thiecke schijnt de werf van de weduwe J.W. Boerma te huren. Vermoedelijk gaat het hier om de werf van Thiecke aan de Werfkade 8, Hoogezand. In advertenties omschreven als Winschiterdieo zuidzijde nabij de Sluis. Later woonarkenbouw Schut.




~Scheepswerf De Tijdgeest, Sneek: zie, Barkmeijer, v.d. Werf en B.J. Fikkers, Sneek.




~ Gebroeders Tijssen, Scheepswerf De Hoop, Utrechts Jaagpad/Admiraal Banckertweg 19, Leiden. Jaren 1922-1996 Werf die zich de eerste tien jaar voornamelijk bezig scheen te houden met de bouw van boerenvaartuigen zoals de Leidse vlet. Vanaf ca. 1925 diverse binnenvaartschepen tot circa 100 ton en enkele sleepboten. 1922 opgericht door G en A.J. Tijssen. 1940 ging de werf verder als Gebr Tijssen. In 1984 verkocht aan Hijdra en Kloos. De werf richtte zich daarna voornamelijk (of geheel) op de pleziervaart. Wel werd nog steeds de naam 'Scheepswerf Tijssen' gehandhaaft.
Volgens het Regionaal Archief Leiden wordt Tijssen zonder H achter de T geschreven.





~Tille Scheepsbouw B.V., Kootstertille. Heeft in de jaren tachtig een enkel binnenvaartvrachtschip gebouwd, verder alleen zeegande vaartuigen.




~Firma Timmer, Delft, Vanaf 1937 tot 1972+ zat het bedrijf aan de Rotterdamse weg 404-406, Delft. Bouwde vrij veel tankscheepjes van circa 20 meter.




~Scheepswerf Tmmer, Zaag 1, Krimpen aan de Lek. Weinig nieuwbouw. Mogelijk scheepsreparatie bedrijf.




~Scheepswerf G.Timmer en Zn.. Schiedam. 1920 - 1937. Ook bekend als Huis te Rivier. Veel motorscheepjes tot 30 meter.




~Jan Klaas Timmerman()s, (Stoombootkade) Meppel. circa 1768-1806-(1851). Hij werd opgevolgd door zijn zoon Klaas Jans. In 1806 werd de werf overgenomen door Petrus Dekker. Bouwde vermoedelijk pramen.
Zie ook: geheugenvandrenthe.nl/scheepsbouw



~Scheepswerf De Toekomst, Amsterdam-Nieuwendam; zie L.C. Vermeulen.




~Scheepswerf De Toekomst, Vrijenban, Delft. Zie B de Groot.




~Arie van der Toorn, Nieuwe Haven, Lange Nieuwstraat 43, Schiedam. Scheepswerf De Hoop. In 1912 verwerft de Scheveningse reder voormalige werf van Leendert Cornelis Verboom. Het is onduidelijk wat er met de werf gebeurt, maar tussen 1923 en 1925 wordt hij verhuurt aan Jacob van Duijvendijk en daarna verkocht aan de Familie Osterholt die er een machinefabriek sticht.




~Botenbouw Tukker B.V., Oost Kinderdijk, Alblasserdam. 1965-1981 Daarna gevestigd te Gorinchem in 2015 failliet verklaard. Bouwer van roeiboten met een knikspant romp en een vletachtig model. Deze lijken sterk op de Beenhakker maar wijken daarvan iets af. Ze staan wel bekend als Tukkers of Turry's. De werf bouwde ook de bij zeeverkenners zo populaire Lelievletten en motorjachten met een gelijksoortig model de Tukkervlet. Sommige van deze Tukkervlettenzijn voor de beroepsvaart gebruikt.




~Scheepswerf Twente, Daarlerveen/Vroomshoop; zie Gebr. Telgenhof.




U




~H. Uijtenbroek, Alphen aan de Rijn. 1877 - 190?. Ook geschreven als Uitenbroek en Uittenbroek. Naar het schijnt ook bekend als Gebroeders Uittenbroek, die broers waren Jan en Gerrit-Chistoffel.




~Uitenbroek, Asvest, Delft. ca. 1890.




~Scheepswerf De Uitkomst, zie Bootsman, Zaandam.




~Richter Uitdenbogaardt, Maassluis. 1854-1921 Vermoedelijk alleen zeevaart en zeevisserij. De werf was gelegen werf op de noordpunt van het Schanseiland. Tot 1871 heette de werf 'Hollands Trouw', daarna tot 1921 'Lands Welvaren'. Het zelfde jaar gaat de werf over in andere handen.(bron: historischewerf.nl) De ene bron noemt G. Figée. Historischewerf.nl heeft het echter over een scheepssloper.




~Jan Uittenbroek, Capelle a/d IJssel. ca. 1807 - ca. 1826. Voornamelijk bouw en onderhoud van boerenvaartuigen mogelijk ook grotere schepen (eikers?) welke bij de vervening gebruikt werden.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.
De lokatie is mij niet precies bekend. Indertijd heette het daar De Schinkel. Het zou ongeveer daar kunnen zijn waar nu het IJsbaanpad de Capelseweg kruist.




~Gebroeders van Ulden, Leiden/Leiderdorp. van voor 1905 tot juli 1922. Later bekend als P. van Ulden, tevens bekend als Scheepswerf De Rhijnstroom of De Rijnstroom.  De werf was gelegen nabij de noord-oosthoek van de kruising van het Rijn-Schiekanaal met de Nieuwe Rijn. Ongeveer waar zich heden (2012) de jachthaven bevindt.




~Scheepsbouw Unie NV., Zuiddiep, Groningen. In 1939 opgericht verband van Niestern & Co Delfzijl en de Noord-Nederlandse Scheepswerven Groningen. Rond 1946 werd hieraan de werf van Meijers te Zaltbommel toegevoegd, waarna die werf 'De Waal NV.' ging heten. De Unie schijnt tot circa 1959 bestaan te hebben en ging op in de Nieuwe Noord Nederlandse Scheepswerven.




V




~N.V. Scheepswerf Vahali, Gendt. De scheepswerf ontstaat in1923 en bouwt ondermeer een flink aantal sleepschepen. Tijdens en kort na de oorlog schijnen er geen activiteiten ontwikkeld te worden, maar nadien komt de werf terug. Anno 2013 bestond de onderneming nog steeds.




~J.W. Valentijn & Zonen, Oudsedijk, Langeraar (Gem. Ter Aar). Ook bekend als scheepswerf Gerardus Majella. 1910->1985.
J.W. Valentijn kocht deze, 179 jaar oude werf, van een zekere G. Koelman. Valentijn bouwde onder andere houten Grundels. Vanaf de WO I tot 1925 werden er stalen binnenvaartvrachtschepen gebouwd. Daarna richtte men zich op de bouw van pleziervaartuigen, onderhoud en reparatie.
Gerardus Majella is een rooms-katholieke heilige.





~Werf De Valk, Amsterdam; zie Hinloopen.




~J van Veen, Zwartsluis. 1857-1874.




~Scheepswerf Hesel Veenstra, Schilhoek, Leek. 1908-1925 Ook bekend als het Hoofddiep te Nietap. Verrichtte uitsluitend onderhoud aan houten pramen e.d. Voorheen de helling van Kuipers, welke in 1905 afbrande.




~Scheepswerf Veenwoudsterwal, Veenwouden; zie Sietse Hoogeveen.




~Scheepswerf De Veerdam, Papendrecht; P. de Koning.




~Gebroeders Vegter, Sluiskade/1e Exloërmond, Musselkanaal. Vanaf 1878 zijn de Vegters hier actief. In 1905 wordt hier het laatste houten schip gebouwd en verhuurt men het terrein aan de Gebroeders Muller, die in staal verder gaan. Als in 1910 de Gebroeders Muller vertrekken, vindt men geen opvolging.




~Scheepswerf K.M.van der Velden & N.W. Verboon, Zwolle. 1921-1923.
(Voorheen de werf van van Goor.) In 1923 faillietgegaan. Kort daarop als N.V. een herstart gemaakt.




~P. In 'T Veld, Delft. Scheepsbouwkundig(ontwerp)bureau dat ondermeer met de Koninklijk Grofsmederij Leiden samenwerkte. Ook geschreven als Intveld en mogelijk met B. de Groot samen actief geweest op de werf De Toekomst in Delft.




~Van der Velde, Zierikzee 1891-1915. Houtwerf vooral toegelegd op de reparatie van visserschepen. De werf ligt een eindje verder landinwaarts dan die van zijn concurent van Duivendijk (deze werf hield in 1894 op te bestaan). In 1915 wordt de werf verkocht aan Aloysius de Bruin, die de werf in 1921 weer overdoet aan van Duivendijk uit Bruinisse.




~N.V. van der Velden's Scheepswerf 'Zwarte Water', Zwolle. 1924-1971.




~H. te Veldhuis Nieuwbouw en Reparatiewerf, Vissersbuurt, Papendrecht. Beter bekend als Scheepsbouwwerf 't Huis de Merwede of gewoon De Merwede, Papendrecht. In 1913 gesticht. Eind jaren 60 gesloten. Na 1930 een sterk teruggaande lijn in nieuwbouw. Na de oorlog tot eind jaren 60 nog slechts sporadisch enige nieuwbouw. Stoomschepen, zolderbakken, sleepschepen.




~Fa. Veldhuizen, Amsterdam. Reparatiewerf genaamd Westerdok. Gevestigd aan de grote Bickerstraat 86 Amsterdam. Deze beschikt 1968 over een drijvend dok. Vermoedelijk kort na de tweede oorlog begonnen op het terrein van de voormalige scheepswerf De Nachtegaal. Vanaf ca. 1983 lopen de activiteiten terug, maar het lijkt of er tot in 1998 op beperkte schaal nog reparaties verricht worden.




~Velthuis, Groningen. Gr.Bol 1928




~Velthuizen, Zaandam. 1923-1930. Scheepswerf de Poel. Zat vermoedelijk aan 't Kalf tussen Kramer en wat nu Kraanbedrijf Schol is. Enkele sleepboten en dekschuiten. Ook geschreven met een S ipv een Z en/of een Y ipv een I.




~Scheepswerf Veluvia, Harderwijk; zie Johan Oost.




~Firma Verbeek, Krimpen a/d IJssel of aan de Lek, dat is niet duidelijk. Zou in de jaren twintig scheepsbouw bedreven hebben.




~Firma Verbeij, Biezen 66, Boskoop. Boerenvaartuigen. De werf was ondermeer rond 1924 actief.  Verder geen gegevens bekend.




~Leendert Cornelis Verboom, Nieuwe Haven, Lange Nieuwstraat 43, Schiedam.
De scheepswerf met de naam De Hoop zou in de 19de eeuw gesticht zijn. Na het overlijden van Leendert (jaar onbekend) schijnt de werf aan de Gebroeders van der Meer verhuurd te worden. De werf wordt in 1912 verkocht aan de Scheveningse reder A. v.d. Toorn verkocht.




~Nicolaas Willem Verboon, Vaartweg, Vlaardingen. Ook bekend als De Ondernemlng.
De werf, die in 1921 gesticht werd, brandde reeds in 1925 af.




~Verduijn, Alphen a/d Rijn, 1873. Verder niets bekend.



~Scheepswerf Verhaar, Lisse. -1948-1966.




~Verheul, A, Doesburg. Houtbouw, Aak,Tj, 19de eeuw.-




~Scheepswerf C. Vermeulen, Boveneind, Krimpen a.d IJssel. (1854-1914) De werf was buitendijks, aan de IJssel,  gelegen ten noorden van de afwatering bij de Breekade. (Ongeveer de huidige IJsseldijk Oost 97. Het terrein is echter bij rivierverbetering rond 1940 afgegraven.) Men schakelde al vroeg over op de bouw van stalen schepen en bouwde onder meer kraken en sleepschepen tot een meter of 40. In 1914 werden de terreinen verkocht aan Gerardus van Leeuwen uit Scheveningen die er haringloggers bouwde. Later eigendom van Fa. De Bode, die er diverse vrachtschepen tot in de veertig meter bouwde. In de jaren dertig gesloten.




~L.C. Vermeulen, Nieuwendam-Amsterdam Scheepswerf De Toekomst. Ca. 1903-1915 Lokatie niet bekend. Men heeft onderandere baggermaterieel en een sleepschip van 96 meter gebouwd.
Vreemd genoeg wordt in één der dagbladen uit die tijd Dhr. Bernhard als directeur genoemd. De firma Bernhard had een werf aan de Grote Haven te Nieuwendam. Verder toont een foto de houten loodsen die in gebruik waren bij Het Jacht met de naam de Toekomst, waarbij de oude naamsvermeldingen slecht weggewerkt zijn. Eén van de houten loodsen van het Jacht brandde in 1912 af.





~J.C.Vermeulen voorheen Scheepswerf De Nijverheid, Woerden. 1893 tot 1977 of later. Drie generaties hebben de werf geleid. Men  in staal voornamelijk motor(beurt)schepen en (beun)dekschuiten tot  circa 24 meter. Later werkend onder de naam A.J. Vermeulen. Begonnen als reparatiewerf voor schepen van de eigen stoombootdienst, die rond 1900 overgedaan werd aan de firma Karsjes. Later legde men zich tevens toe op nieuwbouw. Ook hield men er een schuitenverhuur en transport op na. Dit leidde er ondermeer toe dat men vanaf 1934 het vuilvervoer en de stort ervan voor de gemeente Utrecht ondernam. Dit en ander vervoer werd in de laatste jaren de belangrijkste tak van het familiebedrijf en is na sluiting van de werf blijven bestaan. De werfterreinen werden na de sluiting aan Recreatie van Beynum verhuurd.




~Verolme Scheepswerf NV., Alblasserdam. 1950 - ???  De werf kreeg in 1958 de naam  Verolme Werf Alblasserdam NV. Bouwde voor de binnenvaart voornamelijk baggermaterieel. De werf is een overname van de werf van J. Smit Cz. door het Scheepsinstallatiebedrijf Nederland in IJsselmonde; beter bekend als Verolme.




~Verolme Scheepswerf Heusden N.V., Heusden. 1954 - 1998? De werf ontstond na overname van de werf van van De Haan & Oerlemans, hetgeen rond 1954 plaats vond. Pas in 1958 werd de nieuwe naam een feit. Later (1988) werd de werf eigendom van Wilton-Fijenoord-Holding, daarna (1999) van 'De Hoop Scheepswerven BV'.




~Scheepswerf Verras, De Paal, later Walsoorden. 1867- 1985 of later.  Ook bekend als Scheepswerf 'Moed en trouw'. Bouwers van diverse houten vissersschepen. Rond 1950 volgt overschakeling naar staalbouw en gaat men zich meer op de pleziervaart richten. In 1970 moet het bedrijf verhuizen en vestigt men zich te Walsoorden




~N.V. Verschure en Co, Meeuwenlaan 70 / Motorkanaal, Amsterdam-N. ca. 1908-1976. De grote werf voor zeeschepen lag aan de Zamenhofstraat tussen de terreinen van Ketjen en de SHV. ca. 1915-1978??
Naar men zegt is de werf aan de Meeuwenlaan in 1908 opgezet door Verschure & Co's Algemene Binnenlandse Stoomvaart Maatschappij, Amsterdam. Deze bezat voordien een drijvende reparatie werkplaats in een oude raderboot. In 1911 liepen de eerste nieuwbouwschepen van stapel. In 1913 wordt de onderneming omgezet in een NV. Rond 1915 verwerft men een tweede terrein aan het Johan van Hasseltkanaal Oost (Zamenhofstraat). Rond 1965 gaat men een samenwerkingsverband met diverse andere werven, onder de naam IHC-Holland, aan. Van dan af noemt men zich IHC-Verschure. Rond 1978? verdwijnt de werf aan de Meeuwenlaan. De werf van Hasseltkanaal-Oost/Zamenhofstraat sluit in het najaar van 1979. Alleen de Oranjewerf bij Nieuwendam, waar men sinds 1949 bij betrokken was, blijft bestaan.
Bronnen: verspreide berichten en Dagbladen via Delpher.





~Gebr. J & G Verstockt, Martenshoek - Hoogezand - . ca 1877-1915. Bouwde voornamelijk tjalken en later motorschepen. Volgens sommige berichten zat de werf vlak naast die van Hijlkema en Zonen aan de werfkade. De werf wordt later overgenomen door Bodewes.
Later (1970-1988?) duikt opnieuw de naam Verstockt op. Dan met de toevoeging B.S.M., ook spreekt men van Bodewes - Verstockt. In 2000 moet een samenvoeging van Bodewes - Verstockt, Hijlkema en Bodewes Jachtwijk tot Bodewes Jachtstockt plaats gevonden hebben.




~Verstraten, Den Haag. Wl. 1905. Vermoedelijk een vergissing en moet het van Straaten zijn.




~Scheepswerf Vertrouwen, Jutphaas: zie G.C. de Groot.




~Vervako BV, Bakkersdam 5, Heusden. 1978 - 1994+ De werf zat naast Verolme Heusden.




~C. Verveer & Co, Roeterseiland, Amsterdam. 1838-???? Eigenlijk machinefabriek en ketelmakerij. Getuige een tekening uit 1961 was er vlak bij het bedrijf een werf gevestigd. In 1839 verwierf men een octrooi op het vervaardigen van boeien.  In 1840-41  bouwde men voor de Rotterdamse Stoomboot Mij. het 31 meter lange  ijzeren stoomschip Koning Willem II. In die jaren begon men ook met de bouw van stoomlocomotieven. Volgens sommige bronnen ging de firma in 1843 al failliet. Meer dan drie schepen lijken er niet gebouwd te zijn. De machinefabriek werd overgenomen door Van Rossum & Würtz.
In het begin van deze industriële revolutie ontstonden een groot aantal bedrijven, die om zich een markt aandeel te verwerven op elk mogelijke productie stortte. Van enige specialisatie was vaak geen sprake en de kwaliteit van de producten liet te wensen over. Veel van dit soort bedrijven leden daardoor een kortstondig bestaan.





~Scheepswerf 'De Verwachting, Bickersgracht thv 44, Amsterdam. Schuitenwerf rond 1920.




~Jacob Verweij, Hoflaan, Vlaardingen. 1863-1914. Gevestigd op de voormalige werf van Peter van Gijn. Na 1914 wordt het terrein verhuurd (en later overgenomen?) door A de Jong.




~Vink, Gouwsluis/Alphen a/d Rijn. Bouwer van kleine open vaartuigen.




~Vink, Uithoorn. Eind 19de eeuw. Bouwer van ondermeer houten turfbokken.




~A. Vis, Alkmaar. Zie bij Scheepswerf Nicolaas Witsen.




~Jacob en Gijsbert Vis, Dorpsstraat (ongeveer 142-146), Capelle a/d IJssel. Na het overlijden van Leendert Bakhuizen wordt de werf door de Firma Gebroeders Vis voortgezet. In 1883 bouwden zij hun eerste ijzeren boeierschuit. In 1889 gaat de werf failliet en 1890 volgt een definitief einde.
Bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.




~Scheepswerf A. Vis, Waddinxveen. 1909-1932 Abraham Vis neemt in 1909* de werf van Prins over. Men bouwt turfbokken en later ook beurtschepen. In 1932 vertrekt zoon A. Vis jr. naar Alkmaar (zie bij Scheepswerf NIcolaas Witsen.).
*Zeker drie liggers van de meetdiensten vermelden een jaartal voor 1909. Het vroegst is 1902.




~Vis, Kerkplein, Zaandijk. Reparatiewerf houten schepen. Mogelijke connectie met de werf van De Boer. Één van de mede oprichters van de Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij.
Deze informatie is mogelijk niet juist. Met Kerkplein bedoelt men vermoedelijk de werf van De Boer. Over de werf van Vis heb ik geen informatie kunnen vinden.




~Fa. J.A. Visscher & Zn., Zwartsluis. 1925-1983. Kleine werkvaartuigen, dekschuiten, e.d




~T. Visser, Amsterdam. Later mogelijk L. Visser. 1909-1930? Vermoedelijk aannemersbedrijf dat voor eigen gebruik enkele 'dekaken' gebouwd heeft.




~Firma Visser, Den Helder. Scheepswerf De Hoop 1923-1968. Vanaf 1928 samengevoegd met scheepswerf Lastdrager en verder als Scheepswerf Visser. In 1928 kochten de gebroeders Visser de reeds bestaande werf Lastdrager aan de Koopvaardersbinnenhaven. Deze werf lag vlak naast de in 1923 door hun gestichte Scheepswerf De Hoop. Deze laatse hield zich in eerste instantie voornamelijk bezig met houtbouw.




~Scheepsbouw en Aannemersbedrijf De Visser N.V., Heenvliet. 1964-1965 Baggermaterieel.




~Fa. L. Visser, Puttershoek. 1843 - onbekend.




~J.A. Visser en zn, Zwartsluis. 1954-1970. Hield zich voornamelijk bezig met de bouw van motorsleepboten tot ca. 14 meter.




~Visser en Praat, Rotterdam / Leiden. Voluit Technisch Scheepvaartbureau Visser en Praat, Rotterdam. De werf, met de naam Scheepswerf Rijn en Schie, was echter gevestigd te Leiden. Het eerste schip liep in augustus 1924 daar voor hun van stapel.




~Visser en Smit, Papendrecht. Aannemersbedrijf. Bouwde tussen 1960 en 1962 enige baggermaterieel.
In 1927 ontstane samenvoeging van aannemingsbedrijven Visser Papendrecht en Smit Slikkeveer. Men hield zich in hoofdzaak bezig met de aanleg van pijpleidingen (riool, waterleiding, e.d.)




~van Vlaardingen, Het Kromhout, Gouda. 1819 tot 1910?
Begonnen in 1819. Tot 1823 had de werf twee eigenaren, één daarvan was Dirk Borkus, die in 1923 de gehele werf in bezit kreeg. De werf lag aan de ijssel, buitendijks, ter hoogte van de latere Stearine kaarsenfabriek.
1854 De werf wordt met een sleephelling uitgebreid.
1856 Barkschip bestemd voor de grote vaart gebouwd. Tevens wordt toestemming verkregen tot de bouw van een dok in de polder Veerstalblok van de gemeente Gouderak.
1857 Bark 'De Stad Gouda' gebouwd.
1858 Bark gebouwd.
1859 2 kanonneerboten gebouwd.
1867 Dirk Borkus overleden, zijn zoon jacob zet de werf voort.
1868 Eerste vermelding van de naam "Het Kromhout".
1877 Pont voor de gemeente Gouda gebouwd.
1887 J. Borkus overleden, zijn schoonzoon Willem Bokhoven zet de werf voort.
De werf bezat 4 overkapte hellingen, een smederij en een aantal loodsen
1893 De werf wordt verkocht aan Hubertus van Vlaardingen.
De werf had 50 personen in dienst en bouwde 4 - 6 schepen per jaar, meest ijzeren zeil- en stoomschepen.
1905 omzetting tot een vennootschap tussen Hubertus en zijn zoon Jacob onder de firmanaam  H van Vlaardingen.
1915 ontbinding van de vennootschap. J. van Vlaardingen zet de werf voort.
1919 de werf verkocht aan de stearine kaarsenfabriek en een nieuwe werf onder de naam "Kromhout'"  aan de andere kant van de ijssel, de Gouderaksedijk, begonnen. Andere bronnen vermelden dat dit in 1916 of zelfs 1910 geweest is. Men nam daartoe 'De Kroonprinses' van de familie Prins over. De werf werd herdoopt in "Kromhout"
De werf, inmiddels voorzien van een dwarshelling heeft minstens tot eind jaren zeventig bestaan en diverse soorten schepen gebouwd.

Bronnen:
T. de Hoog, Gouda.
"op hoop van zaken"  van Bregje de Wit.
E> Scheepswerf "Het Kromhout" door J Lafeber.




~Firma Vlam, Kanaalkade 15, Schoorldam. Zie bij Kuijper, Schoorldam.




~A. van Vliet, Hendrik Ido Ambacht. 1964. Mogelijk scheepswerf De Rietbaan geheten.....




~Gebr. van Vliet, Hendrik Ido Ambacht. Van voor 1928 tot na 1936. Enkele spitsen en sleepboten.




~A. van Vliet, Koudekerk a/d Rijn. Eind negentiende eeuw. Bouwer van kleine houten vaartuigen van regionaal type>




~N.V. van Vliet's Scheepswerf en Machinefabriek, Krimpen aan de Lek. Bouwde rond 1925 enige motorschepen. Naar het schijnt opgericht in 1924. Importeur Skandia motoren. Men gaat in maart 1926 failliet.




~Scheepswerf De Vliet. Zie van Elk, Veur/Leidschendam of Dr. G. den Heeten, Leidschendam.




~van Vliet, Nijmegen.




~Scheepswerf Vlijt, Oude wetering. Zie Firma Schoenmaker.




~Scheepswerf 'De Vlijt', aan de watermolensloot/Zaandijkerweg Wormerveer.




~v.d. Vlis Scheepsbouw B.V., Harlingen. Bekend van de bouw van twee motorpassagiersschepen in 1976.




~Firma Van Vlissingen & Dudok van Heel van Amsterdam, Amsterdam.
De werf begon als initiatief van Paul van Vlissingen om een werf voor schepen van de Amterdamse Stoomboot Maatschappij te hebben. Hij kocht daartoe in 1827 de voormalige VOC werf. Mede-vennoot werd Abraham Everardus Dudok van Heel. Men vormde niet alleen een werf ook stichtte men de Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen, die in 1840 het predikaat Koninklijk kreeg. Na financiële problemen in de jaren tachtig van de negentiende eeuw gingen werf en machinefabriek in 1891 failliet. De werf ging onder de leiding van Daniel Goedkoop (van 't Kromhout) in 1894 als Nederlandse Scheepsbouw Maatschappij opnieuw van start. De machinefabriek werd met steun van de Nederlandse Fabriek van Werktuigen (later Stork) voortgezet onder de naam Werkspoor.
Soms heeft men het over een werf de Amsterdamse Scheepsbouw Maatschappij genaamd. Deze naam berust waarschijnlijk op een misvatting van de afkorting A.S.M.: de Amsterdamse Stoomboot Maatschappij die dus aan de Conradstraat zijn werf had.




~Teus Vlot, Sliedrecht. Bouw van kleine werkschepen, meestal als onderaannemer. Verder leverancier van baggermaterieel, electra en electronica.




~Weduwe de Vogel, Alphen a.d. Rijn. De werf wordt in 1895 verkocht aan Th. Kempers.




~Scheepmaker Gerrit de Vogel, Nieuwkoop. ????-1833 Welgestelde bouwer van turf-, bagger- en achtkorfs pramen.




~Machinefabriek en Scheepswerf De Volharding, Voormeer 19-28, Alkmaar. Ca. 1913-1933 of later.. Deze werf lag min of meer recht tegenover 'Nicolaas Witsen'. Ze bezat niet meer dan een smalle strook land met een houten sleephelling, langshelling, evenwijdig aan het kanaal. Voorheen de werf van H. Schouten. De werf beschikte later, rond 1930, over een vrij grote stenen werkplaats en heette toen N.V. Alkmaarse Machinefabriek en Scheepswerf De Volharding. Een der directeuren van de NV was C.M.P. Schipper. Toen de NV in februari 1933 opgeheven werd, is het bedrijf, met behoud van naam voortgezet door de Firma P. van Maarleveld & Zoon die de boedel reeds in 1930 overgenomen hadden.
Bron: Kranten regionaal archief Alkmaar





~Scheepswerf De Volharding. Zie Nanninga, Meijer en De Groot, Amsterdam.




~Scheepswerf Volharding, Avereest/Dedemsvaart. Zie Geertman, Avereest.




~Scheepswerf Volharding, Foxhol. Zie Bodewes, Foxhol.




~Scheepswerf Volharding, Middelburg. Mogelijk Firma Borsius en van der Leije. Kl. 1895




~Scheepswerf Volharding, zie Bijlsma, Wartena.




~Scheepswerf De Volharding. Zie M. van Duivendijk, Willemstad.




~Scheepswerf Volharding, Zwartsluis. Zie Geertman, Zwartsluis.




~A.Fzn. Volker Czn., Sliedrecht. Sinds 1854 actief in de baggerwereeld en spoedig ook met de bouw van baggermaterieel. Sinds ca. 1913 bekend als Gebroeders Volker. In 1972 wordt het bedrijf omgedoopt tot Koninklijke Adriaan Volker groep. Het bedrijf is, voor zover bekend, dan al lang niet meer bij de bouw van binnenvaartvaartuigen betrokken.




~Scheepswerf Vollers, Hugo de Grootkade 114, Kostverlorenvaart thv Bilderdijkpark, Amsterdam. Houtbouw. ca. 1893?-1915? Tevens dekschuiten en grondbakken verhuur.




~Scheepswerf De Vondeling, Raamsdonkveer; zie T. Oostlander en/of Ruijtenberg.




~M. Voorend, Zwammerdam. 1822-1860. Bouwde ondermeer eikers. Het bedrijf wqordt voortgezet door G. van Kempen.




~Scheepswerf Vooruit, Amsterdam. Vermoedelijk berust dit op een vergissing en moet dit Zaandam zijn.




~Scheepswerf Vooruit, Enkhuizen. zie scheepswerf Stapel.




~Scheepswerf Vooruit, Wartena. Later Scheepswerf Wartena. Reparatie, afbouw. max. hellinglengte 27 m. ca. 1980- heden?




~Scheepswerf Vooruit, Zaandam. (1921-heden (2013)) Nieuwbouw, reparatie. Voornamelijk bekend van de bouw van viskotters.
De werf is voortgekomen uit de werf van de Associatie van Metaalbewerkers Vooruit (1921 - 1926) te Koog a/d Zaan. In 1927 werd dit de Coöperatieve Vereniging Scheepswerf Vooruit U.A.. In 1935 verhuisde men naar de huidige locatie aan de Voorzaan. Tot 1950 bouwde men vooral dekschuiten. In 1973 wordt de naam Scheepswerf Vooruit b.v.. De coöperatie is enig aandeelhouder en eigenaar van gronden en gebouwen. De laatste twintig jaar richt men zich voornamelijk op reparatie. De werf beschikt over meerdere hellingen en dokken.




~Scheepswerf de Vooruitgang, Zie Boot, Alphen a/d Rijn, Gouwsluis, T. v. Duijvendijk, Alphen a/d Rijn.




~Scheepswerf de Vooruitgang, Foxhol, Hoogezand. Zie: Mulder en Suurmeijer.




~Scheepswerf De Vooruitgang, Vlaardingen; zie Gebr. v.d. Meer.




~Voorwaarts, Martenshoek. Zie Hijlkema, Martenshoek.




~Voorwaarts, West-Graftdijk: zie v.d. Beldt, West-Graftdijk.




~Gebroeders Vos, Drimmelen. Aak. 1932?




~Gerrit Vos, Giethoorn, Noord. Zoon van Thomas Vos die de werf stichtte. Sinds 1970 Punterwerf Vos geheten.




~Scheepswerf J. Vos en Zn., Winschoterdiep (197-205) westzijde, Groningen. 1885-1964 Bouwde in de beginjaren ondermeer tjalken, aken en als ook motorschepen.




~Scheepswerf J. Vos & Zn., Hindelopen. Nieuwbouw tussen 1960 en 1965. Schepen tot 65 meter. Het gaat hier om de zelfde eigenaar als Vos aan het Winschoterdiep te Groningen.




~Machinefabriek Vos & Zn., Sliedrecht. Ontstaan in 1939 heeft minstens tot 1966 bestaan. Legde zich toe op de bouw van (onderdelen voor) bagger- en werkvaartuigen.




~Scheepswerf De Vredenhof, Amsterdam. Zie J.L. Ceuvel.




~Willem der Vree, Leidschendam. 1801-1846. Bouwer en verhuurder van diverse soorten schuiten. De werf wordt voortgezet door D. de Baars.




~ Koninklijke De Vries Scheepsbouw, voorheen Scheepswerf 'De Vlijt' voorheen Fa. H. en J. de Vries, Aalsmeer.
Voornamelijk bouw van jachten, directie- en patrouillevaartuigen. Vroeger ook bouw van houten boerenschuiten.  Ca. 1906-1960, daarna 'De Vries Scheepsbouw' geheten.




~Segers de Vries, Prinsengracht Enkhuizen. Op deze houtbouw werf was men rond 1900 actief.
Bron: kroniekvanenkhuizen.nl





~W. F. de Vries, Boveneind - tegenwoordig IJsseldijk Oost 7, Krimpen aan de IJssel 1962 - 1963 - ?. Scheepsreparatie bedrijf op de voormalige werf van de Weduwe Joh. van Duyvendijk. In 1962 overgenomen van Van Zoelen. Na 1963 mogelijk verder gegaan als Mourik en de Vries.




~Firma de Vries, Landsmeer. 1933 Verder geen gegevens bekend.




~G. de Vries Lentsch, Alphen a.d. Rijn. 1938 - >1963. Ook bekend als Scheepswerf Alphen. Voorheen was dit de werf van Pannevis. De werf bouwde onder meer sleepboten en personeelsvaartuigen. Het bedrijf was een 'filiaal' van de Vries Lentsch jr. aan de Grasweg te Amsterdam en werd beheerd door P. de Vries Lentsch.




~G. de Vries Lentsch jr., Klaverweg, later Grasweg, Amsterdam-Noord. Ook bekend als N.V. Amsterdamsche Scheepswerf G. de Vries Lentsch jr. Als Gerard jr. in 1917 van de werf in Nieuwendam vertrekt begint hij een werf aan de Klaverweg. Begin jaren dertig wordt dit de Grasweg nr. 60-62. Men bouwt vooral reddingboten, jachten en de meer luxere bedrijfsvaartuigen. De werf kende ook een vestiging te Alphen a/d Rijn (1938-1967), terwijl in Vianen de afdeling 'Plasticbouw' van de N.V. Amsterdamsche Scheepswerf G. de Vries Lentsch jr. gevestigd was (voorjaar 1960 tot circa mei 1965). Het bedrijf aan de Grasweg wordt in 1967 geliquideerd.




~ Fa. G de Vries Lentsch, Nieuwendam. Ook bekend als Scheepswerf Het Fort 1878-1975. Gevestigd aan de kleine haven te Nieuwendam. Men bouwde ondermeer motorsleepboten, directievaartuigen en jachten.
Gerardus de Vries Lentsch (1841-1918) was, in de jaren zeventig van de 19de eeuw, als timmerman werkzaam op de scheepswerf van Meursing aan de haven van Nieuwendam (ongeveer ter hoogte van Nieuwendammerdijk 274). Vanaf 1875 bouwde hij in zijn vrije tijd in een loods bij zijn huis aan het Molenpad 26 Nieuwendam (aan de Kleine Die gelegen) roeivletten en roeiboten. In 1878 wordt dit botenbouwen zijn hoofdbestaan. Naar verluidt begint hij dan een werf op een oostelijk deel van de werf van Meursing (achter het huidige Nieuwendammerdijk 292). Naar men zegt stond dit land aan de Grote Haven te Nieuwendam bekend als het Fortland. (De geuzen hadden tentijde van de slag te Nieuwendam van 1572 in deze buurt hun stelling.) Als in 1900 de activiteiten van de Firma H. Bernhard op de van Meursing overgenomen werf beginnen, lijkt de Vries Lentsch zijn activiteiten aan de Grote Haven te (moeten) beëindigen.
Ter informatie: zowel het land waarop Meursing zijn scheepswerf had, als het gedeelte waar De Vries Lentsch zijn activiteiten begon en mogelijk ook het terrein waarop later de werf 'De Halve Maen' gevestigd werd, waren begin 19de eeuw tot 1935 eigendom van Gerrit Kater, Scheepstimmerman te Nieuwendam.

In juli 1904 koopt men een weiland aan de Kleine Haven "omdat wederom tot scheepswerf in te richten" schrijft het Nieuws van de Dag in die tijd. In 1908 duikt voor het eerst de naam 'Het Fort' in advertenties op. In 1909 laat Gerardus het huis, genaamd De Halve Maen, aan de Nieuwendammerdijk nr. 202-204 bouwen. Volgens sommige bronnen zouden ook naast dat huis, scheepsbouw activiteiten ontwikkeld zijn. (Waarschijnlijker is echter dat men de activiteiten op de werf aan de Kleine Die, die ook Halve Maen heet, voor ogen heeft.)
1909 is tevens het moment dat de leiding van het bedrijf langzamer hand over gaat op de zonen van Gerardus. (Jan, Gerardus jr., Gijs, Klaas en Willem). Het botert echter niet goed tussen de vijf zonen.
De eerste die voor zich zelf begint is Gijs de Vries Lentsch. Hij neemt de leiding aan het Molenpad. Vervolgens vertrekt in 1917 Gerardus de Vries Lentsch jr. en begint een werf aan de Klaverweg 5 Amsterdam Noord. Klaas heeft zich niet met de scheepsbouw bemoeit en Jan en Willem de Vries Lentsch blijven op het Fort. Tussen 1918 en 1923, het jaar waarin Jan komt te overlijden, wordt soms de naam Gebroeders de Vries Lentsch gevoerd. Jan wordt opgevolgd door zijn zoon Gerard Jszn.

Volgens informatie verkegen via J. de Vries Lentsch (kleinzoon van Gerard Jszn.) is werf 'Het Fort' in 1975 geliquideerd. (Sommige bronnen spreken echter van 1968). Na de sluiting van de werf ging van het deel ten westen van de Kleine Haven, een deel van het terrein naar Scheepswerf Den Braven, een ander deel met daarop een aantal loodsen ging naar de watersport vereniging Zuiderzee. Het oostelijke deel aan de Pereboomsloot werd eveneens opgesplitst.
Nieuwendam is sinds 1921 een deel van Amsterdam.





~Gijs de Vries Lentsch Kleine en Grote Die, Nieuwendam.
In 1895 verwerft Gerardus de Vries Lentsch aan de Kleine Die de houtzaagmolen de Hoop (Molenpad 16a) met bijbehorende terreinen. Vermoedelijk rond 1905 gaat Gijs de Vries Lentsch  hier sloepen, vletten en aanverwante vaartuigen bouwen. Hij noemt deze werf Scheepswerf De Halve Maen. Dat gebeurde waarschijnlijk in het Hudson herdenkingsjaar 1908/1909. Molen de Hoop wordt vermoedelijk na de watersnood te Waterland (1916) gesloopt. In 1918 overlijdt Geradus de Vries Lentsch en bij de afwikkeling van de nalatenschap komt de werf te koop. Wie daarna de werf in handen heeft is mij nog niet bekend, maar men zegt dat Gerard Jansz. in 1923 de werf overneemt. Foto's uit 1930 tonen aan dat bij de aanleg van Tuindorp Nieuwendam een deel van de terreinen ten Noorden van de Die, dus ten oosten de voormalige molen De Hoop, afgezet zijn met een bord met daarop Werf De Halve Maen - De Vries Lentsch. Er zijn echter geen beelden die verdere uitbreiding van de activiteiten aldaar bewijzen. De werf is in die jaren bekend als De Binnenwerf. De werf raakt in 1950 geheel door Tuindorp Nieuwendam ingesloten, maar nog altijd lijkt de werf alleen via het Molenpad en de kippenbrug (een kwakel) bereikbaar. Nog in 1975 zijn de loodsen van de werf op een luchtfoto waar te nemen.




~Gijs de Vries Lentsch Sloepen werf t/o Buikslotermeerdijk (Meerweg, Waddendijk), Nieuwendam.
Het juiste jaartal van het ontstaan van de werf is mij niet precies bekend. De werf lag op het terrein van houtzaagmolen de Eendracht en maakte naar men zegt gebruik van de, na de sloop van de molen overgebleven, houtloodsen. De molens de Vreede, de Eendracht, als ook de Hoop werden in 1910 voor de sloop te koop aangeboden. Het is dus niet onwaarschijnlijk dat de werf kort daarop, dus voor of in 1912, ontstaan is. Ook de geschiedenis van de plaatselijke voetbalploeg DWV die een deel van het werfterrein gebruikte, stemt daarmee overeen.
Andere bronnen stellen echter dat Gijs zich pas in 1917 zelfstandig maakte en zich vestigde op het terrein van molen De Hoop. Deze werf heeft tot 1930 bestaan en moest wijken voor de aanleg van de Waddendijk en Tuindorp Buiksloot. Mogelijk heeft men toen de terreinen bij de Halve Maen uit willen uitbreiden maar hebben de crisis en uitbreidingsplannen van Amsterdam roet in het eten gestrooid.




~de Vries Lentsch, Vianen. Zie bij Fa. G de Vries Lentsch, Klaverweg, Amsterdam Noord.




~Gebroeders Vrij, Jan van Oldenburgerstraat (ca. 71?), Nieuwe Pekela. De familie bezat reeds 1838 een werf. Rond 1917 kwam er een einde aan de activiteiten. De naam wordt ook geschreven als Frij en eventueel met een Y in plaats van met IJ. Men bouwde een verscheidenheid aan schepen.




~Scheepswerf Vrijenban, zie Boot, Vrijenban, Delft.




~P. Vuyk, Jutphaas. Beter bekend als 'De Liesbosch'.




~A. Vuyk Zonen, Keeten, Capelle a.d. IJssel. 1873 - 1980. Sommige bronnen vermelden als jaar van oprichting 1872. De werf (de oude werf) was gevestigd ter hoogte van de huidige Nijverheidsstraat nabij nummer 120 op het terrein van de voormalige scheepswerf van Kok, die na drie jaar door Hendrik Benard gevoerd te zijn, door Adrianus Vuyk overgenomen werd.
In 1897 werd er enkele kilometers verderop, bij de huidige Dorpsstraat een tweede werf (de nieuwe werf), voorheen van Van Dijk, in gebruik genomen. In 1901 en 1903 werd deze werf verder uitgebouwd. De werf aan de Keeten werd in 1906 uigebreid met het terrein van de IJzerpletterij (voorheen de werf van Kok en Hoogendijk) en daarna vooral voor reparatie gebruikt.
In 1948 kocht men ter hoogte het huidige nummer 50 aan de Nijverheidsstraat het terrein waar vroeger de westelijke werf van Hoogendijk gevestigd was. In 1961 verkreeg men ook de grond van de voormalige oostelijke werf van Hoogendijk.
Rond 1970 ging Vuyk deel uitmaken van de Hollandse Scheepsbouw Associatie. In 1978 en 79 volgen een aantal overnames, hierdoor verhuist de reparatie afdeling in maart 1979 naar de Waalhaven in Rotterdam. Vijf maanden later worden ook de nieuwbouwactiviteiten in Capelle beëindigd. In 1980 sluit de werf de poorten.
Een aandeel uitgeven in 1958 toont aan dat de firmanaam met een Y geschreven werd. Men scheen daar pas echter rond 1956 toe overgegaan te zijn. Voor die tijd schreef men de naam als Vuijk.

Belangrijkste bron: Verdwenen Scheepshellingen. Historische Vereniging Capelle.


~A. Vuyk Zonen, Dorpsstraat, Capelle a.d. IJssel. 1897-1980. Deze werf werd door Vuyk gereserveerd voor nieuwbouw. Tot 1936 werden er door Vuyk vrij veel grote binnenvaartschepen gebouwd. Tussen 1936 en 1960 is het aantal echter gering, daarna is er weer een korte opleving. Men bouwde al die jaren echter ook een flink aantal zeegaande schepen.




W




~Bertus de Waal, Noord-Scharwoude. Bouwer van akkerschuiten e.d.




~Scheepswerf De Waal, Roosendaal. De werf was pal tegenover de Suikerfabriek 'Het Anker' gelegen en bezat minstens één langshelling die schuinsweg naar het water liep.
Er heeft tussen circa 1850 en 1910 scheepsbouw plaats gevonden in Roosendaal. Het is me echter niet bekend of dat op deze werf was. Wel komen 5 vletaken die daar na 1900 gebouwd werden op de naam van Weduwe A.J. de Waal te staan.




~Scheepsbouwwerf De Waal, Zaltbommel. 1948-1987. Voortzetting van de scheepswerf J. Meijer te Zaltbommel (eerder te Beneden-Leeuwen. De naamsverandering vond plaats na overname van Meijer door de Scheepsbouw Unie Groningen. De scheepswerf was nadat die in 1942 in handen van de Kriegsmarine was gekomen, na de oorlog onder toezicht van het Rijk gesteld. De Waal gaat in 1987 failliet en wordt gesloten.




~Scheepswerf en machinefabriek Waalhaven; zie Lith en Madern, als ook Vuyk en de IJssel en van Vliet combinatie.




~Scheepswerf "De Waard". Zie Boot, Leiderdorp.




~A. Waardeloo, Poeldijk. 1890 - 1917. Alleen onderhoud van scheepjes. Vermoedelijk slechts bijverdienste.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl.





~Scheepswerf 'De Waker', Koog aan de Zaan. Onbekend.




~Jacob Wams, Het Haagje, Hoogeveen. 1861 tot circa 1881. Houten pramen, brandschuiten.




~Scheepswerf Wartena. Zie Vooruit, Wartena.




~Scheepswerf De Watergeus, aan het Wantij, Dordrecht. Voornamelijk actief voor de pleziervaart. Mogelijk het zelfde als, of anders een sterke binding met de naast liggende werf van Bezemer.




~Scheepswerf Waterhuizen, Waterhuizen; zie Pattje.




~Matthijs van Waveren, Loosdrecht. -1867 - 1892. In 1892 verhuist men naar Monster.




~Matthijs van Waveren, Monster. 1892-2002. Men bouwde en onderhield westlanders en andere tuindersschuiten. De werf gelegen aan de Gantellaan te Monster wordt in 1892 door de in Loosdrecht geboren Matthijs van Waveren aangekocht. De werf die sinds 1851 bestond was voorheen eigendom van Nicolaas van Straaten en Leendert Spanjersberg. De eerste Matthijs stierf in 1952 en werd opgevolgd door een tweede Matthijs (1900-1958). Deze wordt weer opgevolgd door een derde Matthijs (1930-?). In 2002 werd het bedrijf verkocht aan Peter en Kees Bol. De werf beschikte over twee hellingen. De grootste lengte bedroeg vroeger circa. 20 meter.
Voor de jaren vijftig bouwde en onderhield men westlanders en andere tuinderschuiten. Er schijnen toen vierhonderdvijftig vaartuigen van stapel gelopen te zijn. Na de oorlog vind een omschakeling plaats naar pleziervaart en naar sectiebouw zoals stuurhuizen.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl.





~Cor van Waveren, De Lier. Scheepswerf De Leede. 1928 - ?? Aan de Lee ongeveer ter hoogte van het huidige Chrysant 23. Cor was een zoon van Matthijs van Waveren uit Monster. Hij had aan de Lee een terrein met twee wagenhellingen en een flinke loods. Naar het schijnt werd hij opgevolgd door zijn zoon Jan van Waveren. Toen deze blind werd, werd de werf over gedaan aan Dhr. Van Wijk. Na de oorlog is men overgestapt op de jachtbouw en onderhoud.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl.





~Firma Weener, Avereest/Dedemsvaart. Ongeveer thv het huidige Lange wijk 43. Achtereenvolgens waren daar H.Weener (1842-1847), R.Weener (1847-1857) en A.van Giessel (1861-1867) actief. H.Weener verhuisde in 1857 naar ongeveer het huidige Hoofdvaart 2. Hij werd opgevold door R. Weener (1867-1883) en H. Weener jr. (1883-1895). Ze werden opgevolgd door J.G. Peters. Bron Historische vereniging Avereest.




~Weerter Scheepsbouwmaatschappij, Weert. Zie Driessen.




~Silius Dominicus van Weezel, Bruinisse. In 1870 zouden de van Weezels reeds een binnendijkse bouwwerf en later een buitendijkse sleephelling aan de Havendijk te Bruinisse gehad hebben. In 1890 krijgt men vergunning tot het (opnieuw?) inrichten van twee sleephellingen. De werf zou ongeveer aan de oostzijde van de huidige haven gelegen hebben. Deze werf wordt in 1893 verkocht aan Pieter Dzn van Duivendijk. In 1903 begint van Weezel opnieuw een reparatiehelling vlak naast zijn oude werf, maar moet deze in 1905 alweer verkopen.
Belangrijkste bron: Het Liefst eigen baas door Hans van Duijvendijk. Uitgave H. v. Duijvendijk 2016 Werfafkortingen in de tekst komen overeen met de in dit boek gebruikte afkortingen.





~Welgelegen, Franeker. Zie Draaisma Franeker.




~Welgelegen Noorderhaven, Harlingen. 1910 - 1914 zie v.d. Werf, Harlingen.




~NV Scheepswerf en Machinefabriek Welgelegen Noorderhaven, Harlingen. 1917
Voornoemde NV werd in 1917 door Jacob Aartszoon van Duijvendijk en Gerrit van Drimmelen opgericht. (zie ook onder van Duijvendijk en van Drimmelen, Harlingen). Zij hebben de werf in 1916 van J. van der Werf en zonen uit Kootstertille overgenomen. In 1923 vertrekt van Duijvendijk en blijft van Drimmelen directeur, later komt hier E. Zwolsman, scheepsmakelaar uit Harlingen bij. Van Drimmelen vertrekt in 1932.
In 1963 is men Frisian Shipyard Welgelegen gaan heten. De eigenaar was vermoedelijk de Scheepvaart en Steenkolenmij, Rotterdam. In 1968 neemt de ADM Amsterdam alle aandelen over. In 1977 dreigt er een faillisement als de ADM de geldkraan dreigt dicht te draaien. In 1992 ontstaat er een fusie tussen Welgelegen en Tille Shipyards in Harlingen. In 1994 wordt de werf verplaatst naar de buitendijks gelegen haven haven. Een brand in 1996 zorgde bijna voor het einde van de firma. De schade, mede door te late opleveringen bedroeg twintig miljoen. In 1998 worden Bijlsma, Wartena en de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) aandeelhouders.
In 1645 reeds sticht de admiraliteit een werf te Harlingen. In 1816 kopen J.D en P.D. Alta de marinewerf en noemen hem Welgelegen. Zij bouwen en repareren houten zeeschepen. In 1910 koopt de gemeente Harlingen de werf die tot 1914 door J. van der Werf en Zonen uit Kootstertille geëxploiteerd zal worden.





~Welgelegen, Leeuwarden. Zie van der Werff, Leeuwarden.




~Scheepswerf Welgelegen, zie Alkema, Makkum.




~Izaak Abrahams van der Werf, Bergum/Bergummerdam. Na een lange voorgeschiedenis wordt de werf te Bergum in 1804 door Izaak Abrahams gekocht. Van af 1911 noemt deze zich 'van der Werf'. Na zijn overlijden nam zijn zoon Abraham Yzaäks het berijf over. Deze overleed in 1877. Tussen 1879 en 1884 was het bedrijf in handen van caféhouder Ebele Liekeles Hoekstra. Daarna zet Minne Molles van der Werff uit Kooten de werf voort.
Bron en meer informatie op skutsjehistorie.nl




~B. v.d. Werf Birdaard. Houtbouw. Tot 1889 daarna verkocht aan Jan Barkmeijer.




~R. v.d. Werf, Bovensmilde. Lees bij R. v.d. Werf Hijkersmilde.




~Gerben Symens van der Werf, Kromwâl/Franekervaart, Britswerd. 1892- ca.1940 - 1967. Friese pramen, roefschepen, tjotters, Friese jachten, schouwen, boeiers e.d.
Al in 1651 zou er op die plaats een Lyuwe Dircx als schuitemaker actief geweest zijn. In 1689 kwam Pytter Pytters de Jonge en in 1728 werd Doeckle Abes er schuitenmaker. In 1757 werd Gerben Abes en in 1773 Abe Gerbens werfbaas.
Abe Gerbens nam in 1811 de familienaam Van der Werf aan. In 1820 neemt zijn zoon Gerben Abes van der Werf de werf over. Hij wordt in 1850 opgevolgd door Symen Gerbens van der Werf, die in 1890 opgevolgd wordt door zijn zoons Gerben Symens en Hans. In 1892 vertrok Hans naar Winsum en werd het bedrijf van Gerben Symens van der Werf.
Vervolgens schakelde de werf langzaam over op ijzerbouw. In 1908 volgde het eerste motorschip. In 1920 werd de naam Firma G.S. v.d. Werf & Zonen, Scheepswerf Kromwal. De werf beschikte uiteindelijk over drie hellingen. In 1926 trok Gerben Symens zich terug en namen zijn zoons Symens Gerben en Ids het over. In de oorlog kwam het bedrijf stil te liggen. Na de oorlog bouwde men nog enkele schouwen en verder alleen jachten. Symen Gerbens overleed in 1950, Ids in 1967, waarna er definitief een eind kwam aan de werf activiteiten.
Voornaamste bron: Skutsjehistorie.nl





~N.V. Scheepswerf Gebroeders van der Werf, Deest. Vanaf ca. 1904 tot 1974. De werf komt daarna in handen van Bodewes Millingen om vervolgen aan DiMo Deest overgedaan te worden. Begin 1976 is deze failliet. Men lijkt de naam Scheepswerven van der Werf BV in die jaren behouden te hebben. Bouw van stalen schepen voor Rijn- en kustvaart. Ook bekend als Scheepswerf Deest. Tamelijk omvangrijke werf. Ze bezaten ook scheepswerf Gelria, Nijmegen. Voortzetting van de werf van de Gebroeders van Gelder waar men vermoedelijk al begin 1923 de leiding kreeg.




~van der Werf, Gaastmeer. Ftj. 1906




~J. van der Werf Noorderhaven, Harlingen. Scheepswerf Welgelegen. In 1645 reeds sticht de admiraliteit een werf te Harlingen. In 1816 kopen J.D en P.D. Alta de marinewerf en noemen hem Welgelegen. Zij bouwen en repareren houten zeeschepen. In 1910 koopt de gemeente Harlingen de werf die tot 1914, maar waarschijnlijker is 1917, door J. van der Werf en Zonen uit Kootstertille geëxploiteerd zal worden. In 1916 wordt de werf door Jacob Aartszoon van Duijvendijk en Gerrit van Drimmelen overgenomen en omgedoopt tot NV Scheepswerf en Machinefabriek Welgelegen Harlingen.
Van der Werf heeft diverse schepen voor de binnenvaart gebouwd en gerepareerd, maar de werf staat voornamelijk bekend als een werf voor de kustvaart en visserij.




~K. van der Werf, Heerenveen. Jaren zestig baggermaterieel.




~van der Werf, Heerenveen. St. 1924 Mogelijk een verschrijving.




~R. v.d. Werf, Hijkersmilde. Halverwege de 19de eeuw had Ruurd van de Werf een reparatiewerf voor kleine houten vaartuigjes aan de Norgervaart te Bovensmilde. Ruurd werd in 1881 opgevolgd door zijn zoon Wietse. Rond 1900 werd deze werf gesloten. Rond 1910 begon kleinzoon Ruurd tegen over Witte Wijk de Scheepswerf Smilde. Rond 1940 werd dit 'Firma R. van de Werf jr.; Scheepswerf, Motorherstel- en Constructiewerkplaats'. De werf bouwde bolschepen maar ook klipperaken, steilstevens en motorvaartuigen. De werf sloot in 1953.




~van der Werf, Hoogezand. 1924 Waarschijnlijk is dit G.J. v.d.Werff, met dubbel F, te Hoogezand.




~van der Werf, Kootstertille. De lange rij van eigenaren begint in 1840 als Minne Hayes van der Werff twee huizen en een werf te Kootstertille koopt. In 1853 gaat het bezit over op Molle Minnes van der Werf wiens naam door een vergissing bij de burgelijke stand maar met één F geschreven wordt. In 1888 volgt zijn zoon Joon Molles van der Werf zijn vader op. In 1896 schakelt de werf over op ijzerbouw. In 1910 vertrekt Joon Molles naar Harlingen en in 1911 verkoopt hij de werf aan Foppe Roels Veenstra, de schoonvader van zijn zoon Molle Joons. Molle Joons leidt de werf tot 1918 in welk jaar Joon Molles weer terug komt uit Harlingen en de werf terug koopt. In 1921 gaat de werf over in handen van Harm Joons van der Werf, zoon van Joon Molles. In 1926 komt er een eind aan het bedrijf.




~Molle Joons van der Werf, 't Vliet bij Poppebrug, Leeuwarden. Rond 1919 vestigt Molle Joons, die enige tijd de scheepswerf te Kootstertille geleid heeft, zich aan het Vliet te Leeuwarden. De werf bestaat echter dan al geruime tijd.
Een andere van der Werf maar dan met dubbel F zit op de Schilkampen. Het is A.T. van der Werff.




~Wietse van der Werf, Meppel. Zie scheepswerf De Kaap, Meppel.




~Gebroeders van der Werf, Handelsweg 75, Nijmegen. van voor 1952 tot mei 2013. Beter bekend als Scheepswerf Gelria. Zij bezaten ook de Scheepswerf Deest.




~M. & G. v.d.Werf, Woudvaart, Sneek. Sk.Ftj. 1906-1942 Voorheen Barkmeijer. Ook bekend als De Tijdgeest.




~v.d. Werf, Stadskanaal. Zie v.d. Werff




~Hendrik Roelofs van der Werf, Wildervank. 1840 ? - 1845 ?




~De Werf achter de Kerk, Zaandijk. zie De Boer Zaandijk.




~Sietze van der Werff, Bolsward. In 1926 koopt Sietze een werf aan het Kruiswater te Bolsward. Van 1916 tot 1926 bezat hij de voormalige werf van Willem en later Klaas Zwolsman te Makkum.




~Minne Molles van der Werff, Bergum/Burgum Bergummerdam. 1884 - 1902 Samen met Benedictus Kramer en Andries van der Veen exploiteerde hij vanaf 11 juni 1897 de Bergumer stoombootdienst naar Leeuwarden en Groningen. De werf was ingericht voor houtbouw tot een lengte van ruim 16 meter. Minne Molles verkocht de werf aan zijn achterneef Pieter Ates van der Werff, uit Gorredijk.

Pieter Ates van der Werff 1902-1922. Pieter Ates bleef tot zijn dood in 1922 de houtbouw trouw. Na zijn dood werd de werf gesloten en verkocht.
Bron: skutsjehistorie.nl
.




~A. v.d. Werff's Scheepswerf, Doesburg. In 1909 nam Oebele Pieters van der Werff een scheepswerf aan de Burgemeester Fl. van Aspermontlaan 10 in Doesburg over. Hij was hiermee de eerste telg van de Van der Werff's die naar een werf buiten Friesland verkaste. (Citaat Skûtsjehistorie) Men bouwde kraken, klippers, maar ook sleep en motorschepen. In de jaren dertig lopen de activiteiten terug. Later werd de werf voortgezet onder A. v.d. Werff en in de jaren 70 opereerde men onder de naam Jachtbouw van der Werff, Doesburg.




~Jan Oebeles van der Werff, Buitenstvallaat, Drachten. De locatie staat ook bekend als 'het Buitenste Verlaat'.  Op de locatie Buitenstvallaat werd reeds in 1710 een werf gevestigd. In 1843 komt Haike Pieters van der Werff, een Drachtenaar die een tijd een werf aan de Harlingertrekvaart in Leeuwarden leidde, terug naar Drachten en huurt dan de werf aan het Buitenstvallaat welke hij vervolgens in 1855 koopt. In 1878 wordt hij opgevolgd door zijn zoon Oebele Haikes van der Werff. Nog voor 1900 geeft Oebele Haikes de leiding op de werf over aan zijn zoon Jan Oebeles van der Werff. Dan ook begint de periode van ijzerbouw. Naar men zegt droeg de werf toen de naam Den IJzeren scheepsbouw 'De Nijverheid'. In 1909 wordt de werf eigendom van Jan Oebeles. De werf kreeg grote bekendheid door de bouw van skûtsjes waarvan de laatste, groot 44 ton, in 1933 van stapel liep. Vanaf 1935 komt de werf meer onder leiding van de Oebele Haike van der Werff en verschuift het accent langzamerhand naar de recreatievaart. Jan Oebeles stierf in 1958 waarna de werf in handen kwam van Oebele Haike en zijn broer Gurbe van der Werff. In 1966 werden werf en jachtenberging gescheiden en kwam de werf in handen van Oebele Haike. De werf ging toen ' Scheepswerf J.O. van der Werff heten. In 1975 stierf Oebele Haike en kwam de werf in handen van zijn zoon Jan Oebele in 1995 ging de werf weer over op diens zoon Oebele Haike. De laatste dwarshelling was al in 1989 gesloopt.
Bron en meer informatie: Skutsjehistorie.nl.




~van der Werff, Langewijk, Drachten. Ook aan geduid als 'bij de Kalkfabriek'. 1863-1954. Achtereenvolgend zijn daar vermoedelijk actief geweest: Ate Pieter vdW, Pieter Haikes vdW, Haike Pieters vdW, Durk Lourens vdW. De werf begon reeds in 1893 met ijzerbouw. Eind dertiger jaren kwam er een eind aan de nieuwbouw en werd er alleen nog onderhoud verricht. De werf had tot 1915 nauwe banden met de werf aan de Noorderdwarsvaart.
Bron en meer informatie: Skûtsjehistorie.nl.




~van der Werff, Noorderdwarsvaart, Drachten. 1834-1925. Achtereenvolgend zijn daar vermoedelijk actief geweest: Tjebele Wytzes Kamp, Haike Pieters vdW, Pieter Haikes vdW, Ate Pieters vdW. De werf onderhield nauwe banden met de werf aan de Langewijk en schakelde pas laat, namelijk in 1913, over op staalbouw.
Bron en meer informatie: Skûtsjehistorie.nl.




~Ate Pieters van der Werff, Echtenerbrug. In de meetbrieven meestal met één F geschreven. ca.1910 tot 1930. Voorheen de werf van J.J. Bos. Staalbouw. Weinig nieuwbouw.




~P.A. van der Werff, Molenwal, Gorredijk. 1880 - 1903. Bouwde tjalken, skûtsjes en pramen. In 1903 vertrok Pieter Ates van der Werff met zijn familie naar de werf die hij van zijn oudoom in Bergum overgenomen had.
Naar het schijnt wordt de werf dan opgeheven.

Zijn zoon Ate Pieters van der Werff begint in 1926 bij Gorredijk, De Warme Hoek, Terwispel, op de werf Klaas Fabriek (die door zijn zwager Gerben Kijlstra gekocht is). Dwarshelling met drie wagens. Hij bouwt aannemersmateriaal en motorsleepboten. In 1963 neemt zoon Sietze van der Werff deel in de firma. Vanaf 1972 volgt er een samenwerking met jachtwerf Visseren onder de naam Jachtbouw van der Werff en Visser. Men bouwt onder meer enkele passagiersschepen. In 1985 verhuist de werf naar de werf van van Nugteren te Irnsum waar het accent voornamelijk op reparatie en ombouw van beroepsvaartuigen en historische schepen komt te liggen. In 2004 gaat de werf failliet..



~F.U. van der Werff, Groningen. Scheepswerf Het Hoofd, buiten het Kleine-poortje. 1852




~G.J. v.d. Werff, Hoogezand(/Sappemeer). De werf gelegen aan de Borgercompagnievaart hoek Noorderstraat was tot 1922 eigendom van van der Werff, daarna werd het de werf van Wolthuis.
De werf zat daarna vermoedelijk aan de huidige Hoofdstraat 236/244. Westelijk van de werf zat de werf van Coops. Daar tussen in de mast- en blokkenmakerij van van Hulzebos. In 1938 verhuist de werf naar de locatie Westerbroek.




~v.d. Werff, IJlst. Naar het schijnt heeft deze werf slechts zeer kortstondig bestaan. Enig bekende jaartal is 1921.




~A.T. van der Werff, Schilkampen, Leeuwarden. Ook bekend als Scheepswerf Welgelegen. De werf vindt zijn oorsprong in de 18de eeuw. Rond 1900 begint Oebele Pieters zijn activiteiten op het terrein. Hij werd door Ate Tjibbeles opgevolgd. Er werden tot in de dertiger jaren vrij veel roefschepen (skûtsjes) gebouwd. Daarna heeft men zich meer toegelegd op reparatie.
In 1977 verplaatste de werf zich verder naar buiten toe en is thans 2013) gevestigd aan de Neptunusweg 1. De werf wordt nog steeds door een van der Werff geleid.
Een andere van der Werf, maar dan met één F zit aan het Vliet bij de Poppenbrug. Het is Molle Joons van der Werf,




~Sietze van der Werff, Makkum. In 1916 koopt Sietze van der Werff de werf van Zwolsman te Makkum waar hij al langere tijd werkzaam was. In 1926 verkoopt hij deze werf aan P. de Boer en koopt aan het kruiswater te Bolsward de scheepstimmerwerf De Hoop van Pabe van der Hoop. In 1938 wordt de werf ontmanteld. De inventaris, inclusief een aantal scheepsbouwtekeningen wordt verkocht aan Wietse van der Werf uit Hijkersmilde die daarmee scheepswerf De Kaap te Meppel opbouwt.
Tot de inventaris behoren ook een aantal door Sietse van der Werff gemaakte scheepsbouwtekeningen.




~Focko Ubels van der Werff, Martenshoek. 1761-1778+




~van der Werff, Scheepswerfkade 8, Stadskanaal. Voornamelijk reparatiewerf. Reeds in de 18de eeuw is de familie in Stadskanaal actief. Achtereenvolgens zijn dat Geert Willems vd Werff, Hendrik Geerts vd Werff, Geert en Geert Willem vd Werff en Hendrik van der Werff. Als in 1931 Hendrik komt te overlijden, wordt de werf overgenomen door Pieter en Aalie Mulder.




~A.T. van der Werff, Stavoren. ca. 1920-heden. Ook Scheepswerf Volharding geheten.. Tot circa 32 t6amelijk actief met nieuwbouw, daarna tot in de jaren zeventig vermoedelijk alleen maar reparatie. In de jaren zeventig actief in de bouw van viskotters, daarna bijna geheel overgegaan op jachtbouw.




~Tjibbele Ates van de Werff, Langewijk, Warga. 1881 huurt Tjibbele Ates een werf te Warga (Voorheen was deze van Hendrik Hendriks Postma uit Het Meer) In 1889 gaat deze werf in zijn eigendom over. Hij bouwt er houten roefschepen, schouwen, pramen, een gardeniersboot, e.d. Van af 1902 worden er ook stalen scheepjes gebouwd. Hiervoor waren vermoedelijk de zoons Pieter Haikes en Ate Tjibbeles verantwoordelijk. Na het overlijden van Tjibbele Ates komt de werf in het bezit van zijn zoon Barteld Tjibbeles van der Werff. In de crisis tijd en de daarop volgende oorlog loopt de werf sterk terug. Na de oorlog gaat men over tot de bouw van stalen motorkruisers.
Bron: skutsjehistorie.nl






~G.J. v.d. Werff, Westerbroek. Werf aan het Winschoterdiep. Na 100 jaar in Hoogezand gezeten te hebben verhuisde de werf in 1938 naar Westerbroek. Tegenover de plaats waar de Pastorielaan bij het kanaal komt. De werf kwam op het terrein van Patje. De werf bouwde voornamelijk kustvaarders. In 1962 besloot men de lopende opdrachten, te weten 4 baggerbakken voor de Amsterdamse Ballast Maatschappij, af te bouwen en daarna te stoppen. De werf sloot zodoende in 1963 haar deuren..




~Scheepswerf Werklust, Musselkanaal; zie G.B. Meijer.




~Scheepswerf Werklust: zie: Grol, Zuidbroek of Scheepswerf Vis, Waddinxveen.




~Scheepswerf Westerbroek. Zie Bröerken Westerbroek of Ferus Smit, Foxhol.




~Scheepswerf Westerdok, Amsterdam; zie Veldhuizen.




~Ate Pieters Westerhuis. Dokkummer Ee bij de Oldegalileën, Leeuwarden. 1886-1889.
Deze werf was sinds het einde van de 18de eeuw in het bezit geweest van Douwe Gerbrands Dijkstra, vanaf 1846 opgevolgd door Jan de Jong. In 1877 wordt de gemeente Leeuwarden de eigenaar en deze verhuurt het geheel aan H.H. Laverman, die op zijn beurt opgevolgd wordt door Westerhuis.
Bron: skutsjejongerein.nl





~Ate en Pieter Huberts Westerhuis, Dokkummer Ee / Eestraat, Leeuwarden. Begin twintigste eeuw. Werf met minstens twee sleephellingen. Vermoedelijk alleen reparatie. Voorheen de werf van van der Kolk. Ate en Pieter Huberts Westerhuis kwamen uit Wartena.
Bron: skutsjejongerein.nl





~Scheepswerf Westhof, Dorpstraat 2, Zoeterwoude. De eerste Westhof schijnt hier in 1790 de activiteiten van Scheepsbouwer van Tijlingen voort te zetten. Tussen 1790 en 1846 worden er op de werf niet minder dan 450 vaartuigen, waaronder 300 vletschouwen, gebouwd. In 1881 komt de werf in handen van de vierde Westhof, Arnoldus Westhof. Deze wordt in 1919 opgevold door zijn zoon Henricus Westhof. In 1970, dan sinds een jaar onleiding van Piet Westhof, verliest de werf zijn bevaarbare verbinding met het open water.




~Scheepswerf Westra, Franekervaart, Sneek. 1904-1915 Houtbouw reparatiewerf.




~Scheepswerf De Wetering, Oude wetering. Zie v.d. Meer & Zn, Oude Wetering.




~Scheepswerf en Stoomgrofsmederij gebr. van de Wetering, Rotterdam Delfshaven/Waaldijk. Circa 1900-1915 een enkele stoomsleepboot, verder voornamelijk zee(visserij)schepen. Mogelijk uitsluitend houtbouw.




~van Wezel scheepsbouw, Dreumel. Bouwde rond de jaren tachtig enige kleine beroepsvaartuigen.




~van Wezel Jacht-, Scheepsbouw en Constructies, Hoogveld, Heijen (L). ?? - heden (2017) Enige kleine beroepsvaart.




~Wiegerink & Terwindt, Scheepswerf De Amstel, Omval, Amsterdam. 1896 - ?. Het gaat hier vermoedelijk om een ander bedrijf dan de de gelijknamige scheepswerf van J.P.G. Thiebout.




~H.T. Wiegerink & co, Machinefabriek en Scheepswerf "De Ooij", Ooij (Nijmegen). Begin 20ste eeuw (van voor 1896 tot na 1921) bouw van stalen schepen tot minimaal 600 ton.
De werf wordt in 1905 door Wiegerink te koop aangeboden. Als adres geeft men "aan het sluisje bij de Waal te Nijmegen". De beschrijving doet denken aan de werf van Meijer 'Het Meertje'. Het is echter onwaarschijnlijk dat het om de zelfde werf gaat.





~Scheepswerf de Wiel, Asperen. -1975-1988+ Werf die behalve jachten ook een duwboot en een sleepvlet op zijn naam heeft staan.




~Scheepswerf van Wieren, Avereest/Dedemsvaart. 1957-1960 Bouwer van woonarken welke zich na Geertman op de voormalige werf van Mol vestigde.




~van Wieringen, Nijmegen. kl1898.




~W van Wijk, Beneden Dwarsdiep, Veendam. Was gevestigd tegen over de korenmolen van Mulder. Aak Gr.Tj. 1907- 1929.
Mogelijk heeft van Wijk in latere jaren bemoeienissen gehad met Wolthuis, Veendam.




~Gebr. van der Wijk, Beneden Dwarsdiep, Veendam. 1898 of eerder tot circa 1923 of eerder. Daarna Remkers & Bodewes.
Relatie met de andere van Wijk aan het Beneden Dwarsdiep niet bekend. Misschien lagen de werven vlak bij elkaar.





~A. van Wijngaarden, Zwammerdam. Eind 19de eeuw (1891). Onvoldoende bekend. Mogelijk betreft het alleen een eenmalige verkoop.




~Wijnkes & C.W. Bijlholt, H., Martenshoek. 1761-1768+




~Scheepswerf Wilbrink, Boven Westerdiep, Veendam. Houtbouw.




~W.C. Wildervanck, Hoogezand. 1852.




~Wildschut, Gaastmeer. Sk. 1907




~Scheepswerf Koningin Wilhelmina, Oostzaan. Zie van Dongen, Oostzaan.




~Gebroeders Willems Zandstraat, Beneden-Leeuwen. 1956-1965-1976-heden? In 1976 verhuisd naar de Waterstraat in Boven-Leeuwen.



~Willink, Amsterdam. rond 1912. Wordt in de liggers van de Meetdiensten genoemd, maar verder is er niets bekend.




~J. Th. Wilmink & co, Winschoterdiep, (Gideon) Groningen. Ca. 1900 tot na 1938. Nieuwbouw en reparatie. De werf was gelegen naast die van J. Koster Hzn. Volgens een krantenbericht in het Algemeen Dagblad van 5-5-1938 heette de werf van Wilmink 'De Gideon'. Er zijn echter meer bronnen die de werf van Koster aanduiden als "Gideon'. Er zijn dagbladen met advertenties van beide werven tegelijk, waarbij de werf van Koster Gideon genoemd wordt en de werf van Wilmink niet. Het bewijst niet echt dat Wilmink zijn werf niet 'De Gideon' genoemd heeft, maar het wordt wel onwaarschijnlijk.




~NV Wilton machinefabriek en scheepswerf, Rotterdam. Rond 1854 begonnen als smederij. Vanaf 1876 ook werf activiteiten. In 1929 met Fijenoord gefuseerd. De werf bouwde voor de binnenvaart voornamelijk sleepboten en drijvende werktuigen.




~Dok- en Werf Mij Wilton Fijenoord N.V., Rotterdam. In 1929 door een fusie van Wilton en Fijenoord ontstaan. Tussen 1929 en 1969 slechts sporadisch voor de binnenvaart actief geweest. Daarna geen activiteiten op het gebied van de binnenvaart meer.




~A.A. Wilton v Reede Cz., Hoogendijk, Papendrecht. 1882 tot 1896, daarna voortgezet als Firma John Kievits & A.A. Wilton v Reede Cz. Naar men zegt werd de werf in 1856 gesticht door Jan Smit uit Alblasserdam.




~van der Windt, Kortedijk/Schiedamsedijk, Vlaardingen. 1870-1919. Een voortzetting van de in 1850 door van Dam gekochte scheepswerf welke van 1866 tot 1870 in handen van Abraham van Dam en Willem van der Windt was. Ook bekend als Scheepswerf De Hoop.  In 1919 wordt het onderdeel van de N.V. Vereenigde Scheepswerven Gebr. van der Windt, Vlaardingen. In 1924 schijnt de werf gesloten te zijn.




~NV Vereenigde Scheepswerfven Gebr. van der Windt, Kortedijk, Vlaardingen. (1731-)1919-1957 De werf was gelegen aan het Buizengat. en was een voortzetting van de werf die al sinds 1731 in de familie scheen te zijn. Van circa 1935 tot 1947 wordt de werf door Albert de Jong gehuurd. De werf wordt tot de opheffing in 1968 geleid door Willem van Vliet en Jakob Snijder. De naam van der Windt schijnt echter al in 1957 van de werf verdwenen te zijn.
De werf bouwde voornamelijk sleepboten en sleepschepen. De laatsten waren tot circa 43 meter lang.
Behalve deze werf bezat men ook De Hoop, en De Vooruitgang voorheen van van de Meer. Terwijl men tussen 1924 en 1928 ook nog de werf van Pronk huurde.




~van Winkel, Delft. Bouwer van westlanders rond 1928.




~Firma J. de Wit Pz., Broek op Langedijk. Beter bekend als Scheepswerf Houdt Moed. De werf werd in 1794 gesticht en is nog heden ten dage (2014) in bedrijf. Naast het verrichten van reparaties en onderhoud, deed men ook aan de bouw van diverse soorten akkerschuiten.




~Firma E. de Wit Jz., Westfrieschedijk 54, Koedijk. Schuitenmakerij uit begin 20ste eeuw.




~Firma C. de Wit., Oosterdijk 158, Noord-Scharwoude. Scheepswerf De Onderneming. Schuitenmakerij uit begin 20ste eeuw.




~Scheepswerf Nicolaas Witsen, Alkmaar. De oorspronkelijke werf zou rond 1853 aan de Voormeer-Eilandswal opgericht zijn. ( Begin twintigste eeuw verhuist de werf naar het Schermerland, thans Schermerweg; onder schippers beter bekend als de Omval. Tot aan de tweede wereld oorlog actief op het gebied van de binnenvaart, vooral sleepboten, boerenschuiten en werkschuiten tot een lengte van ca. 25 meter, later is men meer toegelegd op de bouw van dienstvaartuigen en jachten.
In 1859 lijkt G. Swerver de werf voor het eerst ingericht te hebben voor scheepsreparatie. (Bron: Heldersche en Nieuwdieper Coutant 7-8-1859) In 1864 loopt daar al de ijzeren schroefstoomboot Burgemeester van Alkmaar van stapel. Maart 1866 komt de werf, welke reeds geschikt was voor ijzerbouw,  te koop te staan. De verkoop schijnt niet te vlotten want in mei 1866 wordt een ruime hoeveelheid bouwmateriaal, zowel hout, als ijzer, te koop aangeboden. Op 28 mei 1868 heeft de publieke verkoping van de werf plaats. Uit eindelijk wordt de werf op 5 juni 1868 door de gemeente Alkmaar voor F 9990,- gekocht (De werf komt dat jaar voor 11.000 in de boeken). Getuige een advertentie in het Algemeen Handelsblad van juli 1868 heeft de gemeente tot opruiming van de werf besloten. Behalve een groot aantal gereedschappen wordt een grote houten loods 'ter afbraak' aangeboden. In 1870 worden de terreinen inclusief de nog aanwezige gebouwen van de werven Nicolaas Witsen en Het Hondsbosch ter openbare verkoping aangeboden. Pas weer in 1900 duikt de naam weer op als W.F. Stoel en Zn voor de werf "Nicolaas Witsen" scheepmakerplaatwerkers zoekt. (Dat moet dus aan de omval zijn) Eind jaren twintig staat de werf bekend als Scheepswerf 'Nicolaas Witsen' voorheen fa. W.F. Stoel & Zn., Alkmaar.
Vanaf 1-7-1932 wordt het N.V. Scheepswerven "Nicolaas Witsen" & Vis, men bouwt tijdens de oorlog ondermeer enkele stalen strandreddingboten en de reddingboten Arthur en Twente. In 1973 wordt het B.V. Scheepswerven Nicolaas Witsen en tegenwoordig is het Nautisch Centrum Nicolaas Witsen.




~B van Woesink, Nijmegen. Aak 1906




~Gebr. Woldhuis, Kielwindeweer. Dit moet zijn Wolthuis.




~Jan Wolfrat, Omval, Amsterdam. Scheepswerf Het Jacht. Jachtwerf van voor 1904 tot na 1976.




~Gebr. Wolthuis, Hoogezand. Vermoedelijk bedoelt men de werf te Kiel-Windeweer.
Als jaren met nieuwbouw wordt in de meetbrieven 1904 tot 1925 gemeld.




~M. Wolthuis, Noorderstraat 308, Sappemeer, later Hoogezand-Sappemeer, Borgercompagnievaart. Gr.Bol, St., GrTj. 1922-1935-heden. Sinds 1973 sterk achteruitgaand. Verloor in 1984 verbinding over open water. Thans (2008) plannen voor het inrichten tot museumwerf en het graven van een nieuwe toeleiding. De werkplaats schijnt nog uit 1870 te stammen.
De werf werd in 1922 overgenomen van E.J. (of F.J?) Smit. In de oude werkplaats was vroeger de Hevea Bandenfabriek gevestigd. In de eerste jaren staat de werf bekend als Gebroeders Wolthuis. In latere jaren, mogelijk 1927, schijnen de broers Harm en Menso ieder voor zich te zijn gaan werken. Harm lijkt een eindje naar het oosten, ongeveer de huidige Noorderstraat ZZ 374 en 376, een werf begonnen te zijn. Over deze werf is echter weinig bekend.
Als jaren met nieuwbouw wordt in de meetbrieven 1921 tot 1934 gemeld.




~Gebroeders Wolthuis, Kiel-Windeweer. Men zat aan het Kielsterdiep ongeveer ter hoogte van het huidige Sluisweg 13 of 9, te Kiel-Windeweer. In 1904 heeft Albert Wolthuis deze werf overgenomen van Boerma en zette het bedrijf met zijn zonen Harm en Menso voort. Rond 1921 over gegaan in handen van Nieland. Terwijl Wolthuis naar Sappemeer verhuisd.
Als jaren met nieuwbouw wordt in de meetbrieven 1909 tot 1921 gemeld.




~L. Wolthuis, Benedendwarsdiep, Veendam. Gr.Bol, Gr.Tj, St. 1906-1935 of 1938 Mogelijk ook bekend als Wolthuis en van Wijk en als N.V. voorheen Th. Wolthuis. Naar men zegt later overgenomen door Bieze en Oorburg.




~Scheepswerf Gebr. Worst, Meppel. De werf is gesticht door K.K. Worst en bestaat al sinds 1788. De werf was gevestigd aan de Bloemendalstraat, Mallegat hoek Buitenhaven. Ook bekend als De Nieuwe Helling. Van 1936 tot 1938 waren vader Ruurd en zoon Wietse van der Werf die op dat moment ook nog een een werf in Hijkersmilde hadden, mede-vennoten. Toen Wietse in 1938 scheepswerf De Kaap stichtte, ging Karst Worst weer alleen verder. In 1947/1948 verhuisde de werf naar de Steenwijkerstraatweg, fuseerde men met Dutmer en ging men verder als Scheepswerf Worst en Dutmer. Deze samenwerking hield in 1959 op te bestaan. Daarna ging men als Reparatiewerf onder leiding van K. Worst en met de naam N.V. scheepswerf Worst verder. Tussen 1983 en 1999 wordt de werf met behoud van de oude naam geëxploiteerd door F. Mazenier. Daarna komt de werf in handen van W. Liezen en wordt de naam B.V. Scheepswerf Wout Liezen. De werf Worst bouwde begin twintigste eeuw aken, tjalken en klipperaken. De werf Wout Liezen doet voornamelijk reparaties, onderhoud en verlengingen.
Zie ook: geheugenvandrenthe.nl




~Wortelboer, Delfzijl. 1927. -1920-1930+. Sleep- en motorschepen tot 67 meter.




~vof J.G. Wortelboer en Co., Gouderak 1943 - 1958.
In 1943 vestigd Wortelboer zich op de voormalige werf van de Weduwe A van Duivendijk. Wanneer deze komt te overlijden wordt de werf in 1959 verkocht aan Scheepswerf Clausen-Pont.




~Wortelboer, J.G., Oude Pekela. Aak, Gr.Tj, Kla. ca 1900-1910




~Wortelboer & Co., Westerbroek/Foxhol. Thans Madepolderweg 10. ca. 1900 tot 1936. Ook een vestiging te Delfzijl (1915). Aak, sleepkast.




~Woude, v.d., Warga. Ftj. 1902




~Scheepswerf Wullenhoven, Nijkerk; zie Scheepswerf Nijkerk.




~Familie Wybrands, Hindeloopen. Reeds in de 17de eeuw moet er een werf van Wybrands in Hindeloopen geweest zijn. De werf (of werven) is (zijn) tot 1956 in de familie gebleven. Men bouwde schepen voor de visserij, pramen en kleine binnenscheepjes.









 
  Y




YVC, Bolnes, Groot Ammers, Schiedam. YVC staat voor IJssel van Vliet Combinatie. Zie verder aldaar.




Z




~Scheepswerf 'De Zaan', Bestevaerstraat, Koog a/d Zaan. Schepenmakerij uit begin 20ste eeuw.




~Scheepswerf Zaandam, Zaandam; zie J. v.d. Molen.




~N.V. Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij, Zaandam. 1899 tot ca. 1972.
Bij oprichting gingen de werf van Vis en de werf 'Achter de kerk' te Zaandijk (voorheen van De Boer en op dat moment onder beheer bij de notarissen Walig en Donker) onder één noemer verder. In 1901 werd aan de Zaan de Scheepswerf 'Czaar Peter' opgericht. De werf was gevestigd op Kalf 5. Tot 1958 was de werf het belangrijkste onderdeel van de maatschappij, die zich naast scheeps- en machinebouw en scheepsreparatie ook met de verhuur van dekschuiten en sleepboten bezig hield.
Over wat er met de werf van Vis gebeurt is mij niets bekend.

In 1913 wordt ook de werf 'achter de kerk' te Zaandijk geschikt gemaakt voor staalbouw.
In 1925 werd de werf 'Achter de kerk' gesloten. De grond werd in 1926 verkocht.
Tevens huurde men voor een periode van 5 jaar van de firma Bloemendael & Laan, rijstpellers in Wormerveer, een werf aan de Veerdijk in Wormer. Deze werf was tot dan in gebruik bij de firma Beudeker. De werf werd voornamelijk gebruikt voor het verrichten van reparaties. Directeur was Dhr. Camminga, de latere jachtenbouwer.
1930 modernisering van de werf Cz. Peter en te Wormer.
1941 wederom modernisering van de werf Cz. Peter.
1948 de werf Cz.P. wordt verlengd.
1957 in ruil voor grond in de achtersluispolder wordt de werf in Wormer aan de gemeente verkocht. Op 23 november 1957 opent men de nieuwe werf aan de Vredeweg/Zomerdijk. De werf heeft twee bouwhellingen, later komt er een reparatiedok bij. In dat jaar gaat men ook in zee met de HSA, Hollandse Scheepsbouw Associatie die opdrachten verwerft. Men bouwt op de nieuwe lokatie vele zeegaande schepen.
1959 de werf Czaar Peter bij 't Kalf wordt verlaten.
4 juli 1972 gaat de werf failliet.
De werf wordt overgenomen door Adri Klip uit Opperduit/Lekkerkerk die in het bezit is van T. van Duijvendijk's Scheepswerven b.v. In 1974 wordt men echter weer tot verkoop gedwongen.
Op de locatie Achtersluispolder vestigde zich later de Scheepswerf Brouwer.
(Bron: Jur Kingma. Foto's Gemeente archief Zaanstad.)




~Zandleverantie Mij., Amsterdam. 1913-1915. Wordt in de liggers genoemd als werf, maar was volgens het telefoonboek 1915 gevestigd aan de Nieuwe Zijdsvoorburgwal; geen plaats waar men een werf verwacht. Vermoedelijk heeft men dus een aantal dek- en grondschuiten op eigen rekening elders laten bouwen.




~W.G. Zantvoort, Spiegellaan, Bussum. 1915




~Eeltje Holtrop v.d. Zee, Joure. 1848 - 1920 Bouwde voornamelijk boeiers en friese jachten, maar ook skûtsjes, Lemmeraken, Pramen en andere vaartuigen. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Auke van der Zee.




~Zeehondenwerf, Vlissingen. Nieuwbouw, reparatie. Vanaf minsten 1855 tot ca. 1958 of later. Men had een zaat waarop men schepen kon banken.




~N.V. Werf Zeeland, Hansweert. Onder meer onder Directie van Dhr. Prins en Wisse. Voornamelijk actief in nieuwbouw tussen 1908 en 1914. Men bouwde sleepschepen tot ca. 80 meter. Na 1925 over gegaan naar H.J. van Beekum.




~Scheepswerf Zeelandia. zie D. Duivendijk, Tholen.




~Scheepswerf Zeeman, Haarlem. Bouwde rond 1906 een dekschuit voor het Kaarselade Veer. Verder geen gegevens bekend.




~Scheepswerf Het Zeepaard, Amsterdam; zie H. en J. Suyver.




~Scheepswerf De Zeeuw, Vlaardingen; zie A. de Jong.




Nico van Zeijl, Honselersdijk, Poeldijk. 1943 - heden? In 1943 verwerft A.P. van Zeijl de werf van Maarten Rijgersberg. Na de oorlog neemt zijn zoon Martien de leiding. Hij huurt de werf en wordt in 1957 de eigenaar. In 1990 neemt op zijn beurt de zoon van Martien, Nico de werf over en verplaatst de activiteiten naar de overzijde van de Gantel. Alwaar nog heden (2016) scheepsbouw en onderhoudswerkzaamheden verricht worden. Alhoewel na de oorlog het aandeel van de pleziervaart steeds verder toenam, worden er ook hedentendage nof tuinderschuiten onderhouden.
Bron: oudhonselersdijknaaldwijk.nl.
Op de locatie Pouwelslaan 1 in Honselersdijk is nu nog een loods te vinden waarop een bord met de tekst opgericht 1875 Jachtwerf van Zeijl verbouwd 1957. Het terrein toont in Google streetview nog twee verlaten wagenhellingen.





~Scheepswerf Zeldenrust, Lekkerkerk. Nog niet kunnen achterhalen welke werf te Lekkerkerk dit geweest is. zzzz




~ Maatschappij "De Zijl", Scheepsbouw en reparatiewerf, bij de Spanjaardsbrug, Leiderdorp (Leiden).
De werf heeft tussen ca. 1901 en april 1903 bestaan. Getuige krantenberichten krijgt de werf een redelijk aantal opdrachten te verwerken. Echter al in augustus 1902 nemen de Gebroeders Boot de verplichtingen aangaande de bouw van de Groninger zeetjalk Wilhelmina, voor rekening van J. Vellinga uit Zoutkamp over. Na het faillisment in april 1903 werden terreinen, gebouwen en machineriën opgekocht door Jacobus Boot en omgedoopt tot scheepswerf "De Hoop". (Incomplete bouwlijst.)
De berichten dat er reeds in 1877 op die plaats een werf gevestigd was, is waarschijnlijk een vergissing met de stichtingsdatum van de andere werf van J. Boot, Scheepswerf De Waard.

In de papieren van de maatschappij valt de naam van Dhr. Rappard jr. als mogelijke directeur/werfbaas.




~Gebr. Zijl, Spakenburg 1918-1950. Begonnen als werf voor de bouw en reparatie van botters.




~van Zoelen, Boveneind (ongeveer het huidige IJsseldijk Oost 7), Krimpen aan de IJssel 1949 - 1962. Scheepsreparatie bedrijf. Naar men zegt werkend onder de naam Weduwe Joh. van Duyvendijk. In 1962 wordt het bedrijf overgedaan aan W.F. de Vries.




~Scheepswerf Fa. N. Zuidam, Scheepmakersdijk, Haarlem. 1915-1990. Ook bekend als Scheepswerf 'Nijverheid'.




~van Zuilichem, Raamsdonksveer. Kl. 1903  Moet vermoedelijk van Suijlekom zijn.




~Firma Zuiver, Amsterdam. 1902-1908. Mogelijk geschreven als Suiver.




~O. van Zutphen, Nieuwkoop. Circa 1890 houten bokken. Mogelijke was de werf gelegen in het buurtschap Slikkendam.




~van Zutphen, Slikkendam/Woerdensverlaat. Houten bok, ca. 1890. Mogelijk ook geboekt onder Nieuwkoop.




~Gebr. van Zutphen, Vreeswijk. 1906 - 1980. Bouwde tot ca. 1936 onder meer aakjes en motorschepen. Maximale lengte circa 29 meter. In de jaren zeventig beschikte de werf over een helling van 85 meter.
Meldingen dat van Zutphen reeds in 1896 in Vreeswijk gevestigd was, berusten waarschijnlijk op een misverstand, Zie van Zutphen Wilnis.





J.H. van Zutphen, Wilnis. ca. 1877-1906. Bouwde voornamelijk ijzeren tjalkjes met een lengte tot ca. 19 meter. Deze neemt, naar men zegt de werf van Bennik over en gaat dan verder als gebroeders van Zutphen.




~W.J. Zwalve, Oude Pekela. 1900-1950 bouwde ondermeer enkele bolpramen.




~Scheepswerf De Zwan, Zaandam; zie Scheepswerf Molenaar.




~Fa. G. Zwart, Achterweg 20, Amsterdam. van voor 1899 tot circa 1930. Na 1915 bekend als Gebroeders Zwart. Scheepstimmerman tevens Verhuurder van dek- en grondschuiten.




~Scheepswerf De Zwarte Raaf, Kleine Kattenburgerstraat, Amsterdam. In de 19de eeuw (ondermeer onder J. Knol) bouwplaats van zeegaande schepen. Begin twintigste eeuw bouwde men ondermeer ook enkele dekschuiten.




~Scheepswerf Zwarte water, Zwolle; zie van der Velden.




~N.V. Bouw en Montagebedrijf Zwijndrecht, Zwijndrecht 1962-1967. Voorheen N.V. Bouw en Montagebedrijf Bijker.




~N.V. Scheepswerf Zwijndrecht, Nieuwe Maasweg 1, Zwijndrecht 1958.




~Gebr. Zwolsman, IJlst. 1902-1918. Bouwde al vroeg tamelijk wat motorschepen, hetgeen ook met grote letters op hun loodsen vermeld stond. Het ging hier om de broers Evert en Willem Ulbeszoon. Willem stichtte later samen met zijn vader Ulbe de werf in Workum. Waarna Klaas (uit Makkum) zijn broer assisteerde. Uit sommige bronnen maakt men op dat de werf langer heeft bestaan maar overstapte op de bouw van zeegaande schepen. Het laatste bericht over een tewaterlating stamt echter van oktober 1918, daarna komt de naam Zwolsman te IJlst alleen nog als scheepsbouwkundig adviesbureau voor. De werf was een voortzetting van de werf van de Friese Scheepsbouwmaatschappij, die op zijn beurt weer een voortzetting van de werf van Croles was.




~K. Zwolsman, Makkum. 1912- 1916  Na het overlijden van Willem Zwolsman kreeg Klaas Zwolsman de leiding over de werf in Makkum. Nadat Willem Ulbesz. de werf in IJlst verlaten had, was Klaas zijn broer Evert in IJlst behulpzaam. Twee werven tegelijk was echter te veel van het goede en de werf, officieel eigendom van Grietje Zwolsman, werd in 1916 verkocht aan Sietze van der Werff.




~W. Zwolsman, Makkum. tot 1912




~Zwolsman Wzn., U., Workum.




~Scheepswerf X, Blerick (Venlo). Tussen 1878 en 1897. Mogelijk iets te doen met Hillen, latere motoren en machinefabriek. Gevonden in de liggers




~Scheepswerf X, (nog uitzoeken)
Tuikwerderrak (Toekwerdrak), Delfzijl. Flinke werf, ankersmederij en machinefabriek bouwer van stoom- en zeilschepen.




~Scheepswerf X, Langweer. Eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw. Houtbouw en reparatie. Meerdere sleephellingen. Afbeelding in FSM en Tresoar. Bouwde roefschepen.








Scheepswerven België:


Diverse bronnen waaronder Cees Rademakers van het Rijn en Binnenvaartmuseum te Antwerpen en de forums Vagus-Vagrant en Kustvaartforum.



~Anglo-Belge, Langerbrugge.


~Atelier de la Dendre, Deux Acren, België. Mogelijk ook scheepswerf Dendremonde genoemd?



~Van der Auwera, Rumst, België.



~Werkhuizen (Chantier Naval) St. Barbara, Eisden, België.



~L. Beauval, Gent 1958-1966.



~Chantier Naval De Beez, Beez, België.



~Scheepswerf Berger, Hal, België. begin 20ste eeuw.



~Scheepswerf De Boeck-Brusselmans,  Boom, België.



~Josef Boel, Temse, België.Ook de Boelwerf genoemd.
In 1890 werd hier de eerste ijzeren spits gebouwd.



~Boomse schepen, Boom, België. Ook Boomse Scheepsbouw Maatschappij.



~Scheepswerven van Burcht, Burcht, België.



~Jo Chaxinil et enfants, Ledeberg. België.



~Chantier Naval, Beez (Namur). 1906- Vermoedelijk hetzelfde als Meuse & Sambre.



~Chantier Naval. Burcht, België.



~Chantier Naval. Brugge, België.



~Le Chantier Naval, Cheratte/Liege/Luik. -1924 - 1930+ schepen tot vijftig meter. Mogelijk ook bekend als S.A. Lloyd Mason.



~Chantier Naval, Haccourt, België. Zie ook DeLaHaye



~Chantier Naval, Jemeppe sur Meuse, België.



~Chantier Naval, Kain, België.



~Chantier Naval Lacroix, Flawinne, België



~Chantier Naval Namêche, Namêche. Ook bekend als Chantier Naval et Chaudronnerie Wilmotte Frèrès à Namêche.



~Chantier Naval du Rupel S.A., Noeveren 18, Boom, België.Thans Marintec geheten.



~Chantier naval E.J. Claessens, Nijverheidsstraat 71, Boom, België.Kantoor: Vrijheidstraat.



~Chantiers Naval de Willebroek, Klein Willebroek, België.



~Cockerill Scheepswerven, Hoboken, België. Mogelijk ook Cockerill Ougrée



~J. Coppens, Gent. Aan de Schelde bij de Meierij (1886-1901), later bij Ter Platen (circa 1910).


~Scheepswerf LaCroix, Flawinne, België.



~van Damme, Baasrode België In 1832 start Jan Frans van Damme een werf voor de bouw van zeegaande schepen. In 1850 begint Petrus Fransicus een weinig verder op aan de Schelde met de bouw van binnenvaartschepen. In 1875 gaat de werf over in de handen van Emile en Cesar van Damme en werd de naam veranderd in: Scheepswerf van Damme gebroeders. Voor de productie van stalen schepen wordt samen met Henri Adam in 1894 de S.A. van Damme Frèrès & Adam opgericht. Een deel van de werf wordt voor staalbouw ingericht. De firma werd na twintig jaar (1914) ontbonden en nadien ging de werf verder onder de naam Chantiers Naval Cesar van Damme. In 1928 wordt er een volledig nieuwe werf voor de bouw van stalen spitsen ingericht. De oude werf wordt van dan af voor reparaties gebruikt. In 1955 komt er een eind aan het bedrijf. Naast van Damme lag de werf van Praet.
Op de werf werden naast zeegaande schepen en vissersschepen zoals de knots vooral Scheldeschepen als de Otter, Pleit en Schuit als ook Walen gebouwd. Bij staalbouw ging het in eerste instantie om klipperaken om al spoedig over tegaan op spitsen en kasten.



~van Damme, Brussel.  In 1874 gevestigde scheepswerf aan het kanaal Brussel-Charlerois waar voornamelijk Baqueetjes gebouwd werden.



~DelaHaye, Haccourt, België. Ook J. Pascal DelaHaye



-Scheepswerf Delsaux, Boom, België.Eerder misschien Dessiennes & Delsaux.



~Scheepswerf De Durme, Tielrode, België.



~Dralet. Boom, België.



~Engelen Rumst, België.



~Engelen & van Landeghem, Baasrode, België.
~Engelen & van Landeghem, Bruggenhout, België.



~Chantiers de L'Escault, Kain, België. Mogelijk ook Delannoy en Totlekiet



~Chantier Naval G. Feltes, Evergem, België, 1956-1958.



~Feltes, Gent, België.



~Ferebo, Hollain, België.



~S.A. des Ateliers et Chantiers de France a Dunkerque, Duinkerken. Heeft in 1920 onder meer een aantal sleepboten gebouwd.



~Fulton, Klein-Willebroek, België. Volgens andere bronnen in Ruisbroek. In 1988 opgenomen in de Belgische Scheepsbouw Combinatie (BSC)



~Ganda Merelbeke, België.



~Van Garsse, Moerbeke (Waas), België.



~Gentse Dok- en Scheepsbouw Mij. Gent, 1957-1958.



~Gentse Dok- en Scheepswerven NV Gent, 1958.



~Heijntjes, Sint-Denijs-Westrem, België.



~J. Hellemans, Boom, België.Voorheen Roelants.
~Hellemans-Roelants, Boom, België.



~Scheepswerf Hemiksen, Hemiksen. In 1988 opgenomen in de Belgische Scheepsbouw Combinatie (BSC)



~Scheepswerf A. van Heygen, Noeveren, België.



~Chantier Naval de la Hip St Denis, Westrem 1931.



~Jabon Frèrès, Ombret, België.



~Jacobs en Kinderen, Schelle, België.



~Janathijs Rumst, België.



Chantier Naval Joosten, Boom, België


~van de Kerckhove Merelbeke, België.



~A & Ch de Koote, Gent 1930.


~Scheepswerf van Kruibeke, Burcht/Kruibeke. Naar het schijnt ook geschreven als van Cruybeke.



~Pierre LaCrois, Flawinne, België.



~Pascal de Lahage, Harcourt België.



~Chantier Naval Lalys St Denis, Westrem 1931.


~Van Landeghem, Buggenhout, België.



~N.V. Scheepswerf van Langerbrugge, Langerbrugge-Gent, België.1924-(1981)1988-1995 diverse schepen. In 1988 opgenomen in de Belgische Scheepsbouw Combinatie (BSC)



~Lambrechts, Boom, België. Ook bekend as 'De Toekoms'



~Emile Lambrechts, Noeverscheweg 108, Noeveren-Hoek, België.



~Lefévre, Boom, België.



~Lenaerts. Burcht, België.



~Scheepswerf Letzer, Boom. Ook bekend als De Toekomst. Na de tweede Wereldoorlog van Lambrechts.



~Lord, Gent België 1930.



~Chantier Naval de Liege et Monsin, Luik, België.



~Scheepswerf Gebroeders Maes, Burcht. Ook geschreven als Gebroeders Maas. Later:N.V. Scheepswerf Scheldezoon v/h T. Maes.



~Isidoor Mainil et Enfants Ledeberg België 1926-1958. De werf zat ongever t.h.v. de huidige Meierij 178, Gent een paar honderd meter stroom op waarts van de plaats waar Theofiel de Roose zijn werf had. Het is me niet helemaal duidelijk waarom men het ene dan steeds als Gent aanduidt, terwijl het andere steeds Ledeberg genoemd wordt.
Bronnen: Liggers bij de LVBHB, het kustvaartforum, verspreide informatie.


~H. Mainil en kinderen, Ledeberg, België 1957-1960.



~G. Michiels voortzetting van de werf van Gebr. Z. & A. van de Kerckhove, Merelbeke (Gent). (Ook geschreven als Michiel)



~Manille Merelbeke, België.



~Scheepswerf Mathijsen, Luik, België.



~Weduwe Ch. Meert - De Deckers, Noeveren 104, Boom, België.Voorheen mogelijk Scheepswerf Meert-Lauwers.



~Meijntjens, Antwerpen, België.



~Melian Michot Naval Sonermi, Marchenne au Pont / Charleroi. Bouwde in 1958 een drietal spitsen.



~Meuse et Sambre, Beez (Namen/Namur), België.1906 - heden. In 1988 opgenomen in de Belgische Scheepsbouw Combinatie (BSC)



~Michot, Thuin, België.



~Mory, Péronnes lez Antoing, België.



~Chantier naval du Loyd Mosan, Cheratte, België.



~Paneri, Oostende, België.



~S.A.J. & F. Plaquet, Peronneslez-Antoing, België.



~Plaquet, Hollain, België.



~Plaquet-L'Escaut, Péronnes, België.



~Plaquet, Schoten, België.



~van Praet, Baasrode, België Al sinds begin 18de eeuw worden er schepen gebouwd door leden van de familie van Praet. In 1853 verenigde twee broers zich tot de Firma P.J. van Praet en broeder welke zich te Baasrode niet alleen met scheepsbouw maar ook met de kolen en houthandel bezighield. In 1892 verandert, door een eigendomswisseling, de naam in van Praet-Dansaert kort daarop, in 1895, volgt de overstap naar staalbouw. In 1902 volgt weer een eigendoms- en naamwisseling. Het bedrijf heet dan Société en nom Collectif Van Praet-Dansaert. In 1915 wordt het briefpapier gesierd met het briefhoofd Les Chantiers Navals de Baesrode, Van Praet-Dansaert. In 1955 kopen de toenmalige eigenaars Armand en Gabriële van Praet de werf van hun buurman van Damme op. In de jaren zestig volgde een sterke afname van het aantal nieuwbouwschepen. Na 1970 lopen er geen schepen meer van stapel. Uiteindelijk sluit de werf in 1988 de poorten.
Op de werf werden naast zeegaande schepen en vissersschepen zoals de knots vooral Scheldeschepen als de Otter, Pleit en Schuit als ook Walen gebouwd. Bij staalbouw ging het in eerste instantie om klipperaken om al spoedig over tegaan op spitsen en kasten.
Scheepswerf de Toekomst, 'l Avenir. Werd in 1912 opgericht door de voormalige vennoot in de firma Edmond van Praet.
Andere familieleden met een werf waren ondermeer Gustaaf van Praet te Boom (1920-?), die ook enige tijd samen met Verschure werkte, Edmond van Praet te Saint Denis Frankrijk (ca. 1919-?) en Joannes Frans van Praet die in de tweede heft van de 19de eeuw een belangrijke werf voor de bouw van Baqueetjes in Saint Vaas had.



~Roelants, Boom, België. Opgevolgd door Hellemans en enige tijd Roelants-Hellemans geheten.



~? De Roose, Ledeberg, België.



~Pol(ydor) de Roose, Melle, België, 1922-1957-(??).
Gegevens: Liggers bij de LVBHB en het kustvaartforum.com.




~Theophile (en André) de Roose, Gent, België, aan de Schelde, mogelijk ter hoogte van de huidige IJzerweglaan. Van voor 1912 tot na 1928?
Gegevens: Liggers bij de LVBHB en het kustvaartforum.com.




~Theophile de Roose Melle, België, 1912-1928. Vermoedelijk een vergissing in de plaatsnaam. In Melle zat Pol de Roose.



~Theophiele de Roose-Van Vlieberge Gent, België.



~Rumpot Rumst, België.



~Rupel, Boom, België.



~Chantier Naval de Rupelmonde (Kruibeke), C.N.R. Rupelmonde, België.



~Sabarn, Brugge, België.



~Savelkoul, Bucholt, België.



~Gebr. Schaik & Andre de Rosse, Gent 1930.



~NV Scheepsbouwmaatschappij Scheldewerf, Antwerpen-West. Ook bekend als N.V. Scheepswerf Antwerpen West; opvolger van Societe Anomyme l' Hydraulique allen directeur T. Stuyt. Bron Gert Schouwstra via kustvaartforum.com.



~Van Schoten, Schoten, België.



~Scheepswerven St Pieter N.V., Hemiksen, België.



~Chantiers Naval et Ateliers Construction de Hemixen. SA. Smidts Freres, Hemiksen, België.



~Sonermi Marcinelle, België.



~Pierre De Spiegelaere, Ledeberg, België.



~Spiellemacher Klein-Willebroek, België.



~Scheepswerf De Toekomst, Bassinstraat 18, Boom, België.



~Cooperative de Thuin, Thuin, België.



~VandeKerkhove, Merelbeke, België.



~Vennekens, naar men zegt zat men in Willebroek, en volgens sommige bronnen (ook/eerder/later) uin Boom.



~Verenigde Ostende Scheepswerf, V.O.S. NV, Oostende, België.



~Scheepswerf F. Vergauwen, Hoek, Boom, België. Later Scheepswerf Weduwe Vergauwen. Vermoedelijk ook bekend als Vergauwen & Zn.



~Verschueren. Burcht, België.



~Scheepswerf Vinck, Nielschestraat, Boom-Noeveren, België. Mogelijk ook met alleen een k ipv ck.



~Chantier Naval et Ateliers De Wachter, Hoek 40, Boom, België. Bekend van de bouw van spitsen. Het kantoor was gevestigd in de Vrijheidsstraat.



~Hector De Wachter, Hemiksem, België.



~De Wachter, Niel, België.



~Walmach Cantillon, Kain, België.



~West Vlaamse scheepswerven, Oostkamp, België.



~De Wilde, Burcht, België.



~Wilmotte, Namèches, België Volledig: Chantier Naval et Chaudronnerie Wilmotte Frèrès Namèches.



~René de Winter, Hoek 25, Boom, België. Bekend van de bouw van 'de Winter'-spitsen. Het kantoor was gevestigd in de Vrijheidsstraat.



~de Winter, Klein-Willebroek, België.



~Scheespwerf Wintham, Wintham, België.



~Union batellière, Thuin, België.