Aanvullingen
en
correcties zijn welkom.Spreekwoorden, uitdrukkingen, enz.A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, U, V, W, Y, Z. Zie ook Vaartips.nl en Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, F.A. Stoett. A Iemand aanklampen, iemand aan boord klampen: -Iemand staande houden en aanspreken. Afkomstig van (een schip) aan boord klampen, d.w.z. een ander (geëntert) schip d.m.v. klampen aan het eigen schip bevestigen, zodat dit schip niet kan ontkomen. Ergens aanlanden: -Ergens aankomen, ergens terecht komen. De overeenkomst met de eigenlijke betekenis moge duidelijk zijn. In de aap gelogeerd zijn: -Slecht af zijn. Over de herkomst is men het niet eens. [E> Stoett] Een mogelijke 'scheeps'verklaring is de volgende. Wanneer er geen plaats meer aan boord was, moest men in de zeilkooi slapen. De aap, een zeil dat alleen met rustig weer gevoerd wordt, werd dan als matras of deken gebruikt. Dat is al niet echt aangenaam. Erger wordt het wanneer het nauwelijks woei. Zowiezo een erg vervelende situatie voor een zeilschip, maar als dan de aap gehesen moest worden en men dus, niet alleen langzaam vooruit kwam, maar ook nog zijn beddegoed kwijt raakte, was het helemaal vervelend. In het achterschip raken: -In benarde omstandigheden gekomen zijn. Verklaring mij niet bekend. Mogelijk verbastering van in het achterste schip geraakt zijn. Dus in het traagste schip. Op de goede afloop drinken. Niet zeker of dit een scheepvaartuitdrukking is. In iedergeval werd na een geslaagde tewaterlating van het schip meestal het glas geheven. Afnokken: -Ergens mee op houden. De zeilen werden meestal afgenokt, wanneer men vaart wenste te minderen, bijvoorbeeld om ergens te gaan liggen. Iemand afschepen: -Een lastig iemand kwijt proberen te raken. Afkomstig van iemand met een schip, dus lange tijd, weg sturen. aftakelen: -Minder goed, minder mooi worden. Een schip aftakelen wil zeggen het schip van al het staand- en lopendwant (soms ook van masten en rondhouten) ontdoen. Het zal duidelijk zijn dat een kaal schip, lang zo mooi en in ieder geval minder bruikbaar is dan een volledig uitgerust schip. aftuigen: iemand afranselen, iemand beroven, maar ook mooie kleren of sieraden afleggen. Aftuigen wil zeggen de tuigage van het schip halen, vergelijkbaar met beroven. Een afgetuigd schip is minder mooi; dat geldt ook voor iemand die afgeranseld is en voor iemand die zijn mooiste kleren, sieraden e.d. afgedaan heeft. Anker op gaan: vertrekken. De overeenkomst met de eigenlijke betekenis moge duidelijk zijn. Achter een krabbend anker liggen: in een onzekere positie verkeren. Met een krabbend anker blijft een schip niet op zijn plaats liggen, dus verkeerd het in een onzekere situatie, Beter een anker kwijt dan een heel schip: beter een klein verlies, dan alles kwijt. De overeenkomst met de eigenlijke betekenis moge duidelijk zijn. Ergens ten anker liggen: ergens wonen. Als men ten anker ligt, verblijft men min of meer op een vaste plaats. Als men ergens woont ook. Voor anker gaan, voor anker komen, zijn anker uitwerpen, zijn anker laten vallen, ankeren; gaan slapen of rusten, thuiskomen, ergens gaan wonen of zitten. Wanneer men voor anker gaat, kiest men ergens een (lig)plaats en stopt men met varen. De overeenkomst is dus duidelijk. Zijn anker lichten, anker op gaan; vertrekken. Wanneer men het anker licht, maakt men zich gereed om te vertrekken. Het anker kappen, het anker laten schieten: overhaast vertrekken, vluchten. Alleen als men geen tijd heeft het anker te lichten, zal men het anker kappen of laten schieten. Hij gelijkt de ankers, die altijd in het water liggen en nooit leren zwemmen; hij leert het nooit. De overeenkomst met de eigenlijke betekenis moge duidelijk zijn. Hij ligt voor twee ankers; hij zit veilig, hem kan weinig gebeuren. Wanneer men twee ankers uitgebracht heeft, ligt men tamelijk rustig en veilig. Hij ligt voor z'n laatste anker; hij is aan het eind van zijn latijn. Als men al zijn ankers op één na verspeeld heeft, kan men weinig meer doen dan op de goede afloop hopen. Hij rijdt op twee ankers; ondanks zijn voorzorgen komt hij toch in de problemen. Men steekt twee ankers, als men bang is dat één niet voldoende zal zijn. Blijken zelfs twee ankers toch niet voldoende te zijn, dan zit men in de problemen. Hij zit zo vast als een schip, dat voor twee ankers ligt; dit wordt gezegd van iemand, die in een positie verkeert, waar men hem niet makkelijk weg krijgt of waar hij niet makkelijk uit kan. Uit scheepvaarttechnisch oogpunt, ligt men voor twee ankers gunstig en is "niet makkelijk weggestuurd kunnen worden", meer in overeenstemming, dan "niet weg kunnen komen". Waarschijnlijk omdat vastzitten voor een schip ongunstig is, heeft de laatste uitleg echter de overhand gekregen, waarschijnlijk omdat het lichten van twee ankers meer werk is en men dus moeilijker wegkomt. Zijn anker houdt niet; hij vindt geen vertrouwen, hij kan of mag er niet blijven, ook: een zwak argument. Een anker dat niet houdt (niet in de bodem vast blijft zitten) is onbetrouwbaar. Als het anker niet houdt, kan men (tenzij men een tweede anker heeft) niet voor anker blijven liggen en zal men moeten vertrekken. Als het anker niet houdt is het niet groot of zwaar genoeg, dus te zwak. Zijn laatste anker is gebroken / hij spoelt van zijn anker: hij is verloren, het is met hem gedaan. Een schip dat met slecht weer van zijn anker slaat, is meestal reddeloos verloren. ankeren: zich ergens een vaste positie verwerven, een zitplaats bemachtigen, ergens gaan wonen. Zie ook: voor anker gaan. Een schip ankert wanneer het ergens wilt blijven (liggen). Alle grond is geen ankergrond: je kan nergens blindelings op vertrouwen. In dit geval bedoelt men met ankergrond een bodem die geschikt is om in te ankeren. Wanneer men op een plaats ankert zonder te weten of het een geschikte ankergrond is, loopt men het risico dat het schip toch zal wegdrijven. Averij belopen, - krijgen, - oplopen: schade krijgen, gewond raken. Schade aan het schip noemt men averij. Zie ook: Vaartips.nl.
B aan de bak zijn; ergens de gelegenheid toe hebben, aan de beurt zijn. De bak (de balie) was, aan boord van zeeschepen, de plaats waar het scheepsvolk zijn eten opgeschept kreeg. Aangezien er veel scheepsvolk aan boord was, was het altijd dringen om aan de bak te kunnen komen. geen slag aan de bak kunnen krijgen / niet aan de bak kunnen komen; ergens geen gelegenheid toe krijgen. Zie hiervoor. iemand van bakboord naar stuurboord sturen; iemand van het kastje naar de muur sturen. Bakboord is de linkerijde van het schip, stuurboord de rechter, dus wil het zeggen iemand van links naar rechts, van hot naar her sturen. bakzeil halen: achteruit krabbelen, niet op zijn stuk (kunnen) blijven staan, het onderspit delven. Bak is de achterkant van iets. Men haalt het zeil bak, wanneer men snel moet stoppen of wanneer men snel overstag moet. Dit gebeurt meestal als men (onverwachts) voor een ander uit moet wijken. bestek op maken: een overzicht van zaken krijgen. Eigenlijk; aan de hand van de beschikbare gegevens, bepalen waar het schip zich bevindt. De overeenkomst is duidelijk. bezaanschoot aan: het glas heffen, beginnen. Het aanhalen van de schoten is het eerste wat men doet als men gaat zeilen. Het was teven de kreet waarmee men de oorlam aan de lippen zette. half bezaanschoot aan zijn: (licht) dronken zijn. Zie voorgaand. Hij heeft een bijliggertje: -Een vrouwelijke logée bij een schipper alleen. Behoeft volgens mij geen uitleg. Het over een andere boeg gooien: Het op een andere manier proberen. Wanneer men het tijdens het zeilen over een andere boeg gooit, vaart men in een andere richting. In sommige gevallen kan men dan wel een bepaalde hindernis doorkomen. Het over dezelfde boeg gaande houden: rustig op een zelfde manier doorgaan. Gaande houden wil zeggen dat men een schip zo min mogelijk vaart laat lopen. Over dezelfde boeg, dat men niet van koers verandert. Een schot voor de boeg geven: tegenwoordig vaak gebruikt als: een suggestie geven of zelfs als, zomaar wat zeggen. Een schot voor de boeg werd gegeven als waarschuwing. De overeenkomst met de huidige betekenis van de uitdrukking is ver te zoeken. Iets voor de boeg hebben: Nog iets te doen / te verwachten hebben. Voor de boeg is in dit geval voor het schip. Men doelt hier op de nog, door het schip, af te leggen afstand. Boegbeeld: Een belangrijk iemand die als voorbeeld gesteld kan worden. Bijvoorbeeld in een zin als: hij is het boegbeeld van de vereniging. Ook het boegbeeld van schepen fungeerde als een soort van visitekaartje. Boegseren: betekenis onbekend. Een kleur als een boei hebben: -Rood van schaamte of verlegenheid zijn. Rood was, en is nog steeds, een veel voorkomende kleur van boeien. Iemand aan boord klampen: -Iemand staande houden. zie: iemand aanklampen. Iets over boord zetten: -Niet langer aan een gewoonte, een principe, o.i.d. vast houden. Wanneer men iets overboord zet, weggooit wilt men het niet langer hebben. Aan boord stappen: -Meedoen, lid worden. Wie aan boord stapt, gaat samen met anderen iets doen. Iemand met iets aan boord komen: -Iemand met iets lastig vallen. Een verklaring is moeilijk te vinden. Kantje boord: -Op het nippertje. Het boord is de rand van het vaartuig. Kantje boord is dus nog net binnen het schip. Boorden vol: -Geheel gevuld. Het boord is de rand van het vaartuig, dus eigenlijk staat er 'tot de rand gevuld'. De boot gemist hebben, de boot missen: een gunstige gelegenheid voorbij hebben laten gaan. Ik geloof niet dat dit een verklaring behoeft. De eerste in de boot heeft de keuze van riemen. De betekenis en verklaring zal duidelijk zijn. De boot afhouden: Iets (tijdelijk) trachten te voorkomen. Een afwachtende houding aannemen. Met het afhouden van een vaartuig tracht men te voorkomen dat mensen aan boord of aan de wal komen. De boot is aan: Vaak gebruikt met de betekenis: de maat is vol, ruzie is onvermijdelijk. De oorspronkelijke betekenis was misschien: De aanvang van een ingrijpende of belangrijke gebeurtenis. In dat geval is de overeenkomst duidelijk want de aankomst van de boot (de trechtschuit, de veerschuit of de postboot) was vooral in kleine plaatsen de gebeurtenis van de dag. Iemand in de boot nemen: Iemand voor de gek houden. Mogelijk moet men de verklaring zoeken in feit dat zij die met een schip meegingen, de schipper maar blindelings moesten vertrouwen. Hij kon ze dus makkelijk halve waarheden vertellen. Botvieren: ongeremd bezig zijn. De eigenlijke betekenis is een touw laten vieren, dus ongehinderd zijn gang laten gaan. Iets/de moeilijkheden/een ziekte, etc. te boven komen: De moeilijkheden overwonnen hebben. Zie bij de kaap te boven zijn. Brassen: Gulzig en overmatig eten en drinken. Het is mij niet bekend of dit werkelijk iets met de scheepvaart te maken heeft. Er is slechts een lichte overeenkomst met de scheepvaart te vinden. Brassen is namelijk het in de goede stand zetten van de zeilen, het schip zal hierdoor meer voortgang maken. Sta niet te breeuwen: betekenis onbekend. Mijn vader is geen breeuwer ik laat mij het werk niet uit handen nemen. Betekenis onbekend. De Breeveertien op gaan: het slechte pad opgaan. (Voornamelijk voor meisjes gebezigd.) De Breeveertien is een gebied in de Noordzee waar veelvuldig schepen vergingen. Er werd naar het schijnt veel vis gevangen, dus goed verdient. Ik geloof dat een verdere uitleg tamelijk overbodig is. Iemand breezij geven: Iemand hard aanvallen. Een schip breezij geven, wil zeggen dat alle geschut, dat aan één zijde van het schip staat op het aan te vallen schip gericht is. Iemand zijn breezij tonen: Zich sterk verdedigend opstellen; zich opmaken om verweer te bieden. Wanneer al het mogelijke geschut op een naderend schip gericht is, is het wel duidelijk dat men een eventuele aanval niet over zijn kant zal laten gaan. C D Op dreef zijn: Dit wordt meestal gezegd van een spreker, die zijn zegje weet te zeggen en moeilijk van ophouden weet. Dit hoeft geen scheepvaart uitdrukking te zijn. Een dreef is een brede landweg, waarop men dus voortgang kan maken. Een dreef is echter ook de afstand, die een drijfnet, aflegt. Een drijfnet is, eenmaal opgang, lastig te stoppen. Dwarsdrijven: Anderen (onnodig) hinderen. Een schip wat dwars in het vaarwater drijft is andere schepen tot last. Dwarsdrijver: Iemand, die anderen opzettelijk hindert. Zie voorgaande term. E De eindjes aan elkaar moeten knopen: zuinig moeten zijn. Een eind is een stuk touw. De eindjes aan elkaar knopen om een lang touw te krijgen, doet men als men geen geld heeft voor, of uit wil geven aan, een lang eind. iemand enteren: iemand (staande houden en) aanspreken. Dit hoeft, zo lijkt mij, geen verklaring. Zie ook 'aanklampen' en 'aan boord klampen'. F fok: bril. Net zoals dat men een bril het geval is staat een fok voor op de neus (van het vaartuig). G aan de grond zitten: geen geld meer hebben. Mogelijke verklaring: als een schip aan de grond zit, kan er geen geld verdiend worden. Erger nog; soms moet men (veel) geld uitgeven om weer vlot te komen. aan de grond raken: in financiele moeilijkheden geraken. Zie bij 'aan de grond zitten'. in de grond boren: geen doorgang laten vinden, verijdelen. Een schip dat in de grond geboord wordt, zinkt. Het kan dus zijn voornemens niet verwezenlijken. vaste grond onder de voeten hebben: veilig zijn. Wanneer men aan wal stapt heeft men van de gevaren op zee niets meer te duchten. Ten gronde gaan: vernietigen, onbruikbaar worden, een wrak worden, sterk achteruit gaan. Als een schip dat ten gronde gaat, naar de bodem zinkt. Te gronde richten: Iets sterk beschadigen, vernietigen. Als een schip dat men laat zinken, doet zinken. Iets grootscheeps aanpakken: Iets grondig aanpakken. Grootscheeps wil zeggen: geschikt voor grote schepen. Er moet grondig aan gepakt worden, wanneer een vaarweg grootscheeps vaarwater moet worden. H Naar de haaien gaan: ten gronde gaan, verloren zijn. Ik geloof niet dat hier een verklaring nodig is. Hij is voor de haaien: Hij is reddeloos verloren. Oook hier is geen verklaring nodig, zo lijkt mij. Er zijn haaien op de kust / er zijn kapers op de kust: Er zijn kwaadwillenden, die op hun kans loeren. De overeenkomst met haaien, die langs het strand zwemmen, loerend op mensen, die zich in zee wagen, of met kapers, die op hun kans loeren, zal een ieder duidelijk zijn. Hand over hand: Langzaam maar zeker. Hand over hand verwijst hier naar het inpalmen van een touw. Een touw dat ingepalm wordt, zal langzaam maar zeker geheel binnenboord komen (of, om het anders te zeggen, het schip zal langzaam maar zeker bij het einde van het touw komen.) Als haringen in een ton: Dicht opeen gepakt. Dit behoeft geen verklaring, dunkt mij. In behouden haven zijn: Veilig zijn, zijn einddoel bereikt hebbend. Een schip, dat in de haven is, is veilig of heeft zijn einddoel (voor dat moment) bereikt. Schipbreuk in het zicht van de haven lijden: zie schipbreuk. Iemand of iets havenen: iemand verwonden, iets beschadigen. Havenen wil zeggen een schip voor de reis uitrusten. Net als bij toetakelen, een schip in gereedheid brengen om te gaan zeilen, is het woord ironisch bedoeld. Hij houdt het helmhout: Hij geeft de leiding. Zoals ook degene die aan het helmhout staat, bepaalt in welke richting het schip vaart. Houten liefde roest niet: Dit wordt wel gezegd van mensen, die een grote voorliefde voor houten schepen koesteren. I Het ijs breken: Hindernissen weg nemen. Ijs vormt altijd een grote hindernis voor de scheepvaart, dus de overeenkomst zal duidelijk zijn. Iemand inpalmen: Iemand voor zich winnen. Met het inpalmen van een touw bereikt men eveneens langzaam zijn doel. J K Op een goede kaai beland zijn: Goed terecht gekomen zijn. Het was voor de schipper niet altijd even eenvoudig om in een, hem onbekend gebied, de goede laad- of losplaats te vinden. Tussen kaai en schip gaat veel verloren: Wordt gezegd als de tussenkomst van derden de prijs opdrijft. Soms verliest men bij het lossen van stortgoed nogal veel. Een hogere prijs moet dat verlies goedmaken. Staan als Jut voor de kaakmand: verlegen, beteuterd zijn. Geen verklaring bekend. De kaap te boven zijn: De moeilijkheden overwonnen hebben. een schip, een kaap, een klip, e.d. te boven zijn, wil zeggen: zoveel hoogte gewonnen hebben, dat men het obstakel zonder moeite kan passeren. Vandaar bij overdracht toegepast op moeilijkheden, waarmee men te kampen heeft. Van de kaart zijn: Ontstelt zijn, niet weten wat men doet. Men bedoelt hier dat men vaart in een gebied waar men geen zeekaarten van heeft. Men weet dat niet goed meer waar men is. De derde streng maakt de kabel: Zelfs na twee keer mislukt te zijn moet men een goede zaak niet opgeven. Alleen wanneer men drie strengen ineen slaat krijgt men een kabel. Zo grof als een kabel: ruw, onbehouwen. De meeste kabels zijn door het veelvuldig gebruik ruw. Staalkabel of kabeltouw, dat nat is, is vaak stug en moeilijk hanteerbaar. Een kink in de kabel: een moeilijkheid, die de voortgang hindert. Wanneer er kinken in een touw of staaldraad zitten, zal men deze er eerst uit moeten draaien, voordat men verder kan. Door de kajuitsramen aan boord komen: Direct, meestal op voorspraak van anderen, op een goede positie terecht komen. De kujuit was het verblijf voor de hogere officieren. Wie door de kajuitsramen aan boord is gekomen heeft op bijzondere weg een hoge positie verkregen. Iets over z'n kant laten gaan: Iets, meestal iets minder gunstigs voor de betrokkene, goedvinden, laten passeren. Oorspronkelijk was dit iets over de zijde, het boord, laten gaan. Men doelt hier op water, golven, die over het boord naar binnenkomen. Dat raakt kant noch wal. Dat is onzin. Geen betrouwbare verklaring gevonden. Er zijn kapers op de kust: Zie bij: er zijn haaien op de kust.>> In katzwijm liggen: Wordt gezegd van een schip dat tijdelijk (door windstilte of motorstoring) geen voortgang maakt. Eigenlijk betekenis: Een (lichte) flauwte hebben. Oorspronkelijk: een bezwijming zoals katten, die wel hebben. Ik laat me kielhalen als dat niet waar is: Mag het ergste met mij gebeuren, als ik leugens vertel. Wordt gebruikt om een (krasse) bewering kracht bij te zetten. Kielhalen was een straf, die vaak de dood tot gevolg had. Iemand in zijn kielwater/kielzog zeilen: Iemand op hinderlijke wijze (na)volgen. Het wordt meestal als zeer hinderlijk ervaren, wanneer een ander schip het eigen schip op zeer korte afstand blijft volgen. In iemands kielwater / kielzog / zog varen: -Een ander vrij baan laten maken; iemand, gemakshalve, volgen. In sommige situaties, zolas bij lichte ijsgang of bij grote drukte op het water, is het gunstig een ander schip op korte afstand te volgen. Hij vaart in mijn kielzog: -Hij volgt mij na, hij denkt er hetzelfde over. Als men in iemands kielzog blijft varen, doet men hetzelfde als hij. Blijf uit zijn kielzog/kielwater: Het advies een ander niet blindelings te volgen. Alhoewel het soms wel gunstig is een ander schip te volgen, is dat soms ook niet het geval. Klinkklaar: Overduidelijk. Geen verband met 'gereed om geklonken te worden' kunnen vinden. De klippen omzeilen: Moeilijkheden uit de weg gaan of te boven komen. Ik geloof niet dat dit een uitleg behoeft. Tegen de klippen op zeilen: Het onmogelijke willen doen. Ook dit lijkt me over duidelijk. Door de kluisgaten aan boord komen: Vanaf een lage positie tot een hoge opgeklomen zijn. Dit lijkt be een beetje als tegenhanger voor 'door de kajuitsramen aan boord komen' verzonnen te zijn. Een andere koers varen: Van standpunt, mening of voornemen veranderen; het op een andere manier proberen. De overeenkomst lijkt mij klaar. Een verkeerde koers varen. -Een verkeerde beslissing genomen hebben. De overeenkomst lijkt mij duidelijk. Een rechte koers varen: Duidelijk en eerlijk zijn. Van een schip dat een rechte koers vaart, weet men waar het heengaat. Een ruime koers varen: -Kwistig zijn. Wie een ruime koers vaart, terwijl hij een schrale koers zou moeten zeilen, verliest tijd en daarmee geld. Hij is de koers kwijt: -Hij weet niet wat hij doet. De overeenkomst lijkt me duidelijk. Een eind uit de koers zijn / van koers zijn: Verdwaald zijn / van een onderwerp afgedwaald zijn. De overeenkomst lijkt me duidelijk. Koffen en smakken zijn waterbakken: Veel kunnen doorstaan. Waterbakken zijn schepen, die erg zeewaardig zijn. Ze kunnen dus veel (slecht weer) doorstaan. Zijn kompas is verdraaid: hij is in de war, van streek, niet goed snik. Wanneer het kompas verdraait is, wordt de verkeerde richting aangegeven. Men weet dan niet goed meer wat men doet. Op iemands kompas zeilen / varen: Iemand (blindelings) volgen. Als men op het kompas zeilt, volgt men de aanwizjingen van het kompas blindelings. Met de kous op de kop thuis komen: van een vergeefse reis thuiskomen, niet geslaagd zijn. Eigenlijk: van een verloren zereis, wanneer iemand zo berooid, dat hij geen muts of hoed meer heeft, maar in plaats daarvan een kous op zijn hoofd moet dragen, thuiskomen. Geen krimp geven: niet (aan de pijn) toegeven. Geen krimp geven betekent: (bij een sterke windvlaag, waarbij het schip sterk overhelt) niet oploeven. Men geeft dus (ook al is de situatie onaangenaam) niet toe. Kromhout: booswicht. De mogelijke verklaring is dat een kromhout een lastig stuk hout is. Tussen de kromhouten geboren zijn: Uit een schippersgeslacht stammen, aan boord van een schip geboren en opgegroeid zijn. Een kromhout wordt in een aantal gevallen als synoniem voor een spant gezien. Wie tussen de spanten geboren is, moet wel uit een schippersgeslacht stammen. Hij of zij is in iedergeval aan boord van een schip geboren. Ter kooi gaan: Gaan slapen. Kooi is de algemene term voor een (vast) bed aan boord van een schip. L De volle laag krijgen: Een uitbrander krijgen; veel kritiek krijgen; het zwaar te verduren krijgen. Een schip dat de volle laag krijgt, wordt vanaf een vijandelijk schip met al het bruikbare geschut bestookt. Het krijgt het dus zwaar te verduren. Laden: Eten. Een uitleg lijkt mij overbodig. In lading liggen: Klaar zijn. Een schip dat in lading ligt, is gereed om te vertrekken. Met ongebroken lading wegzeilen: Met ongeschonden eer uit de moeilijkheden komen. Een verklaring lijkt me overbodig. De lading binnen hebben: Stomdronken zijn. Een verklaring lijkt me overbodig. Ik weet trouwens niet zeker of deze uitdrukking uit de scheepvaart komt. Een scheepslading / een (hele) lading: -zeer veel. In een schip, zelfs een kleintje, kan veel. Ergens te land komen; vreemd te land komen. Niet echt weten waar men (aan toe) is. Een zeeman, die zomaar ergens te land komt, weet ook niet waar hij is. Ik weet niet waar hij te land gekomen is: Niet weten wat er van hem geworden is; niet weten waar hij is. Een uitleg lijkt mij overbodig. Iemand het land opjagen: Iemand uit zijn humeur brengen. Men gaat er hier vanuit dat een zeeman aan land zelden een goed humeur heeft. Het land hebben: Uit zijn humeur zijn. Men gaat er hier vanuit dat een zeeman aan land zelden een goed humeur heeft. Het land aan iets hebben: Iets onaangenaam vinden. Iets zo onaangenaam vinden, als een zeeman het land vindt. Met hem is geen land te bezeilen: Hij is niet voor rede vatbaar; er is met hem niets te bereiken. Wanneer iets niet te bezeilen is, zal het niet te bereiken zijn. Land voelen; grond voelen: Genoeg gegeten hebben. Zoals een schip dat niet verder kan wanneer het tegen het land of aan de grond komt. Het gaat voor het lapje: Het gaat voospoedig. Oorspronkelijk heeft dit betrekking op de zeilen op de wieken van een molen. Later is het min of meer een scheepvaartuitdrukking geworden. Het heeft waarschijnlijk betrekking op dat de wind van voor in komt en dat moen de molen niet hoeft te kruien om wind in het zeil te krijgen. Zie ook: 'het gaat hem voor de wind'. Voor het lapje houden, is geen aan de scheepvaart verwante term! Laveren: 1. dronken zijn. Als een schip laveert gaat het nu eens de ene en dan weer de andere kant op. Een zekere overeenkomst met de algehele voorstelling over de gang van een dronkenman is er dus. 2. Zich naar de omstandigheden schikken. Laveren is iets wat een schipper niet graag doet, maar bij wind tegen, zal hij wel moeten. Als het niet te bezeilen is moet men laveren: Men zal zich aan de omstandigheden aan moeten passen. Wanneer men met een zeilschip wind tegen heeft, zal men moeten laveren. In lij liggen: met minder gunstige omstandigheden te maken krijgen. In lij liggen houdt in dat men in de windschaduw van een ander, of van 'obstakels' op de wal vaart. Men heeft dus minder wind en zal dus minder voortgang maken. Uit de lijken geslagen zijn: Niet goed weten wat men doet, aangeslagen zijn. Wanneer de zeilen uit de lijken geslagen zijn, zijn zij onbruikbaar. Het schip is dus in ongerede en onhandelbaar. Langzaam aan, dan breekt het lijntje niet: Wordt gezegd als iemand rustiger aan moet doen om ongelukken of vergissingen te voorkomen. Afkomstig van het jagen van schepen met paarden, waar jagers bij het opgang brengen van het vaartuig niet altijd het nodige geduld op konden brengen. (De jaaglijn eigendom van de schipper en een goede jaaglijn was vrij prijzig.) De linie passeren: 50 worden. De linie, de evenaar, is een denkbeeldige lijn/grens. Veel mensen zien een ouderdom van 50 jaar ook als een soort grens. Iemand de loef afsteken: Handiger of vlotter zijn dan een ander. Wanneer men aan loef passeert, houdt men wind in de zeilen, terwijl men de wind voor het andere schip weg vangt. Men is dus sneller. Dan . . . . liever de lucht in: Tenkoste van alles iets weigeren te doen. Lees de onovertroffen uitleg op vaartips. M In een maalstroom terecht gekomen zijn: Door de omstandigheden gedwongen worden. Een schip wat in een maalstroom geraakt, wordt door de stroming meegevoerd en kan zich daar slechts moeilijk uit losmaken. Met de prins over de maas geweest zijn: Heel wat mee gemaakt hebben. Voor meisjes ook: met iemand naar bed geweest zijn. De uitspraak verwijst naar de avontuurlijke reis van Prins Willem I in 1568. Er zal nog veel water door de maas moeten stromen, voordat .......: Daar kan je lang op moeten wachten. Een uitleg lijkt me overbodig. Er kunnen geen twee grote masten op één schip zijn / Er dienen geen twee grote masten op één schip: Er kan maar één de baas zijn. Zelfs wanneer er twee of meer masten even groot en de grootsten zijn, is er toch maar een 'de grote mast'. Hij maakt van zijn mast een schoenpin: hij bedreft iets om een kleinigheid. Geen uitleg bekend Hij vaart, waar de grote mast vaart: Hij volgt zijn meerdere. Het is duidelijk dat iedereen aan boord, gaat, waar de mast (= het schip) gaat. Hij zal de mast wel op krijgen: Hij krijgt het wel voor elkaar. Het richten van de mast op een schip is over het algemeen een lastig karwei. Voor de mast gediend hebben: vanaf een lage rang opgeklommen zijn. De laag geplaatsten aan boord hadden hun onderkomen in het voorschip. Voor de mast varen: Tot het lagere personeel behoren. De laag geplaatsten aan boord hadden hun onderkomen in het voorschip. Voor de mast zitten: Zijn eten niet op kunnen. Men veronderstelt dat dit een verminking van het woord vermast, wat zoiets als machteloos zijn betekent, is. Een mastbos: Veel (zeil)schepen bij elkaar. Een mastbos is een bos met pijnbomen. Wanneer zeer veel zeilschepen dicht bijelkaar liggen, lijken de masten net de stammen in een dergelijk bos. Door de mazen van het net kruipen: Weten te ontglippen. Zoals vissen die zo klein zijn, dat ze door de mazen van het net kunnen. Hij is binnen mikken: Hij is geborgen, hij is binnen. De mik is een gaffelvormige steun waarin de mast of giek kan rusten. Wanneer de giek in de mik rust is hij opgeborgen. Lig niet te mikmakken!: Aan het twijfelen of aan het zeuren zijn. Wanneer een schip ligt te mikmakken, lijkt het net of het ook geen beslissing kan nemen. Over de muur gaan: Overboord vallen. Muur moet hier gezien worden als synoniem voor boord. Over de muur gooien: Verspillen. Muur moet hier gezien worden als synoniem voor boord. N Met de nachtschuit komen: -Ergens erg laat aankomen, maar ook 'nieuws' vertellen, wat iedereen al weet. Wie met de nachtschuit vertrekt komt laat (pas de volgende dag) op zijn bestemming en heeft dus ook meestal alleen nieuws te vertellen dat al een dag oud is. Hij zit in de neer: -Hij verkeerd in moeilijkheden; het gaat bergafwaarts met hem. Wie in de neer terechtkomt zit vaak in een lastige hoek buiten het vaarwater. De vaak sterke stroom maakt het extra moeilijk daar uit te komen. Achter het net vissen: -Zijn kans gemist hebben. Wie achter het net van een ander vist, vangt natuurlijk weinig. In het net zijn: -Verschalkt zijn, betrapt zijn. Een uitleg lijkt me overbodig. Iemand het net over het hoofd halen: -Iemand onverwachts tot iets doen besluiten. Een verklaring heb ik niet kunnen vinden. Zijn netten drogen: -Uitrusten, zijn roes uitslapen. De visser, die zijn netten droogt is klaar met het vissen, dat hij dan zou rusten of zijn roes uitslapen lijkt me overdreven, maar ja, zo wil het spreekwoord nu eenmaal. O oké, okay: -In orde, klaar. Verbastering van het Frans 'Au quay', het geen op de kade betekent. Het verwijst naar de lading, die op de wal gebracht is. Het schip is gelost. Men is klaar. In onttakelde toestand: -Niet geschikt voor gebruik. Ontakelt wil zeggen van de takelage (=alle zeilen en touwen) ontdaan. Een onttakelt zeilschip kan men niet gebruiken. opdirken: -Zich mooi maken. Waarschijnlijk gaat het om een verwarring met zich optuigen en optakelen. Opdoeken: -Weggaan, sluiten. Oorspronkelijk heeft dit betrekking op een marktkram van zeildoek, later is het spreekwoord aan de scheepvaart gerelateerd omdat wanneer de zeilen opgedoekt worden, het zeilen er voor die dag opzit. Ergens voor opdraaien: -Ergens voor moeten boeten; de gevolgen van iets moeten dragen. Oorspronkelijk schijnt de betekenis geweest te zijn: ergens voor blijven steken en was het in die betekenis in de scheepvaart in gebruik. Met iets of iemand opgescheept zitten: -Tegen zijn wil, ergens voor moeten zorgen. Zoals de schipper, die voor alles wat op het schip is zorg dient te dragen. opkalefateren: -Mooi maken, herstellen. Opkalefateren = van nieuw breeuwwerk voorzien; dus repareren en dus ook mooier maken. Zich optakelen: -Zie zich toetakelen. Ergens tegen optornen: -Moeizaam vooruitgang maken. Optornen is met korte bewegingen voortuitkomen, ronddraaien, doen bewegen. Zich optuigen: -Zich mooi maken. Een schip dat zijn tuigage heeft, ziet er nu eenmaal mooier uit dan één die van zijn tuigage beroofd is. Een man overboord is een eter minder: -Wordt gezegd wanneer men een lastig persoon kwijt geraakt is. Behoeft volgens mij geen nadere uitleg. Overstag gaan: Van mening veranderen. Wanneer men met een schip overstag gaat, verandert men van koers, van richting. Overstuur: -Overmatig opgewonden, maar ook verkeerd of anders dan men wenst. De eigenlijke betekenis in de scheepvaart was in de richting van het stuur, dus achteruit en dat is in de meeste gevallen de verkeerde richting. P Paaien: -Iemand in een gunstige stemming proberen te krijgen. Vermoedelijk heeft dit te maken met het feit dat een vaartuig, waarvan het onderwater schip wat handelbaarder is, dan wanneer het onderwaterschip sterk aangegroeid is. Dat staat als een paal boven water: -Dat is zeker, dat is de waarheid, dat is een uitgemaakte zaak. Waarschijnlijk heeft dit te maken met een meerpaal, die de schipper, wanneer hij zijn schip daar aan vast maakt, de zekerheid geeft dat het schip op die plaats zal blijven liggen. Dat is een paal onder water: -Dat is meer een nadeel, dan een voordeel. Een paal onderwater is natuurlijk een gevaar voor een schip, dus een nadeel. Voor Pampus liggen: -Niets kunnen doen, buiten westen zijn. Pampus was een ondiepte, waar geladen (zee)schepen vaak niet zonder hulp over heen konden komen. Ze moesten daar vaak op hulp liggen wachten. Ergens geen peil op kunnen trekken: -Niet weten waar men aan toe is. Een schipper, die geen peilingen kan verrichten, weet niet waar hij zich bevindt. Beneden alle peil: -Laag, gemeen. Mogelijk heeft dit te maken met het waterpeil. Wanneer dit beneden het peil is staat het laag, dus is het water ondiep en kan het varen een hachelijke onderneming worden. In de peiling hebben: -Bemerken, in de gaten hebben. Wanneer men iets in de peiling heeft, kan men het zien, waarnemen. Van de plank vallen: -Ongewenst de aandacht krijgen; een blunder maken. Men doelt hier op de loopplank. Wie van de loopplank in het water valt, kan op de nodige aandacht rekenen. Het is pompen of verzuipen: -Gedwongen zijn een keuze te moeten maken. Op de oudere houten schepen of bij zware zeegang was het bittere noodzaak regelmatig te pompen, wilde men het hoofd boven water kunnen houden. Poolshoogte nemen: -Kijken hoe de zaken er voor staan. Als een schipper poolshoogte neemt, tracht hij zijn positie te bepalen, zodat hij weet waar is en een schatting kan maken van hoe lang de reis nog zal duren. Het is een mannetje om in een praam te zetten. - het is een onbetekenend, nietig ventje. Naar een verklaring kan men alleen maar gissen; hetgeen ik dit maal achter wege laat. Achter de putting overboord vallen: -Reddeloos verloren zijn. Vermoedelijk omdat men dan op het achterschip niet snel genoeg kan zijn om de drenkeling nog bij zijn kraag te vatten, mogelijk ook al omdat de drenkeling zich dan nog onder water bevindt. R Zijn ra is lam geschoten: -Zijn kracht is gebroken. Een schip met een bruikbare ra, is min of meer onhandelbaar. Iemand geducht van de ra laten lopen: -Iemand er stevig van langs geven. Ra lopen schijnt één van de gangbare straffen aan boord geweest te zijn. Zoals het reilt en zeilt: -Het nemen zoals het is. Men zal het moeten doen met zoals een schip getuigd is en het wil zeilen. Over de rijn gevaren hebben: Voor meisjes: met iemand naar bed geweest zijn. Misschien heeft dit een relatie met bevaren, en dus ook, ervaren zijn? Roeien met de riemen die men heeft: -Men zal het met de middellen die men heeft moeten doen. Een verklaring lijkt me overbodig. Het roer omgooien: -Het op een andere wijze gaan doen. Wanneer men het roer omgooit, gaat men een andere kant op. Aan het roer staan: -Leiding geven. Degene die aan het roer staat, stuurt het schip. Hou je roer recht: -Let op! Waarschuwing gebaseerd op de veronderstelling dat men zijn roer recht moet houden om het schip rechtuit te laten gaan. Hij heeft het roer stevig in handen: Hij zegt wat er moet gebeuren en dult daarbij geen tegenspraak. Hij is de leider en laat zich niet van die positie dringen. Een uitleg lijkt me overbodig. Hij houdt het roer te midscheeps: -Hij is duidelijk in wat hij wil. Gebaseerd op de veronderstelling dat men zijn roer midscheeps moet houden om het schip rechtuit te laten gaan. Ruimschoots: -In ruime mate, gemakkelijk. Zeilen met de wind ruimtschoots is makkelijk. S In z'n sas zijn: -Tevreden zijn. Niet met zekerheid bekend. Mogelijk heeft dit betrekking op schepen, die van ruim water eerst door een sluis moeten voordat ze echt op rustig water kwamen. Wie scheep is, moet varen: -Waar men aan begonnen is, moet men ook afmaken. Wanneer men aan boord, stapt zal men ook mee moeten varen. Hij gaat scheep: -Hij vertrekt. Wie aan boord van een schip stapt vertrekt. Waarvoor men scheep gaat, daar moet men voor varen: -Wat men belooft, moet men ook doen. Ongeveer zoals: wie scheep is moet varen. Voor iets scheep komen: -Zich voor iets uitgeven. Waarschijnlijk heeft dit betrekking op de bemanning, die de functie uit zullen moeten voeren waarvoor ze zich aangemeld hebben. Driemaal is scheepsrecht: -De derde maal wordt het definitief. Feitelijk gaat het hier om het aantal drie. Op één of andere wijze staat dit voor dingen die moeten. Oude/dure schepen blijven aan land: -Meisjes die niet jong meer zijn of te veel eisen blijven ongehuwd. Oude schepen zullen, bij slecht weer, langer in de haven blijven wachten en dure schepen, d.w.z. schepen, die een hoge vrachtprijs vragen, zullen minder snel aan lading komen. De duurste schepen liggen het langst aan land: -Wie hoge eisen stelt, kan lang moeten wachten. Ook nu wordt met duurste schepen, schepen bedoelt, die een hoge vrachtprijs vragen. Grote schepen kunnen wat wagen, maar kleintjes moeten aan/langs de oever blijven: -Wie sterk (finaciëel of lichaamlijk) is kan wat wagen, wie zwak is niet. In veel gevallen kunnen grote schepen beter slecht weer weerstaan, dan kleintjes. Onze best gebouwde schepen lijden soms schipbreuk op een kleine klip: -Een ongeluk zit in een klein hoekje. Dit behoeft geen verklaring, dunkt mij. De schepen achter zich verbranden: -Definitief tot iets besluiten. Wie de schepen achter zich verbrandt , kan niet meer terug. Die heeft op Schiedam gevaren: -Hij is dronken. Een uitleg lijkt me overbodig. Dat loopt over vele schijven: -Daar werken veel mensen aan (en daarom duurt het lang). Als bij een takel met veel schijven. Men moet veel touw inhalen om de takel een weinig strakker te zetten. Zie ook: schepen. Schoon schip maken: -Het verleden vergeten. Bij het schoonmaken van het schip verwijdert men de sporen van het laden en lossen, dus van de voorgaande activiteit. Scheepjes met zure appelen: -Wolkjes, die slecht weer voorspellen. Zure appelen hadden geen waarde. Een reis met zure appelen voorspelde weinig gewin, dus een tegenslag. Daar komt het schip met zure appelen: -Daar dreigt een huilbui. Is gebaseers op de betekenis van de uitdrukking, slecht weer; veel regen, nattigheid. Ze zijn een schip aan het laden: er dreigt onweer of het dondert. Waarschijnlijk omdat het laden van een schip vaak een dof dreunend geluid maakt. Een schip met geld / Een schip vol geld / Een schip vol dubbeltjes: -een zekere rijkdom / een groot bedrag. In een schip, zelfs een kleintje, kan veel. Een 'lading' geld is dus altijd veel. Een schip aflopen: -Zich met geweld iets toe eigenen. Afkomstig van "het land aflopen": Het land doorkruisen met het doel het te plunderen. Als het schip stoot is het te laat het getij te berekenen / als het schip stoot is het te laat het lood te werpen / als het schip stoot is het te laat in de almanak te zien / als het schip stoot is het te laat het roer te wenden: -Gedane zaken nemen geen keer. Verklaringen lijken me overbodig. Een schip op het strand is een baken in zee / een schip op het zand, een baken in zee: -Het ongeluk van een ander moet men als waarschuwing nemen. Een verklaring lijkt me overbodig. Betrouw niet één schip al uw goed: -Men moet niet alles in één keer wagen. Dit stamt nog uit de tijd dat zeereizen, met een zekere regelmaat, niet goed afliepen. Het is licht in kalmte een schip te varen: -Het is geen kunst dat alles goed gaat als er ook geen moeilijkheden zijn. Een uitleg lijkt me overbodig. Oordeel het schip niet als het nog op land staat: -Men kan iets pas beoordelen, als er een beroep de kwaliteit gedaan is. Een uitleg lijkt me overbodig. Dat is een lastig schip (die vrouw): -Een lastige vrouw. Schepen worden nu eenmaal herhaaldelijk met vrouwen vergeleken. Een vrouw en een kip zijn de pest op een schip: -Wordt gezegd over zaken, die grote onrust veroorzaken. Mogelijk van wege de schaarste aan vrouwen en kippen, zorgde hun aanwezigheid op een zeilend zeeschip voor flinke onrust onder de bemanning. Het kan beter van een schip dan van een schuit: -Zij die veel hebben kunnen makkelijker wat missen, dan zij die weinig hebben. Eem schip is over het algemeen flink wat groter dan een schuit. Hij voert een schip met een brede boeg: -Hij leeft op grote voet. Waarschijnlijk is de verklaring dat een schip met een brede boeg een schip is, dat veel kan laden. Met een groot schip kan men meer verdienen en dus ook een rijker leven lijden. Nevens het schip is het goed zwemmen: -Profiteren. Naast het schip zwemt men in rustiger water, dus makkelijker. Hij weet er niet beter uit te komen dan een schip uit een maalstroom: -Niet zonder grote moeite of schade uit de moeilijkheden weten komen. Het koste schepen vaak de grootste moeite om uit een maalstroom te komen. Schoon schip maken: -Geheel overnieuw beginnen. Men zou kunnen zeggen; de scheepvaart versie van 'met een schone lei beginnen'. Tussen wal en schip raken: -Nergens bij horen / verloren raken. Wat noch op de wal, noch op het schip is, is weg. Het schip in gaan: -Verlies lijden. Naar men zegt, slaat dit op rondselpraktijken. Wie gerondseld werd, was zijn vrijheid kwijt. Beter met een oude wagen op de heide dan met een nieuw schip op zee: -Men kan beter op iets wat al beproefd is vertrouwen, dan op iets waar nog niemand ervaring mee heeft. (Wordt ook wel gebruikt als 'verklaring' waarom men met een gescheiden vrouw of weduwe getrouwd is.) Een verklaring lijkt me overbodig. Schipbreuk lijden: -Met een mislukking geconfronteerd worden. Een verklaring lijkt me overbodig. Schipbreuk in het zicht van de haven lijden: -Wordt gezegd wanneer iets op het laatste moment fout gaat. Een verklaring lijkt me overbodig. Hij is schipper te voet geraakt: -Hij is ontslagen. Een verklaring lijkt me overbodig. Zulk een schipper moet gij kiezen wilt gij schip en goed verliezen: -Wordt gezegd van personen, die onverstandige adviezen geeft. Een verklaring lijkt me overbodig. Een schipper van de koude grond: -Een onterzakekundig iemand. Een schipper van de koude grond is iemand, die niet uit een schippersgeslacht stamt. Over het algemeen worden zij gezien als minder terzakekundig. Schipper en ontzegt geen last, zo lang hij het schip niet vol en tast: -Men moet geen dingen nalaten, die men nog kan doen. Het is natuurlijk verstandiger om met een vol geladen schip te vertrekken, dan met één die dat niet is. Schippers en voerlieden zetten elkaar over: -Elkaar de hand boven het hoofd houden. Schippers en voerlieden waren voor hun lading afhankelijk van elkaar. Schipperen: -Eigenlijk: een beetje van de regels afwijken om sneller of een een beter, resultaat te bereiken. Vaak gebruikt als: het met de regels niet zo nauw nemen. Schippers dienen zich aan de regelementen te houden, maar moeten indien de situatie dat verlangt, hiervan afwijken. Schoot gaan: -Verloren gaan, kwijt raken, er van door gaan. Naar het schijnt afkomstig van schieten, maar volgens sommigen heeft het betrekking op het losraken van de schoot, waardoor het zeil uit zal waaien en men de wind in de zeilen verliest. De schoot vieren: -Iemand meer vrijheden verlenen. De scheepvaart variant van 'de teugels vieren'. Met iemand in één schuitje varen: -Zich op één lijn stellen; het met iemand eens zijn. Logischer wijs zal men, als men mee vaart, dezelfde richting uit willen. In het zelfde schuitje zitten: -In dezelfde omstandigheden verkeren. Wie in dezelfde schuit zit, verkeert, hoe kan het anders, in dezelfde omstandighedden. Wie in de schuit zit moet mee varen: -Wie eenmaal ergens voor gekozen heeft, zal de consequenties moeten aanvaarden. Als men aan boord gestapt is, zal men de tocht mee moeten varen. Iemand op sleeptouw nemen: -Meestal tegen zijn wil het gezelschap van iemand dulden, maar ook leiding aan iemand geven. Een schip dat een ander schip op sleeptouw heeft, zal de aanwezigheid van dat schip moeten dulden en zal bepalen waar gevaren wordt. Iemand op sleeptouw houden: -Iemand door gedurig uitstellen, misleiden / Iemand met schone beloften paaien. Zoals een schip dat op sleeptouw genomen is, gedwongen is bij het slepende schip te blijven. Zijn sluis open zetten: -Een grote mond opzetten. Het openen van de sluisdeuren wordt hier vergeleken met het openen van de mond. Men moet splitsen en knopen: -Zuinig moeten zijn. Wanneer men door splitsen en knopen van korte touwen een lang touw wilt maken, is men erg zuinig bezig. Iemand iets in de maag splitsen: -Iemand ergens mee opschepen. Waarschijnlijk niet aan de scheepvaart gerelateerde uitdrukking. Het loopt (al) de spuigaten uit. -Het is erg, extreem. Volgens Dr. F.A. Stoet heeft dit betrekking op het bloed dat bij hevige gevecjten op de schepen, de spuigaten uitliep. Een wat minder bloedige uitleg is dat alleen bij extreme regenval het water uit alle spuigaten zal lopen of dat bij een ongeladen schip alleen bij erg ruw weer het water uit alle spuigaten vloeit. Hard van stapel lopen: -Te voortvarend met iets beginnen. De stapels zijn vormen de helling waarop een schip gebouwd wordt. Wanneer een schip te hard van stapel loopt kan het beschadigd raken. Goed van stapel lopen: -Tot een goed einde gebracht hebben. Wanneer de stapelloop tot goed verloopt, is de tewaterlating geslaagd. Op stapel zetten: -Aan iets beginnen. De stapels zijn vormen de helling waarop een schip gebouwd wordt. Wanneer men daar iets opzet, begint men aan de bouw van een schip. De steven wenden: -Het op een andere manier gaan doen. Een schip dat de steven wendt gaat een andere kant op. Ergens opaf stevenen: -Ergens doel bewust op af gaan. Als een schip dat naar zijn doel vaart. Varen met de stootwillen overboord: -Wordt gezegd van vrouwen, die met bloot bovenlijf rondvaren. Dit behoeft volgens mij geen uitleg. NB. Het rondvaren met de stootwillen overboord of in schaars gekleede toestand is in strijd de jachtetiquette. Op streek zijn: -Op de goede weg zijn, met iets begonnen zijn. Een schip dat op streek ligt vaart de juiste koers en is dus op de goede weg. Niet op streek zijn: -Verkeerd bezig zijn, nog niet met iets begonnen zijn. Een schip dat niet op streek is vaart een verkeerde koers en moet nog op de juiste koers zien te geraken. Van streek zijn: -Ontroerd of verward zijn. Wanneer een schip niet op streek is vaart het een verkeerde, dus verwarrende koers. Vreemde (rare) streken op zijn kompas hebben: -Rare dingen doen. Zou men vreemde streken op zijn kompas hebben, dan zou men vreemde koersen varen. Lelijke streken op zijn kompas hebben: -Gemene of achterbakse dingen doen. Vaart men een lelijke (=verkeerde) streek dan geraakt men in moeilijkheden. Ergens geen streek van begrijpen: -Iets niet begrijpen. De scheepvaart variant van "ergens geen steek van begrijpen". In dit geval begrijpt men dus niets van de werking van een kompas. Weer op streek zijn: -Weer op de goede weg zijn. Is het schip weer op streek (= op koers) dan vaart het de goede kant op. Met strijk en zet: -herhaaldelijk, geregeld, zonder uitzondering. De mogelijke scheepsverklaring is dat op een vaarwater met veel sluizen en bruggen de schipper geregeld de zeilen moet strijken en na passage weer moet zetten. Tegen de stroom is het kwaad roeien: - het is lastig tegen de heersende mening in te gaan. Wanneer men tegen de stroom in roeit, komt men slechts moeizaam vooruit. Tegen de stroom ingaan: -Een tegengestelde opvatting hebben. Dit behoeft volgens mij geen uitleg. De beste stuurlui staan aan wal: -Het is makkelijker raad te geven, dan iets te volbrengen. Vanaf de wal kan men inderdaad makkelijk zeggen, wat men moet doen. Het schip werkelijk, die bewegingen laten maken is een stuk lastiger. T Het tij laten verlopen: -Een gelegenheid onbenut voorbij laten gaan. Veel schepen moeten inderdaad wachten op een geschikt tij. Soms om zo min mogelijk stroom tegen te hebben, soms om op het juiste moment over bepaalde ondieptes heen te kunnen komen. Als het (ge)tij keert (verloopt) verzet men de bakens / als het diep of als de stroom verloopt, verzet men de bakens: -Bij veranderingen moet men zijn gedragslijn aanpassen. Op de plaats waar de getijdestromen lopen is het het diepst. Deze geulen worden met bakens aangegeven. Wanneer de getij geul van plaats verandert, verloopt, moet men dus de bakens verzetten. Het tij tegen hebben: -Nadeel van de heersende omstandigheden, meningen hebben. Een schip dat het tij, dus de stroming, tegen heeft komt slechts moeizaam vooruit. Tegen stroom en tij opvaren: -Moeilijkheden hebben om dat men tegen de heersende opvattingen ingaan. Zoals ook een schip dat tegen stroom en tij vaart het moeilijk heeft. Zich toetakelen, zich optakelen: -Zich mooi maken. Een schip dat toegetakeld (opgetakeld) is (= van een tuigage voorzien is), is nu eenmaal mooier dan een schip dat afgetakeld is. Iemand toetakelen. -Iemand er duchtig van langs geven. Toetakelen wordt hier ironisch gebruikt. Men maakt iemand dus zogenaamd mooier. Vergelijk: havenen. Voor top en takel liggen: -Zich passief mee laten voeren, doen wat de massa doet, overal ja en amen op zeggen. Een schip dat voor top en takel ligt, laat zich door stroom en wind mee voeren. Van top zeilen: -(te) voortvarend zijn. Een schip dat van top zeilt, heeft alle zeilen bij gezet en zal dus flink op willen schieten. Daar is geen touw aan vast te knopen: -Daar is geen wijs uit te worden; dat biedt geen houvast. Eigenlijk bedoelt men het is niet stevig genoeg om een schip aan vast te leggen; het biedt dus niet voldoende houvast. De tramontane kwijt zijn: -In de war zijn, dronken zijn. Met de tramontane wordt in dit geval de poolster bedoelt. De poolster was voor zeelieden een tijdlang de enige houvast, die ze voor het bepalen van hun koers, hadden. Met de (laatste) trekschuit komen: -Achteraan komen, te laat komen. Alleen met de toevoeging 'laatste' is dit spreekwoord te verklaren, wat me trouwens overbodig lijkt. U Uitpluizen: -Tot in het kleinste detail uitzoeken. Wanneer men een touw uitpluist, ontleedt men het tot zijn kleinste bestanddeel. V Het vaantje strijken: -Het opgeven, flauwvallen. Variant van 'de vlag strijken'. Iemand in het vaarwater zitten: -Hinderlijk voor iemand zijn, iemand dwars zitten. In iemands vaarwater komen: -Iemands plannen doorkruisen. Iemands vaarwater kruisen: -Met iemand in conflict komen. Blijf uit zijn vaarwater!: -Hinder hem niet, want dan krijg je ruzie. Het vaarwater is in dit geval de koers die men wenst te varen. Wanneer een ander in het vaarwater komt, wordt men gehinderd en zal men uit moeten wijken of stoppen. Op de valreep: -Op het laatste moment. De valreep is het punt waar men het schip (of de wal) verlaat. Iemand over de valreep zetten: -Iemand van boord zetten. Een uitleg lijkt me overbodig. Voor de Prins varen: -Voor zijn plezier varen. Vermoedelijk omdat er op Prinsendag, de voorloper van Koninginendag, bijna niet beroepsmatig gevaren werd. Voor wind en stroom varen: -Voorspoed hebben. Een schip dat voor wind en stroom vaart, maakt goede voortgang. Voor de mast varen: zie mast. Daar is hij lelijk ten haring gevaren: -Daar is hij lelijk weggekomen. Een uitleg lijkt me overbodig. Met man en muis vergaan: -Alles verliezen. Wanneer zelfs de muizen een schipbreuk niet overleven, moet men wel alles kwijt geraakt zijn. Ergens verzeild raken: -Onbedoeld ergens terecht komen. Verzeilen is hier een verkeerde koers gevaren hebben. Men komt dan niet waar men zijn wilt. Ergens in verzeild zijn: -Ongewild ergens in betrokken zijn. Wie zich verzeild komt in omstandigheden/gebieden waar men niet zijn wilt. In troebel water is het goed vissen: -In onrustige tijden kan men makkelijk zijn slag zijn. Naar men zegt omdat de vis dan het gevaar niet ziet en dus makkelijker gevangen wordt. Achter het net vissen: zie bij net. Voor een visser zijn deur vissen: -Geen kans van slagen hebben. Logischer wijs zal het water op de plaats waar een visser woont leeg gevist zijn. Men heeft dus weinig kans nog iets te vangen. Aan de vissen offeren: -overgeven, zeeziek zijn. Een uitleg lijkt me overbodig. Het wil niet vlotten: -het komt niet vooruit. Een schip dat niet vlot (=drijft) komt niet vooruit. Het is echter ook mogelijk dat het om het vlot varen gaat; deze voeren meestal erg langzaam. Met vlag en wimpel slagen: -Erg goed. De meeste vlaggen en wimpels werden gevoerd wanneer men iets te vieren had. De vlag moeten strijken: -Een nederlaag lijden. Het strijken van de nationale vlag was een teken dat men zich over gaf. De vlag dekt de lading /niet: -Iets mooier laten lijken dan het eigenlijk is. Onder valse vlag varen: Zich anders voordoen dan men is; zich voor iemand anders uitgeven. Afkomstig van koopvaardijschepen die door een onpartijdige vlag te voeren, buiten de schermutselingen van de oorlog voerende partijen wilden blijven. De vlag dekt de lading: -Eerlijke handel. De tegenhanger van de twee voorgaande uitdrukkingen. Dat staat als een vlag op een modderschuit: -Opschik die niet overeenkomt met de rest. Vlaggen behoren schoon en netjes te zijn; modderschuiten zijn dat zelden. Het vlaggeschip: -Het pronkstuk. Een vlaggeschip: -Wordt gezegd van vrouwen die zich overdadig opgemaakt of met sieraden getooid hebben. Het vlaggeschip (het schip waar de leider van de vloot op was en vanwaar de vlaggeseinen naar de andere schepen gegeven werden) was bijna altijd het mooiste en meest versierde schip. Bij de vleet: -Overvloedig. Vergeleken met de visvangst met de hengel is de visvangst met een vleet overvloedig. Werelds goed is eb en vloed: -Welvaart is iets wat continu aan veranderingen onderhevig is. Een verklaring lijkt me overbodig. Er is geen vuiltje aan de lucht: -Er zijn geen moeilijkheden te verwachten. Een vuile lucht is een lucht met onweers wolken. Wanneer er onweer dreigt kan men moeilijkheden verwachten. W Van wal steken: -Aan een verhaal beginnen. Een uitleg lijkt me overbodig. Aan lager wal raken: -In financiële moeilijkheden verkeren. Vooral voor een zeilschip is de lagerwal een angename plaats om te vertoeven. De wal keert het schip: -Aan alles komt een eind. Een uitleg lijkt me overbodig. Dat raakt kant nog wal: -Dat slaat nergens op, dat is onzin. Geen verklaring gevonden. Van de wal in de sloot geraken: -Nog verder in de problemen raken. Een verlijkt lijkt me overbodig. de beste stuurlui staan aan wal: zie bij stuurlui. Langs het walletje varen, langs de wal varen: -Voorzichtig zijn. Schippers, die niet ver het grote water opgaan, zijn voorzichtig. Bij het walletje langs: -Maar net, met moeite. Als een schip dat tijdens het varen maar net van de oever vrij kan blijven van wanten weten: -Terzakekundig zijn. De wanten zijn alle touwen van de tuigage op een schip. Wie ze allemaal kent of weet te onderhouden, is terzakekundig. Vierkant onder zijn staand en lopend want: -Van alle markten thuis. Geen verklaring bekend. Te veel want overhalen: -Te veel omslag maken. Geen verklaring bekend. het hoofd boven water houden: -Zich (nog net) weten te redden. Als een drenkeling, die het hoofd boven water weet te houden. Weer boven water komen: -Weer voor de dag komen. Als een voorwerp dat weer op komt drijven. Het water staat hem tot de lippen: -Hij verkeert in uiterste nood. Als een drenkeling, die bijna verdrinkt. Veel vuil water maken om iets: -Veel ophef maken. Eigenlijk veel werk verzetten met weinig resultaat, zoals een schip dat door ondiep water ploegt, wel het water troebel maakt, maar nauwlijks vooruit komt. Stille waters hebben diepe gronden: -Achter mensen die weinig zeggen, steekt vaak meer dan men vermoedt. (Meestal in ongunstige zin.) Geen verklaring bekend. In zulke waters vangt men zulke vissen: -Dat kan men van dat soort omstandigheden verwachten. Veel vissoorten hebben een voorkeur voor een bepaald watermilieu, dus kan men aan het 'water' min of meer zien, welke vis er te vangen is. Een steek onder water geven: -Iemand bedekt een onaangenaamheid zeggen. De scheepvaart variant is "een schot onder water geven". De schade van een dergelijk schot was meestal niet direct zichtbaar, maar de gevolgen waren somstijds fataal. Wilt U een man zijn van verstand: prijs het water, maar blijf aan land: -Wordt gezegd tegen iemand, die iets riskants wilt ondernemen. Duidelijk het advies van een landrot, waar niet elke schipper het mee eens zal zijn. Verdrinken eer men water gezien heeft. -Het slachtoffer worden, zonder te weten waar het gevaar lag. Dit behoeft volgens mij geen uitleg. In rustiger water komen: -In gunstiger omstandigheden geraken. Een uitleg lijkt me overbodig. Dat kan al het water van de zee niet afwassen: -Wordt gezegd van een onafwisbare schandvlek. Dit behoeft volgens mij geen uitleg. Met wenden en keren; -Met veel moeite. Wenden en keren met schepen is vaak een lasig karwei; vandaar de uitdrukking. Buiten westen zijn: -Bewusteloos zijn. Vroeger hield de wereld in het westen op. Kwam men te westelijk, dan 'raakte men van de kaart' en wist men, net als iemand die bewusteloos is, niet meer waar men was. Tegen wind en stroom varen: -Tegen een meerderheid vechten. Wie tegen stroom en wind in wil zeilen, zal het zwaar te verduren krijgen. Iemand die tegen de meerderheid in wilt gaan ook. Door de wind gaan: -van mening veranderen. Een schip wat door de wind gaat, gaat overstag, verandert van koers. De wind van voren krijgen: -Een reprimande krijgen. Zoals een gedacht standje je even tot staan brengt, zo zal ook een zeilschip dat de wind van voren krijgt tot staan gebracht worden. In de wind gaan: -Aan de zwier gaan. Wanneer een schip in de gaat, dat wil zeggen, recht tegen de wind in draait, zullen de zeilen en rondhouten heen en weer gaan zwieren. De wind waait nu uit een andere hoek: -Wordt gezegd wanneer de leiding iets anders voorschrijft. De wind waait uit de verkeerde hoek: -Wordt gezegd wanneer er zich ongunstige omstandigheden voordoen. Waait de wind uit die hoek?: -Staan de zaken zo? De wind is gedraaid: -Er gelden andere regels; de omstandigheden zijn veranderd. Met alle winden mee draaien: -Naar gelang de omstandigheden, zijn mening veranderen. De zeilen naar de wind zetten: -Zich aan de omstandigheden aanpassen. Al deze uitdrukkingen hebben betrekking op het feit dat een zeilschip zich voortdurend aan moet passen aan de heersende wind. Men moet zeilen wanneer de wind waait: Men moet een kans benutten, geen afwachtende houding aannemen. Een uitleg lijkt me overbodig. Het gaat hem voor de wind: -Het gaat hem voorspoedig. Voor de wind is met wind mee, dat vaart makkelijk. De wind in de zeilen hebben: -Voorspoed hebben, geluk hebben. Wie wind in de zeilen heeft, komt vooruit. Tegen de wind varen: -Het moeilijk hebben; maar langzaam vooruitgang boeken. Een zeilschip dat tegen de wind in wil, heeft het moeilijk en komt maar langzaam, in de gewenste richting, vooruit. Iemand de wind uit de zeilen nemen: -Iemand monddood maken; zijn argumenten weerleggen. Een schip dat de wind uit de zeilen genoemen wordt, kan weinig meer doen. Krimpende winden en uitgaande vrouwen, zijn niet te vertrouwen; Krimpende wind , stinkende wind. Krimpende winden en kijvende vrouwen , daar is geen huis mee te houden. -Wordt gezegd van krimpende winden. Krimpende winden schijnen vaak onbestendig weer te brengen. Dit kan ook een molenaars gezegde zijn. Een wind, die ruimt en een zeeman die pruimt, daar kun je huizen op bouwen. -Wordt gezegd van ruimende winden. Ruimende winden schijnen vaak bestandig weer te brengen. Dit kan ook een molenaars gezegde zijn. Z Geen zee gaat hem te hoog: -Niets is hem te veel. Als een schip dat een ruwe zee niet schuwt. Met iemand in zee gaan: -Samen met iemand iets ondernemen. Wanneer men zee kiest doet men dit meestal samen met anderen. Met iemand te diep in/ te ver op, zee gaan: -Een riskante onderneming wagen. Dit behoeft volgens mij geen uitleg. Recht door zee gaan /zijn: -Eerlijk, openhartig zijn. Van een schip dat recht uit vaart, weet men wat het gaat doen. Daar verdrinken er meer in het glas dan in de zee: -Een waarschuwing voor hen die veel drinken. Behoeft volgens mij geen uitleg. Onder de zee liggen geen balken: -Wordt gezegd wanner men geen garanties kan geven. Men kan wel met een schip de zee over, maar men heeft geen garantie dat men ook aan komt. Ook een goed zeeman valt wel eens overboord: - iedereen maakt wel eens een foutje. Spreekt voor zich, zou ik zo zeggen. Zeemanschap gebruiken: -Verstandig handelen. Goed zeemanschap houdt in dat men goed nadenkt over al het geen men doet. Je maakt me zeeziek: -Je verveelt me, ergert me, mateloos. Spreekt voor zich, zou ik zo zeggen. Hij voert (te) veel zeil op een klein schip: -Hij waagt te veel. Spreekt voor zich, zou ik zo zeggen. Hij is onder zeil: -Hij slaapt. Onder zeil gaan: -Gaan slapen, rusten. Waarschijnlijk molenaars en geen scheepvaartuitdrukkingen want: Schippers pozen niet als zij onder zeil zijn: -Sommige mensen hebben of houden nooit rust. De molenaar van een poldermolen kan gaan rusten wanneer de molen onderzeil is en draait, voor een schipper is er dan nog steeds werk. Het zeil strijken voor iemand: -Het onderspit delven. Wie het zeil moet strijken, moet een ander voor laten gaan. Een oogje in het zeil houden: -Op blijven letten, op iemand passen. Zoals men ook voortdurend de stand van de zeilen in da gaten dient te houden. Met een nat zeil thuis komen: -dronken zijn. Men beweert dat als men moest laveren, men de zeilen weleens nat maakte. Laveren wordt ook gebruikt in de zin van dronken zijn. Het zeil hoog in top hebben: -Voortvarend zijn. Het zeil in top halen: -Zich flink inspannen. Een schip dat het zeil hoog in top heeft, wil voortgang maken. Onder een staand zeil is het goed roeien: -Als men een (gering) vast inkomen heeft, kan men makkelijk in de kosten van levensonderhoud voorzien. Bij uitbreiding gezegd van een ieder die het door gunstige omstandigheden het makkelijker heeft dan een ander. Spreekt voor zich, zou ik zo zeggen. Alle zeilen bij zetten: -Zijn uiterste best doen. Zoals een schipper, die alle zeilen bijzet om zo snel mogelijk ergens te zijn. Met opgezette/opgestreken/opgestoken zeilen naar iemand toe gaan: -Iemand trachten te imponeren, toornig op iemand afgaan. Aflomstig van aanvallende schepen, die zoveel mogelijk zeil toonden om indruk te maken. De zeilen naar de wind zetten: zie bij wind. aan de zwabber zijn: -Uitgaan. Geen uitleg bekend. Een flinke verzameling nautische uitdrukkingen enz,. is te vinden op Vaartips.nl. top
![]() |
|||||