>

Werk in uitvoering


De website wordt vernieuwd, hierdoor kunnen er voor korte of langere tijd bepaalde bestanden en/of links ontbreken of storingen optreden. Zie verder bij:
Het laatste nieuws :-)
banner
Naar de Verenigingssite Naar Binnenvaarttaal
Aanvullingen en correcties zijn welkom.



Bergen



Een schip bergen kan twee dingen betekenen:


   1. een schip, dat in dusdanige moeilijkheden verkeert dat het zonder hulp verloren zou gaan, helpen


   2. een schip dat gezonken is boven water brengen of (uit het water) verwijderen.


Zolang een schip nog drijft worden bergingen vaak verricht door sleepboten en soms door de vaartuigen van de reddingmaatschappij, de Rijkspolitie te water, of Rijks- danwel Provinciale Waterstaat. Ook een schip dat zich vastgevaren heeft, heeft meetal aan dergelijke hulp voldoende. Men spreekt, in deze gevallen, dan ook alleen van bergen, wanneer er situatie is ontstaan of kan ontstaan, waarbij men het schip kan verliezen.





Verschillende soorten bergers.



Bij dit soort incidenten krijgt men soms te maken met gelegenheids bergers, dit zijn (privé)personen die bij toeval bij de berging van een schip betrokken raken. Men is op het water namelijk VERPLICHT elkaar in nood bij te staan. Verder zijn er sjouwhaalders, dit zijn geen officiële bergers, maar personen die bij slecht weer er op uit trekken om te zien of ergens iets te bergen valt. Dit gebeurt niet (alleen) uit menslievende overwegingen, maar in de hoop een aardig redding- of bergingsloon te kunnen bedingen. Verder zijn er ook personen, die bij stormweer of strandingen, hun hulp OPDRINGEN door de zaken slechter voor te stellen dan ze zijn, en dit alleen doen in de hoop een hoog bergingsloon te ontvangen. Deze personen noemt men haaien.
De echte officiële bergers komen op het binnenwater in veel gevallen pas aan bod, als het leed allang geschied is. Zij beschikken meestal over de nodige hulpmiddellen en vaartuigen om ook in de ergste gevallen het vaartuig weer drijvende te krijgen of het uit het water te verwijderen.



Soorten bergingen.



Gewone sleepboothulp, die onder omstandigheden waarbij men van een berging kan spreken, verleend wordt, is de simpelste vorm van bergen.
Bij een schip dat aan de grond geraakt is of zich omhoog gevaren heeft, kan men niet altijd volstaan met er simpel weg hard aan te gaan trekken. Soms moet men het schip tornen, een eind heen en weer trekken, om het vlot (1) te krijgen.
Voornamelijk bij jachten doet zich dan het probleem voor, dat men aan dek niets kan vinden waaraan men flink kan trekken. In zo'n geval trekt men het schip een broek, dat is een zware band of tros, die rond het hele scheepje gelegd wordt, aan.

Schepen die zinkende zijn, probeert men natuurlijk boven water te houden. Het schip zelf beschikt meestal wel over een flinke lenspomp en zolang het lek niet al te groot is, kan men volstaan met het aanbrengen van een stempel (2b) en hoeft er geen berging verricht te worden. Grotere lekken probeerde men vroeger wel te dichten met een reddingkleed. In de praktijk heeft men echter zelden de tijd een dergelijk kleed aan te brengen en zullen er motorpompen of pompboten aan te pas moeten komen, om het schip drijvende te houden. Indien mogelijk wordt er een noodreparatie verricht en anders gaat met al pompende naar een plaats waar het schip droog gezet kan worden.

Wanneer een schip eenmaal gezonken is, worden de bergingen meestal verricht door speciale bergingsbedrijven.
Bij het bergen van gezonken schepen zal men eerst de eventuele lading trachten te bergen. Met kraanschepen (1 en/of 2) wordt de lading dan (in andere schepen) overgeslagen. (Bij tankers pompt men de lading over.) Op stromend water is het niet alleen de lading die uit het schip moet, vaak ook zijn er grote hoeveelheden bagger, zand of grind, die door de stroom meegevoerd, in het schip geraakt.
Er zijn vele methodes om schepen te bergen en elke berging is weer anders. Vooral in de tijd dat men noch niet over zware bokken (c) en speciale werktuigen en hulpmiddelen voor het werken onder water beschikte, moest men inventief zijn. Behalve uit het dichten van gaten, het lossen van de lading e.d. en flink pompen, kunnen ondermeer de navolgende activiteiten noodzakelijk zijn.

OPKISTEN


Het opkisten gebeurt wanneer een schip, dat geen (meer) lekkage heeft, gezonken is en maar net onder water ligt. De den wordt met houten schotten, tot boven de waterspiegel, opgehoogd. Dit is simpel gezegd, maar het kistwerk dient wel zo aangebracht te worden dat het de waterdruk, wanneer het ruim leeg gepompt wordt, kan weerstaan en lekkage beperkt blijft. Daarna wordt er gepompt. Natuurlijk probeert men ook de overige ruimtes tot boven de waterspiegel dicht te maken en leeg te pompen. Gekenterde schepen moet men eerst recht op zetten.


LICHTEN


Lichten is het, op één of andere wijze, omhoog brengen van een vaartuig.
Het lichten van een houten schip was vaak niet meer dan de lading en alles wat los zat van boord halen, eventueel stopte men nog lege vaten in diverse ruimten of men bond ze tegen het boord (2). Stalen schepen moest men optakelen. Voordat men de beschikking kreeg over bokken, die het gewicht van een stalen schip konden dragen, gebruikte men de navolgende methode.

Boven het wrak werden, op geringe afstand van elkaar, twee lege schepen gelegd. Over deze schepen werden zware balken, dennen, aangebracht. Voordat men de dennen aan kon brengen moest men, als de schepen vrachtschepen, dus geen dekschuiten of pontons waren, de ruimte tussen gangboorden en de balken opstoppen om te voorkomen dat de den van het schip ingedrukt zou worden. Nadat er onder het gezonken schip langs stroppen aangebracht waren, werd het schip met vijzels of draadlieren omhoog getrokken. Dit gebeurde dus met handkracht!
Was er een deel van het schip boven water dan kon er gepompt worden, maar wanneer het ernstig lek was, versleepte men het naar een plaats waar het droog gezet kon worden. Het was voor de berger, in die tijd, een geluk als men getijdewater in de buurt had. Bij hoog water werd het schip dan op een bank gezet en bij laag water kon men dan trachten de lekken te dichten.
Toen men de beschikking over bokken kreeg, kon men, in ieder geval de kleinere schepen, in hun geheel boven water brengen en op het droge of een ponton plaatsen.

STROPPEN SCHUREN


Wil men kunnen hijsen dan moeten er stroppen onder het schip langs aangebracht worden.
Wanneer het schip zich niet niet in de bodem ingegraven heeft, probeert men soms stroppen met behulp van sleepboten onder het schip te trekken. Men zet de uiteinden van de stroppen op twee sleepboten, ter weerszijden van het wrak, en door af wisselend met de ene of de andere sleepboot harder te trekken dan met de andere, schuurt men de strop onder het schip. De schuurstroppen moeten als ze eenmaal onder het schip zitten, door geschikte hijsstroppen vervangen worden.
Wanneer het schip zwaar op de bodem drukt of zich ingegraven heeft, zal men dwars onder het schip door een geul moeten maken, zodat men de hijsstrop van de ene naar de andere kant kan brengen. Op geregelde afstanden wordt een kuil naast het schip gegraven en met de spuitlans, een lange stalen pijp, waardoor met veel kracht water gepompt wordt, wordt een geul dwars onder het schip door gespoten.
Het benodigde aantal hijsstroppen is onder meer afhankelijk van de lengte van het vaartuig. Exacte gegevens over de afstanden tussen de stroppen zijn mij niet bekend. Een bok (c) kan meerdere stroppen tegelijk aan de haak hebben. De stroppen die men gebruikt, zijn einden staaldraad met aan beide zijden een lus; eigenlijk noemt men een dergelijke strop een snotter. De dikte van de hijsstroppen varieert natuurlijk, een diameter van 80 mm is echter vrij normaal.
Op stromend water is niet alleen het graven van de kuilen, die steeds weer dichtslibben, het werken met de spuitlans en ook het schuren met de sleepboten een lastig karwei.

DUIKEN


Bij veel bergingsactiviteiten moet gedoken worden. Vaak gebeurt dit met een duikpak, maar tegenwoordig zet men ook vaak kikvorsmannen bij bergingen in. De duikers moeten hun werk vaak op de tast verrichten. In stromend water wordt hun werk door de stroming vaak zo bemoeilijkt dat men een stroomscherm plaatsen moet. Het stroomscherm bestaat uit twee stevige stalen wanden, ongeveer 2,5 meter hoog en 4 meter breed, die scharnierend aan elkaar bevestigd zijn. Het wordt door een bok, bovenstrooms een wrak, op de bodem van de rivier of ander stromend water, op de bodem neergelaten en rechtop gehouden. De wanden vormen hierbij een hoek van ongeveer 90 graden, tegen de stroom ingericht.

SNIJDEN


Grote of zwaar beschadigde schepen kunnen vaak niet in hun geheel gelicht worden. Men moet ze onderwater door snijden. Hiertoe schuurt men een snijstrop onder het schip door. De strop wordt aan twee verschillende haken geslagen. Door, met een bok, afwisselend met de ene haak harder te trekken dan met de andere snijdt de strop zich (in een flink aantal uren tijds) door het wrak heen. Daarna kunnen de hijsstroppen onder de secties geschuurd worden en worden de afzonderlijke delen op pontons geplaatst.
 

ANKERS e.d.


Bij al deze werkzaamheden is het vaak noodzakelijk dat de bergingsvaartuigen, bokken en soms zelfs ook het wrak, op zijn plaats blijft liggen. In het vaarwater gebeurt dit met ankers, maar ook op de wal zijn soms bevestigingspunten nodig. Hiervoor graaft men soms kuilen waarin dan een grondanker of een grote zware balk met een strop begraven wordt. Deze laatsten noemt men dooiebedden.
De gebruikte ankers zijn meestal flink wat groter dan de ankers, die normaal in de binnenvaart gebruikt worden. De schepen moeten vaak dagen achtereen precies op dezelfde plaats blijven liggen. Vooral op bokken wordt er nog veelvuldig van stokankers gebruik gemaakt.



Bergingsvaartuigen.



Een bergingsvaartuig is een vaartuig dat ingericht is om bij bergingen dienst te doen. Bergingsvaartuigen zijn er in allerlei soorten en maten, van snelle rubberboot (rbvb) tot en met kraanschepen van een meter of 50 en zware bokken. Met uitzondering van de bokken zijn bergingsvaartuigen vaak uitgerust met één of meerdere krachtige pompen. De grotere schepen hebben vaak ook alle apparatuur die voor het verrichten van duikwerkzaamheden en noodreparaties noodzakelijk zijn aan boord. Ze worden meestal pompboot genoemd.
Aangezien men bij bergingen vaak gebruik moet maken van sleepboten is het niet verwonderlijk dat de sleepboten van bergingsmaatschappijen vaak met dit materieel uitgerust zijn. Men spreekt dan van een bergingssleepboot.
De kleinere bergingssleepboten en pompboten zijn vaak ook als blusboot inzetbaar.
Voor het bergen van de lading worden vaak kraan- en overslagschepen gebruikt. De kraanschepen, die tevens de geborgen lading transporteren, worden meestal tijdelijk ingehuurd.
Het wrak zal uiteindelijk meestal door bokken gelicht moeten worden.
 


Hulplonen.



De vergoeding die men ontvangt of kan eisen voor het bergen van vaartuigen en goederen noemt men het bergingsloon. Het wordt betaald aan de bergers. De vergoeding die men ontvangt of kan eisen voor het in veiligheid van personen, die op het water in gevaar verkerien noemt men het reddingloon. Het wordt betaald aan de redders. Voor sleepboothulp onder normale omstandigheden betaalt men sleeploon. Het wordt betaalt aan de eigenaar van de sleepboot. Voor het transport en de opslag van geborgen, opgeviste en aangespoelde goederen betaalt men, voor zover dit transport en deze opslag niet tot het werk van de berger behoort, beheerloon. Beheerloon wordt betaalt aan de strandvonder of de beheerder van het vaarwater (Gemeente, Provinciale- of Rijkswaterstaat.)

Zolang men zichzelf daarbij niet in direct gevaar brengt is verplicht personen en schepen die in zeenood verkeren te helpen. Ook dient men, indien men daartoe instaat is, goederen, die een gevaar voor de scheepvaart op kunnen leveren, te bergen. Men hoeft dit echter niet voor niets te doen. Vaak wordt met de betrokken schipper van te voren een bedrag afgesproken. Wanneer men achteraf van mening is, dat men zich tot het betalen van een veel te hoog hulploon heeft laten verleiden, kan men naar de rechter stappen. Indien dit is nagelaten of indien het schip verlaten aangetroffen is, zal de rechter uiteindelijk beslissen hoe hoog het hulploon zal zijn.




Dat was alles voor dit moment.






Naar bovenzijde document.


© 1997-heden; Vereniging 'De Binnenvaart', Dordrecht. Redactie: Pieter Klein, Ede.
De rechthebbenden kunnen niet aansprakelijk gesteld worden voor de gevolgen van het gebruik van deze site,
noch voor de gevolgen van het gebruik van de in deze site opgenomen links!
Deze site gebruikt cookies!
Zonder toestemming vooraf, is gehele of gedeeltelijke overname van enig deel uit 'Binnenvaarttaal' verboden!
Over het algemeen zullen de inzenders van het materiaal een verzoek
tot het gebruik van het getoonde materiaal inwilligen. (meer informatie)

Deze site is geoptimaliseerd voor een resolutie van 1024x768 px.,

U wordt verzocht eventuele gebreken te melden!  (meer informatie)

Mijn dank gaat uit naar ALLEN, die mij met deze site helpen of geholpen hebben.

Pieter Klein:
Redacteur, auteur, ontwerper en webmaster.



Statistieken