Aanvullingen en correcties zijn welkom.

Friese Tjalk Harmonie

Naar hoofdbestand.

meetbrief1
De omslag van een meetbrief uit 1967.

(groot formaat)

mb2
Links: De verklaring van de cijfers die tussen haakjes op de volgende bladzijden staan.
Rechts: De kenmerken van de meetbrief en de naam of kenspreuk van het schip.

(groot formaat)

mb3
Links: De belangrijkste kenmerken van het schip.
Rechts: Situatie tijdens de meting en de plaatsing van de ijkmerken.

(groot formaat)

mb4
Links: omschrijving van de plaatsing der ijkschalen.
Rechts: toename van de waterverplaatsing per centimeter inzinking.

(groot formaat)

mb4
Toename van de waterverplaatsing per centimeter inzinking.

(groot formaat)

mb5
Links: Vervallen meetbrieven. (Zie opmerking onderaan.) en de plaatsing van het brandmerk behorend bij dit scheepsdocument.
Rechts: De plaatsing van het brandmerk in verband met de te boekstelling bij het hypotheekkantoor.

(groot formaat)

mb6
Links: de afgifte.
Rechts: wijziging naam of kenspreuk.

(groot formaat)

mb7
Links: nogmaals vermelding van brandmerk Hypotheekkantoor.
Rechts: Opsomming van de wateren van de verschillende vaargebieden.

(groot formaat)
Fouten in de meetbrief?

Schipper Winkel uit Hoogeveen, later Zwartsluis, heeft het schip, de Johanna, in 1898 laten bouwen en volgens zijn kleindochter tot in de oorlog in zijn bezit gehad. (Er bestaat een foto uit de oorlogsjaren, waarop de fam. Winkel afgebeeld is.) Rond 1924 werd de meetbrief en de registratie bij het scheepshypotheekkantoor een feit. Het schip heette dus Johanna en dat is zo tot de verkoop aan schipper de Booy uit Zwartsluis gebleven. Volgens de klein dochter van schipper winkel vond deze verkoop in de oorlog, waarschijnlijk in 1943, plaats. Het schip ging toen Harjo heten. Deze verkoop en de afgifte van een nieuwe meetbrief heeft waarschijnlijk in de buurt van Zwartsluis plaats gevonden. Volgens schipper Reinders, uit Rotterdam, die ik rond 1978 te Schellingwoude sprak, verkocht schipper de Booy het schip in 1956 aan hem. Schipper Reinders heeft het nodige aan het schip veranderd en er verscheen een nieuwe meetbrief. Schipper Reiners noemde het schip: Dimar. Schipper Reinders verkocht het schip, in 1967, aan schipper Sandijk, Amsterdam, die het schip Kleine Suzanna noemde. Er werd een andere motor geplaatst en het schip werd hermeten, waarbij de afgebeelde meetbrief afgegeven werd. Rond 1972 werd het schip verkocht aan schipper Munnik, deze was sluiswachter te Nigtevegt geworden en gebruikte het schip (naam: Muta) als woning. In 1974 werd het verkocht aan P.Klein, Amsterdam, waarna het Harmonie ging heten en als woonvaartuig in gebruik werd genomen.  Op 19 oktober 2006 werd het schip naar Engeland verkocht.

Afgebeelde gegevens in de meetbrief
Waarschijnlijk juiste gegevens



Sneek 1898 Johanna
Hoogeveen 19-08-1924 Johanna Hoogeveen 19-08-1924 Johanna
Rotterdam 16-11-1937 Dimar, ex Harjo ?
16-11-1943 Harjo
Amsterdam 13-07-1956 Kleine Suzanna, ex Dimar Rotterdam 13-07-1956 Dimar



Amsterdam 26-06-1967 Kleine Suzanna

Geschiedenis verbouwingen.

Het schip werd, onderbouwnummer 65, op de werf van Barkmeijer, aan de Woudvaart in Sneek, gebouwd en in 1898 tewatergelaten. Het schip heeft duidelijk alle kenmerken van een Friese Tjalk. Bijna het gehele schip is opgebouwd van 7 mm dik plaatstaal, met een spantafstand van nog geen 30 cm.
Op verzoek van schipper Winkel werd, opdat zijn vrouw in de roef niet gebogen hoefde te lopen, de roef hoger gemaakt dan gebruikelijk was. De roef had drie ramen met blinden. Gebouwd als zeilschip, werd de Johanna rond 1921 verbouwd tot motorschip met hulpzeil. Ingebouwd werd een 1-cylinder 15 PK HaEs motor (motorenfabriek in Meppel). De spanten in de machinekamer werden gedubbeld met hoeklijn 60 x 60 en een zware (gemiddeld 12 mm dikke), geheel geklonken, motorfundatie gelegd. In verband met de inbouw werd de plaats van de roef gewijzigd, mogelijk werd deze ook 60 cm verlengd. De achterwand kwam in ieder geval 60 cm verder naar achter te staan. De motor werd deels onder de roef gebouwd en daarom was het noodzakelijk een deel van de machinekamer te verhogen, wat resulteerde in een 'bank' tegen de voorwand van de roef. In deze bank was een deksel aangebracht, waardoor de cylinderkop en zuiger gelicht konden worden. In de zijwand van de roef, aan B.B., kwam, op de plaats van het voorste raam, een ingang naar de machinekamer. Midden voor de motor werd de machinekamer 60 cm in het ruim uitgebouwd. Tussen de herften, voor de roef,  kwam een met een hemellicht gedekte schacht. Het helmhout werd vervangen door een Engels stuurwerk van Ridderinkhof. Gelijktijdig werd de den verhoogd en van mestluiken voorzien. De tuigage werd verkleind tot een hulpzeil met een giek tot aan de herften. De mast werd met behulp van een sprenkel gestreken. (Mogelijk verdwenen toen de zwaarden en de zwaardlieren, mogelijk ook pas later.)

Volgens schipper Reinders werd rond 1956 de HaEs vervangen door een 4 cylinder Lister van ca. 40 PK (1000 tpm.?). De roef werd vervangen door een gelast exemplaar met gelijke afmetingen, maar met slechts één i.p.v. drie ramen. Achter de roef werd een stalen stuurhut, met houten dak, geplaatst. De stalen bovenbouw van deze stuurhut is afneembaar. Deze bovenbouw moet echter in zijn geheel afgenomen worden en elders op het schip (in het ruim of of op voordek) geborgen worden. Met bovenbouw had het schip een kruiphoogte van ca. 375 cm. Indien bovenbouw en de spaakwielen van het ankerlier verwijderd werden, bedroeg de kruiphoogte ca. 45 cm. minder. Tegelijkertijd werden er nieuwe voorbolders met gesloten bolderkasten en nieuwe middenbolders geplaatst en werd het boeisel in zijden verlaagd.
Rond 1964 werd het schip aan BB-zijde, net naast de achterstevenbalk, aangevaren en werd een gedeelte van de scheepshuid en stuit vervangen.
Volgens schipper Munnik werd de Lister rond 1967 vervangen door een 120 PK Scania dieselmotor (1800 tpm.). Deze werd in 1972, bij verkoop aan schipper Munnik, weer verwijderd. In 1976 werd het schip voorzien van 4 cylinder 70 PK Klöckner-Deutz, 4 SAM 517, 1200 tpm. met een Reintjes hydraulische keerkoppeling met een vertraging van 2:1.

Nog enkele gegevens:
Diepgang op de hak van de scheg: ca. 1m.
Diepste punt van het vlak (ongeveer 1m voor de roef) ca. 72 cm.
Diepgang bij de loefbijter: ca. 42 cm.
Lengte ijkschalen: 122 cm.
Minste holte: ca. 195 cm
Plaatsing autokraan (giek 7 m.): voorjaar 2000.
Max. snelheid: ca. 11 km/u.


Naar hoofdbestand.
top




JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic Statistieken


Valid HTML 4.01 TransitionalValid CSS!















v4.0 © P.I.Klein