Aanvullingen en correcties zijn welkom.

Snikken


snik anne
De Friese Snik 'Anne' tijdens de turfvaartdagen te Appelscha 1 augustus 2008. De snik werd in 1907 bij Brandsma te Franeker gebouwd. Het scheepje meet 13.00 x 2.68 x 1.00m (holte), voert 42m² zeil en kan 13,9 ton laden.
(meer foto's)

(groot formaat)


snik
Een Friese Snik als pleziervaartuig.  Dit scheepje werd rond 1898 bij Barkmeijer, Briltil gebouwd. Verder is over de geschiedenis als bedrijfsvaartuig weinig bekend, behalve dan dat aan het eind van zijn loopbaan als bedrijfsvaartuig het scheepje als Shell bunkerbootje bij de Prinses Margrietsluis te Lemmer actief was.

Foto: E.Klein, Goingarijpsterpoelen, 2004.

(Nog enkele foto's en wat informatie.)
(groot formaat)


snik
Nog een Friese Snik.

Goingarijpsterpoelen, Friesland.
(Iets groter formaat)


Friese snik, jaagschuit Johannes Veldkamp
De jaagschuit genaamd Johannes Veldkamp werd in 1907 in Lemmer gebouwd. Ondanks het feit dat het vaartuig in Friesland gebouwd  is, noemen velen dit een Groningse snik.
Lengte: 19,66 m., breedte 3,36 m. 30 ton?.
Rond 1937 voer het scheepje, bewoond door twee personen onder de naam ‘Koopmans Welvaren’ door Drenthe.
(andere foto's)

Foto: Leo Schuitemaker,
Nieuw Amsterdam15 augustus 2008.
(groot formaat)


a98
Dit is vermoedelijk de snik 'Jan' van H. Nieken uit Veendam. Het scheepje werd in 1913 te Hoogezand gebouwd en mat ca. 18,5 x 3,24 m. Dat was goed voor 31 ton laadvermogen. Het scheepje werd als motorschip gebouwd en was voorzien van een 22 pk sterke motor; fabrikaat onbekend. Het scheepje werd in geschreven in het kadaster onder 1252 B Gron 1929.

Anders dan bij de Friese versie hiervoor ligt het berghout bij dit scheepje langs het bovenboord. De daarop geplaatste opbouw is vrij gebruikelijk voor dit soort scheepjes.

Anonieme inzender.
(groot formaat)


a99
Deze onbekende Snik werd rond 1933 in het Groningse gefotografeerd. Het model van deze schepen lijkt rechtstreeks afgeleid van de ontwerpen van de in Harlingen geboren  Folkert Nicolaas van Loon.

Anonieme inzender.
(Groot formaat)


a97
Het door E. van Konijnenburg als trekschuit betitelde ontwerp waarin de ideeën van Van Loon verwerkt zijn. Bij de hiervoor getoonde stalen varianten is de stevenbalk gewijzigd in een enkele strip en het berghout omhoog gebracht, verder tonen ze erg veel overeenkomsten.

Bron: Ir. E. van Konijnenburg.
(groot formaat)


a96
Houten snikken te Groningen rond 1900. Deze jaagschuiten hebben gewoon één enkele mast en deze staat gewoon in het midden.
Bij het scheepje op de voorgrond is achterin een klein gedeelte voor de rijkere passagiers gereserveerd. Het voorste deel en het dak waren geschikt voor minderbedeelden, dieren en goederen.

Fragment: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
(groot formaat)


a95
Eveneens een houten scheepje, mogelijk wat sommigen een Farrie noemen en ook te zien als de overgang naar de latere stalen modellen die men op bovenstaande foto's kan zien.
Deze jaagschuit heeft de jaagmast wel aan de zijkant van het schip. Of het nu echt zoveel gunstiger was de mast aan de kant van het jaagpad te hebben vermeldt de historie niet.

Fragment: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
(groot formaat)



a94
Een aantal jaagschuiten links een paar Groninger Snikken (met een 'geknepen kontje'), rechts tegen de wal het model met de gebogen steven.

Ook in Amsterdam verschenen rond 1900 beurtscheepjes met min of meer een gelijke voorsteven. Verder hadden ze echter veel meer het model van een motorpakschuit.

Fragment Postkaart.
(groot formaat)


trekschuit
Veel trekschuiten waren Snikken of van een daarop gelijkend model.
E> Over trekschuiten en de trekschuit 'Vrouwtje'.


Leeuwarden.
(iets groter formaat)


a93
Van heel andere orde is de Snik, die volgens G.C.E. Crone een Warmondse Snik zou moeten zijn. Dit was een vrachtscheepje van zuidwest Nederland. Volgens Crone lijkt dit model op de afbeelding van de Snik bij Groenewegen en is het model identiek aan die op de afbeelding bij Le Comte.

Afbeelding: Scheepvaartmuseum Amsterdam.


a92

De door Gerrit Groenewegen afgebeelde snik heeft mijnsinziens echter een vrij zware rechte steven. De beschrijving door P. Dekker geschreven in 1967 stelt dat deze Zuid-Hollandse schepen een vrij scherp voorschip hadden en ca. 26 ton groot waren. Hij ontleent deze beschrijving aan Le Comte.

Afbeelding: Gerrit Groenewegen.
(groot formaat)


A91
De Snik van Pieter Le Comte lijkt het neusje te moeten ontberen, terwijl ook de beschrijving ons niets wijzer maakt over het uiterlijk van het schip. Heeft hij een stevenbalk en oorgaten willen tekenen of is deze prent verminkt. In ieder geval kan ik het niet met Dhr. Crone eens zijn omtrent de gelijkenis met het door hem getoonde model.

Afbeelding: Pieter Le Comte.
(groot formaat)


top




JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic Statistieken


Valid HTML 4.01 TransitionalValid CSS!















v4.0 © P.I.Klein