|
Aanvullingen
en
correcties zijn welkom.
Naar deel 2.
Naar Waalschokker Wuta.
Naar details (schokker
onder zeil).

|
Toen
eind 19de eeuw de ankerkuilvisserij
langs de rivieren zijn opmars maakte, werden veel houten vissersschepen
uit de Zuiderzeevisserij,
zoals Schokkers
en Botters, voor
deze vangstmethode
geschikt gemaakt.
Hier in Heerewaarden, dat min of het min het centrum van de
riviervisserij werd, zien we voornamelijk botters.
Foto: Archief Harry de Groot. |

|
Zo
als te zien is werden niet
alleen vissersschepen maar ook kleine vrachtschepen
dit doel gebruikt.
Het is goeddeels de stroming die er voor moet zorgen dat de vis in het
net komt. Op de Maas vond men goede visplaatsen kort achter de stuwen,
zoals hier bij Alphen aan de Maas.
Last van de scheepvaart had men daar tenminste niet.
Foto: Archief Harry de Groot.
|

|
Een
echte Waalschokker.
Het
scheepstype Waalschokker ontwikkelde zich in het begin van de
twintigste
eeuw. De schepen hadden geen enkele vorm van voortstuwing. Zij werden
naar hun ligplaatsen gesleept en konden zich verder alleen langs hun
draden/kettingen verhalen.
Foto: Archief Harry de Groot.
|

|
Langs
de rivier bij Heerewaarden.
Mogelijk is dit een vaste rustplaats voor de schokkers en de
sleepbootjes die ze in positie moeten brengen.
Op het 'strandje' lijkt een helling gemaakt te zijn.
Foto: Archief Harry de Groot.
|

|
Daar
de paling lichtschuw is, nemen de vissers overdag meestal rust.
Foto: Archief Harry de Groot.
|

|
Vanuit
Nederland trok de ankerkuilvisserij slechts langzaam stroomopwaarts.
In 1904 verschenen de eerste schepen op de Duitse Rijn. Tot 1910 kwam
men, door een verbod op deze vismethode, slechts tot Koblenz. Bingen,
het eindstation, werd in 1914 bereikt.
In 1925 lagen er ca. 125 ankerkuilvissers op de Duitse Rijn.
Foto: Archief Henry Platje.
(groot formaat)
|

|
In
Duitsland vist men een goed deel van het jaar zo'n beetje in de
vaargeul. Het net heeft men dan aan de landkant. Hier werd er, mede op
het oog op de scheepvaart, bijna uitsluitend 's nachts gevist.
De meeste foto's tonen daarom schepen in ruste of schepen waar men de
netten droogt.
Hier een
botter ter hoogte van de Lorelei.
Foto: Archief Henry Platje.
(groot formaat)
|

|
Op
diverse plaatsen werd de vis met een scheepje opgehaald en hoefde de
visser zelf niet voor het verdere transport en de verkoop te zorgen.
Door de toenemende vervuiling van de rivier lopen de vangsten na 1950
sterk achteruit. De genadeklap volgt in juni 1969 als nabij Bingen een
grote hoeveelheid gif in de Rijn geraakt. Naar schatting 40.000.000
vissen sterven.
Archief: Henry Platje.
(groot formaat)
|
Naar deel 2.
Naar Waalschokker Wuta.
Naar details (schokker
onder zeil).
top

|
|