|
Aanvullingen
en
correcties zijn welkom.
Diverse onderdelen vrachtschepen.

|
De zwaai-
of zwierboom, die grijze stang
tegen de den,
treft men vooral op spitsen aan en
wordt
gebruikt om, wanneer het schip niet geheel tegen de wal komt, van en
aan
boord te komen. Het uiteinde van de boom wordt dan met een staaldraad
(nu
niet aanwezig), die aan de bovenzijde van de den, maar soms ook aan een
korte mast, bevestigd is, omhoog gehouden. Vervolgens gaat men over het
uiteinde van de boom hangen en geeft zich zelf een flinke zet, waardoor
de boom buitenboord zwaait en men, hopelijk, de wal kan bereiken. Wil
men
terug, dan zal een ander de boom buitenboord moeten duwen, waarna men
weer
over het uiteinde gaat hangen en de boom vanzelf terugzwaait.
(groter formaat)
|

|
De
staaldraad
waarmee de boom omhoog gehouden wordt, heeft aan het uiteinde vaak een
lus. Het uiteinde van de boom is vaak voorzien van een hanekam.
Het is zodoende mogelijk de boom op verschillende hoogtes in te
stellen.
(groter formaat)
|

|
Een
eenvoudig in elkaar getimmerde boombak.
Links daarin: een loopplank
met
witte biezen langs de randen. In het midden een schoorboom
(dat ding met die koeiehoorns)
en links daarvan de pikhaak.
Schip
en sleepboot (links voor de kop) voeren de sleepvlag.
Amsterdam-Rijnkanaal, maart 1974.
De boombak werd gebruikt om divers klein rondhout,
ladders, bezems enz. in op te bergen. Niet alleen staat dat netter, ook
gebeurt het dan niet zo gauw dat ze wegwaaien of van de luiken
rollen. Vrijveel boombakken waren voorzien van een dakje en soms ook
zijwanden
of als beiden ontbraken, werd er soms een kleedje over gespannen. Niet
alleen beschermde dat het rondhout tegen neerslag, ook werd daarmee
voorkomen
dat ze te snel uitdroogden, waardoor windscheuren
zouden kunnen ontstaan. (lees ook >>)
(groter formaat)
|
|
De schoorboom werd
o.a. gebruikt om het schip uit de oever te
houden. Dit was noodzakelijk wanneer men aan een ondiepe oever of
glooiende
(stenige) oever lag en men het schip laadde. Ook bij een sterk
variërende
waterstand gebruikte men de schoorboom om niet tegen dat soort oevers
te
stoten. Over het algemeen werden bomen met grote 'hoorns' tegen de
oever
gezet en werd het andere uiteinde met touw aan de bolders vastgezet.
Bij
kleine hoorns werden de hoorns tegen de bolder gezet en kwam het andere
eind tegen de oever.
De boom werd ook gebruikt om het schip, wanneer dit op een of andere
wijze voortgetrokken werd, door de bocht te krijgen. Hij werd dan ook
wel werpboom genoemd. |
|

|
Op de foto rechts en hierboven, is een luikenstoeltje
te
zien. Twee
van dit soort stoeltjes vormden samen met een ladder of de loopplank een soort van
afbreekbare
boombak. De constructie is niet zo stabiel als een echte boombak en
moet
bij veel zeegang of harde wind, gesjord worden, maar daar staat
tegenover
dat het geen sta-in-de-weg is wanneer de luikenkap opengelegd moet
worden
en men voor alles wat op de luiken staat een ander plaatsje moet
zoeken.
(groter
formaat)
|
top

|
|