|
Aanvullingen
en
correcties zijn welkom.
Diverse kleiNe zaken.

|
Het
haakeinde van een pikhaak
en een haak met sluiting.
Het metalen gedeelte wordt door sommigen het pikhaakbeslag
genoemd. Het vooruitstekende deel is de teen, het achterwaarts gebogen deel
de klauw.
Het uiteinde dat men naar zich toegericht houdt is meestal voorzien van
een ronde knop, een druif , of een kleine
dwarsklamp, een jelt.
(groter formaat)
|
|
De pikhaak is een
onmisbaar instrument aan boord van schepen. Op
schepen,
die te groot zijn om nog wat met handkracht uit te kunnen richten, is
het
gedegradeerd tot een soort hengel waarmee o.a. over boord gevallen
spullen
opgevist worden. Op kleine scheepjes kon met het schip er mee afzetten
of voortduwen en voort- of bijtrekken. Ook werd hij gebruikt om een 'touwtje'
over te geven of lussen rond of van bolders
te krijgen. Ook wordt vertelt dat men er ruzies mee uitvocht! Meestal
waren
er meerdere pikhaken aan boord, korte; zo'n meter of twee en lange; van
een meter of zes of meer. In de tijd van de zeilvaart werden lange
pikhaken
ook gebruikt als fokkeloet
of als rondhout
voor bijzeiltjes.
Een paar flinke sluitingen kan men, als het goed is, op elk schip
aantreffen.
Men gebruikt ze voor uiteenlopende doeleinden. Het meest gebruikt
worden
ze om landvasten
op meerringen
e.d. vast te zetten.
Een touw met een aangesplitste haak, een haketouw,
of een
landvast
met sluiting en haak wordt, vooral door kleine schepen, eveneens
gebruikt
voor meerringen, maar nog vaker voor sluispotten
en muurkluizen
met een stang of
kruis.
Verder gebruikte kleine schepen ze ook om landvasten, met de haak in
een spuigat,
te geleiden en om in het spuigat van andere schepen vast te haken, iets
wat vooral de schippers van drinkwater-
en olie(leur)boten
vaak deden.
Haken en sluitingen werden ook gebruikt om de strangen
van de sleepboot
langs het schip
te
houden. Zie ook brittelhaak.
|
|

|
Meestal
roeispanen genoemd, maar de bovenste is een
(roei)riem,
en de onderste een (roei)spaan.
De
bovenste kan trouwens net zo goed een wrikspaan
(eigenlijk wrikriem) zijn. |

|
Een reddingvlotcontainer.
Sinds de jaren zeventig ziet men op sommige schepen
reddingvlotcontainers.
Wanneer er aan de veiligheidslijn
getrokken wordt, opent de container zich en wordt er automatisch een
soort
van rubbervlot op geblazen. Zo'n vlot lijkt net een achthoekig
opblaasbaar
kinderzwembadje, alleen dan van wat steviger materiaal en soms voorzien
van een huif. Deze vlotten kunnen afhankelijk van hun grootte, 4 tot
soms
wel 30, mensen herbergen. Ze werden eerst alleen in de zeevaart
gebruikt,
maar aangezien niet op elk binnenschip
plaats voor een bijboot
of, bijv.
op
passagiersschepen, voor voldoende andere reddingsmiddellen
is, heeft het opblaasbaar reddingvlot ook in de binnenvaart
een plaatsje verworven.
N.B. een reddingvlot
hoeft niet
persé een opblaasbaar reddingvlot te zijn. |
|
Ongeveer sinds WO II
gebruikt men, aan boord van schepen, gas in stalen
'flessen'. De meest gebruikte maat bevat ca. 12 kg vloeibaar gas.
Vroeger
gebruikte men vaak buta(an)gas, maar sinds de flessen niet meer binnen
mogen staan, gebruikt men propaan. Bij ca. -4 graden 'bevriest' butaan
namelijk. Er komt dan geen gas meer uit de fles. Gasflessen aan boord
van
schepen dienen zeevast
te staan; ze
mogen
niet kunnen verschuiven of omvallen. Ze moeten opgesteld zijn in een
ruimte,
die geen verbinding met de rest van het schip heeft en die naar buiten
toe ventileert. Bij veel schepen is er in de buitenwand van
één
van de opbouwen
een stalen kast
gemaakt,
waarin de gasflessen geplaatst worden: de gaskast.
Andere
schepen
hebben een herft
hiervoor ingericht.
Deze
wordt dan gasherft soms ook gasbun
genoemd. Anderen
hebben
een stalen kist op pootjes, waarvan de bodem een rooster is, ergens op
het dek staan. Dit
is de gaskist.
De gasinstallatie en de aangesloten toestellen dienen aan bepaalde
eisen
te voldoen. Een gasfles bevat ongeveer 6 m³ gas en dat is,
vooral
als men ook een geijser gebruikt, niet al te veel. Veel schepen hebben
dan ook meerdere gasflessen aan elkaar gekoppeld, plus de nodige
reserve
flessen. Het grootste probleem blijft toch vaak dat het gas altijd op
een
ongelegen moment op raakt. |
|

|
Een trossenbak.(Draadbak, touwmand)
Eind jaren zeventig doet de trossenbak haar intrede. Men heeft er een
aardig ruim dek voor nodig, dus bijna alleen grote moderne schepen
gebruiken
ze. De meesten staan, zoals hier, op het dek. Er zijn er ook die met
een
draaibare beugel aan het luikenhoofd
bevestigd zijn. Een dergelijke beugel maakt het ook mogelijk
trossenbakken
voor de roef boven
het ruim
of boven de beun of
achter de stuurhut
(indien die op het hek
staat) te
hebben.
Het is niet alleen voor het net, dat men ze gebruikt. Wanneer een tros
op het dek ligt, blijft het dek daaronder langer nat en ook vuil blijft
er onder liggen. Veel schippers maken, als ze geen trossenbakken tot
hun
beschikking hebben, er dan ook een gewoonte van om, als ze gemeerd
liggen,
de meertouwen aan de bolders
overboord
te hangen. De andere trossen liggen op de luikenkap
of over het ankerlier.
Een tros
op
het dek is ook iets waar men makkelijk over struikelt en een lastig
obstakel
bij het dekwassen.
Dat geldt ook
voor
autobanden, wrijfhouten
en meer
van
dat soort zaken, die normaal (tijdens het varen) op het dek liggen. |

|
In
bepaalde tijden en/of op bepaalde wateren moesten
schepen
nabij
voor- en achtersteven voorzien zijn van diepgangschalen.
De wijze
waarop
deze aangebracht moet zijn was niet altijd vastgesteld. Ingebeitelde of
opgelaste strepen met romeinse cijfers, combinaties van klink of
nagelkoppen,
al dan niet voorzien van cijfers en rood-witte blokkenbanen, zoals
hiernaast
getekend kan men ook nog heden ten dage op diverse schepen zien. Men
moet deze schalen niet
verwarren
met de ijkschalen,
die op vrachtschepen
aangebracht zijn en welke zich altijd op de zijde
van het vaartuig bevinden.
(groter formaat)
|

|
Bij
de in hout gebouwde vrachtschepen kwam het geregeld
voor
dat het boeisel
niet op het dek aan sloot. Men noemde dat een kierend boeisel
en
het vormde als het ware één groot spuigat.
Hier ziet men iets soortgelijks op een vaartuig van de Amsterdamse havendienst
en ook op sleepboten
wordt een
dergelijke
constructie van de verschansing
vaak toegepast. |
Naar plaboek.
top

|
|