Aanvullingen en correcties zijn welkom.

Houtconstructies.


Naar deel 2.


droge naad constructie

DROGE NAAD CONSTRUCTIE.



De droge-naden worden gevormd door de donkere houten delen. Links vormt de droge-naad constructie zowel het lijfhout als een deel van de scheepshuid. Rechts de constructie zoals die tussen dek en roef toegepast werd. De horizontale delen zijn de dekdelen van het gangboord. De zwarte stroken stellen de breeuwnaden voor.

(groter formaat)


karveelbouw
Links de ligging van de gangen bij een overnaads gebouwd schip, dit noemt men klinkerbouw en rechts de gangen van een gladboordig schip, dit noemt men karveelbouw. Tussen de houten delen, de breeuwnaden.

(groot formaat)


De constructie tussen vlak en zijde.

K   Kalf.
L    Legger
S    Spant, kromhout, zitter.
O   Oplanger, staander.

Zie ook: constructie van het voorschip bij een houten aakachtig schip.


Romp opbouw van een aakachtig schip.

Ik heb getracht de verschillende onderdelen in de kop (en mogelijk ook kont) van een houten aakachtig schip weer te geven. In verband met de duidelijkheid geven de tekeningen noch de bouwvolgorde weer, noch zijn ze waarheidsgetrouw. Onder andere is er geen berghout getekend.

tekening aak
Wanneer het schip gereed is, liggen de gangen ongeveer zo als in de tekening is aangegeven. Het vertikaal opbuigende gedeelte noemt men heve. De horizontale rondingen zijn de boegen. K is de kielgang. A,B en C zijn de vlakgangen. Samen vormen deze het vlak. D en E zijn de kimgangen. Samen vormen ze de kim. Gang 1 t/m 4  vormen de zijde. Alle gangen te samen vormen de scheepshuid.

(groter formaat)


tekening aak
Wanneer het schip gereed is zijn de in de tekening weergegeven dwarsscheepse verbanden aangebracht. Op het vlak liggen de leggers (L) met daar tussenin de kalven (K). De leggers in het voorste deel van de heve noemt men soms kussens. De verbinding tussen vlak, kim en zijde wordt verzorgd door kromhouten (S), die men ook wel krommers, spanten of zitters noemt. Deze staan in het verlengde van de kalven. In het verlengde van de leggers, dus tussen de krommers, staan de oplangers of staanders(O). Deze verzorgen het verband in de zijde.

(groter formaat)


tekening aak
Wanneer het schip gereed is, kunnen de volgende langsscheepse verstevigingen aangebracht zijn. Midden over het vlak: het zaadhout (Z), bij sommige schepen verlengd met een binnensteven (B). In de kimmen: de kimweger of kimwegering (K), bij sommige schepen verlengd met slapers (S). Bovenlangs de oplangers: een weger (D), die al naar gelang het vaartuig en de functie, dekweger, balkweger, binnenboord, enz. enz. kan heten.
Op de plaats die door de pijlen aangegeven zijn, zijn vaak een paar zware houten knieŽn aangebracht.

(groter formaat)


stevn van een houten praam
De constructie rond de steven bij een Overijsselse Praam.
  1. Beretand.
  2. Kluisbord met daaronder het slemphout.
  3. Boeisel.
  4. Berghout, boeghout.
  5. Steven, voorstevenbalk.
  6. Loefbijter.
  7. Kussens (leggers).
  8. Stevenknie, knoop, kropstuk.
  9. Leggers.
  1. Zaadhout.
  2. Vlak.
  3. Metaalbeslag.
  4. Schuurstrook, slof.

(Groter formaat)


De stevenaanzet zoals die bij een Somp toegepast werd. Zie ook constructie kromsteven.


rozenbout
Enige bevestigingsmaterialen: een rozenbout (A), een presenningnagel (B), een gewone nagel of spijker (C) en een dook of duvel (D).

(groter formaat)


zeilwerk
Het zeilwerk.

M
Z
K
O
V
Kl
Vs
mastkoker, kokerwangen, mastposten.
mastbank, zeilbalk.
knieŽn.
oplangers, spanten.
voordewinder.
klamp.
vulstuk, klamp.

(groter formaat)


dolboord
De situatie in een houten geroeide houten boot met ondermeer het dolboord met dol(gat) en een doftweger met een doft.

(groter formaat)

Naar deel 2.

top





Statistieken

 















v4.0 © P.I.Klein