|
Aanvullingen
en
correcties zijn welkom.
Scheepswerf 'Wartena'.

|
Het schoonspuiten van het schip.
Nog voordat het schip geheel op de wal is, begint men op sommige werven
al met het afspuiten. Hoe langer men het aangroeisel
laat drogen hoe lastiger het van het schip komt. Voor de voeten van de
werfbaas ziet men al een kleine oogst aan mosseltjes, die van het schip
afgekomen zijn.
Bij het afspuiten met een hogedrukspuit
kunnen vuil, teer, schelpen
en roestdelen naar alle kanten met hoge snelheid wegschieten. Het
werken
zonder beschermende kleding en gezichtsbescherming is niet aan te raden.
(groot formaat) |

|
De
stang aan de voorste kar kan meer naar binnen of meer naar
buiten
geschoven worden, zodat men, als de kar onder water verdwenen is en het
schip er boven ligt, kan zien hoe het schip ten opzichte van de kar
ligt.
De stang wordt zo gezet dat wanneer het schip net niet tegen de stang
aan
ligt, het schip midden boven de kar is. De achterste kar moet ongeveer
bij het machinekamerschot
komen
of bij oude langzaamlopers
ter
hoogte van het vliegwiel van de motor. De voorste kar komt op circa 1/3
van voren. De afstand tussen deze punten wordt vooraf gemeten, waarna
een
passend stuk ketting tussen de karren gezet wordt.
(groter formaat)
|

|
De
installatie rond de hogedrukspuit. De
pomp (geaccentueerd)
wordt aangedreven door een motor met een vermogen van ca. 100 pk. De
installatie
kan een maximale druk van meer dan 200 atm. leveren. Voor licht
aangegroeide
schepen gebruikt men ca. 100 atm., voor sterk aangegroeide ca. 150 atm.
Voor het wegspuiten van verf en teerlagen ca. 200 atm.
(groter formaat)
|
top

|
|