Aanvullingen en correcties zijn welkom.

Friese klipper Twee Gebroeders

Een bijdrage van: F. Logghe.
Foto's: F. Logghe, Haven van Volendam, 2 november 2007.

Menu scheepsportretten.


zij
De klipper Twee Gebroeders werd door in 1900 Scheepswerf Deest aan de Waal gebouwd. Het schip heeft een achterovervallend hek en is daardoor dat wat men een 'Friese Klipper' noemt.
Afm. 24 x 5m. Motor DAF 575 120 pk.

(groter formaat)


voor
Zoals zoveel schepen in de chartervaart is ook dit schip getuigd als een tweemaster, hetgeen vroeger, voor een schip van deze lengte, op z'n zachtst gezegd, ongebruikelijk was.

(groter formaat)


lier
De voorstag is, tussen ankerlier en steven,  op het voordek vastgezet. De fok is opgedoekt en met een huik gedekt. Het ankerlier heeft jaagwielen met slechts 4, in plaats van de gebruikelijke 6, spaken. Vierkantgevlochten touw, zoals dat op de voorgrond te zien is,  heeft pas in de jaren 80 zijn intrede in de binnenvaart gemaakt.

(groter formaat)


zwaard
De website waar hier naar verwezen wordt , geeft weinig waardevolle informatie over het schip zelf.
Nogal ver voor het zwaard, waar zo te zien een nieuw stuk aangezet is, de aanvaarklamp met daarop een boldertje. Daar recht onder het rood geschilderde ijkmerk. Duidelijk is het verloop van de zwaardposten te zien. Aan de achterkant van het zwaard een ketting, de zwaardstaander, die lopend over een schildpadblok, het zwaardstaanderblok, met de zwaardval verbonden is. Het andere eind zit aan een oog dat aan de zandloper zit. De zandloper zelf is moeilijk te onderscheiden.

(groter formaat)


detail
De kop of spiegel van het zwaard met de zwaardbout. Over de functie van de extra versteviging van de spiegel is met het niet geheel eens. Hoort de boutkop er op te liggen en is het als bescherming van de spiegel bedoeld of hoort de boutkop er in te liggen en is het als bescherming van de boutkop bedoeld?
Rechts in beeld een touwwil. Niet erg kunstig gemaakt, maar daarom nog niet minder bruibaar.

(groter formaat)


voet
De masthieling is voorzien van een mastbord; een versiering, die op jachten wel, maar in de beroepsvaart niet erg, gebruikelijk was.
Net boven het mastdek ziet men de fokkeschootoverloop.
De luikenkap bestaat uit immitatie luiken.

(groter formaat)


roef
Achter het achterste mastdek de roef. Het schip is rondom van een reling voorzien. Deze is niet origineel en vaak een sta-in-de-weg, doch verplicht bij de passagiersvaart.
Op veel (oudere, niet al te grote, motor-) schepen heeft men een eindje voor de achterbolders een 'verhaalkam' op, of een boldertje bij, de potdeksel staan. Deze voorziening maakt het mogelijk het schip op de motor bij te draaien, zonder het achterschip te hoeven verlaten. De bakstagstalie is aan de den en niet aan de romp bevestigd.
Het bovenste blok is een vioolblok.

(groter formaat)


kont
Het achteraanzicht. Wanneer U de enorme hoeveelheid touwwerk ziet, is het U misschien duidelijk, waarom de meeste schippers, die alleen met vrouw en een knechtje voeren, de voorkeur gaven aan een éénmaster. Het scheelt de helft!
Het roer is van een model zoals men dat bij veel Klippers ziet.

(groter formaat)


achter
Foto van de tweemaster Twee Gebroeders, genomen bij het verlaten van de haven van Volendam.

(groter formaat)

Menu scheepsortretten.

top




JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic Statistieken


Valid HTML 4.01 TransitionalValid CSS!















v4.0 © P.I.Klein