|
Aanvullingen
en
correcties zijn welkom.
Naar menu 'touw en
staaldraad'.

|
Voorgevormd,
gegalvaniseerd, rechtsgeslagen, kruisslag, staaldraad (denk
ik). Een
hele mond
vol en daarmee is dan nog niet eens alles gezegd. Staaldraadjes kunnen
op diverse manieren tot kabels worden. Weinig dikke draden, bijv.
7x7,
leveren stug draad, bijv. voor stagen.
Vele dunne draden, bijv. 6x24+1, leveren soepel
draad, bijv. voor lopers.
In de binnenvaart gebruikt met over het algemeen 6 strengsdraad (met hart).
Foto: Jan Meppelink.
14 februari 2008.
(Groot formaat)
|

|
Met
een speciale 'code' wordt de samenstelling van de kabel aangegeven.
(Men kent een korte en een lange code.)
De kabel is vaak voorzien van hennepen vullingen en soms ook van een
hennepen hart. Het hennepen
hart is er niet alleen voor de vorm, maar het fungeert ook als
vetreservoir.
Bij gebruik op bolders en verhaalkoppen kunnen
kabels met grote harten, wanneer zij zwaar belast worden, blijvend
vervormd raken. Tegenwoordig gebruikt men ook kunststoffen voor vulling
en hart.
[E> Meer
over staaldraad.....]
Afbeeldingsbron: Website
Mennens, Staalkabel-, Hijs- en Heftechniek.
(Groot formaat.)
|

|
Tegenwoordig
worden lussen en ogen met behulp van pershulzen
aangebracht.
Het meest linkse voorbeeld toont een beklede stag, dit doet men om
de slijtage aan de zeilen te
beperken.
Foto's: Pieter Klein.
(groot formaat)
|

|
Vroeger
werden alle staaldraden gesplitst.
Dat vereist het nodige vakmanschap anders krijgt men een rommelig en
minder betrouwbaar resultaat.
Het rechtse voorbeeld toont een goede splits die gedeeltelijk bekleed
is. De afgekapte tampen van de
splits vormen namelijk vaak scherpe
uitsteeksels, de vleeshaken,
die men liever niet in zijn handen (of tegen de zeilen)
moet krijgen.
Foto's: Pieter Klein.
(groot formaat)
|

|
Het
bekleden doet men niet alleen in verband met de 'ruwheid' van
staaldraad;
de splits veroorzaakt openingen tussen de tieren waardoor water tot in
het hart van de kabel kan dringen. Vooral bij stagen wordt de splits
over de gehele lengte bekleed. De bekleding moet wel netjes aangebracht
en zelf ook voldoende tegen vocht beschermd worden. Het meest linkse
voorbeeld laat dus te wensen over.
Foto's: Pieter Klein.
(groot formaat)
|

|
Voor
het bekleden gebruikt men een kleedkuil. Links een houten, deels
voorzien van blik voorzien en rechts een stalen. Beiden zijn
(naderhand) voorzien van een haspeltje waarop de 'draad', meestal schiemansgaren,
maar voor staaldraad soms ook bindseldraad, gewikkeld
wordt.
Foto: Carol de Vries, Amsterdam.
(Groot
formaat.)
|

|
Impressie
van het bekleden van touw. Eerst worden de tieren gevuld
(trenzen), dan wordt er zeildoek omgewikkeld (smarten) en daarna wordt
het met garen of draad omwoeld. Rond de kuil en steel worden een aantal
slagen gelegd zodat men het garen, de draad, goed strak rond de smarting
krijgt. Het geheel word afwaterend, dus rechts is het
laagste punt, gelegd.
Bron: T.J. Noordraven: Schiemanswerk,
Uitg. Duwaer & Zn. Amsterdam 1958.
(groot formaat)
|

|
Een
andere methode om lussen, verbindingen en ogen te maken is de
zogenaamde
(staaldraad)kies. Niet erg
fraai en minder zeker*, maar wel makkelijk, snel en goedkoop.
*3 kiezen geven een zwakkere lus, dan een goede splits of een pershuls.
Foto: Pieter Klein.
(groot
formaat)
|

|
Uit de pleziervaart overkomen waaien en daarbuiten nog weinig gebruikt,
zijn de zogenaamde oog- en gaffelterminals, welke op diverse manieren
bevestigd worden.
Bij het linker voorbeeld worden na het doorsteken, de draden
één voor één terug gebogen, in de huls
terug getrokken en met gesmolten lood gezekerd.
Bij
het rechter voorbeeld wordt de bus rond de draad gewalsd.
Getoonde verbindingen gebruiken verschillende metalen hetgeen corrosie
bevordert.
Foto: Pieter Klein.
(groot formaat)
|

|
Een
andere methode voor het maken van ogen en lussen is het gebruik van bindsels zoals
hier waar men de jufferblokken
met staaldraad gestropt
heeft. Ook dit vindt weinig toepassing, want deze bindsels van
ijzerdraad zijn toch niet zo betrouwbaar als een goede splits of
klemkous.
Van beneden naar boven noemt men de bindsels: knijpbindsel, tweede
bindsel
en popbindsel.
Foto: Pieter Klein,
Leeuwarden 6 juli 2010.
(groot formaat)
|
Naar menu 'touw en
staaldraad'.
top

|
|