###

Deklasten en dekladingen 2

###
Naar deel 1.

Dekladingen



Zoals het woord al zegt zijn dekladingen ladingen die OP het dek gestouwd worden. Op normale vrachtschepen komen dekladingen niet voor. Bij het veroer van bijvoorbeeld riet of turf werd wel een gedeelte van de lading op het dek en zelfs ook op de gangboorden en de roef gestouwd, maar dit werd gewoon als deklast gerekend. De bekendste vaartuigen, die de lading aan dek vervoeren zijn, de dekschuiten. Verder werden ook op motorbeurtschepen e.d. vaak een deel van de lading, vooral de zware omvangrijke dingen, aan dek gestouwd. Alhoewel de meeste ponten ook hun 'lading' aan dek vervoeren spreekt men daarbij niet van deklading. Hetzelfde geldt voor pontons en pontonschepen, die slechts een enkele stuk vervoeren.

beurtschip telegraaf
Een zogenaamde potdekker, zoals er vroeger velen rond voeren.
Het vooronder was meestal de plaats waar de passagiers verbleven.
(Leeuwarden, augustus 1995.) (groot formaat)



BEURTVAART e.d.



De beurtvaart is eigenlijk een verhaal apart.
Diverse motorbeurtschepen beschikten over ruime dekken bestemd voor het laden van goederen en vee. Veel andere beurtschepen hadden een luikenkap met licht gebogen stalen luiken waarop men dan een deel van de lading kon stuwen. Ook in de tijd van de zeilvaart werd er op beurtschepen wel met deklading gevaren, maar het was in die tijd toch minder gebruikelijk.

Bij voorkeur laadde men natuurlijk in het ruim, daar was de lading goed en droog opgeborgen en kon het niet in de weg staan. Het in en uit het ruim brengen van de goederen was natuurlijk wel meer werk, vandaar dat men zware dingen, soms maar liever aan dek liet. Ook wanneer de afstand waarover een deel van de lading gestransporteerd moest worden, kort was en het weer het toeliet, werd dat deel van de lading aan dek gehouden. Beurtschepen vervoerden veelal verpakte goederen, het stouwen was dus vaak niet al te lastig en een dekkleedje was meestal wel voldoende om de lading tegen een beetje regen- en buiswater te beschermen.


nnn
De "Stad Gouda 2" van beurtdienst 'De Hoog' [A>] bepakt en
bezakt bij de Kattensingel, Gouda, rond 1920. (Groot formaat)



DEKSCHUITEN



Dekschuiten werden voornamelijk voor het vervoer in de grotere havens en steden gebruikt. Boeren gebruikte voornamelijk open schuiten (al dan niet voorzien van een los dek) en zijn pas later dekschuiten en overeenkomstig ingerichte vaartuigen gaan gebruiken.
Dekschuiten werden voornamelijk voor het vervoer van stukgoederen gebruikt.

Stukgoederen mogen, over het algemeen, danwel verpakt zijn, dat wil echter nog niet zeggen dat de verpakking de inhoud tegen water kan beschermen. Op de dekschuit krijgt men vaker en met meer overkomend water (buiswater en golven, die over het boord slaan) te maken, dan bij andere schepen, vooral als men door de havens vaart.
Wanneer men bijvoorbeeld zakgoed laadt, zal men daarom de buitenste zakken niet rechtstreeks op het dek kunnen leggen. Tegenwoordig lost men dat probleem op door de hele onderste laag zakken op pallets te leggen. Vroeger werden de buitenste rijen op dekkleden, de kantkleden, gelegd, die, wanneer de schuit geladen was, tegen de lading opgebonden werden. Daarna werden de kleden over de bovenzijde getrokken. Deze kleden werden aan ringen op het dek vastgezet of als de dekschuit spalkbeugels had, tegen het dek gespalkt.
Bij dekladingen, die redelijk makkelijk konden verschuiven, werden er in de spalkbeugels een soort van zware scepters geplaatst. Op die wijze kon men ook rondhout, buizen, e.d. per dekschuit vervoeren.


dekschuit met kolenborden
Een dekschuit met een erg brede neus
en een soort van vaste stalen kolenborden.
(Greft nabij Grouw, Friesland.) (Grote foto.)


Voor los gestort goed zoals kolen, zand, puin, keien, grind, enz. werd de dekschuit voorzien van zogenaamde kolenborden. Lange houten schotten, die door middel van ijzers, die in de spalkbeugels geschoven werden, overeind gehouden werden.
Ook bij het vervoer van schapen, koeien, riet, hooi, enz. werden de spalkbeugels gebruikt. Men had dan een soort van hekwerk dat in deze beugels geschoven kon worden. Het spreekt voor zich dat men bij dekschuiten, die altijd met een hekwerk of kolenborden gebruikt werden, de constructie vast op het dek laste of klonk.

ponton hooi
Opdrukker/sleepboot 'Kentucky' met een, met hooi beladen, ponton op weg naar de boerderij. (Goingarijpsterpoelen, Friesland.)



wartenaastervaart
Een ponton met constructiedelen van een schip in de Wartenaastervaart.
(april 1997.) (iets groter formaat)


PONTONS en pontonschepen


De kleinere pontons hebben hier en daar de functie van de dekschuit overgenomen. De grotere pontons worden over het algemeen voor grote omvangrijke objecten gebruikt. Deze hoeven meestal niet tegen water beschermd te worden. Wel moeten ze onwrikbaar op het dek staan. In de eerste plaats dienen ze daartoe een goed kontact met het dek te hebben. In de meeste gevallen bereikt men dit door houten balken onder het voorwerp te plaatsen. Daarna wordt het voorwerp met takels en kettingen gesjord. Langs de randen van de meeste pontons zijn dan ook zware bevestigingspunten voor deze takels te vinden. Zo niet, dan worden er gewoon een paar opgelast en naderhand weer verwijderd.  Ook de te vervoeren constructie zelf kan, indien deze van staal is, door middel van platen en profielen aan het ponton vastgelast zijn. Of men bij het vervoer van één enkel stuk nog van een deklading wilt spreken of niet, is een kwestie van smaak.


vliegtuig
Duwsleepboot Rodie 4. (Andere foto's)
19 januari  2006, Noord-Hollandskanaal nabij Koedijk.
Foto: R. Mulder, Den Helder. (groot formaat)

Naar deklasten.







###