###

Scheepsregistratie

###



Patentrecht.

In de periode vanaf ca. 1806 tot 1893 wordt er gesproken over het patentrecht, patentregisters en patentbelasting. De uitoefening van een beroep was gebonden aan een door de gemeente verleend patent. Patentbelasting werd geheven over de uitoefening van bepaalde beroepen. Patentrecht werd geheven over het bezit van een bedrijf (lees bedrijfsvaartuig). Voor scheepseigenaren gold vanaf 1823 dat een recht verschuldigd was afhankelijk van de tonnage van hun schip. Over een bijzondere registratie van de vaartuigen zelf in verband met dit patentrecht heb ik tot op heden niets kunnen vinden.

Een wettelijk verplichte registratie van binnenvaartschepen werd op 21 Juni 1836 (Staatsblad no. 41) van kracht. De registratie werd bijgehouden in wat men een scheepsboekhouding noemde. Uit diverse geschriften blijkt echter, dat slechts weinig schepen daadwerkelijk geregistreerd werden.

De eerste officiële scheepshypotheken worden rond 1837 verstrekt. Waarschijnlijk houdt de eerder genoemde verplichte registratie van schepen hiermee verband. Schepen waarop een hypotheek verleend was, hadden een brandmerk* en waren in de scheepsboekhouding opgenomen, maar er waren echter maar vrij weinig schepen, die op deze wijze gefinancierd werden, vandaar dus dat het aantal geregistreerde schepen gering was.
Volgens onbevestigde berichten zou er rond 1884 in algehele scheepsregistratie voor schepen boven een bepaalde tonnenmaat van kracht geworden zijn. Rond 1900 lag de grens bij 20 ton. Ook dan wordt slechts een gering aantal schepen te boek gesteld.

Voor zover bekend, vertoonde het toenmalige brandmerk veel overeenkomst met het latere teboekstellingsnummer (een volgnummer, de plaats waar het hypotheekkantoor gevestigd was en het jaartal van registratie).

Het brandmerk moet men niet verwarren met het 'werfmerk'.
Het werfmerk was een ingehakte 'code', die door de werf aan het begin van de bouw, ergens in het schip, meestal in één van de leggers aangebracht werd. In het werfmerk was meestal het bouwnummer van het desbetreffende schip verwerkt. Het werfmerk  was iets, dat lang niet alle werven aanbrachten.


Teboekstelling bij het hypotheekkantoor.

Op 28 december 1925 wordt een nieuwe wet tot de officiële registratie van binnenvaartschepen van kracht. Bijna alle beroepsmatig gebruikte binnenvaartschepen van enige omvang dienden vanaf die tijd ingeschreven te worden bij één der scheepshypotheekkantoren, ook wanneer er geen hypotheek op het schip rustte.
Ingeschreven schepen werden voorzien van een onuitwisbaar 'brandmerk', dat later meer bekendheid verkreeg onder de naam teboekstellingsnummer en weer later 'de kadastrale inschrijving' genoemd werd.
Dit 'nieuwe merk' heeft bijna dezelfde opbouw als het oude merk; een volgnummer, de letter B, de plaats van teboekstelling en het jaar van teboekstelling. Nieuw is de tussenvoeging van de letter B voor binnenvaartschepen, V voor visserij en Z voor zeevaart. In 1925 begint men met het volgnummer weer opnieuw bij nummer 1. Ondanks de kans op dubbele volgnummers is dit toch mogelijk omdat de B, V of Z bij oude nummers ontbreekt, veel van de oude nummers toch al verdwenen zijn en het toegevoegde jaartal altijd verschillend zal zijn. Bij het omzetten van het brandmerk naar het ENI-nummer is het jaartal geen bepalende factor. Daarom kunnen alleen de brandmerken van na 1925 omgezet worden naar een ENI-nummer.

De B staat voor het kadastrale register 'B', waarin alle binnenvaartschepen ingeschreven zijn. Dit register is ook bekend als het 'scheepsregister' (waartoe dus ook het register 'Z', voor zeeschepen en het register 'V' voor vissersschepen behoren).


Ook in 1925 is de animo van de schippers om zich in te schrijven niet groot, maar wanneer een aanscherping van de wet m.i.v. 1928 afgekondigd wordt, worden in kort tijdsbestek een groot aantal schepen van een 'brandmerk' voorzien. Dit is de reden waarom veel schepen van voor 1925 een brandmerk met het jaartal 1927 dragen.


Bij houten schepen werd het brandmerk werkelijk ingebrand, maar naar men zegt, af en toe ook ingebeiteld. Het is mij niet bekend wat de meest gebruikelijke plaats was, maar vermoedelijk was dat één der leggers bij open schepen en de achterstevenbalk bij gedekte schepen.
Bij stalen schepen werd het brandmerk met een beitel ingeslagen. Een gebruikelijke plaats hiervoor was de potdeksel net naast de achterstevenblak. Waarschijnlijk omdat er bij stalen schepen van branden geen sprake meer was, is men het 'het teboekstellingsnummer' of 'de teboekstelling' gaan noemen.

De inschrijving bij het hypotheekkantoor vindt pas plaats nadat het vaartuig door de scheepsmeetdienst gemeten en beschreven is. De registratie van de meetbrieven, de liggers, waarin ook de code van het brandmerk opgenomen is, vormt daardoor eveneens een registratie van de Nederlandse binnenvaartvloot. Vooral ook omdat er ook schepen zijn die wel gemeten zijn, maar geen brandmerk hebben.


'Afkortingen' en  vestigingsplaatsen van hypotheekkantoren.

Plaats Afkorting
Alkmaar  Alkm
Almelo  Alm
Amersfoort  Amersf
Amsterdam Amst
Appingedam Apping
Arnhem Arnh
Assen Assen
Breda Breda
Brielle Brielle
Den Haag sHage
Deventer Dev
Dordrecht Dord
Eindhoven Eindh
Goes Goes
Gorkum Gor
Groningen Gron
Haarlem Haarl
Heerenveen Heerenv
's Hertogenbosch sBosch
Hoorn Hoorn
Leeuwarden Lwd / Leeuw
Leiden Leid
Maastricht
Maastr
Middelburg Midd
Nijmegen Nym
Rijswijk Rijsw
Roermond Roerm
Rotterdam Rott
Sneek Sneek
Tiel Tiel
Utrecht Utr
Winschoten Winsch
Zierikzee Zzee
Zutphen Zutph
Zwolle Zwolle


Rond 1966 worden de meeste kantoren opgeheven. Registratie vond alleen nog plaats in Amsterdam, Rotterdam en Groningen(?). Op 12 juni 2006 kwam ook daaraan een eind. De kantoorletter werd afgeschaft en men ging centraal nummeren vanaf nummer 28000. (Om daarvan een eni-nummer te maken wordt er 023 voor geplaatst.)



De groepletter.

Sinds 1948 is men verplicht de teboekstelling duidelijk zichtbaar op het schip te aan te brengen.

teboekstelling
De teboekstelling (31B TIEL 1927 H) en het europanummer.

In 1952 ziet men een letter in een cirkel verschijnen. Dit is de groepletter, die officieel voor de naam van het schip aangebracht dient te worden. Meer daarover hier (opent nieuw venster!).

In de jaren tachtig verdwijnen de meeste hypotheekkantoren en de registers verhuizen naar het kadaster. Vanaf die tijd begint men, in sommige kringen, te spreken van kadastrale inschrijving i.p.v. teboekstelling.
Bij de invoering van het europanummer* begin jaren 70 blijken, alhoewel het men heden ten dage (2008) nog steeds verplicht is, steeds meer schippers het niet nodig te vinden het brandmerk nog duidelijk op het schip aan te brengen

Overzicht wettelijke regelingen in zake de teboekstelling.
E> Zie ook Liggers van het Kadaster op Skutsjehistorie.nl.
E> Aanwijzing voor het onderzoek naar scheepsregisters (toegespits op Groningse schepen) op groningerarchieven.nl (PDF formaat)


Het Europanummer.

Voor de beroepsbinnenvaart komt begin jaren '70 een extra registratie voor schepn die de rijn bevoeren. Het stond toen bekend als het IVR-nummer, maar aangezien dit in het internationaal taalverkeer moeilijkheden gaf werd het al spoedig het Europanummer.
Het IVR-nummer werd in "het reglement betreffende het onderzoek van schepen op de Rijn" (1976) en in diverse stukken vaak het Internationaal scheepsregistratienummer of  Officieel Scheepsnummer genoemd.
Het is een 7-cijferig nummer dat bedrijfsvaartuigen, voor de internationale vaart, zichtbaar dienen te voeren. Een soort van kenteken dus, dat voor allerhande vormen van scheepsregistratie (IVS90, RIS, AIS, Z.H.I.S., diverse scheepsdocumenten, enz. ) gebruikt wordt.
Door de modernisering van de binnenvaartvloot zijn veel van de beroepsvaartuigen zonder europanummer verdwenen en is men het Europa nummer als een soort van algemeen registratienummer gaan zien. Het Europanummer kan echter gedurende het bestaan van het schip meermalen verandert worden en kan daarom het onveranderlijke brandmerk niet vervangen.

Bij het europanummer geven de eerste twee cijfers het land van teboekstelling aan.

1 t/m 19 Frankrijk
20 t/m 39 Nederland
40 t/m 59 Duitsland
60 t/m 69
België
70 t/m 79
Zwitserland
80 Luxemburg
834 Polen
835 Polen
845 Tsjechië
85 Oostenrijk
86 Hongarijë

In Nederland heeft men het brandmerknummer genomen en er een 2 of 3 cijferige code van het teboekstellingskantoor voorgezet. In totaal bestond het nummer uit 7 cijfers. De ontbrekende velden werden opgevuld met nullen.

Zie ook eerdere opmerking bij  Teboekstelling bij het Hypotheekkantoor.



Plaats Nummer
begint met
hoogste
nummer
jaar
sluiting
Alkmaar  311... 635
1966
Almelo  312.. 22
1966
Amersfoort  313.. 22
1966
Amsterdam

20....
25**


Appingedam 
314.. 130
1946
Arnhem 315.. 461
1966
Assen 316.. 383
1966
Breda 317.. 701
1966
Brielle 318.. 56
1952
Den Haag 301.. 2006
1971
Deventer 319.. 45
1959
Dordrecht 21.... 4930
1975
Eindhoven 312.. 11
1966
Goes 322.. 219
1960
Gorkum 323... 361
1960
Groningen

22.....
26**


Haarlem 302.. 1520
1966
Heerenveen 324.. 90
1959
's Hertogenbosch 325.. 315
1966
Hoorn 326.. 158
1960
Leeuwarden 327.. 721
1966
Leiden 303... 1906
1966
Maastricht
328... 204
1966
Middelburg 329.. 306
1966
Nijmegen 331.. 543
1966
Rijswijk 24... 2106*
1975
Roermond 332.. 241
1966
Rotterdam

23....
27**


Sneek 333.. 267
1959
Tiel 334.. 158
1961
Utrecht 335.. 514
1966
Winschoten 304.. 1221
1964
Zierikzee 336.. 79
1966
Zutphen 337.. 35
1966
Zwolle 305.. 1735
1966
niet teboekgestelde
schepen
038


overheidsvaartuigen 039



*Rijswijk is een voortzetting van 's-Gravenhage en begon met nummer 2007.
Sedert circa 2007 werd er alleen nog Amsterdam, Rotterdam en Groningen geregistreerd.
Sedert circa 2013 wordt er alleen nog in Rotterdam (023) geregistreerd.

Het europanummer is dus gebonden aan het land waar het schip ingeschreven is en kan dus gedurende de levensloop van het schip veranderen.
In 2007 zal het Europanummer verdwijnen. In plaats daarvan komt het ENI-nummer.

Zeegaande schepen met een IMO-nummer voeren indien zij aan de eisen voldoen het IMO-nummer voorafgegaan door een 9 als ENI-nummer.

**Voor schepen met een bestaande teboekstelling in het zeeschepenregister. Voor Amsterdam geldt dat vanaf
8608 Z Amst, voor Groningen vanaf 5284 Z Gron en voor Rotterdam vanaf 16810 Z Rott.
Het europanummer is dus gebonden aan het land waar het schip ingeschreven is en kan dus gedurende de levensloop van het schip veranderen.
In 2007 zal het Europanummer verdwijnen. In plaats daarvan komt het ENI-nummer.




Het E.N.I.-nummer.

Een uniek identificatienummer voor alle binnenschepen in Europa.
Tekst: Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR).

Het gebruik van steeds meer communicatie- en informatiesystemen in de binnenvaart vereist een betrouwbare en efficiënte herkenning van schepen op de vaarweg. Dit vereiste in aanmerking nemend, heeft de Centrale Commissie Rijnvaart in nauwe samenwerking met de Europese Commissie een nieuw identificatiesysteem voor de binnenschepen ontwikkeld. Hiertoe heeft de Centrale Commissie een wijziging van het Politiereglement en het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (ROSR) aangenomen, om een “uniek Europees scheepsidentificatie-nummer”, doorgaans “ENI-nummer” (European Number of Identifcation) genoemd, te implementeren (artikelen 2.17, 2.18 en 24.08 van het ROSR).
Het nieuwe systeem neemt grotendeels het momenteel op de Rijn geldende systeem (officieel scheepsnummer, ook wel Europa nummer genoemd) over. Het is van toepassing op de schepen die over een Certificaat van onderzoek beschikken en op eenheden die aan de binnenvaartinformatiedienst (RIS) wensen deel te nemen. Een bijzonderheid is dat het nummer tijdens de gehele levensduur van het schip niet verandert, zelfs niet wanneer het vaartuig in een ander land wordt teboekgesteld. Het nummer wordt in het kader van het ROSR, met ingang van 1 april 2007, van toepassing op alle nieuwe eenheden. De bestaande schepen met een officieel scheepsnummer, behouden hun nummer dat voor de nieuwe nummering door een “0” wordt voorafgegaan.
De scheepseigenaren wordt erop gewezen dat het nieuwe nummer niet onmiddellijk op de opbouw van de Rijnschepen hoeft te worden gewijzigd, maar vanaf de verlenging van het Certificaat van onderzoek na 1 april 2007. Een overgangsperiode, die voldoende aan de omstandigheden is aangepast, zal nog worden bepaald.
Bij vervanging van grote delen van het schip blijft het nummer gekoppeld aan het overblijvende deel of bij meerdere overblijvende (niet te slopen) delen aan het deel waarin de hoofdmotor zich bevindt.

Schema van het uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI)
A A A X X X X X
driecijfercode overeenkomstig onderstaande lijst lopend nummer van vijf cijfers


Cijferreeks voor de bevoegde autoriteiten
001 – 019 Frankrijk
020 – 039  Nederland
040 – 059  Duitsland
060 – 069  België
070 – 079  Zwitserland
080 – 099 gereserveerd voor de schepen van landen die geen verdragspartijen van de Akte van Mannheim zijn, en waarvoor vσσr 1 april 2007 een Rijnvaartcertificaat is afgegeven.
100 – 119  Noorwegen
120 – 139  Denemarken
140 – 159  Verenigd Koninkrijk
160 – 169  IJsland
170 – 179  Ierland
180 – 189  Portugal
190 – 199 
gereserveerd
200 – 219
Luxemburg
220 – 239
Finland
240 – 259
Polen
260 – 269
Estland
270 – 279
Littouwen
280 – 289  Letland
290 – 299
gereserveerd
300 – 309
Oostenrijk
310 – 319 
Liechtenstein
320 – 329
Tschechische Republiek
330 – 339
Slowakije
340 – 349  gereserveerd
350 – 359  Croatie
360 – 369  Serbië
370 – 379
Bosnië-Herzegovina
380 – 399
Hongarije
400 – 419  Russische Federatie
420 – 439
Ukraοne
440 – 449
Wit-Rusland
450 – 459
Republiek Moldavië
460 – 469
Roemenië
470 – 479  Bulgarije
480 – 489 
Georgië
490 – 499  gereserveerd
500 – 519  Turkije
520 – 539  Griekenland
540 – 549  Cyprus
550 – 559 Albanië
560 – 569  Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
570 – 579  Slovenië
580 – 589
Montenegro
590 – 599  gereserveerd
600 – 619  Italië
620 – 639  Spanje
640 – 649  Andorra
650 – 659  Malta
660 – 669
Monaco
670 – 679
San Marino
680 – 699
gereserveerd
700 – 719
Zweden
720 – 739  Canada
740 – 759  Verenigde Staten van Amerika
760 – 769  Israël
770 – 799  gereserveerd
800 – 809
Azerbaidjan
810 – 819  Kazachstan
820 – 829  Kirghizistan
830 – 839  Tadzjikistan
840 – 849  Turkmenistan
850 – 859  Oezbekistan
860 – 869
Iran
870 – 999  gereserveerd
0??? Officiële scheepsnummers, die vσσr 1 april 2007 zijn toegekend, worden per 1 april 2007 door het cijfer “0” voorafgaand daaraan toe te voegen, omgezet in unieke Europese scheepsidentificatienummers.
9???
Zeegaande schepen met een IMO-nummer voeren indien zij aan de eisen voldoen het IMO-nummer voorafgegaan door een 9.

Overige scheepsregistratie
Vooral voor 1924 zijn schepen en schippers in diverse documenten geregistreerd, maar van een nationaal eenvormig systeem was geen sprake.
Een opsomming van dergelijke documenten (toegespits op Groninger schepen) vindt U in E> Onderzoek naar schepen. (pdf-bestand).




###