###

houtsoorten

###

Niet alle hout is (scheeps)timmerhout en binnen één houtsoort bestaan er grote verschillen in kwaliteit. Niet alleen de groei, ook het wateren, zagen en drogen zijn van invloed op de geschiktheid van het hout. Bij de keuze van het hout was niet alleen de kwaliteit, maar ook de prijs een factor waarmee rekening gehouden diende te worden. Bijna al het hout moest, nadat bijna alle Nederlandse bossen in de 17de eeuw kaal gekapt waren, ingevoerd worden.

Eikenhout kwam voornamelijk uit Duitsland, naaldhout uit Scandinavië en de gebieden langs de Oostzee. Later kwamen daar Noord-Amerika en Canada bij.



Eikenhout
Eikenhout is (over het algemeen) het hout van de zomereik. Het hout van de wintereik is duurder dan dat van de zomereik. De wintereik schijnt meer recht hout te leveren dan de zomereik. Eiken groeien zeer langzaam. Op welke leeftijd het geschikt scheepstimmerhout kan leveren is mij niet precies bekend, maar op honderd jaar schijnt men wel te moeten rekenen.

Vurenhout.
Allen het hout van de fijn spar (onze kerstboom) noemt men vurenhout. De overige sparren leveren sparrenhout / pinewood. Vurenhout is vrij zacht, kan slecht tegen vocht en heeft vrij veel noesten. Al met al niet de meest geschikte eigenschappen voor de scheepsbouw. Daar staat echter tegenover dat het één van de goedkoopste houtsoorten is. Voor binnenbetimmeringen en wegeringen was het wel geschikt. Voor het vlak, de buikdenning en dekken moest een grotere dikte de mindere eigenschappen compenseren. De boom groeit vrij snel, maar men geeft aan het hout van langzaamgegroeide bomen de voorkeur. Ook hier van is mij niet bekend op welke leeftijd ze geschikt timmerhout leveren. Sparren leveren over het algemeen alleen rechthout.

Grenenhout
Volgens velen is uitsluitend het hout van de grove den, grenenhout. Grenenhout is beter bestand tegen rot en vertoont minder hinderlijke noesten dan vuren. Het was geschikter voor de scheepsbouw dan vuren. De overige dennen leveren dennenhout, spurge-wood. Dennen kunnen naast het nodige rechthout, ook kromhout (3) leveren.

Amerikaans grenen
is afkomstig van de Douglasspar, een boom, die ook in Nederland tegenwoordig veelvuldig voorkomt. Naar gelang de groeiplaats wordt het ook Pitch-pine of Oregon-pine genoemd. Het is zeer geschikt voor masten en rondhouten. Dit is dus sparrenhout en heeft met grenenhout, dat van de den afkomstig is weinig te maken. De houtsoort die over het Amerikaans grenen wordt genoemd, schijnt beter geschikt te zijn voor rondhouten dan Oregon-pine dat vrij veel last van windscheuren schijnt te hebben.

Lorkenhout.
Is hout van de Europese larix. Het werd, voordat Amerikaans grenen echt populair werd, voor masten en rondhouten gebruikt. De larix levert uitsluitend rechthout

Pokhout
Buitengewoon harde, vettige houtsoort van de pokhoutboom (Guaiacum officinale). Het werd gebruikt voor lagers en schijven. Het is zwaarder dan water.

Palmhout.
Werd onder andere gebruikt voor breeuwhamers, maar ook voor schijven of het gehele blok.

Beuken-, Essen- en Olmenhout.
Werd wel gebruikt voor blokken. Beuken werkt sterk en was minder geschikt voor grote blokken.

Populierenhout
Naar het schijnt werd in Vlaanderen het hout van de Abeel die op zilte gronden gegroeid was voor het maken van scheepsluiken gebruikt. Het is een lichte en goedkope houtsoort die goed tegen weersinvloeden bestand is.

Hardhout.
Is de naam voor diverse soorten tropische houtsoorten, die niet snel aan rot onderhevig zijn. Teak werd veelvuldig gebruikt voor stuurhutten, voor vensterbanken en voor de afwerking van de betimmering. Mahonie werd in de jaren zestig erg populair voor de afwerking van met triplex beklede betimmeringen.


Meer over hout, houtsoorten en toepassingen E> De Mastenmaakster door Joop Hart.
Meer over houtmaten en benamingen E> Google books (blz.135 ev).







###