Maritieme Studiereizen / Excursies


Gepubliceerd: 28-02-2017

2015 - Studiereis Canada

Canada:  land van water en wegen,

 

Indien u op de najaarsbijeenkomst op 10 oktober in het STC bent geweest, heeft u met de boeiende presentatie van Chris van Eymeren de Maritieme Studiereis 2015 door Canada -weer- mee kunnen beleven.

Met krap 50 personen vertrokken we op zondag 9 augustus een half uur verlaat omstreeks 10:00 uur van Schiphol en werden in het vliegtuig hartelijk ontvangen en bediend door een stewardess afkomstig uit een nog actieve schippersfamilie.

De vlucht ging snel, want om 11:30 uur landden we in Toronto. Dus we hadden nog een dag voor ons. Velen benutten deze om het weer hogerop te zoeken, de  CN Tower in.  De Canadian National Tower, gebouwd in 1976, was met zijn 553 meter tot 13 september 2007 het hoogste vrijstaande bouwwerk ter wereld op land. Op de eerste uitbouw is een glazen vloer, waardoor je 350 meter recht naar beneden kunt kijken. We overnachtten in het Chelsea Hotel, dat een heel blok in bezit neemt en aldus vier uitgangen heeft, waaronder naar de Bay Street, de Canadese versie van Wall Street.

De volgende dag hebben we de stad met zijn hoge hoogbouw in het financiële district en de haven verkend. Eerst per bus en ’s middags vanaf het water.

De volgende dag maakten we voor het eerst kennis met de Saint Lawrence Seaway, de Engelstalige overkoepelende naam van het kanalen en merenstelsel, waardoor scheepvaart mogelijk is van Duluth , Minnesota, de meest westelijke haven aan het Bovenmeer, naar de Atlantische oceaan.

 Vanaf Duluth naar Montreal heeft een schip met een maximale lengte van  225,6 meter, een breedte van 23,8 meter en 7,9 meter diepgang 17 sluizen  gepasseerd  en zo’n 4000 km afgelegd.  Grotere schepen, tot 310 meter, kunnen de zeesluizen niet passeren en zijn de echte Lakers, actief op het Bovenmeer tot en met het Eriemeer.  De eerste zeesluis, nummer 8,  is Port Colborne, een keersluis om de wisselende dieptes op het Eriemeer op te vangen. Het totale verval van het Ontariomeer naar het Erie meer is ongeveer 100 meter en 7 van de 8 sluizen zijn geconcentreerd in het noordelijke deel over een afstand van slechts 11,2 km. Niet zo verwonderlijk, als je bedenkt dat westelijk de Niagara watervallen liggen. Wij werden naar sluis 3 van het Welland Ship Canal gebracht, waar we verwelkomd werden door de mensen van het Welland Canal Centre en het interessante St. Catharines Museum konden bezoeken, vanwaar een uitloop naar het platform met direct zicht op de schutting van het passerende zeeschip.

Terwijl enkelen van ons met een helikopter een voorschouw op de grensoverschrijdende watervallen wilden nemen,  konden de anderen het plaatsje Niagara on the Lake met leuke winkeltjes bekijken.  In de middag kregen we de kans om langs de Amerikaanse Falls tot bijna onder de overweldigende Canadese Horseshoe Falls van de Niagara watervallen te varen.

Onze volgende vaartocht was heel wat idyllischer tussen de 30.000 eilandjes in het heldere water van de Georgian Bay , Ontario, ten noorden van en verbonden met het Huronmeer. We konden genieten van grillig uitgeslepen granietrotsen, dicht begroeid met de grove den. In de haven van Midland gelegen aan de zuidzijde van de Georgian bay, trok de enorme beschilderde graansilo de blikken van velen naar zich toe. Aan de noordzijde van de inham ligt Port Severn, de westelijke ingang van de 386 km lange Trent-Severn Waterway,  waardoor van de Georgian Bay naar Trenton, gelegen noordelijk van Toronto, Ontariomeer, gevaren kon worden.  De kleinste sluis , (het geld was op) nummer 45 in Port Severn, meet 25,6 bij 7 meter. Het gebied is zeer waterrijk en de waterweg behelst de onderlinge verbinding van de aanwezige waterwegen, zoals de Trent rivier en de talrijke meren. Toen de kunstwerken eindelijk voltooid waren, eind 19e eeuw, was de waterweg echter achterhaald door de grootte van de schepen en helemaal, toen in 1932 het huidige Wellandkanaal klaar was. Het wordt nu gebruikt voor toerisme en watersporters. We hebben de Big Chute Marine Railway (sluis 44) , Talbot (sluis 38) de Kirkfield Lift sluis (36) en als laatste de Peterborough Lift sluis (21) bewonderd. De laatst genoemde is de hoogste hydraulische scheepslift ter wereld, met een verval van bijna 20 meter.

De doorsnee sluizen worden nog steeds handmatig bediend.

Aan het eind van de middag kunnen we onze ledematen strekken in het buitenzwembad van het hotel in Peterborough.

Na het Trent-Severn kanaal leren we het Rideau kanaal kennen. De ingenieurs hebben voor de bouw hun licht opgestoken bij Pierre Paul Riquet,  die we verleden jaar hebben leren kennen als ingenieur van het Canal du Midi. Met name voor het 8 traps sluizencomplex in Ottawa heeft  de constructie van het eveneens 8 sluiskamers tellende complex bij Fonserannes als voorbeeld gediend. Het 202 km lange Rideau kanaal, geopend in 1832, verbindt de stad Kingston aan het Ontario meer, waar een Britse marinebasis was, met de Ottawa rivier, waar tijdens de bouw Bytown ontstond, dat later de hoofdstad  Ottawa is geworden. Het is  gebouwd voor het geval de Verenigde Staten de Britse kolonie Opper Canada via de westelijker gelegen St. Laurens rivier zouden binnenvallen.  Het kanaal is nog bijna geheel in zijn oorspronkelijke staat en is tegenwoordig vooral in gebruik als recreatieve vaarweg. Het kanaalsysteem maakt gebruik van de Rideau rivier, de Cataraqui rivier en 16 reeds bestaande meren en telde 49 sluizen.  Ongeveer 19 kilometer is door mensen aangelegd. Onder normale omstandigheden kunnen schepen tot 27,4 m lang, 7,9 m breed en 6.7 m kruiphoogte de kanaalweg bevaren.

In het waterrijke gebied zijn tijdens de 6-jarige bouw veel arbeiders, voornamelijk Ierse en Frans-Canadese migranten, gestorven aan malaria. De bouw stond onder leiding van de John By in dienst van de Royal Engineers.

De bus heeft ons de volgende dag door de Halliburton Hooglanden naar de Smiths watervallen gebracht, waar de enige ingreep is geweest in het oorspronkelijke kanaal met het vervangen van de sluizen 28-30 door sluis genummerd 29 A en waar we het maritieme museum over het Rideau kanaal hebben bezocht.

’s Avonds konden we genieten van een grote lichtshow op het Parlementsgebouw in Ottawa, waar de geschiedenis in flitsende kleuren, muzikaal ondersteund, groots voor onze ogen getoond werd.

Na de stadsrondrit in Ottawa met een stop voor het huis, waar tijdens WO II prinses Juliana met haar dochters gewoond heeft, en een lunch in de Maritieme bar, met een mogelijkheid tot waterfietsen, hebben we langs het 8 trap sluizencomplex gelopen,  het Bytown museum bezocht, waarna we beneden inscheepten voor een tocht over de Ottawa rivier. Die avond werden we getrakteerd met een schitterend vuurwerk boven de rivier.

Zondag 16 augustus rijdt de bus ons over de oude Koninklijke Hoofdweg met grote stukken vlak langs de St Laurens rivier en langs prachtig gebouwde huizen naar de enige ommuurde stad in Noord Amerika, Québec, de hoofdstad van de gelijknamige provincie en franstalig. De stad heeft een uitermate frans karakter met een boven en een benedenstad, een niet rechtlopend stratenpatroon en veel terrasjes en leuke winkels. Hét kenmerk van de stad is het Chateau Frontenac, gebouwd door een directeur van de spoorwegen en nu een hotel met een luxueuze uitstraling.

Na de stadsrondrit hebben we ingescheept voor een rondvaart op de brede Saint- Laurent rivier en een blik op het havenfront geworpen.

Voor de groep mensen, die op zoek gingen naar de walvissen , was het vroeg opstaan om tijdig in Tadoussac te arriveren voor de walvissenspeurtocht op de diepe Saguenay rivier, waarvan het water in de monding tegen de hoge rotsachtige bodem van de Saint Laurens stoot, een ideale plek voor plankton als voedsel voor de walvissen. 

Na Québec gaan we naar de grootste Franstalige stad van Canada, Montréal, een belangrijk economisch, financieel en cultureel centrum. De haven is één van de grootste langs de St Laurens zeeweg, waar graan, suiker, petroleum, machines en consumptiegoederen worden overgeslagen. De stad ligt op het Eiland van Montréal bij de samenvloeiing van de Ottawa rivier met de St. Laurens.

Alvorens de bus de stad ingaat, laat de chauffeur ons het Olympisch stadion zien, een tastbare erfenis van de Olympische spelen van 1976. Er waren zoveel problemen bij de bouw, dat de 169 meter hoge toren pas in 1987 klaar was.  Montréal is net als Toronto een stad met veel hoogbouw,  maar vanwege de barre winters is er onder de grond een netwerk van zo’n 30 km lang gangenstelsel  met meerdere verdiepingen gegroeid, het grootste ter wereld, waardoor in het centrum alles bereikbaar is en men de straat niet meer op hoeft.  

Montréal is afgeleid van Mont Royal, waarboven we een prachtig uitzicht over de stad hadden. Helaas voor de buschauffeur kon een automobilist de draai niet goed nemen, waardoor de nieuwe en mooi beschilderde bus de eerste beschadiging incasseerde.

Rond middennacht werd de stad schoongespoeld en –gewaaid door een korte heftige onweersbui.  De meeste dagen hebben we goed weer gehad, afwisselend zonnig met een enkele uitschieter naar 30 graden en soms wat regen,  niet anders dan een Nederlandse zomer.

De 11e reisdag had een echt maritiem karakter. In de Saint Laurens net boven de stad liggen enkele stroomversnellingen in de vaarweg.  Om de verraderlijke ondiepten te omzeilen werd na meer dan 130 jaar pogingen daartoe en na 4 bouwjaren in 1825 het Lachine kanaal voor de scheepvaart geopend,  met een lengte van 14,5 km en 7 sluizen van 30 bij 6 meter en 1,5 m diep,  dat door het zuidwestelijke deel van het eiland van Montréal loopt. De eerste Franse ontdekkingsreizigers  hoopten de route naar de Westelijke kust te vinden om dan verder naar China te kunnen reizen.

Na een bustocht door de havengebieden hebben we de eerste sluis bezocht met het Lachine museum . Het kanaal gaf een enorme impuls aan Montréal en de provincie Québec tot omstreeks 1950, toen het, ingeklemd door de industrieën, niet verder kon uitbreiden. Bovendien werd in 1959 de nieuwe westelijk gelegen route geopend, de Lachine sectie van de St. Lawrence  Seaway.

 We hebben de eerste sluis bezocht, de St. Lambert. Tegen het eind van de middag mochten we inschepen voor een Tour de Port op de St Laurens.  Het was goed varen met een stevige bries.

 Na een goede nachtrust  hadden we door een misverstand gedwongen oponthoud en mochten we ons te goed doen bij Tom Hortons, alom present en favoriet van onze gids. De geplande vaartocht van deze dag kon gelukkig omgeboekt worden naar een dag later. De bus bracht ons naar Kingston, gelegen aan de oostkust van het Ontariomeer.  De stad heeft een groot aantal historische gebouwen uit kalksteen en heeft daarom de bijnaam Limestone City.  Bij de haven staat een grote historische locomotief te pronken.  Even verderop hebben we het Maritieme museum van de Grote Meren bezocht, met de geschiedenis van de scheepvaart en de handel op de meren, zeer interessant en uitgebreid.  In het naastgelegen dok kon men aansluitend aan boord van de 3000 ton metende ijsbreker  “Alexander Henry”  gaan.  Omstreeks half 6 uur in de middag kon men de bui zien hangen boven het water. Even later werd de stad overspoeld door een heftige regenbui  en waren enkele van ons eveneens doornat.

Achteraf was het prima, dat de lunchtour door de 1000 eilanden een dag verschoven was. We hadden een zonovergoten dag en dan is het dubbel genieten varen tussen al het moois, vakantiewoningen, soms kleine kasteeltjes, gebouwd tussen alle kleuren groen op een grillige rotsachtige bodem. Enkele bouwsels lijken in het water te staan. Maar een eiland is pas een eiland als het 365 dagen boven water uitsteekt en er tenminste één levende boom op groeit . De eilanden zijn door het heldere water een favoriete plek voor duikers naar de vele scheepswrakken van door de rotsen vergane schepen.

Onze laatste nacht in Canada sliepen we weer in het Chelsea hotel in Toronto. Op onze vertrek dag hadden we nog tijd om het hotel uit te gaan, naar de ondergrondse stad of naar Chinatown.

Om half vijf ’s middags scheepten we weer in, maar nu bij de KLM om op half zeven op 23 augustus op Schiphol voet op Nederlandse bodem te zetten en zo kwam er een eind aan deze boeiende en verrassende kennismaking met de Canadese waterwegen.

 

Therese van Laak, oktober 2015